Het Paleis van de Catalaanse muziek en het Hospitaal de la Santa Creu i Sant Pau

  1. Het Paleis van de Catalaanse muziek
  2. Geschiedenis
  3. Architectuur
  4. De eerste voorgevel
  5. De huidige voorgevel
  6. Binnen in het Palau
  7. Hospitaal de la Santa Creu en Sant Pau
  8. Geschiedenis
  9. Structuur
  10. Het nieuwe hospitaal

1.Het Paleis van de Catalaanse muziek

Het Paleis van de Catalaanse Muziek is een muziekauditorium in de Sant Pere més Alt straat in de wijk de la Ribera van Barcelona.

Het was een project van de architect Lluís Domènech i Montaner, een van de belangrijkste vertegenwoordigers van de moderne Catalaanse bouwstijl.

Het bouwwerk werd opgetrokken vanaf 1905 tot in 1908 en er werden geavanceerde technieken gebruikt zoals het gebruik van grote glazen wanden en de integratie van dit alles met de kunstwerken, de beeldhouwwerken, de mozaïeken, de gebrandschilderde ramen en het smeedwerk.

Het gebouw was de centrale zetel van het “Orfeón Catalán”, een vereniging ter bevordering van de Catalaanse volksmuziek die gesticht werd in 1891 door Lluís Millet en Amadeo Vives.

Het project werd financieel ondersteund door Catalaanse industriëlen en financiers, zestig jaar eerder was op deze wijze al het Gran Teatro del Liceo opgericht en dat was dé plaats voor opera en ballet in Barcelona.

In 1997 werd het paleis opgenomen op de lijst van het Werelderfgoed van de UNESCO.

2. Geschiedenis

Alles begon met een opdracht van het Orfeón Catalán aan de architect Lluís Domènech Montaner om een gebouw te zetten waar zij de zetel van de vereniging wilden in onder brengen. Dit project en zijn begroting werden goedgekeurd op de vergadering van 31 mei 1904.

Voor het einde van het jaar realiseerde men de aankoop van het klooster van het convent van San Francisco. Deze plaats had een oppervlakte van 1350,75 vierkante meter en de vereniging betaalde hiervoor 240.322,60 pesetas.

Het volgende jaar, meer bepaald op 23 april 1905 legde men de eerste steen en voor de financiering gaf men 6.000 obligaties van honderd pesetas uit.

Drie jaar later, op 9 februari 1908 vierde men dan de inhuldiging van het gebouw. Het auditorium was voorzien voor concerten van orkestrale en instrumentale muziek maar ook koormuziek en zang recitals kwamen er aan bod.

Maar het Palau heeft ook plaats voor andere culturele en politieke activiteiten zoals de opvoering van theaterstukken, de opvoering van kamermuziek en andere muzikale activiteiten.

Vandaag de dag voldoet het Palau nog aan al deze functies en er gebeuren nog steeds klassieke maar ook populaire concerten.

De akoestiek van het auditorium is niet te verbeteren. De beste vertolkers en dirigenten van de vorige eeuw, van Richard Strauss tot Daniel Barenboim, werden hier door middel van Ígor Stravinski en Arthur Rubinstein, Pau Casals en Frederic Mompou vertolkt. Het Palau is een referentie in de internationale artistieke wereld.

Het Palau de la Música Catalana werd opgenomen op de lijst van de Nationale Monumenten in 1971.

Ter gelegenheid van dit gebeuren werden er restauratiewerken uitgevoerd onder leiding van de architecten Joan Bassegoda en Jordi Vilardaga.

Maar het is aan het begin van de tachtiger jaren van de vorige eeuw dat het Orfeó Català beslist om een grote restauratie uit te voeren en daartoe gaat men in 1983 over tot de stichting van een juridische constructie, het Consorcio del Palacio de la Música Catalana. Deze vereniging staat in voor het onderhoud van de eigendom van Orfeón en deze constructie krijgt als deelnemers het gemeentebestuur van Barcelona, de deelregering van Catalonië en het Ministerie van Cultuur.

Als architect voor de restauratie kiest men voor Óscar Tusquets. De werken duren zeven jaar en het ganse project van Tusquets gaat in uitvoering. Hij krijgt daar een grote erkenning voor, hij ontvangt in 1989 de FAD, een prijs voor Architectuur, Verbouwing en Restauratie.

Lluís Domènech Girbau, architect en kleinzoon van de eerste architect, Domènech Montaner, zei over de verbouwing het volgende:

De restauratie van de zalen en de toegangen, de bouw van een nieuw bijgebouw voor de diensten (….) hebben geleid tot een samenhangend en creatief werk, perfect aangepast aan de noden van vandaag in verband met veiligheid, comfort en akoestiek, maar steeds in de geest van de eerste architect Domènech i Montaner”.

In 1990 richtte men de stichting “Fundación Orfeó Català-Palau de la Música Catalana” op om de viering van het honderdjarig bestaan te vieren en om private fondsen te werven voor activiteiten in het Palau.

3. Architectuur

De architectuur van Domènech is van een grote kwaliteit en originaliteit en wat opvalt is de stalen structuur die toelaat om een open etage te maken die afgesloten is door glas en aan de andere kant is er de integratie van de architectuur met de toegepaste kunsten.

Twee beslissingen tonen de typologie en de technologische vernieuwing van het project aan, de eerste oplossing is die men gegeven heeft aan de lichtinval in de concertzaal en de tweede oplossing is die men gegeven heeft aan de ligging van het auditorium op de eerste verdieping en de toegang naar het auditorium.

Aan de buitenzijde heeft men een mengeling van beeldhouwwerken die verwijzen naar de muziek wereld door de architectonische elementen die eerder moderne en barokke elementen bevatten.

Binnenin gebruikte de architect diverse bouwmaterialen op een magistrale wijze, de keramische bouwmaterialen: de “trencadís” (die zeer typisch zijn in het Catalaans modernisme) en glas.

Foto: Een voorbeeld van een trencadi

Amadalvarez

De zaal en de scene vormen een harmonieus geheel en het ene is ingewerkt in het andere. De scene is in zijn achterste gedeelte gedomineerd door de orgelpijpen en die vormen dan weer een decoratief element in het Palau.

Rond de scene staat er spectaculaire beeldhouwkunst, rechts staat een buste van Ludwig van Beethoven op Dorische zuilen die de optocht van de Walkuren uitbeelden. Dit geeft de adoratie aan voor Richard Wagner door het Catalaanse publiek.

Aan de linkerzijde staat het borstbeeld van Josep Anselm Clavé als symbool voor de Catalaanse muziek.

Tussen 1982 en 1989 voerde men een grote restauratie en vergroting van het gebouw uit onder de leiding van de architecten Óscar Tusquets en Carles Díaz.  De restauratie werd ingewijd in het tweede deel van 2000 en het gaf aan het Palau een bijkomend gebouw van 6 verdiepingen waar de kleedkamers, het archief, de bibliotheek en de vergaderruimte kwamen.

Dit nieuwe gebouw was mogelijk doordat de kerk van San Francisco de Paula gesloopt werd. Deze kerk had tijdens de Spaanse burgeroorlog te lijden onder een brand. Tijdens de tweede fase ging men verder met aanpassingen aan de binnenzijde van het gebouw en zo kwam er een auditiezaal en een restaurant bij.

4. De eerste voorgevel

Die vinden we in de calle Sant Pere més Alt, en het was tot in 1989 de enige toegang tot het Palau. De ingang is op de hoek met de calle Amadeu Vives, en we zien er de beeldengroep “La cançó popular catalana” (La canción popular catalana).  Deze beeldengroep is een werk van Miquel Blay.

Foto: De eerste voorgevel

Josep Panadero

In de beeldengroep zien we Sint George en onderaan staat een vrouwelijk figuur in het centrum als boegbeeld. Het is omringd door een groep personages die een zeeman, landbouwers, een bejaarde, kinderen en de bovenlaag van de maatschappij voorstellen. Deze uitleg staat op een inscriptie aan de voet van het beeld dat betaald werd door de markies van Castellbell (Joaquim de Càrcer i de Amat). De inhuldiging vond plaats op 8 september 1909.

De complexiteit van de voorgevel op de hoek van twee smalle straatjes maken het moeilijk om een totaal zicht te krijgen op de gevel.

Andere elementen aan deze gevel zijn de bogen en de grote zuilen uit rode steen en keramiek. Op de eerste verdieping is er een balkon dat doorloopt over de gevel met veertien kolommen in paren en ze zijn bedekt met mozaïeken met verschillende motieven. Op de tweede verdieping staan de borstbeelden van muzikanten op zuilen en dat is een werk van Eusebi Arnau, van links naar rechts zien we Palestrina, Bach en Beethoven. Kijken we rond de hoek dan zien we het borstbeeld van Wagner.

In twee van deze kolommen op straatniveau zien we de originele kastjes waar men zijn inkom ticket kon kopen.

In het bovenste gedeelte van deze gevel zien we een groot fronton in mozaïek van de hand van Lluís Bru dat symbool staat voor de senyera (vlag) van Orfeó van Antoni Maria Gallissà en in het midden staat een beeld van een koningin die een feest voorzit. Zij draagt een spinnewiel en dat is een allusie op de “La Balanguera”, een gedicht van Joan Alcover i Maspons en op muziek gezet door de componist Amadeu Vives. In 1996 werd dit lied het officiële volkslied van Mallorca.

5. De huidige voorgevel

In deze gevel is sinds 1989 de gewone ingang. Via een nieuwe esplanade heeft men toegang vanaf de straat en vanaf hier draagt het de naam Palau de la Música.

De gevel is ontworpen door Domènech i Montaner en hij verbaast door zijn ligging in het gebouw doordat het een volledig blinde muur is omdat hij tegenover de kerk van san Francisco de Paula stond.

Om het licht in het gebouw door de grote vensters in deze gevel toe te laten heeft de architect een patio gemaakt met een breedte van 3 meter die de grens met de kerk aangaf en ondanks men hem niet zag toch uit rijkelijke materialen gemaakt was.

De gebruikte materialen waren rode bakstenen muren, balustrades van gesmeed ijzerwerk, gebeeldhouwde kroonlijsten met gekleurde glasramen zoals in de rest van het gebouw.

Volgens sommige gegevens van Pere Artis was de oorspronkelijke begroting voor de werken geraamd op 450.000 pesetas en toen de kosten praktisch verdubbeld waren zorgde dat voor wrijvingen tussen de architect en de klant.

In het linker gedeelte van de gevel vinden we het dienstgebouw dat in het laatste gedeelte van de twintigste eeuw gebouwd werd door de architecten Óscar Tusquets, Lluís Clotet en Carles Díaz. Deze aanpassing bestaat uit een toren waarvan de basis gebeeldhouwd is in de vorm van een palmboom en hier is ook de ingang van de artiesten.

Aan de rechterzijde vinden we enkele trappen waar een sculptuur staat die opgedragen is aan Lluis Millet. Het beeld is gemaakt door Jassans in 1991. Het staat aan de ingang van het restaurant Mirador en het is gemaakt als een glazen doos.

6. Binnen in het Palau

De foyer
Voor de oude ingang van de calle Sant Pere més Alt, is het eerste dat men ziet een grote trap naar de eerste verdieping die verlicht is met grote lantaarns. De stenen leuning is rijkelijk bewerkt en met zijn stijlen in glas, zijn lambriseringen van geglazuurde keramiek met reliëfs van bloemen zoals de rest van de plafonds is het een prachtige trap.


Lluis Millet zaal
Deze zaal ligt op de eerste verdieping, tegenover de concertzaal en het is wat men noemt een wacht of rustkamer. Er is een imposante modernistische lamp en er zijn glazen deuren. Vanaf deze zaal kan men naar het balkon gaan met zijn met mozaïeken versierde zuilen die naar de calle sant Pere més Alt gaan. Alle zuilen zijn verschillend van kleur en versiering en men gebruikt deze zaal vooral voor persconferenties en voor sociale evenementen.

Concertzaal
Als men de concertzaal vanaf de eerste verdieping binnen komt heeft men een effect van een donkere toegang met een theatraal effect maar dan komt er een explosie van licht en kleur als men in de grote zaal is.

Foto: De concertzaal

Josep Renalias

De ramen aan beide zijden lopen van de vloer tot het dak en er zijn op de eerste en tweede verdieping zitplaatsen en versierde zuilen met kleurrijke mozaïeken zoals het dak met rode en witte rozen uit geglazuurd aardewerk.

Op het snijpunt van de bovenste bogen zijn er mozaïeken in halfronde vorm en zij beelden staarten van pauwen uit in al hun pracht en praal. In het midden van het dak is er een groot dakvenster voor het natuurlijk licht en er is tevens een grote luster die gemaakt is door Antoni Rigalt i Blanch. Deze luster is als een grote zon met een omgekeerde sfeer, met gouden kristallen en in het midden en die omringd zijn door andere met zachtere blauwe en witte die die vrouwelijke bustes uitbeelden.

Deze zaal heeft een capaciteit van 2.049 personen verdeeld over:

* Parterre: 688
* Balkon: 321
* Tweede verdieping: 910
* Galerij aan het orgel: 82
* Gereserveerd: 48


Het podium
Op het podium, met een breedte van elf meter zien we een sculptuur van Diego Massana die verder afgewerkt werd door de jonge Pablo Gargallo. Deze sculptuur toont aan de rechterkant de buste van Beethoven onder de Optocht van de Walkuren, een duidelijke verwijzing naar Richard Wagner. Ter zijner ere werd er trouwens in 1901 de Wagner Vereniging Barcelona opgericht.

De vertegenwoordiger van de Catalaanse muziek staat aan de linkerzijde, het is een buste van Josep Anselm Clavé onder een grote boom en aan de voet van de boom is er een groep zangers.

In het achterste gedeelte van het podium zien we achttien modernistische muzes in mozaïek en door het reliëf vanaf de taille lijkt het dat ze al dansend uit de muren komen.

Het bovenste gedeelte van de sculptuur is gemaakt door Eusebi Arnau en vanaf de mozaïek op de rokken is het een werk van Mario Maragliano en Lluís Bru.

Allen zijn ze drager van verschillende muziekinstrumenten en op hen is het orgel geïnstalleerd.

Orgel
De aankoop van het orgel gebeurde in het Duitse huis Walcker uit Ludwigsburg en gebeurde in 1908. Het eerste concert dat op dit orgel gebeurde was door Alfred Sittard organist van de kathedraal van Dresden en het was tevens de eerste maal dat men in Barcelona een orgel kon horen bespelen dat niet in een kerk was. In 2003 is het orgel volledig gerestaureerd en dat kon enkel gebeuren door de inspanningen van private ondernemingen.

Petit Palau
Dit is een project van de architect Óscar Tusquets en de ingang van het nieuwe gebouw ligt in de calle Sant Pere Més Alt. Het gebouw heeft een diepte van 11 meter en het werd ingehuldigd in 2004.

Het Petit Palau heeft een capaciteit van 538 personen en er is zoals in het “Grand” Palau een perfecte akoestiek aanwezig in het gebouw. Daardoor is het zeer geschikt voor de uitvoering van kamermuziek maar men gebruikt deze ruimte ook voor andere culturele activiteiten temeer omdat dit hier uitgerust is met tal van technologische vernieuwingen.

In 2007 was het Petit Palau een van de vijf projecten die de Europese prijs Uli Awards For Excellence gekregen hebben voor zijn grote architecturale waarde.

7. Hospitaal de la Santa Creu en Sant Pau

Het Hospitaal van Santa Creu en Sant Pau (Hospital de la Santa Creu i Sant Pau – Hospital de la Santa Cruz y San Pablo) is nu gevestigd in een gebouwencomplex in Barcelona die gebouwd zijn door de architect Lluís Domènech i Montaner en dat is een van de voornaamste vertegenwoordigers van de modernistische Catalaanse stijl.

Foto: het hospitaal

Javierito92

Met zijn hoofdgebouw en zijn groot aantal paviljoenen is het Hospital de Sant Pau samen met het Institut Pere Mata de Reus, dat ook van de hand van dezelfde architect is, een van de grootste voorbeelden van de modernistische Catalaanse architectuur.

8. Geschiedenis

Het hospitaal werd gesticht in 1401 na de fusie van zes andere hospitalen die er tot op dat moment in Barcelona bestonden. Dit was ook na de pest in 1348 die de bevolking decimeerde en de stad in een economische crisis stortte.

De naam van het nieuwe hospitaal werd het Hospitaal van het Heilig Kruis (Hospital de la Santa Creu) (Hospital de la Santa Cruz). Het beheer bestond uit twee kanunniken van de kathedraal van Barcelona en uit twee leden uit de Raad van Honderd (bestuursorgaan van de stad).

Het beheer was in de handen van een Prior en dat moest altijd een geestelijke zijn. Tot in 1904 was dit hier een van de drie voornaamste hospitalen in het vorstendom Catalonië samen met het hospitaal van Zaragoza en van Valencia.

Het gebouw ligt in de wijk Raval in Barcelona en het is nu de zetel van de Bibliotheek van Catalonië. Door de stedelijke groei tijdens de achttiende eeuw werd het gebouw helemaal ingesloten door de stad.

Vanaf 1714 ontstonden er spanningen tussen de religieuze en burgerlijke tak van het bestuur en uiteindelijk kwam het burgerlijk hospitaal onder de controle van de religieuzen.

De veranderingen in de medische vorming tijdens de negentiende eeuw zette er veel dokters toe aan om bijtende kritiek te spuien op het functioneren van het hospitaal en zijn ondergeschiktheid aan de religieuze belangen.

Daarom werden er vanaf 1847 gemeentelijke inspecties gehouden en in talrijke geschriften in de pers rezen er vragen over het welzijnsbeleid van de instelling. De dokters streden voor de verplaatsing van de medische faculteit en het universitaire hospitaal.

Vanaf het begin van de negentiende eeuw kwam er veelvuldig geklaag over de ouderdom van het gebouw en over de onmogelijkheid om de instelling te kunnen uitbreiden.  Een uitbreiding die rekening hield met de uitbreiding van de stad en de daarbij horende grotere vraag naar medische zorg.

Tevens rezen er tal van vragen over het bestuur van het hospitaal en de belangrijkste vraag was ongetwijfeld of er geen ziekenhuis moest komen dat niet onder religieuze invloed was.

De toepassing van de Wet op het Liefdadigheidswerk van 1849 en het Reglement van 1852 op de verkoop van de kerkelijke bezittingen hadden een grote invloed op een groot deel van het patrimonium in zowel landelijk als in stedelijk gebied. De wetten van Madoz brachten de autonomie van het hospitaal in vraag om ze uiteindelijk onder de openbare invloed te brengen.

Vanaf 1978 kwam het hospitaal onder de bevoegdheid van de administratie van de Catalaanse deelregering en is het opgenomen in het regionale netwerk van hospitalen.

De bouw van een nieuw gebouw aan het begin van de twintigste eeuw werd gefinancierd door de donatie van de bankier Pau Gil en het hospitaal moest onder de controle komen van het gemeentebestuur van Barcelona of van een gelijkaardige instelling.

De bouw begon in 1902 en na 18 jaar werden de werken tijdelijk stopgezet. Tijdens deze 18 jaren lagen de werken voornamelijk stil door gebrek aan fondsen en door conflicten met de administratie.

De uiteindelijke afloop van de werken was in 1930. Ter ere aan de milde schenker werd zijn naam Pau (Pedro) opgenomen in de naam van het hospitaal en de officiële naam van het hospitaal is dan ook “Hospital de la Santa Creu i Sant Pau” maar vandaag spreekt men meer van “Hospital de Sant Pau”.

9. Structuur

Alle gebouwen samen werden opgetrokken op een oppervlakte van 9 huizenblokken in de wijk Ensanche en dat is een vierkant van 300 op 300 meter.

Het hospitaal bestaat uit een hoofdgebouw voor de administratie en uit 27 paviljoenen waar men de medische diensten en de apotheek kan vinden. Alle gebouwen zijn met elkaar verbonden door ondergrondse tunnels wat gemakkelijk is om patiënten te verplaatsen. De technische installaties zijn in open lucht wat gemakkelijk is voor hun onderhoud.

Van alle gebouwen is het belangrijkste dat van de administratie, men komt hier aan door een groot breed bordes.

Aan beide zijden zien we de zalen voor de bibliotheek en het secretariaat. In een aparte ruimte zien we de kerk die zeer indrukwekkend is. Zonder twijfel hebben de paviljoenen ook een groot belang, temeer omdat elk paviljoen verschillend is van de andere.

De architect Domènech had meerdere artiesten die met hem samenwerkten aan het project. De voornaamste hiervan waren Pablo Gargallo en Eusebi Arnau, die de talrijke beeldhouwwerken voor hun rekening namen, Francesc Labarta die de schilderijen en de mozaïeken deed en Josep Perpinyà die het smeedwerk voor zijn rekening nam.

Na verloop van tijd kwam men tot de overtuiging de er een grote noodzaak was om het hospitaal te vergroten door het grotere aanbod van het aantal patiënten, door de medische technologie en door de uitbreiding van het onderwijs omdat het hospitaal een universitair hospitaal is.

Tijdens de tweede helft van de vorige eeuw voegde men een aantal nieuwe gebouwen toe aan het hospitaal en het belangrijkste hiervan is het Urologisch Instituut (Fundació Puigvert), een privaat hospitaal dat enkel voorbehouden is voor de urologie.

Het hospitaal is ontworpen om alle diensten onafhankelijk van de stad te laten werken, er zijn hier straten, tuinen, gebouwen, watervoorziening, een kerk en er is zelfs een klooster.

De hoofdingang is georiënteerd op 45 graden van de Sagrada Familia. Men denkt dat Domènech i Montaner wou genieten van de zeewind om het ziekenhuis te verluchten en om zo de ziektes buiten te houden. Wat ook een mogelijkheid is, is dat Montaner de ingang op deze wijze oriënteerde om de rechtlijnige structuur van de wijk niet te breken.

Het hoofdgebouw is gebouwd met metselwerk zoals de meeste gebouwen van het hospitaal. Domènech i Montaner heeft meerdere architectonische stijlen door elkaar gebruikt en het resultaat is indrukwekkend.

In dit hoofdgebouw zien we elementen uit de gotiek, de neo-gotiek, de mozarabische elementen en zien we ook germaanse stijlen zoals in de horloge toren. 

Er zijn twee cijfers die het begin en het einde van de werken aangeven, de Griekse letter alfa staat voor 1905, het begin van het werk en de Griekse letter omega staat voor de einddatum 1910.

In de voorgevel staan 4 standbeelden die van de hand zijn van de jonge Pablo Gargallo die voor de drie theologische deugden staan, geloof, hoop en liefde. Het vierde beeld, het werk, staat volgens Domènech i Montaner voor de man die moest bewijzen dat hij over de drie andere deugden beschikt.

Binnen in het gebouw zien we een structuur van bogen en kolommen die voor de kruidentuin staat. Dit soort tuin was vroeger in elk hospitaal aanwezig om er hun eigen medicijnen te maken. Voor dit hospitaal dacht men ook aan een dergelijke tuin maar hij is nooit aangelegd.

Wat ook nog typisch is voor het hospitaal is dat men er aan gedacht heeft om de mannelijke en vrouwelijke patiënten te scheiden. Aan de rechterzijde zien we de paviljoenen voor de mannelijke patiënten en de paviljoenen hebben namen van mannelijke heiligen en aan de linkerzijde hebben we de paviljoenen voor de vrouwen met namen van vrouwelijke heiligen of van maagden.

Een andere curiositeit is de aandacht die de architect gegeven heeft aan de harmonie en de symmetrie van het geheel. Het dichtst bij de hoofdingang zijn de paviljoenen kleiner en zij worden groter naargelang men verder in het hospitaal gaat.

Het hospitaal heeft ook een landingsplaats voor helikopters voor het vervoer van patiënten naar het hospitaal en die plaats ligt op de hoek van de calle Cartagena met de calle Mas Casanovas.

10. Het nieuwe hospitaal

Met het begin van de 21e eeuw begon het Hospital de la Santa Creu i Sant Pau een belangrijk proces dat culmineerde in wat vandaag de derde locatie is sinds het ontstaan, meer dan 600 jaar geleden. De bouw van het nieuwe ziekenhuis begon in 2000 in het noordelijke deel van de Sant Pau-site, op de hoek van de straten Mas Casanovas en Sant Quintí, om in te spelen op nieuwe gezondheidsbehoeften. Dit gebouw bestaat uit een hoofdblok dat in wezen ambulante activiteiten herbergt (36.022 m²) van waaruit vier ziekenhuisblokken (46.878 m²) zich ontvouwen als vingers.

Het Hospital de la Santa Creu i Sant Pau heeft in 2009 zijn nieuwe hoofdkantoor ingehuldigd, een gezondheidscentrum gelegen in het uiterste noordoosten van het modernistische complex en daarvan gescheiden. De overdracht van de ziekenhuisactiviteit maakte het mogelijk om het revalidatieproces van de modernistische paviljoens te starten, om ze andere toepassingen te geven die verband houden met een nieuw project. Het ziekenhuis bestaat momenteel uit vijf vrijwel onafhankelijke lichamen die zijn samengevoegd in een grote hal die de circulatie herverdeelt en het hele ziekenhuiscomplex met elkaar verbindt.

Meerdere activiteiten vallen op in hun zorgfunctie, waarvan sommige als ijkpunten in hun werkveld worden beschouwd. Jaarlijks worden meer dan 35.000 patiënten opgenomen en meer dan 145.000 spoedgevallen behandeld. Jaarlijks worden via externe consultaties ongeveer 350.000 bezoeken ontvangen en worden meer dan 75.000 gebruikers behandeld in het Dagziekenhuis. Het heeft 136 dagziekenhuispunten, 644 bedden en 21 operatiekamers.

Ibiza met zijn biodiversiteit en cultuur

  1. Geografie
  2. Geschiedenis
  3. Werelderfgoed
  4. Belangrijke plaatsen

Ibiza (in het Catalaans en dus officieel, Eivissa) is een eiland in de Middellandse Zee en het maakt deel uit van de Autonome Regio Islas Baleares, Balearen in Spanje. Ibiza heeft een oppervlakte van 572 km² met een bevolking van 147.914 inwoners (INE 2019),

1.Geografie

Ibiza situeert zich 77 km ten oosten van het Iberische Schiereiland tegenover Denía, 140 km ten zuidoosten van het eiland Mallorca en het ligt ten noorden van Formentera.

Foto: Luchtfoto van Ibiza

Nasa

De hoofdstad van het eiland Ibiza is de stad Ibiza en er zijn naast de hoofdstad nog enkele andere grote gemeenten, Sant Antoni de Portmany / San Antonio Abad , Santa Eulària des Riu / Santa Eulalia del Río en de grootste gemeente is San José.

Ibiza heeft samen met Formentera de naam “islas Pitiusas” en er is een rivier, de Santa Eulalia del Río, maar sinds een aantal jaren is er geen water meer in deze rivier. De oorzaak is de buitensporige exploitatie van de watervoorraad op het eiland.

2. Geschiedenis

2.1 Prehistorische tijd en de Oudheid

Op Ibiza zijn er archeologische vindplaatsen afkomstig van de Feniciërs gevonden. Voor hen  was Ibiza een commerciële enclave binnen de maritieme cultuur van dit volk. Zowel op de route van oost naar west als van west naar oost was het eiland een overgangspunt voor de zeilschepen om gunstige winden en stromingen te nemen op de Middellandse Zee.

Ongeveer in het midden van de VIIIde eeuw voor Christus is de eerste stabiele nederzetting gesticht, de vindplaats van Sa Caleta, welke bewoond bleef tot het einde van dezelfde eeuw en de stad verlaten werd.

Ongeveer in dezelfde eeuw begint men met de bouw van de stad Ibiza, op dezelfde plaats als de huidige stad, voornamelijk door de grote haven die toen veel groter was dan de huidige haven. Ook de ligging van een kleine heuvel van ongeveer 100 m boven zeespiegel was bepalend voor de plaats waar de stad zou verschijnen.

In de VIIde eeuw voor Christus en voor een onbepaalde tijd bleef het eiland binnen de invloedssfeer van de Feniciërs tot aan zijn verovering door de Assyriërs en door de Qart Hadasht (Carthageners).

Tijdens de tweede Punische Oorlog, werd het eiland in 209 voor Christus belegerd door de Romeinse broers Scipio maar Ibiza bleef loyaal aan Carthago. Toen het Carthago niet meer voor de wind ging op het Iberische schiereiland gebruikte het vluchtende leger onder leiding van generaal Mago Ibiza voor zijn bevoorrading en om van daaruit te vertrekken naar Liguria.

Ibiza onderhandelde goed met de Romeinen en daarop spaarden zij Ibiza van verdere vernietiging. Zij lieten zelfs de Carthaags-Punische organen intact en pas later werd Ibiza een officiële Romeinse provincie. Daarom heeft Ibiza vandaag de dag mooie voorbeelden van deze Carthaags-Punische beschaving

Tijdens zijn aanwezigheid in het Romeinse keizerrijk werd het eiland een rustige voorpost en lag het ver verwijderd van de belangrijke handelsroutes van die tijd.
De bezetting van het eiland schiep een stijging van de productie en rijkdom door de productie van wol, wijn en zout.

Als bewijs van dit economisch hoogtepunt zijn er de eigen geslagen munten op het eiland vanaf het einde van de IVde eeuw voor Christus. Deze munten droegen het symbool van het eiland, de god Bes.

Foto: munten met de afbeelding van de god Bes

Een ander goed voorbeeld van dit hoogtepunt is de stichting op Mallorca van een aantal handelsvestigingen in de zone van de zoutwinning en de economische betrekkingen met de Talayotic cultuur.

Ook de Romeinen dreven handel met de Balearen, deze eilanden bezaten zout, vijgen en delfstoffen.

Ybshm (Iboshim) was de naam die de Feniciërs gegeven hebben, de Romeinen noemden Ibiza Ebusus. Samen met Formentera stonden deze eilanden bekend onder de naam Islas Pitiusas Dit kwam door de aanwezigheid van mensen die verschillend waren aan de inwoners van de Balearen.

Terwijl de grotere eilanden bewoond werden door stammen die minder ontwikkeld waren op cultureel gebied en die er barbaarse tradities op na hielden in de ogen van de Hellenen werden de Pitiusas bewoond door mensen uit de Joodse cultuur, afstammelingen van immigranten uit het Midden-Oosten, Qart Hadasht of de Joodse nederzettingen in het zuiden van het Iberische schiereiland.

2.2 Middeleeuwen

Na de bezetting van de Balearen door de Vandalen en de Byzantijnen (VI – VIIIde eeuw) kwamen deze eilanden in een tijdperk van anarchie terecht. De Moren namen bezit van dit gebied in 902 en stichtten de stad die vandaag een deel is van de hoofdstad, zij gaven haar de naam Dalt Vila (Oude stad).

Foto: Dalt Vila, de oude stad

Koning Jaime I van Aragón verleende na de herovering van de eilanden deze aan de aartsbisschop van Tarragona, Guillermo de Montgri, welke zich verbonden had met de graaf van Rosselón, Nunó Sanç en met de prins Pedro van Portugal.

De Catalaanse troepen bezetten het kasteel van Ibiza op 8 augustus 1235, daarentegen, het huis Can Pere Lluch weerstond het offensief. De autochtone muzelmaanse bevolking werd ondergeschikt gemaakt aan de nieuwe christelijke bewoners.

Ibiza werd opgenomen in het pas gevormde Koninkrijk van Mallorca, binnen de kroon van Aragón.

2.3 Hedendaagse tijd

Het eiland is beheerst door de nationalisten van Franco vanaf het begin van de Spaanse Burgeroorlog (juli 1936) tegen de regering van de Tweede Spaanse Republiek.

Op 8 augustus 1936, meert het schip de Columna dat afkomstig is uit Barcelona aan op Ibiza.  Deze actie staat bekend onder de naam Ontscheping van Mallorca. De bemanning domineert een paar dagen later het eiland met de hulp van de milities onder de leiding van Manuel Uribarri.

Zij vormen een Antifascistisch comité van Ibiza onder de verantwoordelijkheid van Antonio Martinez van de Communistische Partij.  Omdat men de plaatselijke inwoners verdenkt van katholiek te zijn en geen communist richt men onder hen een bloedbad aan.
.
In het begin van september werd er een delegatie gevormd van het Antifascistisch Comité Ibiza om naar Barcelona te gaan om er hulp te vragen om de voorziene aftocht van de milities te dekken, gelet de slechte situatie op Ibiza.

Als antwoord op deze vraag van het comité in Ibiza zijn er op 9 en 10 september twee schepen vertrokken vanuit Barcelona met aan boord respectievelijk 200 en 300 mannen. Deze groep droeg de naam “Columna Cultura y Acción”.

Ondanks de inspanningen van de communisten namen de opstandelingen het eiland onder controle en deze situatie bleef zo tijdens de rest van de burgeroorlog.

Ibiza hield altijd een faam van “mystieke plaats”. Tijdens de jaren 60 en 70 was het een referentiepunt van de hippie cultuur en kwamen er veel toeristen naar deze plaats.

Op het einde van de jaren 60 en tijdens de jaren 70 experimenteerde men op Ibiza met een toeristische expansie.

Momenteel staat Ibiza vooral bekend voor zijn jongerencultuur.

3. Werelderfgoed

85,64 km² van het eiland Ibiza maken deel uit van het Werelderfgoed. De Unesco gaf in 1999 de titel Werelderfgoed aan Ibiza met de naam “Ibiza, Biodiversidad y Cultura”.

Men noemde het een plaats met een gemengd karakter, het is te zeggen, een plaats met zowel natuur als met cultuur.

Volgens de Unesco is Ibiza een excellent voorbeeld van de interactie tussen de ecosystemen van de zee en die van de kust.

Het dichte zeegras dat men hier kan vinden is enkel in dit gebied aanwezig en het bevat en onderhoud een grote verscheidenheid aan zeeleven.

Op Ibiza kan men nog bewijs vinden van de lange geschiedenis van het eiland. De archeologische plaatsen van Sa Caleta (vestiging) en van Puig des Molins (begraafplaats) zijn getuigen van de belangrijke rol die het eiland heeft gespeeld in de economie van deze streek, vooral tijdens de Fenicische – Carthaagse tijd.

De versterkte stad Ciudad Alta is een opvallend exemplaar van de militaire renaissance architectuur. Het heeft een grote invloed gehad op de ontwikkeling en de bouw van versterkingen en van Spaanse vestigingen in de Nieuwe Wereld.

Deze plaats maakt deel uit van het Nationaal Park de ses Salines.

4. Belangrijke plaatsen

4.1 De Kathedraal van Ibiza

De kathedraal vindt zijn ontstaan in de verovering door de Catalaanse troepen onder leiding van Guillem de Montgri in 1235 die beloofd hadden om een kerk te bouwen als de verovering van het eiland lukte. Zij bouwden deze kerk op de plaats waar de Yebisah moskee stond en nu kan men deze kathedraal vinden in Dalt Vika op het hoogste punt van het oude deel van Ibiza.

Foto: de kathedraal van Ibiza

GanMed64

Een deel van de kathedraal is gebouwd in Gotische stijl (de klokkentoren en sommige kapellen), de rest is in de Barok stijl. De buitenkant is zeer sober met zware sokkels en pilaren.

De kathedraal is gewijd aan Santa Maria la Mayor of Nuestra Señora de las Nieves.

Men kan het kerkelijk museum in de kathedraal vinden. Onder de meest waardevolle bezittingen is een monstrans gemaakt van zilver en goud en gemaakt in 1399. Er zijn mis vieringen eenmaal per week op zondag. Toegang is gratis.

4.2 De versterkte stad van Dalt Vila

Dit maakt deel uit van het werelderfgoed. Romeinen, Vandalen en Arabieren hebben sinds de oudheid de stad ommuurd maar het is sinds de middeleeuwen dat de stad zijn huidig uitzicht kreeg.

De Portal Nou of Portal de ses Taules is de belangrijkste toegang tot de ommuurde binnenplaats. Men kan ze vinden tussen baluarte de Sant Joan en de baluarte de Santa Llúcia. De toegang is gemaakt in 1584 en 1585.

Het portaal is gekroond met het schild en de keizerlijke kroon. Aan beide zijden van het portaal kan men replica’s vinden van de originele standbeelden. De originele beelden staan in het archeologisch museum.

4.3 Necrópolis de Puig des Molins

Deze begraafplaats is opgenomen in het werelderfgoed van de Unesco. Het was de begraafplaats van Ibiza sinds de stichting van de stad door de Feniciërs tot het einde van de VIIde eeuw voor Christus.

De omsloten ruimte van de begraafplaats is de grootste en best bewaarde begraafplaats uit de Fenicische tijd.

De begraafplaats lag aan de voet van een heuvel en had een grootte van tussen de 6.000 en 10.000 vierkante meter.

4.4 Fenicische vindplaats van Sa Caleta

Deze plaats is opgenomen op de werelderfgoed lijst van de Unesco. De Fenicische plaats van Sa Caleta ligt in de huidige gemeente Sant Josep de sa Talaia en is gesticht in de achtste eeuw voor Christus. De plaats is uitgegraven tussen het einde van 80 er jaren en het begin van de 90 er jaren.

Het dorp is gesticht door Feniciërs die op zoek waren naar metalen. Het was ook deze bevolking die uiteindelijk wegtrok en de stad Ibiza stichtte.

De Zijde Beurs van Valencia of de Beurs van de Kooplui

  1. Algemeen
  2. Geschiedenis
  3. De grote zaal met zuilen of de Zaal van Aanstelling
  4. Beschrijving van de buitenzijde

1.Algemeen

De Zijde Beurs van Valencia of de Beurs van de Kooplui is een meesterwerk van gotische burgerlijke bouwkunst en zij staat in het historisch stadscentrum van Valencia. Dit gebouw werd opgenomen op de lijst van het werelderfgoed van de Unesco in 1996. Het gebouw staat op de Plaza del Mercado, nummer 31 in Valencia, tegenover de Iglesia de los Santos Juanes en van de Centrale markt van Valencia.

Foto: Buitenzicht van de Zijdebeurs

Juan Mayordomo

2. Geschiedenis

Het gebouw werd gebouwd tussen 1482 en 1498 door de meesters steenhouwers Pere Compte, Johan Yvarra, Johan Corbera en Doningo Urtiaga. De constructie lijkt op de Middeleeuwse kastelen omdat het aan de buitenzijde lijkt op een vesting met zijn dikke muren en zijn kantelen.

La Lonja bestaat uit vier delen en dat zijn: de Toren, met een kerker waar men zijdedieven en kooplui en handelaren die minder eerlijk waren kon opsluiten tot men ze voor de plaatselijke autoriteiten kon brengen. Verder vinden wij hier de Sala del Consulado del Mar, een commerciële rechtbank, de Patio de los Naranjos (sinaasappelbomen) en het Salón Columnario of Sala de Contratación. De oppervlakte van het monument overtreft de 2.000 m². La Lonja toont de economische macht van de stad Valencia op het einde van de XV de eeuw.

3. De grote zaal met zuilen of de Zaal van Aanstelling

El Salón Columnario o Sala de Contratación is een grote ruimte, met drie beuken in de lengte waarvan het dak bestaat uit gewelfribben die ondersteund worden door slanke schroefvormige zuilen van ongeveer 16 meter.

Foto: Zaal van Aanstelling

Diego Delso, delso.photo, License CC-BY-SA

De Beurs is ontworpen als een tempel voor de handel en heeft daardoor een symbolisch karakter, men wilde dat men een voorstelling kreeg van het Paradijs. De zuilen vertegenwoordigen de stammen van palmbomen en de koepels zijn dan de hemelse koepel.

Precies in het midden van het dak vinden we vier wapenschilden van de kroon van Aragón en er is een vlek te zien die gevormd is door niets meer of minder dan de eerste vlag van Spanje, een vlag die toen reeds bestond. De Katholieke Koningen plaatsten die over de schilden zodat alle mensen die vanuit alle plaatsen ter wereld kwamen dit gebouw konden verbinden met het nieuwe koninkrijk dat ontstaan was uit de samensmelting van de Kroon van Aragón met de Kroon van Castilla.

De gemeente installeerde hier later de “taula de canvis” opgericht in 1407 voor rekening van koning Martin I, de Menselijke. Deze instelling moest de bancaire verrichtingen uitvoeren van dat moment, dus dit gebeurde al in de XV de eeuw. Deze instelling maakte ook de eerste wisselbrief ter wereld.

Langs de bovenkant van de vier muren die grenzen aan de gewelven zijn er enkele opschriften in het latijn gemaakt in gouden letters op een donkere ondergrond. Dit opschrift staat er als herinnering voor de handelaren om hun plichten als goede christen niet te vergeten, om geen woeker interesten te vragen, om eerlijk te zijn en dat ze daardoor het eeuwig leven kunnen verdienen.

Foto: Latijnse opschriften

4. Beschrijving van de buitenzijde

Vanaf de plaza del Mercado en tegenover de Iglesia de los Santos Juanes kan men genieten van de twee afzonderlijke delen die gescheiden zijn door een toren met kantelen. Aan een zijde vinden we spitsbogen met een overvloedige architectuur vergezeld van richeltjes en torentjes.

De gotische waterspuiers, 28 in aantal zijn ook zo een karakteristiek element. Zij worden gebruikt om water te laten afvloeien van de daken, deze waterspuiers hebben de vorm van dieren, mensen en mensen in een onfatsoenlijk gedrag.

De ingangsportiek draagt de naam van ‘het portiek van de zonde’ want men meende dat de erfzonden van de mensen werden vertegenwoordigd door de verschillende aanwezige figuren, daarom bouwde men een maagd tegenover de Zijde Beurs teneinde de stad te beschermen.

Een overzicht van de Spaanse cultuur

  1. Talen
  2. Invloed van het klimaat en de geografie
  3. Geschiedkundige ontwikkeling
  4. Gewoontes en tradities
  5. Gastronomie
  6. Kleding
  7. Spaanse cinema
  8. Muziek

De Spaanse cultuur heeft zijn wortels in de invloeden die de verschillende volkeren door de eeuwen heen hebben achtergelaten in hun doortocht op het Iberisch schiereiland. Maar naast de geschiedenis hebben de heuvels en de bergen naast de omliggende zeeën aanzienlijk bijgedragen aan de vorming van de hedendaagse cultuur.

Alhoewel er een gemeenschappelijk cultureel erfgoed voor alle Spanjaarden bestaat kan men niet ontkennen dat er ook wezenlijke verschillen bestaan tussen de regio’s onderling. Deze verschillen bestaan in kunst, tradities, literatuur, talen en dialecten, muziek, gastronomie en nog veel meer.

1.Talen

Het Castiliaans of het Spaans is de taal die door een grote meerderheid van de Spanjaarden gesproken wordt maar het is voor een aantal onder hen niet hun moedertaal. In feite zijn er ook andere talen van regionaal belang: Catalaans, Gallego, Baskisch en Valenciaans. Andere talen zijn het Aranees, Aragonees en het Asturisch-Leonees.

Een voorbeeld van het Euskara (Baskisch)

Sommige van deze talen en dan vooral het Catalaans, het Baskisch en het Gallego hebben een goed ontwikkelde uitgeverswereld en er verschijnen dagbladen en tijdschriften in die talen. Tijdens de laatste decennia probeerden lokale overheden het gebruik van deze talen te stimuleren.

Merk op dat, in verband met deze taalkundige verschillen, er een sterk gevoel van een eigen identiteit tussen de verschillende regio’s bestaat en dan vooral in Catalonië, Galicië en het Baskenland. Hier bestaan ook sterke nationalistische partijen en dat schept een spanningsveld tussen centralisme en regionalisme.

2. Invloed van het klimaat en de geografie

De natuurlijke kenmerken hebben geholpen om de Spaanse cultuur te maken tot wat hij nu is. In het noorden van het land, met zijn bergachtige omgeving, hebben deze bergen geholpen om de taal en de cultuur te behouden. Er is in Spanje zoals het voor een schiereiland hoort, een sterke maritieme traditie. Maar ook steden met een haven in het binnenland omarmen deze maritieme traditie.

Behalve de subtropische gordel op de Canarische Eilanden kunnen we de volgende klimaattypes onderscheiden: mediterraan en Atlantisch. In het binnenland vinden we een gematigd landklimaat wat wil zeggen dat in het zomer zeer warm is en in de winter is het er zeer koud. Aan de costas is het klimaat meer gematigd. Gematigde en zomerse zomers maken dat er een cultuur ontstaat waarin veel tijd buiten wordt door gebracht. Typische zijn de patio’s en de openbare plaatsen waar de mensen samenkomen om er te babbelen en er te genieten van een drankje en een hapje. De traditionele “verbenas” zijn culturele en sociale manifestaties, tijdens de lente en de zomer, die doorgaan in open lucht op veel plaatsen in het ganse land en waar de mensen dansen, drinken en naar attracties kijken en luisteren.

3. Geschiedkundige ontwikkeling

De aanwezigheid van fonteinen, de stadsontwikkeling in de Spaanse steden en de patio’s van de huizen, de keramiek en de dakpannen van de daken plus het decoratief gebruik van de tegels zijn overgebleven uit de architectuur van de moslims.

Voor buitenlandse waarnemers heeft het land een romantisch aureool en zij zien Spanje als een land met aristocratische landeigenaars, ongeletterde boeren, kleurrijke zigeuners, stierenvechters en een intense religiositeit zoals in de middeleeuwen en die elementen vormen een groot contrast met de omliggende Europese landen die geïndustrialiseerd en modern zijn.

Na de oorlog groeiden strips uit tot de populairste en de belangrijkste kunstvorm en vanaf de jaren zestig is de televisie alomtegenwoordig alhoewel er slechts enkele kanalen beschikbaar zijn.

Na de dood van Franco eindigde de censuur en dat leidde tot een explosie van culturele expressie. De gebieden waarop dit het duidelijkst tot uiting kwamen waren strips, moderne muziek en vormgeving. Op het einde van de jaren 70 kwam er een nieuw fenomeen tot leven, de “movida madrileña”, een jongeren subcultuur waarin punk en new wave, de boventoon voerden. Het epicentrum van deze subcultuur vinden we in Madrid. De voornaamste vertegenwoordiger van deze “movida madrileña” was de filmmaker Pedro Almodóvar. Daarnaast zagen we een enorme stijging in de populariteit van de Spaanse erotische film.

De oprichting van de Autonome Regio’s gaf een nieuwe stuwkracht aan de plaatselijke cultuur en die invloed kwam er nog eens in 1986 toen Spanje toetrad tot de Europese Unie. Er kwamen nieuwe vormen van vrijetijdsbesteding zoals de videospelletjes terwijl het aantal boeken in Spaanse huishoudens geleidelijk aan in stijgende lijn ging.

4. Gewoontes en tradities

De siesta is een van de bekendste tradities in Spanje maar momenteel verliest hij vooral in de steden in een snel tempo aan populariteit. Het normale dagelijks ritme in Spanje verdeelt de dag in twee delen, voor- en namiddag met daartussen een pauze van twee tot drie uren voor het middagmaal. Een wandeling ’s avonds is op vele plaatsen een wijdverbreide gewoonte.

Spanjaarden nemen laat hun avondmaal en dat valt zo ongeveer rond 21.00.

Veel recreatie speelt zich ’s avonds en zelfs ’s nachts af en dan gaat dit door tot in de vroege ochtenduurtjes. In het centrum en in het zuiden van het land is de warmte verantwoordelijk voor dit fenomeen. Het nachtleven begint er laat. Veel uitgangsgelegenheden, ook in kleine stadjes openen de deuren om middernacht en blijven open tot ’s morgens. In Madrid en in andere grote steden duren culturele voorstellingen in de zomer gemakkelijk tot twee uur ’s nachts.

5. Gastronomie

Het is moeilijk om de rijkdom van de Spaanse gastronomie samen te vatten in enkele lijntjes. De geografie, de cultuur en het klimaat hebben een keuken gemaakt die een enorme variëteit aan recepten en kookstijlen bevat. Een groot aantal beschavingen hebben op het schiereiland hun sporen achtergelaten en daar horen ook gastronomische sporen bij die tot op vandaag zijn overgebleven. Onder de belangrijkste invloeden zijn vooral de Joodse en de Moorse.

Vis maakt een belangrijk deel uit van het Spaanse dieet en zij eten hem graag zo vers mogelijk. Een groot aantal gebieden, zelfs ver van de kust, hebben een dagelijkse aanvoer waardoor het mogelijk is om smaakvolle gerechten te maken. In het binnenland staat er ook dikwijls vlees op het menu. Een product mogen we niet vergeten, de olijfolie, en zij maakt een wezenlijk onderdeel van het Spaanse dieet.

  • Arroz con leche / rijstbrij
  • Bacalao / kabeljauw
  • Caldero / gerecht met rijst en vis uit Murcia
  • Chorizo / Spaanse worst
  • Cocido / stoofschotel
  • Cuajada / gerecht op basis van gestremde melk
  • Escudella / soep uit Catalonië
  • Fabada / bonensoep uit Asturië
  • Fideuá / noedelgerecht uit Valencia
  • Gazpacho / koude tomatensoep
  • Horchata / verfrissende drank uit Valencia
  • Jamón / hesp
  • Marmita / visgerecht (tonijn) uit Asturië en Cantabrië
  • Morcilla / bloedworst
  • Migas / broodgerecht uit het zuidoosten van Spanje
  • Orujo / gedestilleerde alcoholische drank
  • Pan con tomate / brood met tomaat
  • Paella / rijstgerecht
  • Papas arrugadas / aardappelgerecht van de Canarische Eilanden
  • Pincho / snack of hors-d’oeuvre
Foto: Migas met een gebakken ei

Juan Fernández

  • Porrusalda / bouillon van prei uit het Baskenland, Navarra en Rioja
  • Quesos / kaas
  • Salmorejo / voorgerecht uit Córdoba
  • Sangría / Spaanse licht-alcoholische drank
  • Sidra / cider
  • Tapa / aperitiefhapje of snack
  • Tortilla de patatas / gerecht met aardappelen en eieren

6. Kleding

Tijdens de Gouden Eeuw (XVI en de XVII) bepaalde de Spaanse mode de Europese mode: donkere kledij die voor het grootste zelfs zwart was maar er waren enkele kleurrijke details : gouden kettingen, witte kragen, een kruis van een orde…. In Nederland, Frankrijk en Vlaanderen was dit de standaard bij de mannenmode.

De Spaanse regio’s hebben door de eeuwen heen een eigen kledingstijl ontwikkeld. De lokale klederdracht schittert nu nog op plaatselijke vieringen en feesten. Deze traditionele klederdracht heeft in alle geval een grote invloed uitgeoefend op de hedendaagse kleding en zo zien we in Extremadura en in Castilië een eerder sobere kledij. Daarentegen zien we op Andalusische feesten een eerder uitbundige kleurrijke kledij.

Spaanse ontwerpers hebben vandaag de dag een internationale erkenning gekregen en dat brengt ons dan op de Cibeles Madrid Fashion Week en de Pasarela Gaudí.

Een overzicht van kleding in Spanje kan men vinden in het Nationaal Kledingmuseum.

7. Spaanse Cinema

Onder de naam “Spaanse Cinema” kennen we de films gemaakt door Spanjaarden of in Spanje. Doorheen de geschiedenis is de Spaanse cinema er in geslaagd om belangrijke figuren voort te brengen en de belangrijkste twee zijn zeker Luis Buñuel en Pedro Almodóvar. Maar daarnaast kennen we ook nog Segundo de Chomón, Florián Rey, Juan Antonio Bardem, Luis García Berlanga, Carlos Saura, Jesús Franco, Antonio Isasi-Isasmendi, Mario Camus, José Luis Garci en Alejandro Amenábar.

Trailer van een film van Pedro Almodóvar

Naast de regisseurs zijn er nog artistiek directeur Gil Parrondo, winnaar van de twee Oscars, de directeur fotografie Néstor Almendros (hij heeft zijn hele loopbaan uitgebouwd buiten Spanje), de acteurs Fernando Rey, Francisco Rabal, Fernando Fernán Gómez, Antonio Banderas, Sergi López en Javier Bardem en de actrices Sara Montiel, Ángela Molina, Victoria Abril, Carmen Maura, Maribel Verdú en de bekendste onder hen Penélope Cruz.

8. Muziek

Muziek is een fundamenteel onderdeel van de cultuur en folklore van Spanje. Het behandelt de verschillende stijlen die zijn ontwikkeld in de verschillende historische perioden, gaande van de eerste culturele manifestaties voorafgaand aan het bestaan van Spanje als staat tot de artistieke manifestaties en producten van de hedendaagse entertainmentindustrie.

Flamenco

De flamenco, sterk beïnvloed door de traditionele Andalusische folklore, wordt meestal geassocieerd met zigeuners. Het kan een gedeeltelijke afstammeling zijn van Moorse muziek uit de 8e tot de 17e eeuw. Invloeden van Byzantijnse sacrale muziek en de muziek uit Egypte, Pakistan en India hebben ook een rol kunnen spelen bij de vorming van deze muziek.

De meeste geleerden zijn echter van mening dat flamenco een vorm van tablao of toneelmuziek is uit de 18e en vroege 19e eeuw, net als tango (Argentinië), rebetiko (Griekenland) of fado (Portugal).

De eerste serieuze verwijzingen zijn misschien uitgeschreven in José Cadalso’s “Cartas Marruecas” uit 1774. De oorsprong ervan als publieke vertegenwoordiging vond waarschijnlijk plaats in Cádiz, Jerez de la Frontera, Triana en Utrera.

De flamenco kent drie hoofdvormen:zingen, dansen en gitaar).

Volksmuziek

Muziek uit Galicia door Cristina Pato

De volksmuziek uit Spanje is zoals zijn regio’s zeer gevarieerd . Toch heeft men een reeks van ritmes die over het ganse schiereiland wijdverspreid zijn maar die met de tijd in elke regio een grotere variatie hebben gekregen of de ritmes verdwenen of ze veranderden in andere ritmes.

Dit is het geval met de jota, een dans waarvan veel mensen denken dat hij afkomstig is uit Aragón, maar in feite wordt hij gedanst op het hele Spaanse grondgebied.

In het algemeen, de uitingen van deze folkloristische muziek hebben hun oorsprong in de periode 1800 – 1950.

De muziek is dikwijls afkomstig uit de barok en de renaissance zoals het geval is in meerdere rij-dansen of in religieuze rituelen.

Zo worden bepaalde werken toegeschreven aan de middeleeuwen of zelfs dat de muziek Griekse, Iberische, Keltische of Fenisische invloeden ondergaat.

Tussen de meest belangrijke zijn er die opvallen zoals de diepe zang, flamenco, curri, contrapanes, copla, cuplé, fandango, habas verdes, isa canaria, la jota, la muñeira, paloteos, balls de bastons, pasodoble, pardicas, rebolada, sardana en de verdiales.

Nationaal Museum van de Kleding

Het Kleding Museum is een nationaal museum dat afhankelijk is van het Ministerie van Cultuur. We vinden het in de Avenida de Juan de Herrera, 2 in Madrid. Het voornaamste doel van het museum is het bevorderen van de kennis over de geschiedkundige evolutie van de kledij en het etnologisch erfgoed van de verschillende volkeren en culturen in Spanje.

  1. Geschiedenis
  2. Collectie
  3. Het Gebouw
  4. Activiteiten van het museum
  5. Huidige website
  6. Website

1. Geschiedenis

Het museum, alhoewel het een nieuwe instelling is kende een lange en vreemde geschiedenis. De oorsprong van het museum ligt in de Tentoonstelling van de Historische Kledij in 1925. Tijdens de openingstoespraak van de tentoonstelling kwam de Graaf van Romanones met het idee om de tijdelijke tentoonstelling om te vormen in een permanent museum. 

Foto: Museum van de Kleding

Cruccone

Twee jaar later vormde hij een Raad van Toezicht voor het Museum en die moest zorg dragen voor de fondsen van de tentoonstelling, en de stukken die geschonken of gekocht werden door de staat. Met deze stukken moest dan het nieuwe Kleding Museum gemaakt worden (1927-1934).

In 1934 kwam er het idee om een andere instelling te maken die verder ging met de collectie en die bovendien de gebruiken en gewoontes van de Spaanse bevolking moest bewaren. Dit nieuwe museum, het Museum van het Spaanse Volk voegde de collecties van het Seminario de Etnografía y Artes Populares van de Escuela Superior de Magisterio en de verzameling van de Patronatos Regionales samen. Dit gebeurde tussen 1934 en 1936.

Na een aantal adreswijzigingen bracht men in 1983 het museum onder in het gebouw waar het museum nu nog gevestigd is.

In 1993 kwam er een nieuwe wijziging, het Museum van het Spaanse Volk en het Nationaal Museum voor Volkenkunde werden in een instelling ondergebracht en dat werd het Museo Nacional de Antropología (1993-2004). Beide delen bleven welk apart functioneren.

Uiteindelijk werd er in 2002 nagedacht over de toekomst van het museum en werd er beslist om de collectie vanuit een moderner perspectief voor het publiek open te stellen. Met dit museum van de kledij is de cirkel rond.

2. Collectie

  • Historische kledij. Het museum heeft zeldzame maar betekenisvolle stukken uit de zestiende en de zeventiende eeuw. De verzameling uit de achttiende eeuw heeft mooie exemplaren van mannelijke kledij. De verzameling uit de negentiende eeuw is kleiner in aantal maar zij is wel representatief.
  • Hedendaagse kledij. In de collectie uit de twintigste eeuw zitten ongeveer 4.000 stukken en dan op de eerste plaats staat Mariano Fortuny y Madrazo met zijn bevrijdend “Delphos”. Vanaf het moment dat de Haute Couture zijn hoogtepunt bereikt zijn er werken van Cristóbal Balenciaga, we vinden er kleding voor elk moment van de dag en ontwerpen van Pedro Rodríguez, Madame Rosina, Natalio Bernabeu, Manuel Pertegaz en Elio Berhanyer. Van de actieve ontwerpers bezit het museum werken die verschillende trends aangeven, zo zien we de metalen jurk van Paco Rabanne en een groot aantal ontwerpen van hedendaagse Spaanse ontwerpers. Een van de markantste werken is de jurk die Audrey Hepburn droeg in de film Breakfast at Tiffany’s, zij zijn allemaal het werk van Hubert de Givenchy.
  • Traditionele kledij. Het museum herbergt een belangrijke collectie, meer dan 5.000 stukken, aan traditionele kledij uit heel Spanje. De collectie is sterk gegroeid als een onmisbare aanvulling op een etnografische reeks uit het Museum van het Spaanse Volk.
  • Sieraden en accessoires. De collectie met sieraden is een van de meest kenmerkende collecties in het museum. Alhoewel de meerderheid van de stukken verbonden is met de traditionele aspecten van de Spaanse cultuur bevat de collectie stukken uit de Europese collectie van de laatste eeuwen. Het museum heeft ook een grote collectie van modeaccessoires. Er zijn opmerkelijke hoeden (sombreros) uit de negentiende en twintigste eeuw, parasols, handschoenen vanaf de zeventiende eeuw tot op heden en er is een opmerkelijke reeks schoenen en pantoffels uit de achttiende eeuw. Deze collecties tellen ongeveer 9.000 stukken.
  • Textiel. Het museum bevat een prachtige collectie van stoffen en kant en klare stukken vanaf de zestiende eeuw tot op heden. Naast deze collectie zijn er nog stukken aanwezig uit de koptische en de Spaans-Moorse periode.

3. Het gebouw

Het gebouw werd gebouwd tussen 1971 en 1973 en ingehuldigd in 1975 als Museo Español de Arte Contemporáneo (MEAC). Zijn ontwerpers, de architecten Jaime López de Asiaín en Ángel Díaz Domínguez volgden voor de bouw de aanbevelingen van het Congres voor Architectuur uit 1969. Na de overgang in 1992 van het MEAC in het Museo Reina Sofía en de overgang naar zijn huidige zetel stond het gebouw leeg. Om het gebouw terug in gebruik te stellen was er een prijskaartje aan verboden van 21 miljoen euro.

Foto: Zicht op de permanente tentoonstelling

Miguel Ángel Otero

De ruimtes toegankelijk voor het publiek concentreren zich op de benedenverdieping rondom de centrale binnenplaats in een directe visuele verbinding met de buitentuinen. Op de eerste verdieping vinden we de bibliotheek, het auditorium, de aula’s, de werkplaatsen voor kinderen, de interne diensten en een grote tentoonstellingszaal.

4. Activiteiten van het museum

In de jaren van zijn bestaan heeft het museum geprobeerd om een grote en gevarieerde activiteit aan de dag te leggen om de geschiedenis van de kledij onder de aandacht te brengen op esthetisch, technisch, sociaal en cultureel gebied en om er mee in te spelen op de eisen van de moderne maatschappij.

Dit omvat de organisatie van tijdelijke tentoonstellingen, inrichten van schoolse activiteiten, workshops, animaties, lezingen en congressen. Zo hebben we bijvoorbeeld de reeks “Encuentros con …” (Ontmoetingen met…) waarbij ontwerpers in dialoog gaan met het publiek, er is het “Modelo del mes” (Model van de Maand), dat zijn korte lezingen waarin men een stuk uit de collectie bespreekt. Dan is er ook nog de “Domingos en familia” (Zondagen in de Familie) en dat zijn workshops voor de ganse familie.

5. Huidige situatie

De Complutense Universiteit, die eigenaar is van de grond, heeft laten weten dat zij bij het aflopen van de huidige huurperiode in 2013 terug gebruik wil maken van het gebouw. Het museum zal dus terug op zoek moeten naar een nieuwe zetel. De universiteit onderhandelt momenteel over de huurprijs van het gebouw.

Op 28 april 2008 werd er een akkoord ondertekend tussen het Ministerie van Cultuur en de stad Madrid om een nieuw Nationaal Centrum voor de Mode op te richten, de zetel komt in het Matadero de Madrid. Eerder was al de beslissing genomen om fondsen vrij te maken voor het C.I.P.E (Centro de Interpretación del Patrimonio Etnológico dat in verband staat met het Kleding Museum in een nieuwe zetel in Teruel.

Op 11 mei 2008 heeft de Vereniging van de Vrienden van Kleding Museum “Asociación de Amigos del Museo del Traje” zijn bezorgdheid uitgedrukt voor de toekomst van het museum en zij gaat proberen om voldoende handtekeningen bij elkaar te krijgen om de toekomst te verzekeren.

6. Website: Het Kledingmuseum, de site is enkel beschikbaar in het Spaans.

Nationaal Antropologisch Museum

Het Nationaal Antropologisch Museum van Spanje kan men vinden in Madrid, dichtbij het Parque del Retiro, in de calle Alfonso XII. Het is een museum waar men een globale visie tentoonstelt op de verschillende bestaande culturen uit de ganse wereld. Het werd opgericht in 1875 op 29 april en het werd plechtig geopend door koning Alfonso XII.

  1. Geschiedenis
  2. De Collectie
  3. Activiteiten
  4. Website

1. Geschiedenis

Het Nationaal Antropologisch Museum is het eerste antropologisch museum in Spanje en het was een initiatief van een medicus uit Segovia, Pedro González de Velasco. Hij wilde een museum waar hij zijn eigen collectie kon onderbrengen en het moest een museum zijn naar het voorbeeld van het British Museum in Londen. Na de dood in 1882 van dokter Velasco kocht de staat de collectie en het gebouw. De toenmalige collectie werd verder uitgebreid met de opbrengst van expedities, aankopen, reizen, donaties, enz.

Foto: buitenzicht van het museum

Luis García (Zaqarbal)

Het gebouw werd tussen 1873 en 1875 ontworpen en gebouwd door Francisco de Cubas, de markies van Cubas. Het werd uitgeroepen tot Cultureel Erfgoed in 1962.

Het museum is sinds zijn oprichting erg veranderd, waar er in de negentiende eeuw de aandacht ging naar de studie van de mens en zijn fysiek aspect ging men in het laatste kwart van de twintigste eeuw meer aandacht geven aan de sociale en culturele antropologie. Er zijn drie verdiepingen gewijd aan de grote continenten: Amerika, Afrika en Azië.

Sinds de opening in 1875 als Anatomisch Museum (Museo Anatómico) veranderde het museum een aantal keer van naam en van eigenaar. Na het overlijden van dokter Velasco werd een deel van het museum een onderdeel van de Sectie Antropologie, Etnologie en Prehistorie van het Museum van Natuurwetenschappen (Museo de Ciencias Naturales). Dit deel werd in 1910 het Nationaal Museum voor Antropologie, Etnografie en Prehistorie (Museo Nacional de Antropología, Etnografía y Prehistoria) en het werd een museum dat afhankelijk is van de staat.

De politieke veranderingen die na de Burgeroorlog in Spanje kwamen brachten ook veranderingen met zich mee in de intellectuele en wetenschappelijke benaderingen en dat had dan weer een invloed voor het Nationaal Antropologisch Museum (Museo Nacional de Antropología) dat in 1940 werd omgedoopt in het Nationaal Etnologisch Museum (Museo Nacional de Etnología).

Deze naam blijft in voege tot in 1993 wanneer men de oude naam door middel van een koninklijk besluit in ere herstelt. Het werd dus terug het Nationaal Antropologisch Museum (Museo Nacional de Antropología). Op datzelfde moment betrof het ook een fusie met het Nationaal Etnologisch Museum (Museo Nacional de Etnología) en met het Museum van het Spaanse Volk (Museo del Pueblo Español).

Deze situatie bleef tot in 2004 duren toen men het Museum van de Kleding (Museo del Traje) oprichtte. Men nam als startpunt de collectie van het oude Museum van het Spaanse Volk.

2. De collectie

De collectie van het museum vindt zijn oorsprong in de collectie van dokter Velasco waaraan stukken zijn toegevoegd die verkregen werden door donaties, aankopen, expedities, reizen enz. Deze collecties zijn afkomstig uit de vijf continenten en bevatten een aantal stukken met een uitzonderlijk belang en een grote antropologische waarde.

De oorspronkelijke kern van de collectie waren de 500 schedels van dokter Velasco waaraan later andere stukken werden toegevoegd zoals de misvormde schedels uit Peru en Bolivia, een aantal skeletten waaronder dat wordt toegeschreven aan de reus uit de Extremadura, Agustín Luengo Capilla en vier mumies uit de Andes. Bovendien telt de collectie een aantal gipsen bustes van de verschillende etnische groepen in de wereld. Ook staan er een aantal beelden op natuurlijke grootte. Deze objecten kan men vinden in de zaal “Orígenes” op de benedenverdieping van het museum.

Foto: Chinees stuk in de collectie geschonken door Argimiro Santos Munsuri
  • De Collectie uit Azië: De rest van de benedenverdieping wordt ingenomen door de Aziatische collectie die vooral stukken bevat uit de Filipijnen, India en het Verre Oosten. Het grootste deel van de collectie uit de Filipijnen komt voort uit de Tentoonstelling die aan de Filipijnen gewijd was in Madrid in 1887. Dit soort tentoonstellingen kwamen in de negentiende eeuw veelvuldig voor en men bouwde en toonde dorpen met zijn inwoners op de tentoonstelling. Het doel van die tentoonstelling was zowel koloniaal als commercieel omdat op dat moment de Filipijnen nog altijd een kolonie van Spanje was. Na de Tentoonstelling stichtte men de Museum-Bibliotheek van de Overzeese Gebieden (Museo-Biblioteca de Ultramar) om er speciale tentoonstellingen te houden met producten uit de overzeese gebieden en het beginpunt van dit museum waren de voorwerpen uit de tentoonstellingen. Onder deze voorwerpen werden de objecten die een direct verband hadden met de natuurkundige antropologie en de etnologie ondergebracht in de sectie over Antropologie, Etnografie en de Prehistorie van het Museum van Natuurwetenschappen. Dat museum werd in 1910 omgevormd tot het Nationaal Museum voor Antropologie. De collectie uit het Verre Oosten heeft vanaf het begin een kleine collectie schilderijen op rijstpapier uit China en Japan. De objecten uit India zijn grotendeels afkomstig uit het Nationaal Museum voor Archeologie, deze stukken kwamen aan in 1948 en onder hen was het altaar van de godin Durgha. Ten laatste kwamen er 230 voorwerpen bij in de collectie en die waren afkomstig van Argimiro Santos Munsuri. Deze gift had een grote artistieke en etnografische waarde en ze bevatte wapens, muziekinstrumenten, rituele objecten en nog andere. voorwerpen
  • Collectie uit Afrika: Het belangrijkste deel van deze collectie komt van expedities en wetenschappelijke ontdekkingsreizen die werden uitgevoerd op het einde van negentiende en het begin van de twintigste eeuw. Deze expedities werden uitgevoerd na het verlies van de kolonies in Amerika en het doel was om nieuwe kolonies te stichten. Een belangrijk onderdeel van de collectie is afkomstig uit Equatoriaal Guinee en zij werd verkregen door een aantal expedities tussen 1884 en 1886. In die periode werden ook andere landen zoals Senegal, Nigeria en Gambia bezocht. Verder zijn er twee aankopen gedaan van de natuurkundige Manuel Martínez de la Escalera, het zijn voorwerpen die afkomstig zijn uit Equatoriaal Guinee en Marokko. In 1984 verkreeg men de etnografische collectie uit het oude Afrika Museum. Onder de meest recente toevoegingen aan de collectie is er de gift in 2008 van María Garzón in 2008. Het bestaat uit een gift van 298 voorwerpen uit het dagelijks leven, de gebruiken, de rituele gebruiken van de bevolking uit zwart Afrika.
  • Collectie uit Amerika: Het grootste deel van de Amerikaanse collectie komt van een wetenschappelijke expeditie uit 1862 aan de kuststreken van de Stille oceaan. Naast een wetenschappelijk doel had deze expeditie ook een militair doel. De expeditie bracht een belangrijke antropologische collectie mee naar Spanje waaronder mummies en schedels. Verder waren er meer dan 300 etnografische voorwerpen zoals wapens, gebruiksvoorwerpen, juwelen en kleding van de bevolking aan de Amazone. Verder zijn er dan nog collecties aanwezig die door de staat aangekocht zijn van de antropoloog Fernando Álvarez Palacios en die van de Kapitein Francisco Iglesias. Verder zijn er twee reeksen olieverfschilderijen die de mestiezen tijdens de koloniale periode in Amerika tonen.
  • Collectie uit Europa: Deze collectie bestaat voornamelijk uit een gift van 250 etnografische voorwerpen uit Duitsland die geschonken werd door Dr. Wulf Köpke. Het zijn voornamelijk voorwerpen uit het dagelijks leven van de Duitse burgerij uit de keuken en de wasplaats van het begin van de vorige eeuw. In 1991 heeft men de collectie gekocht van de Duitse etnoloog Seipoldy. Het zijn voorwerpen uit een aantal plaatsen in de wereld maar voornamelijk uit Bulgarije, Finland, Denemarken en Duitsland.

3. Activiteiten

Het Nationaal Antropologisch Museum heeft altijd een programma ontwikkeld van culturele activiteiten en het had een pioniersrol in het multiculturele onderwijs. Vanuit dit oogpunt ontwikkelde het museum activiteiten om de culturen uit de vijf continenten te leren kennen.

Zij bieden dynamische programma’s aan voor schoolgroepen van alle leeftijdsgroepen tussen de kleuter- en middelbare school. Deze bezoeken zijn bedoeld om de kinderen inzicht te geven in de verschillende culturen tijdens hun dagdagelijks leven.

Verder richt het museum meer culturele activiteiten in voor het publiek, er zijn tijdelijke tentoonstellingen, podiumkunsten (muziek, dans, theater), filmvoorstellingen, thematische wandelingen en rondleidingen, conferenties en seminaries. Een belangrijk deel van de culturele programmatie in het museum zijn de workshops voor alle leeftijden: workshops voor kinderen vanaf zes jaar, voor jongeren, voor kinderen en voor volwassenen. Zij handelen over uiteenlopende thema’s maar zij staan altijd in relatie met de collectie in het museum.

De concerten en dansspektakels die het museum organiseert dienen niet enkel om het Madrileens publiek de culturele diversiteit in de wereld te laten kennen maar ook nieuwe bezoekers aan het museum leren de muziek en dans uit de wereld kennen.

4. Website: Het Nationaal Antropologisch Museum, de site is beschikbaar in het Spaans en sommige delen hebben een Engelse vertaling.

15 mooiste kastelen van Spanje

Vanwege zijn geschiedenis was en is Spanje vandaag de dag nog steeds een land van kastelen. Van sobere forten bovenop bergen tot echte kastelen die eruit zien als paleizen in het centrum van steden en dorpen, in de hele Spaanse geografie zijn er zoveel dat het moeilijk is om er maar een paar te kiezen.

Ontdek de meest ongelooflijke kastelen en forten op het schiereiland, van de twee Castiliëen tot Andalusië of het Baskenland. Sommige zijn zo sprookjesachtig dat ze je als een leugen zullen overkomen. Als je geen plan hebt voor het weekend, kruip dan achter het stuur en ontdek de charmes van de mooiste kastelen van Spanje. Zullen we beginnen?

  1. Kasteel van Coca, Segovia, Castilla y León
  2. Kasteel van Butrón, Vizcaya, País Vasco
  3. Kasteel van de Tempeliers in Ponferrada, León, Castilla y León
  4. Kasteel van Loarre, Huesca, Aragón
  5. Kasteel van Belmonte, Cuenca, Castilla-La Mancha
  6. Kasteel van Almodóvar del Río, Córdoba, Andalucía
  7. Alcázar van Segovia, Segovia, Castilla y León
  8. Kasteel van Olite, Navarra
  9. Kasteel van Cardona, Barcelona, Cataluña
  10. Kasteel van Peñafiel, Valladolid, Castilla y León
  11. Het nieuwe kasteel van Manzanares el Real, Madrid
  12. Kasteel van Vélez-Blanco, Almería, Andalucía
  13. Kasteel van Mota, Valladolid, Castilla y León
  14. Kasteel van Bellver, Mallorca, Baleares
  15. Het Alhambra, Granada, Andalucía

1.Kasteel van Coca, Segovia, Castilla y León

Foto: Kasteel van Coca

Ignacio Cobos Rey

Sluit je ogen en stel je een sprookjeskasteel voor, met zijn torens, kantelen, hoge muren en een gracht waarin krokodillen zwemmen. Maak ze nu open … Het kasteel van Coca (hoewel zonder reptielen) is om vele redenen een van de meest spectaculaire kastelen in Spanje. Vanaf de 5e eeuw is het een van de beste voorbeelden van Spaanse gotiek-Mudejar-architectuur en ligt het in een meander, een lus in de loop van een natuurlijke waterloop, van de rivier de Voltoya. Het is een nationaal monument en heeft een spectaculair verdedigingssysteem, inclusief een poort met een hek. Mis de donjon of het prachtige gotische geribbelde gewelf met geometrische mozaïeken in de Sala de Armas niet. Het was tot het begin van de vorige eeuw een ruïne maar vandaag is het gerestaureerd en is het een nationaal historisch monument.

  • Adres: Av. Banda de Música de, 40480 Coca, Segovia
  • Telefoon: +34 617 57 35 54
  • Website: Kasteel van Coca

2. Kasteel van Butrón, Vizcaya, País Vasco

Foto: Kasteel van Butrón
Ander Abadia Zallo

Hoewel het tegenwoordig gesloten is en te koop staat, is het kasteel van Butrón een wonder van middeleeuwse oorsprong dat in de 19e eeuw werd gerenoveerd. Deze fantasie van torens, torentjes, kantelen en decoraties was gebaseerd op het torenhuis Butrón om er een indrukwekkend kasteel in Beierse stijl van te maken. Het fort is gelegen in een bevoorrechte omgeving met een grote natuurlijke rijkdom en de muren van meer dan 4 meter herbergen verschillende kamers, de oude kapel, een grote zaal van 200 vierkante meter, de typische paradeplaats, een bibliotheek en een kerker. Jarenlang was het in gebruik als hotelgelegenheid met middeleeuwse shows, maar tegenwoordig is het gesloten en te koop.

3. Kasteel van de Tempeliers in Ponferrada, León, Castilla y León

Foto: Kasteel van de Tempeliers in Ponferrada

jgaray

Het Tempelierskasteel van Ponferrada is een ander filmfort onder degenen die in ons land voorkomen. Het ligt in de regio El Bierzo, op een heuvel aan de samenvloeiing van de rivieren Boeza en Sil. Hoewel de oorsprong teruggaat tot een oud Keltisch fort, waren het de Tempeliers die het zijn bekendheid en naam hebben gegeven. Toen de Orde van de Tempel in de 14e eeuw werd opgeheven, kwam het kasteel in handen van de Kroon van León.

Dit fort, vol prachtige hoekjes, is het resultaat van eeuwenlange verbouwingen en uitbreidingen. Mis zijn paradeplaats niet, de overblijfselen van de bruggeschans (een versterkte buitenpost), een deel van de loopbrug of het hoofdportaal met zijn twee torens. Helaas ging er in de 19e en het begin van de 20e eeuw veel verloren toen de lokale bevolking het als steengroeve gebruikte, muren werden afgebroken om een voetbalveld te bouwen en sommige kamers binnenin werden zelfs opgeblazen. In 1923 werd het uitgeroepen tot Nationaal Monument, waardoor de achteruitgang werd gestopt en het herstel werd bevorderd.

4. Kasteel van Loarre, Huesca, Aragón

Foto: Kasteel van Loarre / Diego Delso

Het silhouet steekt op een dramatische manier af tegen het landschap en het wordt omringd door een klein lommerrijk bos. Het abdijkasteel van Loarre is een adembenemend romaans kasteel in Huesca op een voorgebergte van een kalksteenrots. Het stamt uit de 11e eeuw, maar de staat van instandhouding is uitstekend en misschien was het daarom de ster van de film “The Kingdom of Heaven” van Ridley Scott met Liam Neeson en Jeremy Irons. Het fort is een echt plaatje, omgeven door een ommuring van 172 meter lang. Maar wacht tot je de toegangsdeur in romaanse stijl oversteekt om verliefd te worden op de versierde kapitelen van de kerk van San Pedro, verdiep je in de geschiedenis van de kerker en geniet van het uitzicht vanaf de donjon. We raden je aan om de audiogids te volgen, omdat het lijkt alsof de plek nog steeds bewoond is.

5. Kasteel van Belmonte, Cuenca, Castilla-La Mancha

Foto: Kasteel van Belmonte

PMRMaeyaert

Het kasteel van Belmonte, omgeven door korenvelden en met de blauwe lucht als achtergrond, is een van de meest unieke en best bewaarde forten op het schiereiland. Het rijst op op een heuvel aan de rand van de gelijknamige stad en is een nationaal monument. Het uiterlijk nu is bijna hetzelfde als bij de bouw in de 15e eeuw en gebeurde in opdracht van de eerste markies van Villena. Het is een paleisfort dat op het eerste gezicht indrukwekkend is en dat, zoals bijna allemaal, eeuwenlang werd verlaten totdat keizerin Eugenia de Montijo, de laatste Franse keizerin en echtgenote van Napoleon III, het in de 19e eeuw in zijn oorspronkelijke pracht terugbracht. Tegenwoordig is het nog steeds bewoond, men kan het bezoeken en het World Medieval Combat Championship wordt op het terrein gehouden. Ga niet weg zonder de kerkers en de kelder te bezoeken. Het klinkt je misschien bekend in de oren als je de films “Juana la Loca” van Vicente Aranda of “Flesh and Blood” van Paul Verhoeven hebt gezien.

  • Adres: Calle Eugenia de Montijo, s/n, 16640 Belmonte, Cuenca
  • Telefoon: +34 967 81 00 40
  • Website: Kasteel van Belmonte

6. Kasteel van Almodóvar del Río, Córdoba, Andalucía

Foto: Kasteel van Almodóvar del Río

Rabe!

Op de top van een heuvel, met de stad Almodóvar del Río aan zijn voeten, is dit fort vanaf een afstand te zien en wordt het nog mooier naarmate je de muren nadert. De oorsprong ervan gaat terug tot de islamitische bezetting, in de 8e eeuw, hoewel er in de plaats overblijfselen zijn gevonden van een Romeins fort. Tijdens de middeleeuwen werd het uitgebreid hervormd om het de plechtige uitstraling te geven die het vandaag de dag biedt.

Het kasteel van Almodóvar del Río is een prachtige plek, met zijn torens, zijn kantelen en zijn paradeplaats. Gelukkig heeft de eigenaar (de graaf van Torralva) het aan het begin van de 20e eeuw gered van de ondergang en het gerestaureerd. Tegenwoordig is het een van de best bewaarde kastelen van Spanje. Ze doen rondleidingen, gedramatiseerde bezoeken en enkele nachtelijke bezoeken die de naam “La Luna Negra” kregen en die je niet mag missen.

7. Alcázar van Segovia, Segovia, Castilla y León

Foto: Alcázar van Segovia

Rafa Esteve

Dit monument van kegelvormige torens dat het landschap domineert vanaf een heuvel tussen twee rivieren is zeker een verhaal. Het werd in 1122 gebouwd op een Spaans-Arabisch fort en koning Alfonso VIII woonde hier. Door de eeuwen heen is het verschillende keren gerestaureerd en uitgebreid, en het huidige profiel is te danken aan Felipe II. Wat ooit een van de meest weelderige kasteelpaleizen in het middeleeuwse Spanje was, is tegenwoordig een historisch-artistiek monument dat ons het verhaal vertelt door zijn kamers en torens. De troonzaal en de kombuis zullen je betoveren. Het militair archief van Segovia is in het Alcázar gevestigd en ook het museum van de Koninklijke Artillerie School vinden wij hier.

8. Kasteel van Olite, Navarra

Foto: Het Koninklijk Paleis van de Koningen van Navarra
Jorab

Het Koninklijk Paleis van de Koningen van Navarra in Olite (dit is de volledige naam) is een fort dat werd gebouwd tussen de 13e en 14e eeuw als zetel van het Hof van het koninkrijk Navarra. Dit paleis is een fascinerende reeks kamers, tuinen, grachten en bijgebouwen die in de schaduw van legendarische torens staan en die ons in staat stellen om te begrijpen waarom het in zijn tijd als een van de mooiste van Europa werd beschouwd. Het kasteel was het slachtoffer van de voortschrijdende jaren en een brand tijdens de Onafhankelijkheidsoorlog verergerde het verval nog meer. In 1937 begon de restauratie om de glans van het verleden te herstellen en ondanks het feit dat er veel verloren is gegaan, kunt u vandaag binnen de muren slapen in een Parador of slenteren door charmante hoekjes zoals de Galerij van de Koningen.

  • Adres: Plaza Carlos III El Noble, 4, 31390 Olite, Navarra
  • Website: Kasteel van Olite

9. Kasteel van Cardona, Barcelona, Cataluña

Foto: Kasteel van Cardona

In het hart van Catalonië staat het belangrijkste middeleeuwse fort van de regio. Deze grote massa stenen gebouwen bekroont een heuvel, van waaruit je een landschap als geen ander kunt zien. Het werd gebouwd in 886 en is in romaanse en gotische stijl, hoewel het zijn maximale pracht beleefde tijdens de 15e eeuw, onder het bewind van de hertogen van Cardona, de belangrijkste familie in de kroon van Aragon. Een deel van het complex herbergt een Parador en het andere deel kan bezocht worden. Tot de parels van het kasteel behoren de majestueuze romaanse kerk van San Vicente en de toren van de minyona uit de 11e eeuw.

10. Kasteel van Peñafiel, Valladolid, Castilla y León

Foto: Kasteel van Penafiel

PMRMaeyaert

Heb je ooit een kasteel in de vorm van een schip gezien? Als dit niet het geval is, stop dan bij de stad Peñafiel in Valladolid, waar een stenen fort op een lange, smalle heuvel staat. Het is sinds 1917 een nationaal monument en het werd gebouwd in de 10e eeuw, wanneer de koning León Ramiro II was, hoewel het de kroonprins Don Juan Manuel was die het achterliet zoals het momenteel is. Met een oppervlak van 35 meter breed bij 210 lang, is het kasteel van Peñafiel een wonder van middeleeuwse architectuur. De muren zijn meer dan interessant, maar de donjon is het juweel van het kasteel. In een van de kamers bevindt zich het Provinciaal Wijnmuseum, dus profiteer en geniet van de gastronomie en het historische erfgoed zonder u zelfs maar te hoeven verplaatsen.

11. Het nieuwe kasteel van Manzanares el Real, Madrid

Foto: Het nieuwe kasteel van Manzanares el Real

Ramón Durán

Het nieuwe kasteel van Manzanares el Real staat ook wel bekend als het kasteel van Mendoza, aangezien het eeuwenlang het woonpaleis van dit adellijk geslacht was. Het is een 15e-eeuws paleis-fort gelegen in de gemeente Manzanares el Real, naast het Santillana-stuwmeer en aan de voet van de Sierra de Guadarrama. Het kasteel is gebouwd op een romaans-mudejar kluizenaarshuis en is een echt juweeltje.

Het is vierhoekig en heeft vier torens (drie cirkelvormig en de verdedigingstoren, die achthoekig is), kantelen, mezekouwen (dat is het vierkante werpgat tussen de uit elkaar geplaatste kraagstenen van de stenen uitbouwen van torens en muren van een middeleeuws kasteel), en een bruggeschans vol schietgaten eromheen. De binnenpatio heeft een portiek en is een genot, terwijl de gotische galerij op de eerste verdieping een van de mooiste is die je in je leven hebt gezien.

12. Kasteel van Vélez-Blanco, Almería, Andalucía

Foto: Kasteel van Vélez Blanco

Raul

Dit kasteel, gelegen op de top van de prachtige Andalusische stad Vélez-Blanco, staat op de overblijfselen van een oud islamitisch fort die de stad beheerst. Het was eigendom van Pedro Fajardo y Chacón, die door de katholieke vorsten Marqués de los Vélez werd genoemd, en hoewel het nog steeds indrukwekkend is, zou het veel indrukwekkender kunnen zijn als het niet te lijden had gehad van de plundering en verlating waaronder het in de 19e en 20e eeuw had geleden. De kostbare binnenplaats was een meesterwerk uit de Spaanse Renaissance en werd verkocht aan een Amerikaanse miljonair die het naar New York bracht en waar het vandaag de dag te zien is in het MET Museum. De kostbare houten friezen die “de twaalf werken van Hercules” en “de triomfen van Caesar” voorstelden, werden ook verkocht en bevinden zich nu in het Museum voor Decoratieve Kunsten in Parijs. Toch zal het bezoek aan het kasteel niet teleurstellen.

13. Kasteel van Mota, Valladolid, Castilla y León

Foto: Kasteel de la Mota

Enric Juan

Het kasteel ligt in de stad Medina del Campo, op een verhoging van het terrein (vandaar de naam) van waaruit het de hele regio controleert. De ommuurde ruimte is indrukwekkend, in de typische roodachtige baksteen van het gebied, dat het ons niet verbaast dat het in 1904 werd uitgeroepen tot goed van cultureel belang. Zijn geschiedenis is turbulent en tussen zijn muren en hoge torens hebben figuren zoals César Borgia gevangen gezeten. Dit fort heeft oorlogen en conflicten overleefd, die littekens hebben achtergelaten die nog steeds op de muren te zien zijn. Het kasteel kan bezocht worden, dus mis zijn fantastische paradeplaats niet, of de kapel in de Mudejar-romaanse stijl. Het is een reis naar het verleden.

  • Adres: Av. Castillo, s/n, 47400 Medina del Campo, Valladolid
  • Website: Kasteel van Mota

14. Kasteel van Bellver, Mallorca, Baleares

Foto: Kasteel van Bellver

PD

Rond, met vier aangrenzende torens en een bevoorrecht uitzicht op de stad Palma, de haven, het Tramontana-gebergte en de Pla de Mallorca, doet het Bellver-kasteel zijn naam eer aan (in het oude Catalaans betekent het “prachtig uitzicht”). Het is een van de weinige ronde forten in Europa en de oudste van allemaal, aangezien het aan het begin van de 14e eeuw in opdracht van Jaime II in de Mallorcaanse gotische stijl werd gebouwd. Een gracht omringt het en de donjon is een fantastisch uitzichtpunt.

15. Het Alhambra, Granada, Andalucía

Foto: Alhambra

Jebulon

Hoewel het Alhambra geen typisch kasteel is, is dit rijke paleiscomplex en fort gewoon zo spectaculair dat het niet op de lijst mocht ontbreken. Gelegen op een heuvel bij Granada, was het de zetel van de monarchie en het hof van het Nasriden-koninkrijk en is het een van de hoogtepunten van de Andalusische kunst, evenals een van de meest bezochte monumenten in Spanje.

Het “rode fort” is een grote ommuurde stad waarin de tijd voor altijd lijkt te hebben stilgestaan. Tussen rijkelijk versierde kamers, zalen met fonteinen, de fantastische binnenplaats van de leeuwen (patio de los leones), paradijselijke tuinen en nog veel meer, lijkt het alsof je niet op aarde bent. De Nasriden-paleizen zijn de echte parel in de kroon, maar vergeet niet om naar het Generalife te gaan, een landelijk dorp waar vegetatie en water de hoofdrolspelers zijn, samen met het uitzicht op het prachtige Granada. Hoe kan het ook anders, het Alhambra staat op de werelderfgoedlijst van UNESCO.

  • Adres: Calle Real de la Alhambra, s/n, 18009 Granada
  • Website: Het Alhambra

De verzameling rotskunst in het Middellandse Zeebekken

  1. Algemeen
  2. Karakteristieken
  3. De vindplaatsen

1.Algemeen

De verzameling rotskunst in het Middellandse Zee bekken op het Iberische schiereiland is een goede aanwinst voor het Werelderfgoed van de Unesco. De opname op de Werelderfgoedlijst gebeurde in 1998.

Het betreft een verzameling vindplaatsen van rotskunst in het oostelijk deel van Spanje. Deze streek heeft het grootste aantal van dergelijke vindplaatsen van deze kunstvorm in Europa.

Foto: locatie van de belangrijkste vindplaatsen

De naam is een verwijzing naar het bekken van de Middellandse Zee en een groot aantal vindplaatsen liggen inderdaad aan zee maar er zijn ook een groot aantal vindplaatsen in het binnenland gevonden zoals in Aragón of in Castilla-La Mancha.

Deze kunst was min of meer een tijdgenoot van de neolithische kunstvorm, beide dateren min of meer van 10.000 jaar voor Christus. Deze kunstvorm bleef populair tot aan de verschijning van de eerste objecten in koper (Chalcolithische periode) rond 4.500 voor Christus.

De expressie die in de dorpen met landbouwers en veetelers gebruikt werd was radicaal anders dan de expressie die gebruikt werd door de groepen jagers en krijgers die hier rondtrokken.

Deze kunstvorm werd voor de eerste maal ontdekt in Teruel in 1903. Juan Cabre was de eerste die deze kunst bestudeerde en die hem omschreef als een paleolithische regionale kunstvorm. Later werd het beschouwd als een parallelle kunstvorm door de schilderingen van paleolithische groepen die in grotten werden gevonden. In dit geval zou het vermoedelijk kunnen gaan over een groep die van oorsprong afkomstig is uit Noord-Afrika.

Beltrán was de eerste om het begin van deze kunstvorm te situeren in epipaleolitische of mesolitische groepen. Ripio maakte een nieuw chronologisch schema en men verdeelde deze kunstvorm in vier opeenvolgende fases: naturalistisch, gestileerd statisch, gestileerd dynamisch en de laatste fase de schematische overgang.

2. Karakteristieken

Men denkt dat de Levantijnse kunst voornamelijk wordt uitgedrukt in schilderingen en zijn focus ligt op het leven van de mens dat weergegeven wordt in zijn meest eenvoudige vorm. In deze schilderingen is er geen enkele vorm van hiërarchie aanwezig. Men ziet de intentie van de schilder om de delen van zijn schildering in een plaats te leggen. Een duidelijk voorbeeld van deze kunst is te vinden in het werk “De dansers van Cogul”.

In de paleolithische kunst is de menselijke figuur schaars gebruikt maar in de Levantijnse kunst verwerft hij een grote belangrijkheid.

Deze vorm kan men met een zekere regelmaat zien en dan nog als het hoofd thema van de schildering. Wanneer er in dezelfde schildering afbeeldingen gebruikt worden van dieren en mensen dan is het de menselijke figuur die loopt en rechtop staat.

Er zijn schilderingen van mensen die taken uitvoeren die in deze periode gewoon waren zoals: de jacht, de dans, het gevecht, landbouwactiviteiten, het temmen van dieren, het verzamelen van honing enz.

In de afbeelding van het menselijk lichaam bestaan er afbeeldingen van het menselijk hoofd en die hebben zekere karakteristieken. Er bestaan afbeeldingen van menselijke figuren die halfnaakt weergegeven zijn, soms is de borst ontbloot en soms draagt de figuur een soort broek. Soms is de afbeelding er een met seksuele handelingen en en zijn afbeeldingen gevonden van een fallus.

Foto: voorbeeld van deze rotskunst

De gereedschappen die op de schilderingen staan zijn pijlen, palen, pijlkokers en zakken. Deze gereedschappen worden altijd samen met een menselijke figuur afgebeeld.

Er zijn zeer weinig afbeeldingen van de vegetatie gebruikt in de Levantijnse kunst.

Afbeeldingen van dieren zijn wel regelmatig gebruikt en dan zijn het meestal afbeeldingen van herten, geiten (dat is het meest voorkomende dier in de schilderingen) en runderen. Zij worden alleen of in groepen afgebeeld.

Uitzonderlijk worden er hondachtigen afgebeeld en als ze op een schildering afgebeeld worden is het in een jacht tafereel.

3. De vindplaatsen

De plaatsen waar de rotskunst gevonden is gaan vanaf de Pyreneeën tot in Andalusië en het zijn de autonome regio’s Catalonië, Aragón, Castilla-La Mancha, Murcia, De Comunidad Valenciana en Andalusië. Deze vindplaatsen werden al op de lijst van Belangrijk Cultureel Belang opgenomen in 1985.

Een van de plaatsen waar er rotskunst gevonden is en die in een zeer goede staat verkeerd is in Ulldecona (40°38′12.50″N 0°28′31.50″E), in de provincie Tarragona. In Ulldecona is ook de grootste vindplaats van deze kunst in Catalonië.

Ze zijn meestal te vinden op rotsachtige plaatsen die beschermd zijn door een overhangende rotsmassa. Grotten met weinig diepte waardoor de zon, het licht en de regen gemakkelijk kan doordringen bevatten geen schilderingen.

In het algemeen zijn veel van de vindplaatsen in een niet zo goede staat van bewaring.

Lijst van de beschermde vindplaatsen

Het betreft een verzameling van 758 rotsachtige schuilplaatsen, grotten, hutten en ravijnen (volgens de lijst van de Unesco) waarin men men afbeeldingen kan vinden met geometrische figuren of met taferelen van de jacht, de oogst, dansen of oorlog, inclusief afbeeldingen van mensen en dieren.

De vindplaatsen bestrijken 16 provincies en 6 autonome gemeenschappen:

Communiteit Valencia: 301 plaatsen
Provincie Alicante: 130 plaatsen.
Provincie Castellón: 102 plaatsen.
Provincie Valencia: 69 plaatsen.

Aragón: 163 plaatsen.
Provincie Teruel: 67 plaatsen.
Provincie Huesca: 78 plaatsen.
Provincie Zaragoza: 18 plaatsen.

Castilla-La Mancha: 93 plaatsen.
Provincie Albacete: 79 plaatsen.
Provincie Cuenca: 12 plaatsen.
Provincie Guadalajara: 2 plaatsen.

Región de Murcia: 72 plaatsen.

Andalucía: 69 plaatsen.
Provincie Jaén: 42 plaatsen.
Provincie Almería: 25 plaatsen
Provincie Granada: 2 plaatsen.

Catalonië: 60 plaatsen.
Provincie Tarragona: 39 plaatsen.
Provincie Lérida: 16 plaatsen.
Provincie Barcelona: 5 plaatsen.

De Commissie Cultuur van het parlement van Andalusië heeft tijdens zitting van 25 mei 2006 beslist om een aanvraag te doen om ook de vindplaatsen van de rotskunst uit de provincies Málaga en Cádiz op te nemen op de lijst van het werelderfgoed van de Unesco.

Om hier op deze site al deze vindplaatsen te bespreken is er te weinig informatie over elke vindplaats en daarom heb ik hierna de site vermeld waar het totale aantal van 758 vindplaatsen vermeld staan. Er is ook geen bespreking van de plaatsen, enkel een vermelding en de exacte plaats, met coördinaten, waar men de plaatsen kan vinden.

De volledige lijst staat op de site van de Unesco.

Het Mysterie van Elche

  1. Algemeen
  2. De oorsprong van de tekst
  3. De oorsprong van de muziek
  4. Het werk, de eerste akte: La Vespra
  5. Het werk, de tweede akte: La Festa

1.Algemeen

Het Misteri d’Elx of het Misterio de Elche is een opera met religieuze inslag die als onderwerp de Dood, de Verrijzenis en de Kroning van de de Maagd Maria heeft.

Verdeeld in twee aktes wordt elke 14de en 15de augustus het werk gespeeld in de basiliek van de Heilige Maagd in de stad Elche.

Foto: Neerdalen van de engel

Josecarlosdiez

Recent uitgevoerd onderzoek heeft uitgewezen dat het werk uit het tweede deel van de vijftiende eeuw stamt en dat is in tegenspraak met de plaatselijke tradities.  Deze zijn voor een deel gerelateerd met de verovering van Elche op de Moren in 1265 en voor het andere deel met de vondst van het beeld van de Maagd in een houten kist op 29 december 1370 in de omgeving van het kust plaatsje Santa Pola.

Het is een enig werk in zijn soort dat zonder onderbreking wordt opgevoerd tot op vandaag de dag niettegenstaande de verhindering door het verbod van het Concilie van Trente om theatrale werken in kerken op te voeren. Het was paus Urbanus VIII die in 1732 door middel van een bul de toelating aan de bevolking van Elche gaf om het stuk verder te blijven opvoeren.

Elk van de personages in het stuk wordt vertolkt door mannen en dit gebeurt om de originele middeleeuwse liturgische gebruiken te respecteren die uitdrukkelijk aan vrouwen het verbod gaven om in dergelijke stukken mee te spelen.

De tekst van het mysterie is met uitzondering van, enkele verzen in het Latijn, volledig in het oude Valenciaans geschreven.

De muziek is een amalgaam aan stijlen en zij draagt de stijlen uit de middeleeuwen, de barok en de renaissance met zich mee.

Op 18 mei 2001 heeft de Unesco het Misterio de Elche opgenomen op de lijst van het Inmaterieel Erfgoed van de Mensheid

In 2008 is voor de eerste keer gebruik gemaakt van de stemmen van twee broers die geboren zijn in Ecuador maar die momenteel woonachtig zijn in Elche.  Voor hun optreden hadden zij al een voorbereiding van 11 maanden achter de rug.

2. De oorsprong van de tekst

Het eerste bewijs dat wij hebben van de tekst is een kopij die uit de zeventiende eeuw dateert. Het originele manuscript is verloren gegaan maar een kopij is bewaard gebleven. Men heeft heel wat problemen om de exacte datum dat dit werk gemaakt is te weten.

Vandaag is de oudste kopij in het bezit van het gemeentebestuur en het dateert uit 1709.

Foto: Consueta uit 1709

Het is een kopij van de Consueta voor de Mestres de la Caoella. De Consueto is een oude naam die gegeven werd aan een aantekenboekje waarin men de ritus noteert waarin men de viering doorloopt.

Traditioneel werd er gezegd dat de tekst geschreven was in het Provencaals maar dat is een vergissing omdat het Provencaals een naam is die men bij vergissing vroeger het Catalaans noemde. Deze taal werd in het koninkrijk van Valencia gesproken dus wordt het Catalaans ook de Valenciaanse taal genoemd.

De tekst is kort, 139 verzen in het eerste deel en 119 in het tweede deel. De verzen zijn in meerderheid kort en zij hebben een zeer eenvoudige versbouw.

In het begin werd alle tekst niet gezongen maar beetje bij beetje werd het muzikale gedeelte groter en groter totdat nu alle tekst op muziek staat. De auteur is niet bekend maar sommigen denken dat het de kroonprins Don Juan Manuel is maar men is er niet zeker van.

3. De oorsprong van de muziek

Het muzikale gedeelte werd bestudeerd door Óscar Esplá en volgens hem is de partituur uit verschillende periodes. Het oudste gedeelte begint bij de mozarabische liturgie (Middeleeuwen) en zij maken deel uit van de liederen van Maria en de Aartsengel. De andere delen zijn moderner en zij zijn van de hand van bekende auteurs zoals:

  • Ginés Pérez (1548) auteur van “A vosaltres a pregar que s’ens anem a soterrar”.
  • Antonio de Ribera (1521) auteur van “ Flor de virginal bellesa”, “ Aquesta gran novetat”.
  • Lluis Vich (1594) auteur van “ Ans d’entrar en la sepultura”.

De auteur van “Ternari” is onbekend maar het werk draagt de kenmerken uit de zestiende eeuw. Er zijn nog andere recentere delen in het werk want het is wat men noemt een levend werk met een permanente evolutie.

4. Het werk, de eerste akte: La Vespra

Dit heeft plaats op 14 augustus, op het einde van de plechtige kerkdienst van de eerste vespers van de festiviteit.

Het begint met de Maagd, Maria Salomé, Maria Jacoba en zes engelen die verschijnen aan de poort van de basiliek. Dan klinken er geluiden van het kerkorgel.

De aartspriester en de ridders doorlopen de helling die naar het podium gaat en de Maagd heft een lied van hulp aan die het gevolg aanstuurt. Dezen op hun beurt verklaren hun loyaliteit.

Dan knielt zij neer en zij toont haar voornemen om zich te herenigen met haar Zoon. Later stijgt zij op, samen met haar gevolg naar de “cadafal”.

Eenmaal boven, knielt zij opnieuw neer terwijl de twee Maria’s en de engelen haar vergezellen. De Maagd spreekt opnieuw de wens uit om herenigt te worden met haar Zoon.

Veel later zijn de poorten van de hemel geopend en in een donkerrode en gouden sfeer daalt een engel neer en hij heft een lied aan en hij groet de Maagd.

De engel die het dichtst bij Maria staat overhandigd haar een palm. Zij neemt de palm aan en zij drukt haar verlangen uit om vergezeld te zijn door de apostelen op het ogenblik van haar overlijden.

De engel stijgt terug ten hemel nadat hij uitdrukking heeft gegeven om het verlangen van de Maagd te vervullen.

San Juan, in het wit gekleed, verschijnt aan de voet van de helling die naar de cadafal loopt en hij draagt het Evangelie in zijn handen. Eenmaal boven, laat Maria hem haar dreigend overlijden weten en zij geeft San Juan de palm die zij ontvangen heeft van de engel. Hij neemt de palm aan en hij zingt even later een droevig lied.

Men klimt naar de cadafal, Sint Pieter draagt de sleutels van de hemel en hij is verrast door de gebeurtenissen.

Hij komt aan bij het bed van Maria, groet haar en heft een lied aan. Ondertussen verschijnen er zes andere apostelen op de helling.

Op dat moment komen er drie apostelen in de kerk door drie verschillende deuren en zij groetten elkaar en zij beginnen te zingen omdat zij verrast zijn door dit toevallig treffen. Deze scene staat bekend als “El Ternari”.

Veel later gaan zij naar de cadafal en zij zijn daar met alle apostelen met uitzondering van Sint Thomas en zij zingen er ter ere van de Maagd.

Uiteindelijk richt Sint Pieter het woord tot Maria en hij stelt haar de vraag over het mysterie waarom zij hier zijn samen gekomen.

Het gevolg van de Maagd verzameld zich rond Maria en zij vraagt verdrietig om begraven te worden in de Vallei van Josafat.

Tijdens de laatste noten valt de Maagd dood neer op haar bed. De apostelen dragen brandende kaarsen en zij heffen een lied aan in afwachting van de verrijzenis.

De poorten van de hemel openen zich en vijf engelen dalen naar beneden en zij zingen voor de Moeder Gods. Eenmaal beneden nemen zij bezit van de ziel van Maria en bij het terug ten hemel stijgen zingen zij een lied.

De aartspriester van Santa Maria en de ridders gaan naar boven op de cadafal en zij kussen de de voeten van de overledene. Zij worden gevolgd door de twee Maria’s, de engelen en de apostelen.

Later legt San Juan de gouden palm over Maria en dit is tevens het einde van het eerste deel.

5. Het werk, de tweede akte: La Festa

Deze tweede akte gaat de volgende dag, 15 augustus, door. Eenmaal men de Vespers beëindigd heeft gaan de aartspriester en de ridders naar boven over de helling en zij kussen de voeten van de Heilige Maagd. Na hen komen de apostelen die rond hen staan. María Salomé, María Jacobe en het gevolg van engelen wachten in het begin van de gang.

Drie apostelen zingen over de toetreding tot de begrafenisstoet en vier van hen dalen af langs de helling en het gevolg en de apostelen gaan samen over de helling tot aan de cadafal.

Sint Pieter neemt de palm en legt hem over het lichaam van de Maagd en hij richt zich tot Sint Jan. Nadien zullen alle discipelen die neergeknield zijn tegenover het lichaam van de Maagd een lied inzetten.

Uiteindelijk zingt men de psalm “In exitu Israel d’Egipto”, een psalm eigen aan de liturgie voor begrafenissen. Plotseling, geïntrigeerd door het lied verschijnt een groep joden op het toneel. Twee van hen gaan omhoog tot aan de cadafal en de apostelen naast de Maagd. Zij gaan dan terug naar beneden naar de andere joden en zij zeggen daar wat de reden is van de gebeurtenissen.

De joden besluiten om de groep discipelen die rond het levenloze lichaam verzameld zijn aan te vallen met de bedoeling om het lichaam van de Maagd te vernietigen.
De hoofd rabbi, die deel uitmaakt van de groep, probeert dreigend het zingen van de apostelen te stoppen. De joden gaan naar boven tot aan de cadafal en Sint Jan en Sint Pieter proberen dit heiligschennis te voorkomen. Maar de joden die met meer zijn slagen er in om verder naar boven te gaan en zij naderen het lichaam van Maria.

Een van hen probeert het lichaam te grijpen maar zijn handen raken verlamd in een wonderlijk toeval. De andere joden die hier getuige van zijn vallen op hun knieën neer en zij bidden zingend tot God om hulp.

De apostelen hebben medelijden met hen en zij vragen hen om geloof te hebben voor de maagdelijkheid van Maria. De groep joden, die nog altijd neergeknield zijn smeken om gedoopt te worden.

Sint Pieter doopt dan de joden en zij zijn vrolijk en zij beginnen te zingen als dank aan de Maagd. Een van hen draagt een kruis en hij neemt deel aan de begrafenis van Maria.

Het kerkorgel begint te spelen en op dit moment openen zich de poorten van de hemel. De araceli komt terug naar beneden en hij draagt bij zich de ziel van de Maagd. Tijdens het zingen van de engelen in de basiliek beloofd men de verrijzenis van de Maria.

De ridders keren terug naar de kerk en zij zijn vergezeld door Sint Thomas. Deze, ontroostbaar omdat hij niet had meegewerkt aan de begrafenis begint te zingen en in dat lied vraagt hij de Maagd vergiffenis.

Vervolgens opent de hemel zich weer en God de Vader, vergezeld van de Heilige Drievuldigheid komt naar beneden. Hij draagt in zijn handen een gouden kroon en die wordt zachtjes op het hoofd van Maria gezet. Een regen van goud komt uit de hemel en bedekt de scene, de klokken van de basiliek gaan luiden en een regen van vuurpijlen wordt afgestoken.

De Heilige Drievuldigheid en de araceli gaan terug naar de hemel en de apostelen samen met de joden zetten het Gloria Patri in.

De Tomatina

  1. Beschrijving
  2. Regels en aanbevelingen
  3. Geschiedenis
  4. Andere Tomatinas

De Tomatina is een straatfeest dat jaarlijks doorgaat in de Valenciaanse gemeente Buñol. De deelnemers gooien tijdens het feest tomaten naar elkaar en de Tomatina gaat door op de laatste woensdag van augustus.

1.Beschrijving

Het “gevecht” valt in de feestweek in Buñol en het wordt vooraf gegaan door tal van andere feestelijkheden en activiteiten en het gevecht valt op het einde van deze feestelijkheden.

De nacht voor de Tomatina zijn de straten met veel smakelijker producten gevuld dan die van de volgende dag. Op het plein wordt boven houtvuren volop paella klaargemaakt en er wordt wijn gedronken tot in de vroege uurtjes.

Woensdagochtend, zeer vroeg in de ochtend beginnen de handelaren en de eigenaren van de huizen op het plein met de bescherming van, vooral, hun ramen en deuren om de chaotische lawine van tomaten buiten te houden.

Foto: Palo Jabón

puuikibeach

Om 10.00 begint dan het eerste evenement van de Tomatina en het is de “palo jabón” (zeeppaal). Op deze ingezeepte paal staat bovenaan een hesp. Terwijl dit gebeurt werkt de groep in een razernij van zang en dans verder en nemen zij een douche met waterslangen. Als iemand er in slaagt om de ham van de paal te halen dan is dat het sein om met het echte feest en met de chaos te beginnen.

Vanaf verschillende vrachtwagen worden de tomaten in overvloed uitgeladen op de Plaza del Pueblo. Deze tomaten komen uit Xilxes Castellón omdat ze daar goedkoper zijn en ze worden er speciaal gekweekt voor deze feesten. De smaak van deze tomaten is niet echt geschikt voor consumptie. De deelnemers wordt nu aangeraden om een beschermende bril en handschoenen te dragen. Ook moeten de tomaten platgedrukt worden zodat ze niets of niemand kunnen beschadigen of kwetsen.

Na exact één uur wordt het gevecht afgeblazen, het ganse plein kleurt rood en er vormen zich rivieren van tomatensap. Vervolgens komen er brandweerwagens om het plein schoon te spuiten. Inwoners gebruiken waterslangen om de deelnemers aan het gevecht te reinigen. Na de reiniging van de straten zijn deze straten ook, dankzij het zuur in de tomaten, bacteriënvrij.

Volgens een schatting gebruikt men elk jaar ongeveer 150.000 tomaten die verdeeld worden onder ongeveer 20.000 deelnemers die afkomstig zijn van over de ganse wereld.

2. Regels en aanbevelingen

Tijdens het feest gelden er een aantal regels en aanbevelingen om de veiligheid van de deelnemers te verbeteren:

  • Men mag enkel met tomaten en niet met andere voorwerpen gooien
  • Men mag geen shirts van andere deelnemers scheuren of aftrekken.
  • Men moet de tomaten voor het gooien even platdrukken.
  • Men moet oppassen voor de vrachtwagens die de tomaten aanvoeren.
  • Na het tweede schot gooit men geen tomaten meer.
  • Er wordt aan alle deelnemers aangeraden om een veiligheidsbril en handschoenen te dragen.

3. Geschiedenis

Er bestaan verschillende interpretaties over de oorsprong van dit populaire feest. Volgens sommigen ligt de oorsprong in een grap. Er zat een man op de plaza del pueblo terwijl hij zong en muziek maakte. Een groep jongeren vond dat de man afschuwelijk zong en zij bekogelden hem met tomaten en dat was dan de geboorte van het feest.

Volgens een andere versie is er in Tarazona (Zaragoza) ook een soort Tomatina maar hij is daar geïnspireerd op de “El Deivi”, een plaatselijk personage uit de Cipotegato. Sinds mensenheugenis zijn er op 27 augustus in Tarazona de feesten van Cipotegato en dat feest staat ook bekend als de Tomatada. Tijdens dit feest vecht de bevolking op de plaza del Ayuntamiento een veldslag met tomaten uit.

Maar zonder twijfel is de meest waarschijnlijke versie die begint in 1945. Het plein in de stad (waar de “Tomatina” vandaag de dag doorgaat) was toen vol met jongeren die kwamen kijken naar het traditionele feest van de “Gigantes y Cabezudos” (een optocht met reuzen met groteske hoofden). Sommige van deze jongeren besloten om aan het einde van de optocht aan te sluiten bij de optocht.

Deze beslissing van de jongeren viel niet in goede aarde bij de andere deelnemers aan de optocht. Een van de deelnemers aan de optocht viel en er begon een gevecht in regel. Toevallig stond er een kraampje met groenten op het plein en een aantal jongeren gebruikten de tomaten als projectielen maar de tegenpartij deed hetzelfde. Het gevecht duurde tot de politie een einde maakte aan het gevecht en de verantwoordelijken voor het gevecht moesten de schade vergoeden.

Het volgende jaar herhaalde het gevecht zich maar de deelnemers hadden nu al de tomaten meegebracht. Het gevecht werd ook deze maal beëindigd door de politie.

Tijdens het volgende jaar werd de viering verboden maar op de een of de andere manier ging er toch een feestje door.

In 1950 liet het gemeentebestuur het gevecht toe maar het volgende jaar werd het weer verboden. Een groot aantal jongeren werd toen opgepakt en opgesloten maar de inwoners van Buñol steunden de deelnemers en zij verplichtten de overheid om de jongeren vrij te laten. Het festival werd steeds populairder, ook buiten Buñol en zo kwamen er steeds meer en meer deelnemers.

Tijdens de jaren 50, gebruikten de deelnemers niet alleen tomaten maar spoten zij ook water op mensen die geen deelnemers waren aan het feest. Onder hen waren dan nog dikwijls de gemeentelijke personaliteiten: Dat leidde terug tot een verbod op de feestelijkheden waarop zware boetes en gevangenis waren gezet.

In 1957, toen duidelijk werd dat de “tomatina” niet kon doorgaan kwamen een aantal jongeren samen om de “begrafenis van de tomaat” te vieren en dit ging door met zangers, muzikanten en met de opvoering van komedies. De voornaamste attractie van het feest was een doodskist met een grote tomaat er in. De doodskist werd gevolgd door een muziekgroep die doodmarsen speelde.

Foto: Tomatina

Carlesboveserral

Door de steeds groter wordende populariteit van het feest en de steeds groter wordende vraag ernaar kwam er in 1959 toch een nieuw feest maar er kwamen ook enkele regels en voorschriften. Bij de wijzigingen vinden we de “palo jabón” (zeeppaal) die in gebruik komt een uur voor de tomatina, de duur van het gevecht werd beperkt in de tijd en hiervoor gebruikt men een vuurwerk om het begin en het einde aan te duiden.

4. Andere Tomatinas

  • Sutamarchán Boyacá, Colombia sinds 2004
  • Quillón, Chili sinds 2011
  • Dongguan, China sinds 2008
  • Boryeong, voorzien vanaf 2013
  • Comunidad de San José de Trojas, en Valverde Vega, Costa Rica sinds 2000