De Feesten van Onze Lieve Vrouw van de Gezondheid in Algemesi

  1. Algemeen
  2. De herkomst van het beeld van de Maagd
  3. Het feest
  4. De onderdelen van de processies

1.Algemeen

7 en 8 september zijn de belangrijkste feestdagen in Algemesi want dat zijn de feestdagen van de patrones van het dorp, Onze Lieve Vrouw van de Gezondheid (Mare de Déu de la Salut).

Deze feesten beginnen op 29 augustus met een noveen ter hare ere en ze worden ter herinnering aan de vondst van het beeld door een inwoner van het dorp in 1247 gehouden.

Foto: intocht in de kathedraal

Llapissera

Deze viering werd op 28 november 2011 opgenomen op de lijst van het Immaterieel Werelderfgoed van de Unesco maar voordien was zijn groot cultureel belang al aangetoond door de opname van de viering op de lijst van Feest van Nationaal Toeristisch Belang, de Schatten van het Cultureel Immaterieel Patrimonium van Spanje, en op de lijst van het Cultureel Erfgoed van Spanje.

2. De herkomst van het beeld van de Maagd

Volgens de overlevering was er in 1247 in de tuin van Berca een holle moerbeiboom. Hier zag een inwoner van Algemesí in de boomstam een figuur van een persoon en toen hij dichterbij kwam zag hij dat het een afbeelding van de Heilige Maagd was. Toen hij beter keek zag hij dat de Heilige Maagd op een houten bankje zat en op haar linkerdij zat het Kind Jezus en in haar haar rechterhand hield zij een lelie.

Volgens de traditie kwam zij drie maal naar het stadje Alcira en evenveel keren kwam zij terug naar de moerbeiboom, de reden waarom haar afbeelding in Algemesí bleef.

In het begin was er geen aanbidding van het beeld maar sommigen noemden haar De Moeder van God en anderen noemden haar de Maagd van de Smarten. Uiteindelijk kwam er een aanbidding en noemde men haar de Maagd van de Gezondheid.

Momenteel is het beeld een replica, tijdens de Spaanse Burgeroorlog werd het oorspronkelijke beeld vernield.

3. Het feest

De maand september staat in Algemesi synoniem voor feest, want tijdens deze maand volgen de optochten en de processies elkaar op en zij zijn allemaal gewijd aan de Maagd Maria van de Gezondheid. In dezelfde week viert men ook de Week van de Stieren. Dat zijn de twee belangrijkste traditionele feesten in de stad en het zijn uitingen van de populaire cultuur in de regio Valencia.

In feite, zijn de feesten het belangrijkste patrimonium van de inwoners van Algemesi en de belangrijkste dagen zijn hier 7 en 8 september. Deze dagen worden voorafgegaan door een noveen in de kapel van Troballa of van Hallazgo. Dit noveen begint op 29 augustus en eindigt op 6 september. Tijdens deze dagen zijn de straten en de pleinen van de stad getuige van de feesten voor de Maagd. De onderdelen van de feesten zijn in volgorde:

Foto: de dans van de Pastoretes

Alvaro1984 18

  • El novenario. (Het noveen)Vanaf 29 augustus tot 6 september houdt men ter ere van de Virgen de la Salud een noveen in de kapel van Hallazgo en in de omliggende straten.
  • La Nit del Retorn. (De Nacht van de Terugkeer)Tijdens dit gedeelte van het feest viert men de terugkeer van de Virgen de la Salud naar Algemesí. Na het afvuren van de laatste vuurpijl begint de kleinste klok van de Basiliek van San Jaime te luiden. Vervolgens sluiten alle andere klokken van klein tot groot zich hierbij aan. Op het einde komen er dan de “Les Maries” bij, de grootste klokken van de toren. Op het einde, wanneer alle klokken luiden, stoppen ze. Er blijven dan enkele seconden van stilte en dat is het vertrek van het beeld. Vervolgens luiden de grootste klokken, “les Maries” en daarna sluiten de andere klokken zich hier bij aan maar nu zijn het de grootste eerst en ten laatste volgen de kleinste klokken. Bij het luiden van de kleinste klok die de aanwezigheid van de Maagd voorstelt sluiten alle klokken van de kerktorens in Algemesí zich hier bij aan en breekt er een vuurwerk los. Het concert wordt nu verder gezet gedurende de ganse nacht.  Om het half uur zullen de klokken luiden maar alleen die van de Basiliek van San Jaime.
  • La Procesión de las Promesas. (De Processie van de Geloften) Als de avond op 7 september valt, dan gaan de klokken van de Basiliek van Sant Jaume luiden en zij doen dit in een krachtig ritme zodat ze gehoord worden in de ganse stad. Dit is het begin van het feest. Wanneer het luiden stopt en de stilte is neergedaald dan openen de deuren van de basiliek, klinken de eerste tonen van de fluit, de dansen beginnen en de eerste processie, die van de geloften, begint. De processie die begint met de mysteries en de martelaars heeft een nauwgezette orde met de torens van de Muixeranga en op de tweede plaats de Bastonets, de Alcachofa, de Arquets, de Pastoretes, de Bolero van Labradoras. Het tweede deel van de processie is meer religieus van inslag. Dit deel wordt vooraf gegaan door het Groot Kruis, de standaard van de Maagd Maria en daarna  volgt het publiek.
  • La “Processoneta del Matí”. Op de ochtend van de achtste september, de dag van de patrones, gaat de processie uit die bekend staat als de “processoneta del matí”. In deze processie zijn een aantal unieke schakeringen en detailleringen opgenomen die het daglicht noodzakelijk maken om een goed zicht te hebben. Dit is de kortste processie maar zij is zonder twijfel de meest intense en de drukst bezochte van alle processies. In de paar meter die de Kapel van Hallazgo scheiden van de Basiliek van Sant Jaume zijn alle dansen geconcentreerd in de calle Berca en de plaza del Carbón. Een van de hoogtepunten van het feest is de inkomst van het beeld van de Virgen María de la Salud in de Basiliek van Sant Jaume. Binnen een beperkte ruimte op de plaza Mayor worden alle dansen op hetzelfde moment gedanst en dat is gedurende enkele minuten een onbeschrijflijk zicht.
  • La “Volta Gran”. De processie die de naam draagt van “La Volta Gran” is de langste van alle processie, zij duurt langer dan 7 uren. Deze processie gaat door op 8 september om 20.00 uur en zij vertrekt aan de Basiliek van Sant Jaume en zij eindigt, alhoewel er geen uurregeling voorzien is, rond twee uur in de ochtend. In deze processie worden de traditionele dansen uitgevoerd en wordt het beeld van de patrones meegedragen van het nieuwe naar het oude gedeelte van de stad. Men herhaalt hier de originele route uit 1724 zoals ze beschreven staat in de eerste beschrijvingen van het feest.

4. De onderdelen van de processies

De mysteries en het martelaarschap

Voorafgaand aan de dansen van de processie gaan korte toneelstukjes over wonderen en mysteries en de uitvoerders zijn de kinderen van de stad. Zij voeren Bijbelse passages en geschiedkundige religieuze stukjes uit de geschiedenis van de stad op. Zij zijn gedocumenteerd sinds 1883 alhoewel er bewijs is dat ze al langer werden opgevoerd. De vijf wonderen en mysteries zijn:

  • De erfzonde van Adam en Eva
  • Het mysterie van Abraham en Isaac
  • Het martelaarschap van Santa Barbara
  • Het martelaarschap van San Bernardo en zijn zusters
  • Het mysterie van de Virgen de la Salud

De Bijbelse figuren

Bijna alle figuren komen uit de Corpus Christi processie van Valencia. Er zijn referenties gevonden dat deze personages deel uitmaken van de processie sinds 1834 maar ook hier zijn er aanwijzingen dat het veel langer is. De personages uit het Oude Testament zijn:

  • De belangrijkste aartsvaders: Noah (l’Agüelet Colomet), Abraham en zijn zoon Isaac, Jacob en zijn twaalf kinderen (els Blancs)
  • De leiders van Israël: Mozes, met de tafels met de tien geboden en Jozua, het tegenhouden van de zon met een zwaard
  • Het Beloofde Land
  • De priester Aaron, broer van Mozes
  • De Levieten: die het Ark van het Verbond dragen
  • De Kandelaar met de zeven armen
  • De turiferarios: de bewierokers van de Ark
  • De Ark van het Verbond
  • De belangrijkste profeten: Jesaja, Jeremia, Ezechiël, Daniel en Samuel
  • De Koningen van Israël: Saul, Isaï, David en Salomon
  • Opvallende figuren: Stammoeders en heldinnen: María (zuster van Mozes), Rebeca (zuster van Isaac), Deborah, Noëmí, Ruth, Judith en Esther. Mannen: Tobias en Job. De Heilige Familie: Zacharias, Elisabeth en Jozef van Nazareth

De personages uit het Nieuwe Testament zijn:

  • De Twaalf Apostelen: Petrus met de sleutels, Andreas met een x-vormig kruis, Jakobus die gekleed is als pelgrim met een Jacobsschelp, Johannes met een beker, Fillipus met een groot kruis, Bartolomeüs met een sikkel, Matteüs met een zeis, Tomas met een lans, Jakobus met een grote tak, Simon met een berg, Mathias met een palm en Judas met een stok.
  • De vier Evangelisten: Matteüs als symbool een engel, Marcus als leeuw, Lucas als stier en Johannes als arend.
  • Els Cirialots, de oudsten van de Apocalyps van Sint Jan.

Naast de voorgaande personen zijn er ook patroonheiligen van de stad en de regio en dat zijn:

  • Sint Vincentius van Zaragoza: de eerste martelaar in Valencia. Hij staat als een sculptuur op de gevel van de kerk, naast de kerkdeur.
  • Sint Vincent Ferrer, patroonheilige in het koninkrijk Valencia. Ook hij staat afgebeeld op de gevel van de kerk maar dan aan de andere kant
  • Jakobus de Meerdere: pelgrim, patroonheilige van het altaar, van de kerk en van het oude genootschap en het Hospitaal. Hij staat afgebeeld op het fronton.
  • Sint Onufrius, patroonheilige sinds 1643 van het oude Villa en het huidige Algemesí. Hij staat afgebeeld op het fronton.
  • Sint Sebastian, patroonheilige ter herinnering aan de onafhankelijkheid van Algemesí in 1574.

De dansen

In alle processies worden een reeks van dansen uitgevoerd en dat zijn:

Foto: de dans van de Carxofa

Llapissera

  • De Muixeranga, een geheel van menselijke torens en representatieve figuren openen een opeenvolging van dansen die eindigen voor de processievlag van de Maagd. De Muixeranga bestaat uit twee delen: El Baile (dans), el Paseo tocht) en de Florecillas worden uitgevoerd voordat de ganse groep wordt opgenomen in de processie, en het bestaat er uit dat alle “muixerangueros” zich opstellen in twee rijen met brandende kaarsen. De menselijke torens zijn de meest karakteristieke dans, de toren wordt bekroond door een kind met open armen en een opgeheven been.
  • Els Bastonets is een krijgersdans die wordt opgevoerd in veel steden in de regio Valencia. Hij maakt sinds 1839 deel uit van de processie in Algemesí. Naast het geluid van de tabalet (kleine trommel) en de dulzaina (fluit) zijn er nog onderdelen in de dans en hij ensceneert de strijd tussen “bastonets” en de “plantxetes”.
  • La Carxofa heeft zijn mogelijke oorsprong in de processie van Corpus Christo in València maar hij wordt in veel steden in de regio Valencia opgevoerd. Deze dans wordt traditioneel beschouwd als de dans van de wevers waarvan er tijdens de zeventiende eeuw veel woonachtig waren in Algemesí.
  • Els Arquets deze dans is een variant op de Carxofa maar zij scheidde zich af in 1988. De oorzaak was het te grote aantal meisjes dat wou deelnemen aan de Carxofa. Daarom werd er besloten om voor deze dans een nieuwe groep te maken samen met de nieuwe kledij.
  • Les Pastoretes, kinderen zijn de sterren van deze dans.
  • El Bolero of Llauradores dit is de meest moderne dans in de processie maar hij werd voor de eerste maal opgevoerd in 1906. Dit is de enige dans waar geen dulzaina of een tabalet bij gebruikt wordt maar er zijn enkel blaasinstrumenten.
  • Els gegants, die pas onlangs terug in de processie is opgenomen. De reuzen zijn twee figuren van enkele meter lengte die koning Jaume I en zijn echtgenote Jolanda van Hongarije uitbeelden.
  • Els Tornejants is, samen met de Muixeranga, de meest kenmerkende dans van de Virgen María de la Salud. Deze dans zit vol met verwijzingen naar de mystieke krijgers.

Els Volants

Foto: Els Volants

Brazeone

Els Volants is een groep mannen en vrouwen, vroeger waren het enkel mannen, die in een bijzondere kledij van pages als een erewacht de Virgen de la Salud vergezellen. De eerste beschrijvingen van deze erewacht beschreven dat de dragers priesters waren die het beeld droegen onder een baldakijn. In 1843,maakte men meer lantaarns voor de rondgang en dat maakte dat men meer dragers nodig had om het beeld rond te dragen. In 1852 koos men er dan voor om de priesters te vervangen door de Els Volants die gekleed werden in de kledij van een page en deze groep droeg het beeld van de Maagd.

De muziek

De processies in Algemesí worden begeleid door muziek afkomstig van de fluit en de kleine trommel. Onder de meest kenmerkende melodieën is het lied van de Muixeranga. Sommigen willen van dit lied het volkslied van de regio Valencia maken.

Het Mediterraan dieet

  1. Algemeen
  2. De voordelen
  3. Geschiedenis
  4. Kritiek

1.Algemeen

Wat men kent als het mediterraan dieet is een voedingswijze die vooral gevolgd wordt in een aantal landen rond de Middellandse Zee. Vooral de Spaanse, de Italiaanse, de Griekse en de Marokkaanse keuken worden hiertoe gerekend.

Op 16 november 2010 werd de Mediterrane keuken uit deze vier landen opgenomen op het immaterieel cultureel werelderfgoed van de Unesco.

Voordien had de Spaanse regering in 2007 al een poging ondernomen om het mediterraan dieet te laten opnemen op de lijst van het immaterieel cultureel werelderfgoed van de Unesco maar toen werd het voorstel afgewezen.

De voornaamste karakteristieken van dit dieet zijn het gebruik van plantaardige producten (fruit, groenten, peulvruchten en gedroogd fruit), brood en andere graanproducten, het gebruik van olijfolie als voornaamste vetstof en het drinken van wijn, liefst in een matige hoeveelheid.

2. De voordelen

De eigenschappen die aan het dieet worden toegeschreven zijn gebaseerd op het feit dat de mediterrane landen meer vetstoffen in hun voeding verwerken dan de inwoners van de Verenigde Staten maar dat zij beduidend minder hart en vaatziekten oplopen.

Dat zou komen door het grote verbruik van enkelvoudig onverzadigde vetzuren zoals ze in olijfolie voorkomen. Olijfolie heeft dus de eigenschap om de cholesterol in het bloed te verlagen.

In het dieet zit ook een groot verbruik van vis en dan vooral van vette vis die rijk is aan ω-3 y vetzuren en ten slotte is er het matige gebruik van rode wijn, vooral door de anthocyanen in die wijn.

De wijn wordt ook geassocieerd met een ander cardio beschermend effect en dat is wat men noemt de Franse paradox.

Het lijkt er op dat het mediterraan dieet verbonden wordt met een kleiner risico op hartproblemen en met de problemen van het ouder worden. Vooral in de overgangsfase naar dementie en naar de ziekte van Alzheimer.

3. Geschiedenis

De eerste wetenschappelijke verwijzingen naar een mediterraan dieet dateren reeds uit 1948 toen Leland G. Allbaugh een studie maakte naar de levenswijze van de inwoners van het eiland Kreta en ze vergeleek met de voedingswijze in Griekenland en in de Verenigde Staten. 

Voor zijn deel heeft de Amerikaanse fysioloog Ancel Keys, een studie uitgevoerd naar hartziekten, de cholesterol in het bloed en de levenswijze van de bevolking in zeven landen (Italië, Joegoslavië, Griekenland, Nederland, Finland, de Verenigde Staten en Japan) na de tweede wereldoorlog.

Het resultaat van de studie van Keys en zijn medewerkers gaf als resultaat dat hart en vaatziekten in de landelijke gebieden van zuidelijk Europa en Japan veel minder voorkwamen dan in de andere testlanden.

Zij vermoedden dat er daar een beschermende factor aanwezig was in de levensstijl en zij noemden dit “de mediterrane levenswijze”. 

Zij beschreven de levenswijze als “zeer fysiek actief (door de lage mechanisatie van de landbouw), sober en met een grote inname van plantaardige producten maar met een kleine inname van dierlijke producten.

Een studie van de ervaren historicus uit León, Matías Díez Alonso plaatst het begin van het mediterraan dieet in de plaats Sahagún (León, España).

4. Kritiek

Dit dieet, wordt traditioneel in geen enkel mediterraan land op deze wijze gegeten.  De studies tonen aan dat de consumptie van bijvoorbeeld eieren rond de 10 eieren per week ligt, de consumptie van vlees of vis is dagelijks en de consumptie van ijs en andere zoetigheden als dessert is vergelijkbaar met de consumptie van fruit.

Toen Keys het voedingspatroon van de plaatselijke bevolking van Kreta in de jaren ’50 onderzocht was het voedsel nog gedeeltelijk gerantsoeneerd .

Aan de andere kant, Keys heeft zijn gezondheidsbeeld van de mediterrane landen geprojecteerd tegenover de Verenigde Staten om er een beter voedingspatroon uit te kunnen halen.

Het voedingspatroon uit die tijd maakte misbruik van bepaalde producten zoals vlees, eieren en boter en men at onvoldoende groenten en vis.

Hij eindigde zijn onderzoek met de ontwikkeling van een voedingspatroon waarin voldoende hoeveelheden groenten werden aangevuld met kleinere hoeveelheden vlees en vis en dit dieet komt in geen enkel mediterraan land voor.

Tot zover het theoretische gedeelte, hierna volgen twee links, een op deze site met een rondrit door Spaanse keuken en op de andere link kan je een 300 recepten vinden uit de Spaanse volkskeuken, er is ook een artikel over de geschiedenis van deze keuken. De recepten zijn opgedeeld in een 10 tal pagina’s.

De oude stad Santiago de Compostela

  1. Algemeen
  2. Plaatsen en monumenten

1.Algemeen

Santiago de Compostela is een stad in het noorden van Spanje die in de provincie La Coruña ligt en het is tevens de hoofdstad van Galicia sinds 1982.

De stad ligt 55 km zuidelijk van La Coruña en op 62 km ten noorden van Pontevedra.
Zij bevat de oude gemeenten Conjo (sinds 1925) en Infiesta (sinds 1970). De oude binnenstad van Santiago de Compostela is opgenomen op de lijst van het werelderfgoed van de UNESCO sinds 1985.

De stad is vanaf zijn benoeming tot hoofdstad de zetel van de regering van de autonome regio Galicia. De stad is ook een belangrijk pelgrimsoord en ze komt in rangorde direct na Jeruzalem en Rome. De oorzaak van deze belangrijkheid komt doordat men denkt dat Sint Jacobus hier, in de daarbij horende kathedraal, begraven ligt.

Wat ook belangrijk is, is de universiteit die een geschiedenis heeft van meer dan 500 jaar. Elk jaar volgen hier 30.000 studenten de lessen.

In Santiago de la Compostela ligt ook het einde van een weg die gebouwd is tijdens het Romeinse Rijk.

2. Plaatsen en monumenten

De oude binnenstad van Santiago de Compostela werd in 1985 verkozen op de lijst van het Werelderfgoed. Dit belangrijk pelgrimsoord in het noordwesten van Spanje werd ook een symbool van de strijd van de Spaanse christenen tegen de islam.

Vernietigd door de Moren op het einde van de tiende eeuw werd de stad in de daarop volgende eeuw volledig herbouwd. Met zijn gebouwen in romaanse, gotische en barokke stijl is de oude binnenstad een van de mooiste urbanistische plaatsen van de wereld.

De oudste plaatsen zijn gegroepeerd rond de tombe van Santiago en de kathedraal met zijn opmerkelijke Pórtico de la Gloria.

Plaza del Obradoiro

De Plaza del Obradoiro is het hart van Santiago de Compostela, de naam verwijst naar de werkplaats van de steenhouwers die hier aan de bouw van de kathedraal werkten. Hier op dit plein komen alle dagen honderden pelgrims aan en op het midden van dit plein staat ook kilometer 0 van alle wegen naar Santiago.

De andere gebouwen rondom het plein hebben allemaal architectonische bouwstijlen die ook in de rest van de stad aanwezig zijn en ze geven een perfect overzicht van de geschiedenis van de stad. Ondanks al deze door elkaar gebruikte stijlen oogt het steeds harmonisch omdat in alle gebouwen hetzelfde bouwmateriaal gebruikt is, graniet.

Aan de oostzijde van het plein vinden we de barokke gevel van de kathedraal geflankeerd door het Museum aan zijn rechterkant en het Palacio de Gelmírez aan zijn linkerkant.

Aan de westzijde van het plein staat dan het Palacio de Rajoy in neoklassieke stijl, opgericht door de aartsbisschop Bartolomé de Rajoy om ruimte te bieden aan de stad.

Aan de noordzijde vinden we het Hostal de los Reyes Católicos in renaissance plateresco stijl, een gebouw dat vroeger diende als schuilplaats voor pelgrims.

Aan de zuidzijde vinden we dan het San Jéronimo college in gotische stijl, dit gebouw was vroeger een hospitaal voor pelgrims en een woning voor studenten met weinig of geen bestaansmiddelen.

Kathedraal

Vroeger stond hier al een basiliek die koning Alfonso III had laten bouwen maar die basiliek werd in 997 door Al-Mansoer vernietigd. De kathedraal die we nu kennen is gebouwd tussen de elfde en de dertiende eeuw. De voorgevel van de kathedraal, de Fachada do Obradoiro, is in barokstijl en dateert uit de achttiende eeuw en werd gebouwd, tegen de natuurelementen, ter bescherming van de middeleeuwse voorgevel .

Foto: voorgevel van de kathedraal

stephenD

Bovenaan in het centrum van de voorgevel staat een beeld van de Heilige Jacob en een niveau lager staan zijn discipelen, Atanasio en Teodoro en allen zijn ze gekleed als pelgrim. Verder zien we hier nog twee mooie hoge torens die de spits flankeren.

Hier staat ook nog het Pórtico de la Gloria, de Poort naar de Hemel en die bevindt zich in het portiek van de voorgevel. Het beeldhouwwerk op deze poort is prachtig. De poort zelf is jonger dan de kathedraal en dateert uit de twaalfde eeuw en dat kan een verklaring zijn waarom de poort al enkele gotische kenmerken vertoont.

Het centrale deel is gewijd aan de christelijke kerk, men ziet hier God met de vier evangelisten en de 24 ouderlingen uit de Openbaring. Op het middenstuk zien we een beeld van de heilige Jacob met erboven een afbeelding van een hand. Volgens de traditie leggen de uitgeputte pelgrims hier hun hand in omdat zij hun doel bereikt hebben.

De linkerboog is gewijd aan het Oude Testament en vertelt het verhaal van de Joodse wereld voor de komst van Christus. De rechterboog is aan het Nieuwe Testament gewijd met een afbeelding van het Laatste Oordeel en de apostelen Petrus, Paulus, Jakob en Johannes.

De kathedraal is intact gebleven en hij heeft alle kenmerken van een bedevaartskerk, een Latijns kruis als grondplan, grote afmetingen en een kooromgang voor de pelgrims. Het rijkversierde hoofdaltaar heeft een opvallende altaarhemel. Boven het altaar staat ook een beeld van de heilige Jakob en de pelgrims kunnen hier de mantel van de heilige kussen via een trap achter het altaar.

In de kathedraal komen we ook aan de botafumeiro. Acht mannen laten via een katrol systeem een reuzegroot wierookvat (1,50 meter hoog en 53 kg zwaar)door de kathedraal heen en zwaar zwaaien. Denk er aan dat dit niet alle dagen gebeurt, het zijn maar 8 tot 10 dagen per jaar dat men dit kan meemaken.

Hostal de los Reyes Católicos/Hostal dos Reis Católicos

Het gebouw werd gebouwd naar aanleiding van het bezoek van de Katholieke Koningen aan Santiago in 1486 en het diende als ziekenhuis voor de verzorging van de pelgrims. In de loop der jaren bouwden zij ook nog een groot gastenverblijf met de opbrengsten na de overwinning op Granada. De werken duurden 10 jaar en de bouwstijl was in renaissance plateresco. In de gevel zien wij de volgende afbeeldingen:

Foto: hostal de los Reyes Católicos

Angel Torres

  • links van onder naar boven: Adam, Sinte-Catharina en Johannes de Doper
  • rechts van onder naar boven: Eva, Sinte-Lucia en Maria Magdalena
  • fries: de 12 apostelen en medailles van Isabel en Fernando
  • links van het centrale raam: Christus, Sint-Jacob en Sint-Petrus
  • rechts van het centrale raam: de Maagd Maria en kind, Sint-Jan de Evangelist, en Sint-Pablo
  • op het pinakel: 6 engelen met muziekinstrumenten

Twee grote schilden met het wapenschild van Castilla flankeren het portaal en aan de uiteinden staat het kruis in een cirkel en dat is het embleem van het hospitaal.
De balkons werden in de zeventiende toegevoegd.

Palacio de Rajoy/Pazo de Raxoi

Dit is het gebouw uit de achttiende eeuw (1764) dat de vierde zijde vormt van het Plaza del Obradoiro. Momenteel zetelen hier het stadsbestuur en de regering van de autonome regio Galicia. Het werd gebouwd door aartsbisschop Rajoy en het werd gebruikt voor verschillende doeleinden. Het was het seminarie van de biechtvaders welke verbonden waren aan de kathedraal, het werd gebruikt als woning voor de kinderen van het koor van de kathedraal maar ook als raadhuis en gevangenis.

Foto: Palacio de Rajoy van Diego Delso

Zijn voorgevel is symmetrisch met een sokkel, gigantische pilaren vanaf het balkon, een gesloten kroonlijst, een centraal gedeelte met een fronton waar afbeeldingen op staan van de slag bij Clavijo en het is bekroond met een standbeeld van Jacob de Morendoder en dan is er nog het lateraal gedeelte waar we de wapenschilden kunnen zien van de aartsbisschop.

Colegio de San Jerónimo/Colexio de San Xerome

Het San Jerónimo college is momenteel het rectoraat van de universiteit en het werd gesticht door aartsbisschop Alonso III de Fonseca in de zestiende eeuw om onderdak te geven aan arme studenten. Het gebouw is in gotische stijl gebouwd maar de voorgevel is romaans en behoorde toe aan het hospitaal van Azabachería.

Palacio de Gelmírez/Pazo de Xelmírez

Het paleis van Gelmirez is een gebouw uit de twaalfde en de dertiende eeuw en het is een belangrijk monument uit de romaanse burgerlijke architectuur. Het gebouw kenmerkt zich door zijn grote keuken. De twee bovenste verdiepingen zijn momenteel het aartsbisschoppelijk paleis en de aartsbisschop kan van hier rechtstreeks naar de kathedraal gaan.

Plaza de Abastos/Praza de Abastos

Dit is de levensmiddelenmarkt bij uitstek in de stad en het is tevens een van de 5 belangrijkste markten van Spanje. Het staat op de tweede plaats van de meest bezochte monumenten van de stad. De markt ligt tussen de twee kerken van Santo Agostiño en San Fiz de Solovio. Zoals de markt nu is dateert ze uit 1941 en het gebouw staat ook waar de vroegere markt gelegen was.

Monasterio de San Martín Pinario/Monasterio de San Martiño Pinario

Foto: Monasterio de San Martín van Diego Delso

Het is een benedictijner klooster uit de elfde eeuw en het is in barok stijl gebouwd. Boven de poort kan men San Benito, een balkon en het wapenschild van Spanje zien met daarboven een sculptuur die San Martín de Tours toont die zijn mantel deelt aan de armen. Vanaf het bordes heeft men een mooi uitzicht op de kathedraal, 2 torens van de voorgevel, de koepel en de klokkentoren.

Plaza de la Quintana/Praza da Quintana

Ze noemt ook Los Literarios, ter nagedachtenis van het Batallón Literario. Dat waren studenten die vochten tegen Napoleón. Links van de koorsluiting ligt de Puerta Santa die alleen in een heilig jaar geopend wordt.

Casa de la Parra/Casa da Parra

Ofwel het Wingerdhuis. Dit is een gebouw uit de late zeventiende eeuw en op het dak kan men de traditionele karakteristieke schouw zijn die toen in Santiago de Compostela gebruikt werd.

Monasterio de San Pelayo de Antealtares/Monasterio de San Paio de Antealtares

Dit immense gebouw is gebouwd in de negende eeuw om de relieken van de heilige Jacob in onder te brengen. Momenteel worden zij bewaard in de kathedraal. In de sobere voorgevel zitten 48 ramen. Een gedenksteen bovenop de voorgevel herinnerd aan de Literarios. Het zijstraatje dat toegang geeft tot het klooster is de Via Sacra. Er zijn mooie barokke retabels en een orgel uit de achttiende eeuw. Momenteel is het bewoond door benedictijner zusters die in de stad om hun gebakjes bekend staan.

Casa canónica o de La Conga/Casa coenga ou da Conga

Het Kapittelhuis tegenover het Casa de la Parra heeft sobere maar mooie geproportioneerde bogengangen en het is de woning van de kanunniken. Er staan tevens mooie schouwen.

Plaza de Platerías/Praza das Praterias

Foto: Plaza de Platerías van Diego Delso

Dit is de begrenzing tussen de kathedraal en het klooster aan twee zijden. Aan de overkant van het plein achter de paardenfontein staat het Casa del Cabildo.

Fachada sur de Platerías/Fachada sur das Praterias

De gevel leunt aan tegen de “torre de Reloj” waarvan het onderste gedeelte in gotische stijl is maar de toren zelf is in barokstijl. Op de timpaan aan de linkerkant zien we een afbeelding van Jezus die bloot staat aan de bekoring in de woestijn, men ziet hier een halfnaakte vrouw met een schedel in de schoot. Het timpaan aan de rechterkant toont beelden van de aanbidding door de koningen.

Casa del Cabildo/Casa do Cabildo

Dit is een wonder van de Spaanse barok uit de achttiende eeuw. Het gebouw heeft weinig diepte en in het centrum boven de kroonlijst staan er een afbeelding van de urn en de ster. Op de hoeken staan er twee waterspuwers.

Calle del Franco/Rúa do Franco

De naam van de straat is afgeleid van los Francos, de Franken. De straat loopt van het postgebouw naar de Porta Faxeira. Het is het gastronomische hart van de stad, men kan hier een groot aantal bars en restaurants vinden.

Casa-pazo de Vaamonde

Gebouw uit de achttiende eeuw. Momenteel is het de zetel van het Consortium van Santiago. We zien hier een wapenschild in de voorgevel.

Capilla de Ánimas/Capela de Ánimas

De bouw van het Capilla de la Cofradía General de Ánimas begon op 8 april 1784 volgens plannen van de architect Miguel Ferro Caaveiro. Men vierde de inwijding van de tempel op 31 augustus 1788 en hij was gewijd aan Santísimo Cristo de la Misericordia. De voorgevel is gebouwd in de stijl van die tijd.

Voor de bouw van het gebouw stuurde de Cofradía de Ánimas meerdere projecten naar de Academie van Schone Kunsten van San Fernando, waar ze onderworpen werden aan de censuur door de architect Ventura Rodríguez.

De kerk heeft een rechthoekige grondvloer met een middenbeuk en drie kapellen aan de zijden.

Dieren in Spanje

  1. Overzicht
  2. Het Iberisch schiereiland
  3. Canarische Eilanden
  4. Balearen
  5. Noord-Afrika
  6. Zeeën en kusten
  7. Inheemse binnenlandse rassen
  8. Inheemse fauna

1.Overzicht

De fauna van Spanje heeft een grote diversiteit die grotendeels te wijten is aan de geografische ligging van het Iberisch schiereiland. Liggend tussen de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee, en tussen Afrika en Europa brengt een grote diversiteit aan habitats en biotopen met zich mee, een gevolg van een aanzienlijke verscheidenheid aan goed gedifferentieerde klimaten en regio’s.

Foto: Landschap van de Sierra Norte de Sevilla

Ismcuacor

Bepaalde inheemse soorten hebben zich over de hele wereld verspreid, net als het konijn (Oryctolagus cuniculus), een dier dat, volgens een overlevering, zijn naam aan Spanje zelf gaf of de kanarie (Serinus canaria) in de moderne tijd.

Binnen Europa heeft Spanje een hoge biologische diversiteit en herbergt het land het grootste aantal gewervelde dieren (ongeveer 570 soorten) van alle Europese landen.

2. Het Iberisch schiereiland

Op het Iberisch schiereiland is het mogelijk om verdwenen soorten uit andere Europese regio’s te vinden. Dat kan omdat het historisch gezien een dunbevolkt gebied is geweest, in vergelijking met landen zoals Duitsland, Groot-Brittannië of Italië, en door een late industrialisatie, die de achteruitgang van vele soorten en het uitsterven van enkele anderen in andere landen veroorzaakte. Het was een gedocumenteerd fenomeen gedurende de twintigste eeuw. Het is ook noodzakelijk om het grote aantal aanwezige soorten te benadrukken vanwege de invloed van de Afrikaanse fauna (gewone kameleon, Moorse schildpad, renvogel, trekegel, genetkat, purperkoet, Egyptisch mangoest enz.).

Onder de grote carnivoren vallen er twee ontbrekende soorten uit een groot deel van West-Europa op: de bruine beer, die overleeft in het Cantabrische gebergte en in bepaalde Pyrenese enclaves en de Iberische wolf, een endemische ondersoort van het schiereiland.

Foto: Iberische lynx

Hoewel de meest karakteristieke carnivoor ongetwijfeld de Iberische lynx is is dit dier ook het meest bedreigde van het hele Europese continent. Veel talrijker zijn de populaties van wilde katten, rode vossen en die van sommige marterachtigen: de das, de bunzing en de wezel. Iets minder talrijk voorkomend zijn de otter, marter en steenmarter. De civetkatachtigen worden vertegenwoordigd door de genetkat en de mangoesten.

Herbivoren worden vertegenwoordigd door vrij veel voorkomende soorten, zoals sommige herten: edelherten, damherten en reeën. Er zijn endemische populaties van Spaanse steenbokken en Pyrenese gemzen en het everzwijn is ook wijdverspreid. De laatste jaren wordt er hard gewerkt om de Europese bizon terug te plaatsen. Deze dieren worden gekweekt in reservaten in de Pyreneeën en in Castilië en León.

Verschillende mediterrane soorten insecteneters hebben een goede vertegenwoordiging: spitsmuizen(Crocidura russula, Suncus etruscus),Millers waterspitsmuis, Iberische blonde mol, de zeldzame Pyrenese desman. Verder zijn er tal van knaagdieren zoals de rode eekhoorn, eikelmuis, woelmuis. De haasachtigen (met de nadruk op endemische soorten) zoals de Iberische haas en de Cantabrische haas. Vleermuizen (Capaccini’s vleermuis, vale vleermuis, gewone dwergvleermuis, Europese bulvleermuis, rosse vleermuis, Savi’s dwergvleermuis en dan nog de zeeroofdieren en de walvisachtigen.

Het aantal vogelsoorten op het Iberisch schiereiland is erg hoog in vergelijking met andere Europese fauna’s. Dit is niet alleen te danken aan de geografische ligging of de regionale diversiteit en biotopen, maar ook aan het feit dat verschillende soorten Noord-Europa of Afrika bezuiden de Sahara in verschillende gebieden van het schiereiland overwinteren of er nestelen. Het is ook mogelijk om vele andere soorten te zien die de Straat van Gibraltar gebruiken als een stap in hun migratie tussen Europa en Afrika.

Foto: Lammergier

Richard Bartz, Munich

Onder de grote roofvogels zijn aaseters zoals de bedreigde monniksgier of de lammergier. Meer overvloedig zijn de populaties van aasgieren en vale gieren. Ook in gevaar is de karakteristieke Spaanse keizerarend. In de Spaanse bergen en bossen zijn er nog steeds populaties haviken, sperwers, grijze wouwen, valken, steenarenden, dwergarenden, patrijzen, slangenarenden, smellekens, slechtvalken en wespendieven te vinden.

In de graanvelden zijn er roodrugbuizerds, buizerds, zwarte wouwen en rode wouwen. Torenvalken en uilen leven in dorpen en steden. Er zijn ook populaties visarenden, oehoes, ransuilen, velduilen, dwergooruilen.

De vele zangvogelsoorten hebben belangrijke soorten, zoals de Spaanse mus. De kraaiachtigen zijn ook goed vertegenwoordigd met de ekster, gaai, roek, zwarte kraai, raaf, blauwe ekster, Alpenkraai, Alpenkauw en kauw. De bijeneter en de scharrelaar onthullen opnieuw de nabijheid van het Afrikaanse continent tot het schiereiland.

De ooievaarachtigen hebben een gevarieerde set aan reigers (de purperreiger, de blauwe reiger, zilverreiger, witte reiger, ralreiger en de kwak) en twee belangrijke soorten: de veel voorkomende witte ooievaar en de minder frequente zwarte ooievaar.

De graanvelden en de halfdroge gebieden van de Iberische steppen zijn het leefgebied van de trap, de kleine trap, het witbuikzandhoen, het zwartbuikzandhoen en de grielen. Op de Canarische eilanden, voornamelijk in Lanzarote en Fuerteventura, vinden we de renvogel en de kraagtrap.

De kusten en rivieren herbergen een grote verscheidenheid aan waadvogels, meeuwen, aalscholvers, eenden, ganzen en zwanen. Hier moeten we wijzen op de relevantie van soorten zoals de Audouins meeuw, de Scopoli’s pijlstormvogel, het stormvogeltje, de knobbelmeerkoet en de alken. De eenden hebben veel voorkomende soorten zoals de wilde eend, krakeend, wintertaling, pijlstaart, witoogeend, de lepeleend en andere schaarse zoals de roestgans en de bergeend.

Zonder toevallige of zeldzame waarnemingen bestaat het vogelleven van het schiereiland uit 352 soorten, waarvan er twee endemisch zijn (Spaanse keizerarend) en de blauwe ekster, negen worden wereldwijd met uitsterven bedreigd, zeven werden door de mens geïntroduceerd en nog een werd opnieuw geïntroduceerd nadat hij in het gebied was uitgestorven.

3. Canarische Eilanden

De diversiteit wordt veroorzaakt door de fauna die rijk is aan endemische soorten op de eilanden. Exclusief voor de Canarische eilanden zijn de laurisilva-duiven (bolles laurierduif en de laurierduif), de Canarische roodborsttapuit (Saxicola dacotiae), de de kraagtrap (Chlamydotis undulata), de Canarische tjiftjaf (Phylloscopus canariensis), de goudhaan (Regulus teneriffae), de blauwe vink met twee soorten (Fringilla teydea) de blauwe vink van Tenerife, en de blauwe vink van Gran Canaria (Fringilla polatzek). Er zijn ook ondersoorten van torenvalken, pimpelmezen, spechten en een ondersoort van krenggier (Neophron percnopterus majorensis) die aanwezig is op Fuerteventura en Lanzarote.

Foto: Krenggier

Carlos Delgado; CC-BY-SA

Onder de endemische zoogdieren valt de Canarische grootoorvleermuis (Plecotus teneriffae) op de eilanden Tenerife, La Palma, El Hierro en mogelijk La Gomera op. De Canarische spitsmuis (Crocidura canariensis) en de huisspitsmuis (Crocidura russula osorio) zijn endemisch voor Gran Canaria.

Er zijn geen endemische amfibieën op de Canarische eilanden, de boomkikker (Hyla arborea) en de Iberische meerkikker (Rana perezii) werden lang geleden geïntroduceerd. Reptielen zijn goed vertegenwoordigd met een belangrijk aantal endemische soorten waaronder de muurgekko van Boettger (Tarentola boettgeri) en de Tarentola boettgeri hierrensis op El Hieero.

We vermelden ook de verschillende soorten van het geslacht Gallotia zoals de bedreigde reuzenhagedissen van El Hierro (Gallotia simonyi), de reuzenhagedis van La Gomera (Gallotia bravoana), de gevlekte gespikkeldehagedis van Tenerife (Galloti intermedia), de reuzenhagedis van La Palma (Gallotia auaritae), de reuzenhagedis van Gran Canaria (Gallotia stehlini) en de Atlantische hagedis (Gallotia atlantica) typisch voor Lanzarote en Fuerteventura. Ten slotte benadrukken we de soort van het geslacht parelskinken, deze zijn te vinden op alle eilanden met uitzondering van La Palma en zij heeft twee endemische soorten, de skink van Gran Canaria (Chalcides sexlineatus) is typisch voor Gran Canaria en de West-Canarische skink (Chalcides viridanus) die endemisch zijn voor Tenerife, La Gomera en El Hierro.

4. Balearen

Op de Balearen vinden we de Balearenpad (Alytes muletensis) en de vale pijlstormvogel (Puffinus mauretanicus).

5. Noord-Afrika

De Noord-Afrikaanse fauna heeft belangrijke karakteristieke elementen die hem onderscheiden van de Iberische fauna. De Spaanse gebieden (Ceuta, Melilla en en enkele Noord-Afrikaanse eilandjes) vertegenwoordigen, ondanks hun kleine omvang, een belangrijk punt van diversiteit in de Spaanse fauna.

De meeste gegevens over gewervelde dieren in deze gebieden vallen samen met hun huidige administratieve afbakening (na 1984). Een aanzienlijk aantal soorten werd echter in de tijd van het Spaanse protectoraat in Marokko verzameld voor museumcollecties of wordt in de literatuur aangehaald als een vangstgebied van Spaanse gebieden, zonder daadwerkelijk deel uit te maken van het grondgebied.

Onder de zoogdieren vinden we de moeflon (Ovis orientalis musimon), manenschaap (Ammotragus lervia), Egyptische mangoest (Herpestes ichneumon), genetkat (Genetta genetta), Afrikaanse wilde kat (Felis silvestris lybica), trekegel (Atelerix algirus), Maghreb-haas (Lepus schlumbergeri), Noord-Afrikaanse olifantspitsmuis (Elephantulus rozeti).

Bovendien zijn er ook 32 soorten amfibieën en landreptielen beschreven.

6. Zeeën en kusten

De Spaanse kusten worden omringd door de Middellandse Zee en de Atlantische Oceaan. Mariene diversiteit is opmerkelijk in bijna alle groepen gewervelde en onder ongewervelde dieren.

Mariene ongewervelden

De rijkdom aan vis aan de Spaanse kusten is opmerkelijk vanwege hun belangrijke oppervlakte en om te worden gebaad door twee zeeën met zeer verschillende kenmerken (uitbreiding, stroming, temperaturen, enz.) die verschillende ichthyologische fauna herbergen.

Mariene reptielen

In Spaanse wateren kun je enkele soorten zeeschildpadden vinden en meer informatie kan je hier vinden.

Zeezoogdieren

Zeezoogdieren die we kunnen vinden aan de Spaanse kusten (Middellandse Zee, Cantabrische kust en Canarische eilanden). Zijn de walvisachtigen en je kan hier meer informatie over de walvisachtigen vinden.

7. Inheemse binnenlandse rassen

Er zijn momenteel een serie inheemse rassen op het Spaanse grondgebied aanwezig met opmerkelijke verschillen in aantal en mate van instandhouding.

Foto: Ezelras Zamorano-Leonés

We onderscheiden hierbij een aantal schapenrassen (merinoschapen, xalda-schapen, churra tensina, Colmenareña, Segureña, Ojalada, Sasi ardi, roja levantina, Ovella galega, Canaria, Canaria met haar. Runderen (Spaanse vechtstier, Blanca cacereña, Vaca retinta, Pajuna, Tudanca, rubia gallega, Alistana-sanabresa, Morucha, Avileña-Negra ibérica, Betizu, Vaca canaria. Geiten (Cabra payoya, Tinerfeña del norte, Tinerfeña del sur, Cabra majorera, Cabra palmera, Retinta extremeña, Azpi gorri, Cabra pitiusa). Varkens (Iberisch varken, Canarisch zwart varken, Keltisch varken, Chato Murciano, Torbiscal) naast het enige inheemse kamelenras in Spanje, de Canarische kameel.

Er zijn ook verschillende inheemse rassen van ezels zoals het Andaluza-cordobesa, Asno zamorano-leonesa, catalán, burro majorero. Paarden (Pottoka, Asturcón, Andalusisch paard, jaca navarra, raza losina). Duiven (colom gavatxut, colom borino) en kippen (utrerana, pardo de León, Castellana negra) evenals ongeveer veertig rassen van inheemse honden.

8. Inheemse fauna

Door de geschiedenis heen heeft de mens in Spanje, om verschillende redenen, net als in veel andere delen van de wereld, verschillende exotische soorten geïntroduceerd. Sommige met jachtdoeleinden, zoals het damhert in de Romeinse tijd, of recenter, de moeflon uit Corsica. Andere soorten zijn hier aanwezig omdat ze ontsnapten uit pelsdierfokkerijen (Amerikaanse nertsen en de beverrat. Een aantal dieren werden gebruikt als gezelschapsdier zoals de vele soorten Australische en Zuid-Amerikaanse papegaaien zoals de monniksparkiet, tegenwoordig geacclimatiseerd aan stedelijke parken en tuinen.

Sommige soorten brengen het natuurlijke evenwicht in hun habitat in gevaar, zoals de vraatzuchtige snoek. Andere hebben vergelijkbare inheemse soorten schade berokkend: twee goede voorbeelden zijn de gevallen van de Amerikaanse witkopeend tegen de gewone witkopeend, of de rode rivierkrab tegenover de inheemse rivierkrab. De inheemse soorten verminderen hun populaties ten koste van nieuwkomers, zoals de Europese nertsen.

Beren in Spanje

  1. Algemeen
  2. Bedreigingen
  3. Bescherming
  4. Instandhouding

1.Algemeen

De Cantabrische bruine beren zijn een groep binnen de Eurasian bruine beren (Ursus actos arctos) en zij leven hier in Spanje in de bergen van Cantabrië.

Vrouwtjes wegen tussen de 150 en de 250 kg, mannetjes daarentegen gaan van 250 tot 300 kg, hun lengte gaat van 1,6 tot 2 meter. 

Foto: beer in de Pyreneeën

Jean-noël Lafargue

Het is een beer die meestal contact met mensen uit de weg gaat maar er kan altijd iets gebeuren. Een dodelijk accident tussen mens en beer is al zeer lang geleden maar in 2004 is er een man zwaar gebeten door een berin die kleintjes bij zich had. In het wild worden ze in Spanje tussen de 25 en de 30 jaar oud.

Recente studies hebben uitgewezen dat er in Europa twee grote lijnen bestaan, de oostelijke en de westelijke lijn. De Cantabrische beer maakt deel uit van de westelijke lijn. Momenteel denkt men dat er in Spanje nog een 400 bruine beren leven.

Lang geleden waren deze beren verspreid over gans het Iberische schiereiland maar vanaf het begin van de 20 ste eeuw zijn er nog twee populaties over, beide leven in de Cantabrische bergen van Noord-Spanje. Deze achteruitgang van het aantal beren kwam vooral door de mens met de jacht en door het verlies van leefruimte van de beren door de landbouw en de bouw.

De twee populaties nemen een gezamenlijk territorium in van in totaal tussen de 5.000 – 7.000 km. Deze gebieden liggen vooral in de provincies in het westen van Asturias, León en Lugo (Galicia) en in het oosten de provincies Palencia, León, Cantabria en Asturias. Beide populaties zijn gescheiden door een 30-40 km.

De laatste beschikbare aantallen geven aan dat er ongeveer 300 beren in het westelijk deel en 50 beren in het oostelijke deel voorkomen. Het is mogelijk dat er beren van de westelijke populatie voorkomen in de buurt van de Portugese grens, aan de Rio Miño en in het Peneda-Gerês National Park.

2. Bedreigingen

In de kleinere oostelijke populatie zijn er complicaties door een groter aantal geboortes van mannetjes dan van vrouwtjes. Op termijn kan dit een probleem geven met de toekomstige geboortes.

Een ander probleem is een richtlijn van de Europese Commissie die bepaald dat er op het platteland geen karkassen mogen blijven liggen. Een klein deel van het dieet van de bruine beer bestaat uit planten, vlees is belangrijk voor de opbouw van hun vet reserves.

Verder zijn er dan nog de infrastructuurwerken zoals wegen en spoorwegen die een invloed hebben op de beren populatie. De meest recente bedreiging is de voorgestelde bouw van een ski centrum in hun woongebied.  De recente winters waren ook niet koud genoeg om hen in winterslaap te brengen of te houden.

Ondanks het feit dat het Spaans ministerie van Milieu de beer omschrijft als “in gevaar voor uitsterving” en het bestaan van hoge boetes gaat er bijna geen jaar voorbij zonder dat een beer sterft door rechtstreekse menselijke tussenkomst. In 2007 verscheen er een artikel in een krant waarin stond dat sinds 2000 er 8 beren stierven door vergiftiging of door de jacht. Dit is al een verbetering ten opzichte van de periode 1980-1994.

In deze periode stierven er in de westelijke populatie door de jacht 16 dieren, 13 dieren stierven door middel van een strik, 1 dier stierf door gif en bij 6 was de doodsoorzaak niet gekend.

In dezelfde periode stierven er in de oostelijke populatie 11 door de jacht, 2 door middel van een strik, 3 door gif en bij 2 dieren was de doodsoorzaak niet gekend.

Dat geeft een totaal van 54 afgeslachte dieren.

3. Bescherming

De Cantabrische bruine beer staat in Spanje op de lijst van dieren die bedreigd zijn met uitsterving. Op internationaal vlak is de bruine beer niet beschermd omdat er nog grote populaties van bestaan. In Spanje is hij beschermd sinds 1973 en er staan boetes op tot € 300.000 voor het doden van een beer.

Foto: beer in het Parc animalier des Pyrénées

Jean-noël Lafargue

4. Instandhouding

Apart van wetenschappelijk onderzoek zijn de inspanningen momenteel gericht om de twee populaties levenskrachtig te houden. Organisaties die ijveren voor de Instandhouding van de beren in Spanje ijveren voor het behoud van eeuwen oude doorgangen die de beren gebruiken. Verder planten zij fruitbomen en plaatsen zij bijenkasten om het dieet van de beren aan te vullen.

Het woongebied van de beren is camera bewaakt en er wordt gepatrouilleerd door bewakers. Het Spaans ministerie van de Milieu heeft een plan gemaakt “Plan para la Recuperación del Oso Pardo” (Plan voor het behoud van de Cantabrische beer). en dat plan heeft de bedoeling om alle inspanningen te coördineren die noodzakelijk zijn voor het behoud van de dieren.

11 van de mooiste Spaanse wandelroutes op een rij

Wij blijven verder gaan op de weg van de lijstjes want daar zijn de meesten onder ons verzot op. Ik zeg het hier nog eens, het zijn misschien niet de mooiste, moeilijkste en rustigste wandelingen, het is wel een lijst met gewoon 11 wandelingen doorheen gans Spanje.

Spanje is veel meer dan alleen maar strand, zon, fiesta en siesta. Zo heeft Spanje ontzettend veel cultuur te bieden maar daarnaast is er ook veel natuur te vinden. Er zijn heuvels en bergen, valleien, rivieren en meren die wij dikwijls in natuur- en nationale parken vinden. In dit artikel nemen we 11 van de bekendste en mooiste wandelroutes onder de loep.

Wellicht zijn niet alle routes bij de gemiddelde Nederlandse en Belgische wandelaar bekend maar voor veel Spanjaarden zijn de volgende 11 routes waarschijnlijk de beste en mooiste van het land. Van noord naar zuid en van de Middellandse zee naar de Atlantische Oceaan, er is hier genoeg natuur en ander moois te vinden.

Voordat we de wandelingen voorstellen geef ik hier een link naar wat u zeker moet weten indien men gaat wandelen in de bergen, met tips van de Guardia Civil.

Wandeling 1
Camino de Santiago (Navarra, La Rioja, Castilla y León, Galicië)
Wie kent hem nu niet, de moeder van alle wandelroutes en de langste en bekendste van heel Spanje, de Camino de Santiago. Er zijn vele routes die naar Santiago de Compostela leiden maar de meest bekende en meest gelopen is de zogenaamde Franse Route (Camino Francés) van Saint Jean de Pied de Port op de Spaanse grens naar Santiago de Compostela.

Foto: Camino de Santiago

Paulusburg

Het is de mix van cultuur, natuur, het geloof, de geschiedenis, kunst, gastronomie, sport en vriendschap die deze pelgrimsroute zo bekend en geliefd maakt. Het gaat hier echter wel om een wandeling van meer dan 750 kilometer dus het is niet voor iedereen weggelegd. De route loopt door verschillende regio’s en van open weilanden en vlaktes met schitterende vergezichten naar de hoogtes van de Picos de Europa. Meer informatie is hier te vinden. De site is beschikbaar in het Spaans, Engels, Frans en Italiaans. Een video van de Camino de Santiago kan je hier vinden.

Wandeling 2:
Ruta del Cares (Asturië en Castilla y León)
De Cares wandelroute is gelegen in het natuurpark Picos de Europa en loopt grotendeels door de canyon en bergkloof La Gargante Divina die de rivier Cares volgt. Het is een wandeling van zo’n 12 kilometer tussen het dorp Puente Poncebos in Asturië naar Posada de Valdeón in Castilla y León. Met het wandelpad hoog boven de rivier en uitgehakt in de rotsen, kan men hier genieten van de rust, ruimte en natuur. Let wel, deze route is niet gelegen in de warmere delen van Spanje dus ook in de herfst kan het hier al regenachtig en koud zijn. Meer informatie is hier te vinden en de site is beschikbaar in het Spaans. Een video is hier te bekijken.

Wandeling 3:
Monasterio de Piedra (Aragón)
Deze wandelroute draagt de naam van het 12e eeuwse klooster dat tegenwoordig een hotel is. Het natuurpark rond het oude klooster is adembenemend mooi en staat bekend als het land van de watervallen en grotten. Een van de grootste watervallen is de Cola del Caballo (paardenstaart) van wel 50 meter hoog. Er loopt een mooie en goed aangegeven route langs de mooiste plaatsen in het natuurpark. Het is een wandeling van zo’n 5 kilometer en dus ideaal om met het hele gezin te doen. Het Monasterio de Piedra ligt zo’n 3 uur rijden van Valencia en bijna 4 uur rijden vanaf Peñiscola aan de Middellandse zee. Meer informatie is hier te vinden, de website is in het Spaans, Engels en Frans.

Wandeling 4:
Laguna Grande de Gredos (Castilla y León)
Gelegen in het natuurpark Sierra de Gredos nabij de bekende historische plaats Ávila. De wandelroutes liggen rondom het grote meer hoog in de bergen waar men kan genieten van prachtige panoramische vergezichten en helder water in het meer.

Foto: Laguna Grande de Gredos

Miguel Ángel Hontanilla Pozo

In de winter is de lagune compleet bevroren en is het wellicht niet de beste plaats om te gaan wandelen (tenzij je van de sneeuw en kou houdt) maar in de zomer en met name in de herfst is het lekker wandelen. De meer getrainde wandelaars kunnen zelfs tot 2.343 meter hoogte komen op de bergtop Pico de La Mira, een wandeling van 11 kilometer omhoog. Meer informatie is hier te vinden en de website is eentalig Spaans.

Wandeling 5:
Monfragüe (Extremadura)
Het natuurpark Parque Nacional de Monfragüe in Cáceres is een van de meest bosrijke delen van de regio Extremadura. In de zomermaanden kan het hier behoorlijk warm worden maar in de herfst en lente en gedurende de hele winter is het hier goed vertoeven. Het is de ideale plek om naar diverse soorten vogels te kijken terwijl men geniet van de prachtige bosrijke natuur.

Ook is er veel leven te vinden in de rivier Tajo waardoor het een ideale gebied wordt voor wandelaars over routes die goed zijn aangegeven met borden en tekst en uitleg. Een van de mooiste wandelingen is die van Villareal de San Carlos naar Castillo de Monfragüe. Meer informatie is hier te vinden en de website is in het Spaans, Catalaans, Galego, Euskara, Valenciaans, Engels en Frans.

Wandeling 6:
Sierra de Cazorla, Segura en Las Villas (Andalusië)
De deelstaat Andalusië is de grootse van heel Spanje en er is veel natuur en cultuur te vinden. Enkele van de meest bezochte natuurparken zijn die van de Sierra de Cazorla, Segura en Las Villas gelegen in de provincie Jaén.

Foto: Sierra de Cazorla, Segura en Las Villas

Ncs10

Het is een spectaculair natuurgebied met prachtige wandelingen voor de ervaren alsook de beginnende wandelaar. Men kan hier genieten van de bergen, de bossen, de natuur en waterpartijen. Enkele van de meest aangeraden wandelroutes zijn de Caudaloso Rio Borosa, Nacimientos del Guadalquivir en de Salto de agua de Chorro Gil. Meer informatie is hier te vinden en de website is in het Spaans en het Engels.

Wandeling 7:
Aigüestortes i Estany de Sant Maurici (Catalonië)
Een prachtig natuurgebied met een zeer moeilijk uit te spreken naam. Het Parque Nacional de Aigüestortes i Estany de Sant Maurici bevindt zich ten noorden van de provincie Lleida in de deelstaat Catalonië en ligt in de magische Pyreneeën. Dit natuurgebied is werkelijk waar een paradijs voor wandelaars en liefhebbers van de natuur. Er zijn meer dan 200 meertjes te vinden waarvan de Colomers in de Vall d’Aran wellicht wel de bekendste is. Meer informatie is hier te vinden en de site is eentalig Spaans.

Wandeling 8:
Teide (Tenerife, Canarische Eilanden)
Wie heeft er niet van gehoord, de hoogste berg van Spanje, de Teide. Gelegen op het Canarische Eiland Tenerife is het natuurpark Parque Nacional del Teide een aanrader, zowel in de zomer alsook in de winter. Volgens kenners is het een van de meest interessante geologische landschappen ter wereld en zeg nou zelf, wat is er nu interessanter dan wandelen over vulkaanresten. Er zijn tientallen wandelroutes te vinden die mooi zijn uitgezet met duidelijke bewegwijzeringen. Wil je het bezoek aan de Teide nog interessanter maken, verblijf dan eens in de Parador, het luxe Spaanse staatshotel gelegen in het natuurpark. Meer informatie is hier te vinden, de website is eentalig Nederlands.

Wandeling 9:
De route van de Tres Templos (Baskenland)
De route van de drie tempels (Ruta de los Tres Templos) volgt de voetstappen van San Ignacio en verbindt het gebedshuis/kapel Santuario de Loyola in Azpeitia met de Ermita de La Antigua in Zumarraga en de Santuario de Arantzazu. Allen zijn gelegen in het natuurpark Parque Natural Aizkorri-Aratz waarvan bij de 45 kilometer-route aangeraden wordt deze in drie dagen te lopen. Op deze manier leer je echt de natuur, omgeving en variëteit kennen van dit prachtige gebied. Meer informatie is hier te vinden en de site is in het Spaans.

Wandeling 10:
Sendero a Irati en Muskilda (Navarra)
Deze zeven kilometer lange wandelroute loopt van de kerk Ochgavia naar de kapel Nuestra Señora de Muskilda. De wandelroute loopt door een van de mooiste bossen van Spanje waar ook weer tientallen andere wandelroutes de wandelaar verleidt tot meer ontdekkingen. Meer informatie is hier te vinden en de website is in het Spaans, Euskara, Engels en Frans.

Wandeling 11:
Ruta de las caras (Castilla la Mancha)
Gelegen in de plaats Buendia in Cuenca bevindt zich deze wandelroute, de Ruta de las Caras door een bos van pijnbomen en grillige rotsformaties. Op 18 van deze rotsen hebben kunstenaars afbeeldingen van hoofden gemaakt, vandaar ook de naam de route van de gezichten (caras). Er zijn moeilijke en makkelijke wandelroutes waardoor deze ook te lopen zijn met kinderen. Meer informatie is hier te vinden en de website is eentalig Spaans.

Uiteraard zijn er nog veel meer mooie wandelroutes in het enorme land Spanje te vinden maar deze 11 worden aangeraden door diverse Spaanse reismagazines.

De 17 mooiste pleinen van Spanje

Pleinen zijn plaatsen die het leven van een stad vorm geven en waar de echte geschiedenis van de stad beschreven wordt. We vinden er allerhande architectonische stijlen uit alle tijdperiodes en er staan de meest karakteristieke beelden en gebouwen van de stad.

Om een aantal van de mooiste pleinen van Spanje te bekijken neemt men zijn wagen en men gaat op pad. Hierna staat een selectie van de volgens Skyscanner 17 mooiste pleinen van Spanje.

1. Plaza Mayor, Salamanca, Castilla y León

De Plaza Mayor van Salamanca is een uitzonderlijk mooi plein en veel historici beschouwen dit dan ook als van de mooiste in gans Spanje. Het plein werd ontworpen door Alberto de Churriguera. De eerste steen werd gelegd op 10 mei 1729 en de werken werden beëindigd in 1755.

Foto: Plaza Mayor van Salamanca

muffinn

Het plein kenmerkt zich door een bijna perfecte symmetrie want private gebouwen verschilden enkel van de officiële gebouwen door hun wapenschild op de eerste verdieping. Aan de noordzijde vinden we het stadhuis (Ayuntamiento) en in het zuiden staat het Koninklijk Paviljoen (Pabellón Real). Het is vooral aan te raden dat men ’s avonds het plein bezoekt, de verlichting van het plein op de muren geeft een speciale atmosfeer.

2. Plaza España, Sevilla, Andalucía

Dit juweel van regionale architectuur, de Andalusische maniëristische neo – renaissance, werd ontworpen door Aníbal González. Het is een halfrond plein met een diameter van 200 m. Er loopt een gracht door het plein waarover bruggetjes zijn gebouwd met prachtige tegelversieringen. Het gebouw rond het plein bestaat uit een lange galerij met bakstenen bogen en geflankeerd door twee hoektorens. Op de tegeltableaus (azulejos) zijn belangrijke gebeurtenissen afgebeeld uit de geschiedenis van de Spaanse provincies.

3. Plaza Mayor, Trujillo, Cáceres, Extremadura

Hier beleef je de sensatie om op een plaats te staan waarop de tijd geen vat heeft want dat is de impressie die men krijgt op de Plaza Mayor de Trujillo. Door de jaren heen is hier een unieke sfeer gecreëerd. Op de eerste plaats is hier het majestueuze ruiterstandbeeld van Francisco Pizarro maar daarachter staat de mooie Kerk van de Heilige Maria (Iglesia de Santa María).

Het geheel is pas compleet met de Kerk van de Heilige Martinus van Tours (Iglesia de San Martín de Tours), het Paleis van de Markies van de Verovering (Palacio de la Conquista) en het Huis van de Kettingen (Casa de las Cadenas). Als dit allemaal nog niet genoeg is dan kan je hier genieten van de lokale gastronomie zoals everzwijn met chocolade.

4. Plaza Mayor, Madrid

Dit plein werd ten tijde van Filips III ontworpen door Juan Gómez de Mora in de zeventiende eeuw. Aan de noordkant vinden we het Huis van de Bakker (Casa de la Panadería,) waarvan de schilderingen de mythologische figuren uit de geschiedenis van Madrid tonen. Vroeger deed dit plein dienst als theater voor allerhande manifestaties zoals ophangingen, schandpaal, jaarmarkten enz. Hier werden ook Filips V, Ferdinand VI en Karel IV tot koning gekroond.

5. Plaza de la Catedral, Oviedo, Asturië

Als men het plein oploopt ziet men de statige kathedraal aan de overkant direct liggen. In de veertiende eeuw begon men met de werken aan de kathedraal en het einde van de werken kwam er in de zestiende eeuw. De kathedraal heeft een toren van 60 meter met een opengewerkte spits. Een belangrijk onderdeel van de kathedraal is de “Cámara Santa” en hierin vinden we de kerkschat uit de achtste eeuw, een geschenk van Alfonso II. Het is het Engelenkruis. Een ander beroemd onderdeel van de kerkschat is “Het Kruis van de Overwinning”(“La Cruz de la Victoria”). De christelijke koning Pelayo had dit kruis bij zich toen hij de moren in Covadonga in 722 versloeg. Dit was het begin van de christelijke herovering van Spanje. Verder vinden we hier op het plein nog het Paleis van Valdearzana (Palacio de Valdecarzana).

6. Plaza del Obradoiro, Santiago de Compostela, Galicia

Door het grote aantal van bezienswaardigheden is dit plein nu een van de meest bezochte plaatsen in het monumentale centrum van de stad. Op de eerste plaats hebben we hier het Plaza del Obradoiro, een plein dat een beklopt overzicht geeft van de geschiedenis van de stad.

Foto: Plaza del Obradoiro, Santiago de Compostela

slideshow bob

Op de vier hoeken van het plein staan vier monumenten, zij zijn in een periode van zeven eeuwen gebouwd. Aan de oostzijde hebben we de gevel van de kathedraal die in barokstijl is gebouwd en renaissance aan de noordzijde met de platerescogevel van het Hostal de los Reyes Católicos. Neoklassiek aan de westzijde met het Pazo de Raxoi en aan de noordzijde hebben we de gotiek van het San Jerónimo college.

7. Plaza Mayor, Almagro, Ciudad Real, Castilla la Mancha

Hout, glas en steen zijn de drie meest gebruikte elementen op de Plaza Mayor in Almagro, een buitengewone plaats in Spanje. Aan de twee zijden vinden we zuilengalerijen met twee verdiepingen met groen geschilderde houten vensters. Verder is hier het corral de comedia, een ontroerend eenvoudig theater.

8. Plaza Nueva, Bilbao, PaísVasco

Het Plaza Nueva de Bilbao is een plein met neoklassieke zuilengangen en 64 arcaden uit de negentiende eeuw. De plein kreeg deze naam om het te onderscheiden van een ouder plein aan de andere zijde van de stad. Op zondag is hier een antiek en boekenmarkt. Voor de lekkerbekken onder ons zijn er tussen de kolommen tal van tavernes waar men de beste pinchos (spiesjes) kan eten.

9. Plaza de Nuestra Señora del Pilar, Zaragoza, Aragón

Hier vinden we een van de grootste autovrije pleinen van Europa waarop zich de belangrijkste punten van de stad zich bevinden. Zo vinden we hier de Basílica de Nuestra Señora del Pilar, de Catedral del Salvador de Zaragoza, het stadhuis (Ayuntamiento) en de Handelsbeurs (Lonja de Zaragoza).

Daarnaast zien we nog een andere, moderne, bezienswaardigheid uit 1991, de Bron van de Spaanse Wereld (Fuente de la Hispanidad). Zij heeft de vorm van Latijns-Amerika waarbij de waterval het noorden en het vijvertje het midden en het zuiden voorstellen.

10. Plaza del Rey, Barcelona, Catalonië

De Plaza del Rey bevat een een echte schat. Hier zijn een aantal belangrijke middeleeuwse gebouwen zichtbaar: het Palau Reial Major, Palau del Lloctinent, Capilla de Santa Ágata en het Casa Cadellás. Momenteel huisvest dit gebouw het Museo de Historia de Barcelona. Het Palau Reial Major was de residentie van de graven van Barcelona en later de koningen van Aragón. Het werd opgetrokken in de elfde en de twaalfde eeuw maar er kwamen meer en meer uitbreidingen zodat het in de veertiende eeuw zijn huidige vorm kreeg.

11. Plaza de los Fueros, Tudela, Navarra

De Plaza de los Fueros is vandaag de dag een mooie scheiding tussen het nieuwe gedeelte van de stad en de oude stad. Oorspronkelijk was het barokke plein in de zeventiende eeuw ontworpen om er stierengevechten te laten doorgaan maar tegenwoordig is het de plaats waar de belangrijkste gebeurtenissen van de stad doorgaan.

12. Plaza Mayor, Pedraza, Segovia, Castilla y León

De Plaza Mayor van Pedraza is een van die afgelegen plaatsen voor de liefhebbers van de eenzaamheid en de plaatsen die door de eeuwen heen onveranderd zijn gebleven.

Foto: Plaza Mayor, Pedraza, Segovia van
Jose Luis Filpo Cabana

Het plein is aangelegd in de middeleeuwen en het verrast door de soberheid van de houten gebouwen die typisch zijn voor de Castiliaanse gebouwen. We vinden hier nog de romaanse klokkentoren van de Iglesia de San Juan. Vanaf hier vertrekt een wandelweg naar het zestiende eeuwse kasteel waar men een kleine verzameling werken van de beroemdste inwoners kan vinden, de schilder Ignacio Zuloaga.

13. Plaza de la Corredera, Córdoba, Andalucía

De Plaza de la Corredera verwelkomt u met zijn prachtige rechthoekige patio van 113 m lengte en het is begrensd door gebouwen met drie verdiepingen. Dit plein doet eerder denken aan de Castiliaanse pleinen en het is daardoor uniek voor Andalusië. Gebouwd in de zeventiende eeuw was het een ontmoetingsplaats en het decor voor ketterverbrandingen, fiestas, executies, markten, religieuze vieringen en tot in de negentiende eeuw ook stierengevechten. Momenteel is het voor zijn schoonheid en zijn gezellige terrasjes een van de drukst bezochte plaatsen van Córdoba.

14. Plaza Alta, Badajoz, Extremadura

Op deze plaats vinden we een mengeling van alle stijlen die de geschiedenis heeft achtergelaten. Zijn gebouwen met bogen in mudéjar stijl waar steen en baksteen mekaar onafgebroken afwisselen maken dit tot een unieke plek. Er wordt aangenomen dat de Plaza Alta werd opgeworpen op de huizen van de toenmalige islamitische stad tegen de muur van van het Alcazaba (citadel).

15. Plaza mayor, Sigüenza, Guadalajara, Castilla la Mancha

In deze prachtige enclave van Sigüenza zijn de kathedraal en het stadhuis met mekaar verbonden door een zestiende eeuwse bogengang die vroeger de woning was van de kanunniken. De Plaza Mayor van Sigüenza stamt uit de vijftiende eeuw en werd gemaakt voor rekening van Kardinaal Mendoza en het plein werd al snel het centrum van de stad.

16. Plaza Mayor, Aínsa, Huesca, Aragón

Bij het bereiken van Aínsa kan je zien hoe de middeleeuwen terug tot leven komen. Op de Plaza Mayor, gedateerd tussen de twaalfde en de dertiende eeuw vinden we de perfect geconserveerde kerk die het plein domineert.

Foto: Plaza Mayor de Aínsa van
Jose Luis Filpo Cabana

In deze kerk, Iglesia de Santa Maria, bevinden zich een onlangs gerestaureerde crypte en een kleine asymmetrische kloostergang uit de derde en de veertiende eeuw.

17. Plaza Mayor, Vic, Cataluña

Dit grote plein met zijn zuilengalerijen is het centrum van de stad. Ondanks dat de huizen allemaal verschillend zijn, vinden we hier modernistisch, gotiek en barok woningen, maar biedt het geheel een harmonieuze aanblik.

Het Stadhuis (Ayuntamiento) is gotisch, Casa Comella, heeft modernistische motieven gebaseerd op de seizoenen van het jaar evenals Casa Costa en het Casa Cortina die ook modernistische lijnen hebben. Men bezoekt het plein het best op zaterdag want dan gaat de beroemde eeuwenoude markt door die begon in de negende eeuw.

Zeeschildpadden aan de Spaanse kusten

Een van de veel voorkomende dieren in de Spaanse wateren zijn zeeschildpadden en er leven hier een drietal soorten. Zowel in de Middellandse Zee als in de Atlantische Oceaan kan men ze aan de Spaanse kusten vinden.

  1. Onechte karetschildpad
  2. Soepschildpad
  3. Karetschildpad

1.Onechte karetschildpad

De onechte karetschildpad] (Caretta caretta) is een grote schildpaddensoort uit de familie zeeschildpadden (Cheloniidae). Het is de enige soort uit het geslacht Carretta. Deze soort heeft vele andere benamingen waaronder valse karetschildpad, Kawama (plaatselijke naam), Loggerhead Turtle, dikkopschildpad of Middellandse zeeschildpad.

Foto: onechte karetschildpad

Uiterlijke kenmerken

Het schild wordt ongeveer een meter lang, en het dier kan dan bijna 150 kilogram wegen maar er zijn nog veel grotere exemplaren aangetroffen en die gingen tot wel 500 kilo. De onechte karetschildpad lijkt op de soepschildpad, maar heeft een dikkere kop en het schild en de poten zijn bruin tot oranje en de nettekening op de kop ontbreekt meestal. Ook het schild van de soepschildpad loopt veel schuiner af en is gladder aan de bovenzijde.

Verspreiding

Deze soort houdt niet van warme wateren en komt voor in de Grote Oceaan, Indische Oceaan, Middellandse Zee en de Atlantische Oceaan.

De eerste meldingen van het aanspoelen van een onechte karetschildpad dateren uit 1707. In 1903 spoelden twee exemplaren aan op de oever van de Schelde in Antwerpen. Een exemplaar werd opengesneden voor de eieren, het andere werd overgebracht naar de dierentuin van Brussel.

Midden juli 2016 heeft een onechte karetschildpad 141 eieren gelegd op het strand La Pineda naast Salou aan de Costa Dorada. De legplaats is dan continu bewaakt gebleven totdat de eieren uitkwamen.

Leefwijze

Het voedsel bestaat uit slakken, kreeftachtigen, vissen en ook wel planten uit de zeebodem. De habitat bestaat uit wat ondiepere delen van de zee, meestal bij koraalriffen. De schildpad dient op het land met ontzag benaderd te worden; een beet kan ernstige verwondingen veroorzaken, hoewel hij onder water niet snel bijt.

Voortplanting

De schildpad begraaft de eitjes op zandstranden op diverse plaatsen op de wereld, onder andere op Zakynthos, een Grieks eiland, waar het afzetten van de eitjes van de dieren toeristen aantrekt. De eilandbewoners verdienen hier geld mee. Doordat de meeste bootjes gemotoriseerd zijn, kunnen de dieren verstoord raken door het geluid. Ook leggen de schildpadden eitjes op Lampedusa, een Italiaans eiland, op het konijnenstrand. Onder andere hierom staat dit strand ook op de Unesco Werelderfgoedlijst.

De onechte karetschildpad kan in één broedseizoen op meerdere plaatsen, die kilometers uiteen kunnen liggen, eieren leggen.

2. Soepschildpad

De soepschildpad (Chelonia mydas) is van de zeven soorten zeeschildpadden de grootste soort en heeft tevens het grootste verspreidingsgebied.

Foto: soepschildpad

Wouter Hagens

De soepschildpad heeft een schildlengte van bijna een meter en is van andere soorten te onderscheiden door de verschillen in de schubben op de kop en de structuur van de hoornplaten op het rugschild. Jonge soepschildpadden leven voornamelijk van dierlijk materiaal maar volwassen exemplaren zijn meer vegetarisch; vooral zeegras (Zostera) en verschillende algen worden gegeten.

De schildpad dankt zijn naam aan het feit dat het dier voor consumptie wordt gevangen wat met name in het verleden op grote schaal heeft plaatsgevonden. Tegenwoordig is de schildpad vrij zeldzaam en wordt door internationale verdragen beschermd. Menselijke activiteiten zoals het illegaal rapen van de eieren en het onbedoeld doden van de schildpad als bijvangst in de visserij drukken tegenwoordig nog steeds zwaar op de populaties.

Verspreiding en habitat

De soepschildpad heeft van alle zeeschildpadden de grootste verspreiding; de soort zet de eieren af in 80 landen en komt voor in de kustwateren van 140 landen. Over het algemeen is de soepschildpad te vinden in gebieden waar de temperatuur niet onder de 20° Celsius komt, maar ook in meer gematigde streken worden exemplaren aangetroffen.

De soepschildpad komt voor in de Atlantische Oceaan, de Grote Oceaan, de Indische Oceaan, de Middellandse Zee en Zwarte Zee. In de Noordzee komt de schildpad alleen in het zuidelijke deel voor maar afgedwaalde exemplaren worden soms gezien voor de Nederlandse kust.

Habitat

De soepschildpad leeft in ondiepe wateren langs de kust waar genoeg zonlicht doordringt om plantengroei mogelijk te maken waar de schildpad van leeft. Geschikte leefplaatsen zijn baaien, rotskusten en kusten van vulkanische eilanden. De juvenielen leven op open zee, waar ze gevonden worden in drijvende plantenmassa’s. Het is niet precies bekend hoe oud ze zijn als ze – na een lange migratie – van habitat veranderen en net als de volwassen dieren ondiepere wateren opzoeken.

Uiterlijke kenmerken

Het schild van de soepschildpad kan een lengte bereiken van 90 tot 100 centimeter, het gewicht van dergelijke exemplaren bedraagt meestal niet meer dan 160 kilo. Het grootst bekende exemplaar werd met een schildlengte van 153 centimeter aanzienlijk langer maar is een zeldzame uitschieter.

Het schild is laag en breed en enigszins hart-vormig, het schild wordt langwerpiger van vorm bij oudere dieren. Het schild heeft een duidelijke lengtekiel op het midden, getande of gezaagde hoornplaten ontbreken. Jonge dieren hebben een bulterig schild, dit trekt bij naarmate het dier ouder wordt en heel oude exemplaren hebben een vrijwel glad schildoppervlak. De kleur van het schild is variabel maar meestal bruin tot groen of met lichtere, straalsgewijze tot golvende strepen die geel, wit of rood kunnen zijn. Begroeiing door algen en andere organismen kan de werkelijke kleur vervangen. Het buikschild is wit tot witgeel van kleur. Pasgeboren juvenielen zijn glanzend zwart aan de bovenzijde en helder wit aan de onderzijde.

Het rugschild is voorzien van stevige hoornplaten. Het aantal en de positie van de hoornplaten verschilt per soort en hieraan kunnen de verschillende zeeschildpadden worden onderscheiden. De soepschildpad heeft net als de karetschildpad en de platrugzeeschildpad altijd 5 vertebrale schilden op het midden van het schild met aan weerszijden 4 costale (ook wel laterale) platen. De onechte karetschildpad heeft steeds 5 costale platen, net als de warana en Kemps schildpad ten slotte heeft 5 of meer costale platen.

De schubben op de kop zijn kenmerkend in vergelijking met andere zeeschildpadden. De soepschildpad heeft één paar schubben tussen de ogen, die de prefrontale schubben worden genoemd.

De ogen zijn relatief groot en hebben een ronde pupil. Ze kunnen volledig worden gesloten door de beweegbare onderste en bovenste oogleden die geelachtig van kleur zijn. De lens is aangepast op het zien onder water. De soepschildpad heeft net als alle zeeschildpadden zoutklieren. Dit zijn gespecialiseerde en sterk aangepaste traanklieren die het bij het voedsel ingeslikte zout uitscheiden.

De soepschildpad heeft als een van de weinige zeeschildpadden geen uitstekende, snavelachtige punt aan het einde van de bek. De onder- en bovenzijde van de bek sluiten goed op elkaar aan. De rand van de bek is tandachtig gezaagd, wat een aanpassing is op het eten van planten.

Mannetjes zijn van de vrouwtjes te onderscheiden aan hun grootte; mannetjes worden gemiddeld langer en hebben een relatief smaller rugschild. Het schild loopt bij de mannetjes taps toe aan de achterzijde in vergelijking met de vrouwtjes. De staart is bij vrouwtjes relatief kort en komt niet ver voorbij de rand van het rugschild, de staart van de mannetjes is veel langer en beweeglijk in zijwaartse positie. Aan het einde van de staart is een verhoornd, nagelachtig uitsteeksel aanwezig dat bij de vrouwtjes ontbreekt en gebruikt wordt om het vrouwtje tijdens de paring vast te houden. Ten slotte hebben de mannetjes een groter en naar achter gekromd klauwrestant aan de voorpoot, wat eveneens dient om het vrouwtje beter te ankeren tijdens de paring.

Levenswijze

De soepschildpad is overdag actief maar tijdens het zwemmen moet de schildpad vlak onder het wateroppervlak blijven omdat iedere paar minuten adem gehaald moet worden. Als de schildpad rust gebeurt dit vaak onder water zoals in rotsspleten en in grote holen. Soms wordt ’s nachts het land wel betreden om te slapen. De soepschildpad kan de adem ongeveer 2,5 uur inhouden om te slapen. De soepschildpad is actief bij een watertemperatuur tot 8 graden Celsius. Bij een lagere temperatuur wordt de schildpad inactief en drijft tegen het wateroppervlak.

De soepschildpad is de enige zeeschildpad waarvan bekend is dat wel eens een zonnebad wordt genomen, de schildpad hijst zich overdag op het strand om te zonnen. Bij andere in zee levende soorten is dit gedrag niet waargenomen en komen voor zover bekend alleen de vrouwtjes om de twee tot vier jaar aan land en alleen om de eieren af te zetten wat meestal ’s nachts gebeurt.

De schildpad is een goede zwemmer die grote afstanden aflegt. Dit gebeurt met name in de voortplantingstijd als de dieren van hun foerageergebieden naar de afzetplaatsen van de eieren trekken. Meestal trekken de dieren langs de kust van het foerageergebied naar het voortplantingsgebied maar er zijn waarnemingen bekend van exemplaren die de oceaan overstaken. De grootst waargenomen afgelegde afstand in een jaar van een soepschildpad bedroeg bijna 4000 kilometer.

De gemiddelde kruissnelheid van de soepschildpad is waarschijnlijk zo’n 6 kilometer per uur, maar in nood kan een snelheid worden bereikt van 35 kilometer per uur. Alleen de lederschildpad is in staat dergelijke snelheden te bereiken.

Voedsel

De soepschildpad is een omnivoor waarbij de juvenielen een ander dieet hebben dan de volwassen dieren. Juvenielen leven op open zee waar ze jacht maken op kleine zwemmende diertjes als kwallen, kreeftachtigen en andere organismen die tot het nekton behoren. Naarmate ze ouder worden gaan ze echter steeds meer plantaardig materiaal eten en bij een schildlengte van ongeveer 20 centimeter schakelen ze vrijwel volledig over op plantaardig voedsel. Een kleine fractie van het menu bestaat uit dierlijk materiaal zoals kreeftachtigen, schijfkwallen en ribkwallen. De schildpad krijgt deze diertjes waarschijnlijk binnen als ‘bijvangst’ omdat ze toevallig in de buurt zijn als de soepschildpad eet.

De soepschildpad is een grazer die de plantendelen met de bek afscheurt. De randen van de bek zijn voorzien van kleine, gezaagde uitsteeksels wat een aanpassing is op het overwegend plantaardige voedsel. Één van de belangrijkste waardplanten is zeegras. Deze plant groeit na te zijn aangevreten snel aan door nieuwe scheuten te vormen wat voordelig is voor de schildpad omdat deze voedzamer zijn.

Vijanden

De soepschildpad heeft met name als embryo en juveniel te duchten van een breed scala aan vijanden, oudere exemplaren hebben een groter en harder schild en zijn daardoor minder gevoelig voor aanvallen van andere zeedieren. Volwassen exemplaren met een schildlengte van meer dan 70 centimeter hebben op grote haaien na helemaal geen vijanden meer en alleen oude en verzwakte exemplaren zijn kwetsbaar.

De juvenielen zijn de eerste paar jaar kwetsbaar omdat ze erg klein zijn en nog geen hard schild hebben. Ze worden gegeten door jonge haaien, verschillende tuimelaars, verschillende rovende vissen als gepen en makrelen en zeevogels als meeuwen, die de schildpadden oppikken uit het water als ze boven komen om te ademen. De soepschildpad kan zich niet actief verdedigen en duikt een tijdje onder bij een confrontatie met vijanden.

Bedreiging

De soepschildpad is een bedreigde diersoort die over het algemeen in aantal en verspreidingsgebied achteruitgaat. In sommige streken zijn de populaties groeiend of stabiel, in andere streken gaat de soort hard achteruit. De IUCN schat de achteruitgang van het aantal nestelende vrouwtjes over de laatste drie generaties op 48 tot 67%. Volgens recent onderzoek uit 2003 wordt geschat dat het totale aantal individuen de afgelopen 50 jaar met 90% is afgenomen.

Er zijn verschillende bedreigingen, zowel van natuurlijke als menselijke aard. Door de vele natuurlijke vijanden die het grootste deel van de eieren en de juvenielen opeten is het aantal schildpadden dat de volwassenheid bereikt door natuurlijke omstandigheden al klein. Door de menselijke invloed worden vooral de volwassen exemplaren gedood zodat het aantal eierleggende exemplaren kleiner wordt. Andere bedreigingen door de mens zijn de vervuiling van de neststranden en het leefgebied met olie, drijvend afval en achtergelaten visnetten waar de schildpad in verstrikt kan raken en vervolgens verdrinkt.

Soms komt een schildpad in de netten van vissers terecht maar hiertegen zijn wel maatregelen mogelijk zoals het gebruikmaken van zogenaamde turtle excluder devices (TED’s). Dit zijn netten met daarin een soort klep waar de schildpadden door kunnen ontsnappen. Omdat dit niet alleen de schildpadden redt maar ook voorkomt dat het volledig wordt verwoest door een schildpad in doodsstrijd, zijn TED’s ook voor de vissers commercieel interessant. Toch blijft de visserij de belangrijkste oorzaak van het onbedoeld doden van de volwassen schildpadden als bijvangst en vooral trawlers die op garnalen vissen.

Consumptie

De soepschildpad is commercieel interessant omdat er vraag is naar zowel het vlees, de eieren en de huid als het schild. Al vanaf de zeventiende eeuw wordt de soepschildpad op grote schaal gevangen en verwerkt in schildpadsoep. Niet alleen wordt het vlees als smakelijk ervaren, het eten van schildpadvlees of -eieren zouden volgens de traditie ook de potentie verhogen in onder andere delen van Azië. In vroeger tijden werd de schildpad op een dusdanig grote schaal gedood en verwerkt dat er zelfs een vleesverwerkende fabriek bestond in Florida die draaide op het verwerken van soepschildpadden. Het vlees van de soepschildpad is niet zo tranig als dat van andere soorten als de lederschildpad en bevat geen giftige naaldjes die uit prooidieren zijn onttrokken zoals het geval kan zijn bij de karetschildpad.

De eieren van de soepschildpad zijn – net als die van alle schildpadden – vloeibaar van binnen maar worden niet hard na het koken zoals bij vogeleieren. De eieren worden ontdaan van de rubberachtige schaal waarna de inhoud op smaak wordt gebracht met peper en zout en wat boter. In exotische landen wordt zowel het vlees als de eieren soms aangeboden als delicatesse.

De handel in zowel de volwassen schildpad als de eieren, die beide veel geld waard zijn in de illegale handel, heeft ertoe bijgedragen dat de soepschildpad veel minder algemeen is dan enkele decennia geleden.

Naamgeving en taxonomie

De Nederlandse naam soepschildpad slaat op het gebruik van het vlees voor consumptie door de mens. Ook de naam groene zeeschildpad slaat op het vlees dat een groene kleur heeft als gevolg van het eten van planten en algen. De wetenschappelijke naam Chelonia mydas betekent letterlijk natte schildpad; de geslachtsnaam Chelonia is afgeleid van het Griekse ‘Chelone’ dat schildpad betekent en de soortnaam mydas komt van het Griekse ‘mydos’ dat nat betekent.

3. Karetschildpad

De karetschildpad (Eretmochelys imbricata), ook wel echte karetschildpad genoemd, is een schildpad uit de familie zeeschildpadden (Cheloniidae).

Foto: karetschildpad

De karetschildpad heeft een gemiddelde schildlengte van ongeveer 90 centimeter. Hiermee is de schildpad een middelgrote soort in vergelijking met andere zeeschildpadden. De karetschildpad is te herkennen aan de overlappende hoornplaten op het rugschild, de tand-achtige uitsteeksels aan de achterzijde van het schild en de duidelijk gehaakte, papegaaiachtige bek. De schildpad komt rond de evenaar wereldwijd voor en is een typische bewoner van rotskusten en ondiepe wateren. De volwassen vrouwtjes komen alleen aan land om eieren af te zetten. Op het menu staan voornamelijk sponsdieren, maar ook andere zeedieren en zeeplanten worden gegeten.

De karetschildpad is het enige in zee levende reptiel dat grotendeels van sponsdieren leeft. Een legsel bestaat uit meer dan honderd eieren waarvan een deel overleeft en uitgroeit tot een volwassen schildpad. Slechts weinig juvenielen krijgen de kans om een volwassen schildpad te worden, door natuurlijk verval zoals parasieten, voedseltekorten en predatie en menselijke activiteiten zoals het vernietigen van neststranden en het rapen van de eieren. De karetschildpad is een zeldzame diersoort die steeds afhankelijker wordt van bescherming. De status van deze schildpad op de Rode Lijst van de IUCN is daarom kritiek (CR of critical). Dit betekent dat de schildpad met uitsterving bedreigd is.

Beschrijving

Het rugschild bereikt een lengte van gemiddeld 90 centimeter bij de eierleggende vrouwtjes. De meeste exemplaren blijven kleiner tot ongeveer 50 à 70 centimeter en zeldzame uitschieters kunnen een maximale schildlengte van 114 centimeter bereiken. Het gewicht van grote exemplaren bedraagt gemiddeld ongeveer 70 kilogram. Heel grote exemplaren kunnen echter zwaarder worden en het record staat op een gewicht van 127 kilogram.

De karetschildpad heeft enkele voor zeeschildpadden karakteristieke kenmerken; een breed en relatief plat schild, tot sterke flippers omgevormde voor- en achterpoten en een duidelijk snavel-achtige bek. Met name dit laatste kenmerk valt bij de karetschildpad op.

De karetschildpad is meestal eenvoudig van alle andere soorten in zee levende schildpadden te onderscheiden door de duidelijk dakpansgewijze hoornplaten van het rugschild die elkaar duidelijk overlappen. Vooral bij heel jonge exemplaren is dit goed te zien, maar bij heel oude exemplaren zijn de overlappende hoornplaten moeilijker te zien. Dit komt doordat de platen langzaam van elkaar af gaan staan naarmate de schildpad ouder wordt. Uiteindelijk komen ze naast elkaar te liggen, net als de hoornplaten van alle andere zeeschildpadden.

Het rugschild is aan weerszijden verbonden met het buikschild door de benen verbinding tussen de voor- en achterpoten. Deze zogenaamde brug loopt over de breedte van de vier inframarginale schilden van het buikschild. Deze zijn gelegen tussen de platen aan de rand (de marginale schilden) en de twee rijen buikschilden op het midden.

De kleur van het rugschild is donker groenachtig bruin, met een enigszins straalsgewijs en duidelijk gevlamd patroon van donkere tot rode en gele tot zwarte vlekken. Het rugschild van juveniele dieren is enigszins hartvormig, maar bij oudere dieren trekt dit bij, ze krijgen een meer ovaal en langwerpig schild waarbij de randen meer parallel gaan lopen. Het buikschild is evenals de keel en onderzijde van de kop geel van kleur en ongevlekt, alleen bij de juvenielen komen soms donkere vlekken voor op de buik.

De bovenzijde van de nek is donkergrijs van kleur en op de kop, poten en staart zijn donkere tot zwarte schubben aanwezig. Deze zijn duidelijk te onderscheiden door de lichtere tot gele huid tussen de schubben waardoor een nettekening ontstaat. Aan de voorzijde van de kop zijn tussen de ogen twee paar prefrontale schubben aanwezig en een frontale schub op het midden van de kop met aan weerszijden een supraoculaire schub, gelegen boven het oog. Achter het oog zijn drie tot vier postorbitale schubben aanwezig. Aan de schubben op de kop is de karetschildpad gemakkelijk van enkele andere soorten zeeschildpadden te onderscheiden.

De voorpoten zijn aanmerkelijk groter en langer dan de achterpoten. De voorpoten worden gebruikt voor de voortstuwing, de achterpoten dienen om te sturen. Aan de voorpoten zijn nog resten te zien van de klauwen; twee hoornachtige uitsteeksels verraden de landbewonende levenswijze van hun voorouders. Het duidelijkst zichtbaar is het kegelvormig uitsteeksel op twee derde van de voorpoot gezien vanaf het lichaam, het andere is bij het uiteinde gepositioneerd.

De mannetjes zijn van de vrouwtjes te onderscheiden doordat ze iets kleiner blijven maar een dikkere en langere staart hebben. Mannetjes hebben daarnaast langere en grotere voorpoten die sterker gekromd zijn in vergelijking met die van de vrouwtjes. Ze hebben ook een meer heldere tekening op het schild en het buikschild van mannetjes is enigszins hol wat bij schildpadden dient om beter op een vrouwtje te klimmen tijdens de paring.

Verspreiding en habitat

De karetschildpad komt voor in de Atlantische, Grote en Indische Oceaan en in de Middellandse Zee, de Rode Zee en de Zwarte Zee. De mondiale verspreiding ligt grofweg tussen 30 graden noorderbreedte en 30 graden zuiderbreedte maar wijkt soms sterk af. Over het algemeen wordt aangenomen dat de schildpad wereldwijd voorkomt, vooral in tropische zeeën en grofweg ontbreekt in noordelijk Noord-Amerika, zuidelijk Zuid-Amerika, noordelijk Europa en noordelijk Azië.

Habitat

De karetschildpad vermijdt eenmaal volwassen de open zee en leeft vooral langs de kusten van tropische gebieden met een harde ondergrond. Dit heeft te maken met het voedsel, dat voornamelijk bestaat uit sponsdieren en daarnaast andere dieren en planten die alleen te vinden zijn in koraalriffen. De typische foerageergebieden van de volwassen exemplaren zijn rijk aan bruinwieren.

Naast koraalriffen zijn ook andere kuststreken met een rotsige bodem geschikt, evenals lagunen van oceanische eilanden en smalle doorgangen. Ook in mangroven met een modderbodem en die weinig tot geen vegetatie bevatten wordt de schildpad gevonden. De karetschildpad houdt zich vrijwel altijd op in ondiepe wateren die niet dieper zijn dan 20 meter en wordt slechts zelden op open zee aangetroffen.

De juvenielen hebben een totaal andere leefomgeving dan de volwassen schildpadden. Ze leven op open zee maar omdat ze nog niet kunnen duiken houden ze zich op in drijvende vegetatie, zoals zeewier. Ook in drijvende afvalhopen zijn ze wel aangetroffen. Pas vanaf een schildlengte van ongeveer 20 centimeter keren ze terug naar de kust. Ze verstoppen zich veel onder overhangende rotsblokken en dergelijke.

Voedsel

Het voedsel van de karetschildpad verschilt per levensstadium en zelfs de geografische locatie is van invloed. Van jonge exemplaren die nog niet kunnen duiken wordt vermoed dat ze voornamelijk planten eten en later overschakelen op meer dierlijk materiaal.

De volwassen karetschildpad is een alleseter die echter voornamelijk leeft van sponsdieren. Het dieet is afhankelijk van de geografische locatie. Sponsdieren vormen het grootste deel van het menu maar dit geldt voornamelijk in de Caraïben. In andere werelddelen zoals rond Australië worden ook andere prooien gegeten. Voorbeelden zijn inktvissen, kreeftachtigen, slakken, tweekleppigen, wormen, zeeanemonen en vissen. Ook plantaardig materiaal wordt opgenomen zoals algen, zeegrassen en verschillende delen van landplanten, zoals schors, bladeren en fruit.

De karetschildpad is een van de weinige dieren die van sponsdieren leeft omdat dergelijke prooien een lage voedingswaarde hebben. De meeste sponsdieren zijn daarnaast oneetbaar door het uit vele kleine, naaldachtige structuren bestaande kalkskelet. Deze naaldjes hebben een verwoestende uitwerking op het maag-darmkanaal van veel dieren. Sommige soorten sponsdieren zijn zeer giftig voor andere dieren omdat de naaldjes sterke toxines bevatten. De karetschildpad echter eet ook deze soorten en lijkt weinig last te hebben van de skeletten al is het onbekend hoe dit komt.

Vijanden

De belangrijkste vijand van de karetschildpad is de mens, die op de schildpad jaagt om het schild te kunnen verwerken, de habitat vervuilt en de neststranden aantast.

De karetschildpad wordt vooral als juveniel en embryo door van alles gegeten. De eieren worden door verschillende dieren opgegraven, van geleedpotigen als mieren tot rovende zoogdieren als mangoesten, honden en ratten en tenslotte sommige vogels. De vijanden van de schildpadeieren hangen enigszins af van de geografische locatie; in Australië worden ze vooral opgegraven door varanen en dingo’s, in Noord-Amerika zijn nestplunderaars vooral wasberen en spookkrabben.

Het grootste deel van de net uit het ei gekropen jonge schildpadden wordt binnen korte tijd opgegeten door onder andere vissen, verschillende vogels, krabben, inktvissen en haaien. Volgens schattingen groeit minder dan 1 op de 1.000 eieren uiteindelijk uit tot een volwassen schildpad.

Een eenmaal volwassen exemplaar wordt vanwege het grote en stevige schild alleen nog gegeten door grote haaien zoals requiemhaaien (tijgerhaai), sommige grote zeevissen zoals tandbaarzen en de zeekrokodil.

Voortplanting

De karetschildpad zoekt in de voortplantingstijd ondiepe wateren op waarin de paring plaatsvindt. Van de karetschildpad is bekend dat ze soms hybridiseren met andere zeeschildpadden, vooral in gebieden waar de aantallen laag zijn.

Gedurende het seizoen zet het vrouwtje zo’n 4 tot 5 keer eieren af op het strand, een vrouwtje neemt echter niet ieder jaar deel aan de voortplanting maar om de twee tot vier jaar. De vrouwtjes zetten de eitjes ook bij elkaar in de buurt af zoals andere zeeschildpadden maar maken een individueel nest. Het nest wordt altijd ’s nachts gegraven en net als andere zeeschildpadden keert het vrouwtje vaak terug naar het gebied waar ze zelf geboren is. Het zand waarin de eitjes begraven worden mag niet te droog of te nat zijn, het nest moet niet te diep gegraven worden maar zeker niet te ondiep en de ideale ontwikkelingstemperatuur van de eieren is tussen de 25 en 33° Celsius.

De eieren komen na 8 tot 11 weken uit, de incubatietijd is afhankelijk van de temperatuur en duurt langer als de temperatuur lager is. De juvenielen hebben een schildlengte van ongeveer 4 centimeter en wegen minder dan 20 gram. Ze kruipen altijd ’s nachts uit het ei en gaan af op het licht van de hemel dat in de zee wordt gereflecteerd. Ze kunnen gemakkelijk worden misleid door stadsverlichting en dergelijke zodat ze de verkeerde kant op kruipen en geen schijn van kans maken. Door deze lichtvervuiling komen de schildpadjes op verkeerswegen terecht waar ze worden plat gereden of ze sterven aan uitdroging door de hitte overdag.

Exemplaren die het wel redden en in de zee terechtkomen, leiden door hun kwetsbaarheid een teruggetrokken bestaan. Ze verblijven de eerste jaren op open zee en mijden de kust maar het is niet precies bekend hoe lang. De jonge schildpadjes kunnen niet duiken en worden vaak aangetroffen in drijvende plantenmassa’s in de zee. Pas bij een schildlengte van ongeveer 20 centimeter keren ze naar de koraalriffen langs de kust, maar omdat niet iedere schildpad even snel groeit en de groeisnelheid per locatie kan verschillen, is niet bekend hou oud ze dan gemiddeld zijn. De karetschildpad doet er net als andere schildpadden zeer lang over om geslachtsrijp te worden en dat maakt de soort kwetsbaar. Waarschijnlijk duurt het 20 tot 40 jaar voordat de schildpad volwassen is en zich voort kan planten. Ook over de leeftijd waarop de schildpad volwassen wordt, is niet bekend.

Het Spaans klimaat

  1. Inleiding
  2. Het noorden met de Atlantische kust
  3. Mediterraan klimaat
  4. Het binnenland
  5. Bergen
  6. Zee temperatuur
  7. Beste periode

1.Inleiding

In Spanje zijn er in het algemeen gesproken vijf klimaatsoorten:
– het klimaat aan de Atlantische kust: koel, vochtig en regenachtig
– het klimaat van het centraal plateau: vrij dor en gematigd continentaal met relatief koude winters en het zomers
– het Mediterrane klimaat van de zuidelijke en oostelijke kustregio’s: zacht en zonnig
– het bergachtig klimaat van de Pyreneeën en de Sierras: koud afhankelijk van de hoogte
– het bijna Afrikaans klimaat in Andalusië: zacht in de winter maar zeer heet in de zomer.

Daarom kunnen we wel zeggen dat Spanje niet altijd warm en zonnig is zoals de meeste mensen denken.

2. Het noorden

De Atlantische kust

In het noorden, langs de Atlantische kust is de winter zacht en nat, regen is veel voorkomend en zonneschijn is in die periode een zeldzaam verschijnsel. De kusten van Galicia en Asturias, die meer zijn blootgesteld aan de westelijke winden, zijn winderig maar die winden gaan dikwijls tot in Cantabria en het Baskenland. In Galicia is de regenval overvloedig en vooral dan van oktober tot april.

In deze regio zijn de zomers koel en ook regenachtig. Zelfs in juli en augustus is de lucht dikwijls bedekt met wolken, de zee is niet warm en men bereikt nauwelijks 21° in augustus.

Hierna staan de gemiddelde temperaturen in Santander, in Cantabria. Maar in deze noordelijke regio valt de regen overvloedig neer, zelfs in de zomer. In Santander valt er meer dan 1,100 mm regen per jaar.

Uitleg: lluvia is regen

Op de noordelijke kust van de Atlantische Oceaan schijnt de zon niet dikwijls, ook niet in de zomer.

3. Mediterraan klimaat

Aan de kust van de Middellandse Zee en de kleine Atlantische kust van de Golf van Cádiz is de winter zacht.

In tegenstelling met de noordelijke kust is regen er zeldzamer en zonneschijn is men er gewoon. Dit komt doordat de kusten van de Middellandse Zee in het oosten en het zuiden beschut zijn tegen de Atlantische weerfronten.

Langs de Middellandse Zee en op de Balearen is de zomer er heet en zonnig zoals het typisch is voor het Mediterraan klimaat. De lucht is er vochtig maar de zeebries tempert de hitte iet of wat tijdens de dag.

Barcelona

Hierna volgen de temperaturen van Barcelona, gelegen in het noordelijk deel van de Midditerane kust. De zomer in Barcelona is heet en zonnig, een beetje minder heet maar vochtiger dan in Madrid.

In Barcelona is de regenval niet overvloedig en inwoners wordt gevraagd om geen water te verspillen.

Aan de Costa Brava en in Barcelona is de gemiddelde temperatuur in januari 8/9 ° en hoe verder men in zuidelijke richting gaat wordt de temperatuur zachter om in Valencia de 10 ° te overschrijden.

Foto: temperatuur op Balearen (Mallorca, Menorca, Ibiza, Formentera)

Ten oosten van Valencia, liggen de Balearen (Mallorca, Menorca, Ibiza, Formentera) met een Mediterraan klimaat maar ze zijn ook winderig, Het meest oostelijke eiland, Menorca, is het winderigst door de koele wind die uit het zuiden van Frankrijk komt. Ibiza en Formentera, liggen zuidelijker zijn zachter en meer beschut. Maar op de vier eilanden is de zomer heet en zonnig.

Alicante

In het zuiden van de autonome regio Valencia, waar de kust gericht is naar het zuid-oosten is de jaarlijkse regenval onder de 400 mm.
Hierna staan de gemiddelde temperaturen van Alicante, aan de Costa Blanca.

Aan de Costa Blanca is neerslag een raargegeven. In Alicante valt er 285 mm regen per jaar.

Op de centrale en zuidelijke kusten van de Middellandse Zee schijnt de zon bijna altijd, zelfs in de zomer.

Meer naar het zuiden, het zuidelijk deel van de Costa de Murcia en de Costa de Almería die beschermd zijn door de Sierra Nevada, is het dor en de winters zijn er relatief droog en zonnig. Zo is het klimaat dat van een semi woestijn, dit klimaat is trouwens ook aanwezig in Los Monegros, tussen Zaragoza en Lleida, waar de zogenaamde “spaghetti Westerns” werden gefilmd.

Aan de kust van Andalusië is het klimaat Mediterraan, maar gaan we helemaal zuidelijk, aan Gibraltar en Tarifa, is het frisser en meer winderig in de zomer en regenachtiger in de winter.

In het zuid-westen van Spanje, aan de kust van de Atlantische Oceaan, vinden we de Costa de la Luz. Het klimaat is hier Mediterraan, met hete en zonnige zomers maar we voelen er wel de invloed van de oceaan. Daardoor is de hitte in de zomers niet zo zwoel als aan de Middellandse Zeekust. De temperatuur van de zee is, zelfs in de zomer koel.

5. Het binnenland

Meseta

Het binnenland van Spanje is grotendeels bezet door een plateau met de naam, Meseta. Dit heeft een gemiddelde hoogte van 700/800 meter en er zijn hier koude winters.

Madrid, de hoofdstad ligt in het centrum van het plateau op 650 meter hoogte en in januari zijn er s nachts vriestemperaturen terwijl de dagtemperaturen blijven hangen rond gemiddeld 10 °. Het gebeurt wel eens dat het hier sneeuwt.

Op het plateau zijn de temperaturen in de zomer heet met temperaturen boven de 30 ° maar dank zij die hoogte zijn de nachten verrassend fris en de vochtigheid is laag. In Madrid gaat de temperatuur tot boven de 40 °.

Op het plateau is er geen overvloedige neerslag omdat de grootste hoeveelheid regen van de oceaan komt en de regen valt vooral op de hellingen voor het plateau, De hoeveelheid regen in Madrid is gemiddeld 455 mm per jaar.

Andalusische vlakte

In het zuidelijke binnenland van Andalusië is de zomer zeer heet. Sevilla en Córdoba zijn bij de heetste steden in Europa en dit gebied is zoals een stuk Afrika in Europa. In de zomer gaan de temperaturen vlot tot de 38/40° terwijl er uitschieters zijn tot 45°.
Hierna staan de gemiddelde temperaturen van Sevilla.

In het zuidelijke binnenland is de lucht blauw en zelfs in de winter zijn er veel zonnige dagen.

In de zuidelijke steden die hoger liggen dan de vlakte zoals Granada op 700 meter hoogte wordt de hitte getemperd door de hoogte. De nachten zijn koel maar de dagen zijn gloeiend heet.

6. Bergen

In de bergachtige streken zijn de temperaturen progressief kouder en met meer sneeuw naargelang men hoger gaat. Daarbij komt nog dat de Pyreneeën in het noorden, bij een gelijke hoogte, kouder is dan op de Sierra Nevada. De laatstgenoemde is wel hoger (de Mulhacen is bijna 3.500 meter hoog), zodat je, zelfs al ligt hij in het zuidelijk landsdeel, er toch kan skiën. Het is zelfs mogelijk om op een dag te skiën en daarna op het nabijgelegen strand van Motril te gaan zonnen.

Er is de bergachtige keten die de Meseta kruist, Systema Central, die verdeeld is in enkele bergketens. Die het dichtst bij de hoofdstad komt is de Sierra de Guadarrama waarvan de hoogste piek de Peñalara (2,428 meter) is. Hier kan je in de winter ook skiën.

Hier is het landschap groen omdat er meer neerslag valt 1.240 mm per jaar, met een maximum tussen oktober en december van 160/180 mm per maand en een minimum in juli en augustus van 25 mm per maand.

Pyreneeën

Verder naar het oosten, in de noordelijke delen van Navarre, Aragon en Catalonië vinden we de bergketen, de Pyreneeën. De hoogste piek, Pico de Aneto is 3.404 meter hoog en we vinden hem in Aragon. Boven de 2.700 meter vinden we hier gletsjers.

In Abaurregaina valt er jaarlijks 1.050 mm regen of sneeuw met een minimum in augustus, 65 mm en een maximum in November, 180 mm. Er zijn gemiddeld 126 dagen met regenval en 26 dagen met sneeuwval van november tot april.

In het noorden vinden we een bergketen die parallel met de kust loopt, de cordillera Cantábrica, met zijn hoogste piek deTorre Cerredo met 2.648 meter.

7. Zee temperatuur

Aan de noord-westelijke kust is de zee altijd koel en bereikt amper een maximum van 19 ° in augustus in La Coruna.

Aan de noordelijke kust, Bilbao, is de zeetemperatuur ook zeer koel maar hier is er wel een verbetering in de zomer en gaan we naar 21 graden in augustus.

Aan de kust van de Middellandse Zee ( Barcelona, Balearen en Costa Blanca), is de temperatuur van het zeewater hoger en zij is hoog genoeg om van juli tot september te gaan zwemmen. In Barcelona is de temperatuur van het water in augustus 25 graden.

Aan de Costa del Sol (Málaga), is het zeewater niet zo warm als in de rest van de Middellandse Zee door de infiltratie van water uit de Atlantische Oceaan.

De zee, in dit kleine deel dat uitzicht heeft op de Atlantische Oceaan (Costa de la Luz) is het koeler. Hier bereikt de watertemperatuur slechts 21° in augustus en september alhoewel het weer tijdens de dag heet en zonnig is.

8. Beste periode

Voor een strandvakantie aan de noordelijke Atlantische Oceaan is de zomer koel en regenachtig. Daar komt nog bij dat de watertemperatuur, tijdens deze periode, van de oceaan fris is en daardoor is het strand van de Middellandse Zee te verkiezen, de beste maanden zijn juli en augustus.

Voor diegenen die steden willen bezoeken en excursies willen doen is de zomer een goed seizoen aan de Atlantische Oceaan. Hier is het koel en zacht in de zomer, zeer verschillend van de rest van Spanje. Hetzelfde kan gezegd worden als we naar de bergachtige gebieden kijken, hier is het zonnig maar niet te heet.

In de rest van Spanje is het in de zomer te heet en de hitte kan moeilijk te dragen zijn. Dit geldt vooral voor het binnenland in het zuiden (Sevilla, Córdoba), dat letterlijk in vuur en vlam staat.

In de winter kennen de zuidelijke kusten van de Middellandse Zee (Costa del Sol, Costa Blanca) zachte en zonnige temperaturen en zijn deze gebieden een aangename plaats om er te verblijven.

In het algemeen zijn de beste seizoenen om de zuidelijke en centrale delen van Spanje te bezoeken de lente en de herfst. In Madrid en Barcelona zijn de beste maanden om deze steden te bezoeken mei, juni en september maar in Barcelona kunnen in september de eerste herfstbuien opduiken. Sevilla kent een lange, hete zomer en de beste maanden om de stad te bezoeken zijn april, mei en oktober. Deze maanden kennen een temperatuur van rond de 25 °C.

Voor een skivakantie kan men naar de Pyreneeën gaan of men kan kiezen voor de bergachtige streek in het noorden van Madrid, de Sierra de Guadarrama, of men kan nog zuidelijke gaan naar de Sierra Nevada. Kiest men voor deze laatste optie dan moet men rekening houden dat men op grote hoogte zal kunnen skiën.

Kennis en technieken voor de bouw van droge of stapelmuren

  1. Algemeen
  2. Constructie
  3. Stapelmuren in Menorca
  4. Voordelen
  5. Stapelmuren in Sierra Mágina, Jaén
  6. Stapelmuren in de Sierra de Enguera, Valencia.

1.Algemeen

Droge steen, droge muur of stapelmuur zijn termen die verwijzen naar een bouwtechniek van traditionele en populaire oorsprong die wordt uitgevoerd met behulp van stenen maar zonder enige toevoeging van van mortel of een massa bestaande uit zand, kalk en water. Soms wordt droog zand gebruikt om de gaten in de muur op te vullen en daar komt de naam vandaan.

Foto: typische constructie met de droge steen methode
Motta

De stukjes steen (metselwerk), soms gesneden, passen gemakkelijk bij de constructie van terrassen, muren, dammen, herdershutten en andere bouwwerken in het algemeen zonder dat mortel nodig is om ze te verbinden, simpelweg vanwege de juiste opstelling, maximaal contact tussen de stukken en de zwaartekracht zelf.

UNESCO neemt deze bouwpraktijk op in 2018 op de representatieve lijst van immaterieel cultureel erfgoed van de mensheid, met de naam “Kennis en technieken van de kunst van het bouwen van droge stenen muren in Kroatië, Cyprus, Frankrijk, Griekenland, Italië, Slovenië, Spanje en Zwitserland.

De oorsprong van droge steenconstructies moet in de oudheid worden gezocht met twee uitgangspunten die parallel gaan met het verstrijken van de tijd: noodzaak en bouwtechniek. De eerste behoefte was zeker om te schuilen voor slecht weer en de tweede was een verdediging tegen andere groepen.

De neolithische revolutie bracht de verzamelaar-jager en nomade ertoe om boer, teler en sedentair te worden. Dit plaatste hem voor nieuwe behoeften, sommige loste hij op met droge stenen. Bewaarde voorbeelden zijn te vinden in heel Europa, bijvoorbeeld: de stad Skara Brae in Schotland.

2. Constructie

De stenen, gesneden of niet, passen in elkaar om te bouwen zonder dat er materiaal nodig is om ze te verbinden. Het is gewoon op zoek gaan naar een juiste en adequate opstelling om het maximale contact tussen de stukken te vinden. Stenen van verschillende vormen en maten worden op de juiste plaats gebruikt om het maximale effect van de zwaartekracht te vinden en om aardverschuivingen te voorkomen.

Op het meest basale niveau heeft deze techniek geen gereedschap nodig. Als de stenen er goed uitzien, wordt de muur met de handen gebouwd. Aan de andere kant staat het werk met perfect uitgesneden hardstenen die passen en bezinken zonder dat er mortel nodig is.

3. Stapelmuren in Menorca

Menorca heeft een karakteristiek en ander landschap dankzij de hand van de mens en zijn gebouwen, die door de eeuwen heen in de omgeving zijn geïntegreerd. Wat het landschap anders maakt, is de droge muur (in het Menorcaans Paret seca), die de velden van Menorca zorgvuldig en eindeloos verdeelt. Muren als hekken die delen van het land omringen, noemt men hier tancas. Er wordt berekend dat als alle droge muren van Menorca die op een rij geplaatst worden die langer zouden zijn dan een ronde rond de wereld.

In Menorca is het gebruikelijk om ergens op de muur twee treden te vinden, botadors genaamd, die worden gebruikt om van de ene kant van de muur naar de andere te springen. Paredador is de naam van het beroep van de persoon die deze muren maakt en het is tevens een van de oudste traditionele ambachten.

Het lijkt misschien dat de droge muur die wordt gebruikt voor hekken antecedente megalithische constructies zoals talaiots, grafkamers (speciaal op Menorca) of taulas (stenen monument op Menorca), maar dat idee is onjuist omdat er een groot verschil is tussen de droge muur van hekken en de droge steen die wordt gebruikt in de eerder genoemde megalithische monumenten.

De droge muur is individueel of in een kleine groep en er worden vrij kleine stenen gebruikt in vergelijking met de stenen die in de oude gebouwen werden gebruikt. Deze constructies vereisten veel arbeid, dus werden ze gebouwd dankzij de hele clan.

De droge muur ontstaat in Menorca omdat het een natuursteen is. Het is een lokale techniek, waarbij gebruik wordt gemaakt van verschillende materialen zoals oppervlaktestenen. Later zijn er steengroeven aangelegd waarmee u het type steen en het uiterlijk kunt kiezen. Dit maakt integratie in de omgeving moeilijk.

Een mogelijke oorzaak voor het verschijnen van droge muren kan worden gevonden bij het zoeken naar een methode om het land te verdelen. Het probleem is opgelost met het meest voorkomende en het gemakkelijkst verkrijgbare materiaal op het eiland: stenen. Het traditionele gebruik dat Menorca heeft gemaakt van de natuurlijke hulpbronnen die het eiland hen ter beschikking heeft gesteld, en de transformatie die plaatsvindt in de landschappen, bossen, weilanden, omringd door de droge muur, hebben het Menorcaanse landschap tot iets karakteristieks en typisch gemaakt.

De droge muur techniek wordt ook gebruikt voor de constructie van sommige gebouwen zoals stallen en momenteel gebruikt men het als decoratie-element.

4. Voordelen

De droge muur die werd gebruikt om hekken te maken, legde een groot aantal stenen opzij, waardoor het veld beter bebouwbaar werd door het ploegen gemakkelijker te maken. De muren worden ook gebruikt om vegetatie en gewassen te beschermen tegen de heersende winden die het eiland voortdurend doorkruisen. De droge muur verdeelt en begrenst velden, wegen en boerderijen, naast het systeem van het vruchtwisselen of wisselbouw.

5. Stapelmuren in Sierra Mágina, Jaén

De droge stenen constructies zijn overal in de geografie te vinden, maar op elke plaats presenteren ze culturele bijzonderheden. In de landelijke omgeving van de Sierra Mágina, in de provincie Jaén, vinden we tal van werken van hoge historische en etnologische waarde zoals hutten en putten.

In het natuurpark Sierra Mágina  overheerst kalksteen, wat we terug vinden in deze traditionele architectuurgebouwen.  Kenmerkend zijn de droge stenen keerwanden, ongeslepen kalksteenconstructies en zonder enige vorm van mortel die in elkaar passen en dienen om de terrassen af te bakenen, erosie te voorkomen en te profiteren van het land voor bebouwing.

In de Huerta de Pegalajar vinden we een mooi staaltje techniek waarbij dankzij de expertise van de meesterbouwers (hormeros) de constructie van afbakeningen wordt geïntegreerd in het landschap en de natuur van de regio.

6. Stapelmuren in de Sierra de Enguera, Valencia.

De Sierra de Enguera (Valencia) ligt in het uiterste zuidwesten van de provincie Valencia. Het komt overeen met de laatste uitlopers van het Iberische systeem, samen met de Sierra de La Plana (Enguera, Valencia), de eerste prebiotische reliëfs ten zuiden van deze plaatsen zijn de Serra Grossa, in de regio La Costera, Valencia.

In Enguera en in mindere mate in de naburige gemeenten zijn ronde gebouwtjes (cucos) de meest voorkomende vorm van droge stenen, gelijk aan hutten, cabines enz  in andere geografische gebieden.

Volgens de definitie van Castellano Castillo is de cuco een karakteristiek en bepalend element van het agrarische landschap van Enguera. Het is een constructie die staat op kleine en middelgrote boerderijen met regenwater ver van het stedelijk gebied. In de cuco prevaleert het praktische aspect boven elk ander. De esthetische waarde is een toegevoegde waarde, veelal niet zo bedoeld door de bouwer.

Cucos zijn, in tegenstelling tot vergelijkbare constructies in andere gebieden, schuilplaatsen die verband houden met de cycli van de landbouw. Ze worden gebruikt als schuilplaats tegen slecht weer en op momenten dat landbouwtaken een grotere aanwezigheid van de boer op de boerderij vereisen en de reizen naar de stedelijke kern niet compenseren vanwege hun afgelegen ligging.

De droge steentechniek wordt ook toegepast bij de aanleg van wegen, terrassen, putten, kazernes en bruggen.