Veilig met de auto naar het zuiden

  1. Algemeen
  2. Neem voldoende water mee
  3. Vermijd de spits
  4. Zet uw ramen even open na vertrek
  5. Parkeer en pauzeer in de schaduw
  6. Sta je toch langdurig in een file, zet de verwarming van de wagen op
  7. Leg een handdoek over je stuur
  8. Voorzie je toch op een panne

1.Algemeen

Terwijl Belgen en Nederlanders aan hun grote uittocht naar het zuiden beginnen, meten ze in het zuiden recordtemperaturen.

Kan het wel veilig zijn om met temperaturen van boven de 40 graden in de file te staan na een rit van meer dan acht uur?

Het antwoord op deze vraag is duidelijk nee. Vanaf 27°C kunnen vermoeidheid, concentratieproblemen en benauwdheid optreden. Rijden in een wagen met een te hoge binnentemperatuur heeft eenzelfde risicofactor als rijden onder invloed van alcohol. Een interieurtemperatuur van 35°C komt volgens diverse studies overeen met 0,5 promille alcohol in het bloed.

Hierna volgen een aantal tips om toch zo veilig mogelijk naar het zuiden te rijden.

2. Neem voldoende water mee

De belangrijkste maatregel maar toch de logica zelve natuurlijk: neem voldoende water mee in de wagen, zodat je ook voorbereid bent als je door file onverwacht langer onderweg bent. Koop eventueel een spuitbus met water (spray) om het gezicht even te verfrissen zonder u te veel nat te maken. Wie lang fris water wil, kan de flesjes thuis eerst (gedeeltelijk) invriezen.

3. Vermijd de spits

Filerijden in de hitte is nooit aangenaam en dat is het ook niet voor je auto. Kan je wachten tot zondag, doe het dan, zo vermijd je de ergste files en probeer ook om niet ’s nachts te rijden. Men kan zo wel de ergste hitte vermijden maar weinig mensen zijn gewoon om ’s nachts te werken.

4. Zet uw ramen even open na vertrek

Als je na de pauze met een hete auto vertrekt, zet je best de ramen open. Schakel de airco pas in nadat de motor gestart is, maar het mag dan wel meteen op volle kracht terwijl de ramen nog open staan. Zodra de ergste warmte uit de auto is, doe je de ramen dicht en zet je de airco op de normale stand.

5. Parkeer en pauzeer in de schaduw

Pauzeer voldoende en parkeer je auto dan best in de schaduw, anders wordt het binnen erg warm. Ikzelf rijd meestal twee uur en dan ga ik aan de kant of op een parking staan.

6. Sta je toch langdurig in een file, zet de verwarming van de wagen op

Sta je bij heet weer in de file? Dan zet je beter de airco af en zelfs de verwarming aan. Het is ook niet evident om tijdens een hittegolf de motor koel te houden. Tijdens het rijden zorgt de wind nog voor verkoeling. Maar als je stilstaat, moet de koeling gebeuren met de koelvloeistof. Door de airconditioning af te zetten en de verwarming aan te zetten, wordt het wel warmer in de auto maar kan de koelvloeistof makkelijker afkoelen.

Als de wijzer op je dashboard aangeeft dat je motor echt oververhit dreigt te raken,dan zet je de verwarming best op maximale blaasstand. Zet dan wel je ramen naar beneden, zodat de temperatuur in de auto niet te hoog oploopt.

7. Leg een handdoek over je stuur

Als het niet lukt om in de schaduw te parkeren, dek je de voorruit best af met een scherm. Anders zal de temperatuur vlug oplopen tot een stuk boven de 60 graden, Als je geen scherm hebt, kan je het stuur, tijdens je pauze, ook afdekken met een handdoek.

8. Voorzie je toch op een panne

Leg een paraplu in je kofferbak. Wanneer je pech krijgt, moet je de auto uit en met een paraplu sta je dan niet onbeschermd in de brandende zon.

Het Alhambra, Generalife en Albaicín

  1. Algemeen
  2. Alhambra
  3. Generalife
  4. Albaicin
  5. Toeristische dienst van Granada

1.Algemeen

Foto: het Alhambra
Jebulon

Dit artikel gaat enkel over de 3 plaatsen in Granada, het Alhambra = Paleis, het Generalife = tuinen en het Albaicín = een oude Moorse wijk. De stad Granada komt in een ander artikel aan bod omdat dit artikel nu al veel te groot is en omdat dit hoofdstuk enkel over het werelderfgoed gaat.

Wat kan u hier vinden:

  • Alhambra
  • Generalife
  • Albaicín
  • Adres toeristische dienst van Granada

2. Alhambra

Het Alhambra is een Andalusisch stedelijk paleis in Granada. Het is een rijk paleis complex en een fort dat de koning van het Koninkrijk der Nasriden in Granada huisvestte.

Zoals andere islamitische werken uit die tijd is het een zeer mooi paleis en het interieur met zijn inrichting is een van de hoogtepunten van de toenmalige islamitische kunst.

Een kort promofilmpje over het Alhambra van 5,43 minuten, er is een nadeeltje, de bijgaande muziek is redelijk enerverend.

2.1 Waar komt de naam vandaan?

Het woord Alhambra is Arabisch en komt van “Al Hamra”, dat is dan weer afkomstig van de volledige Arabische naam “Qal’at al-hamra” (Fortaleza Roja).of in het Nederlands “Rood fort”.

In zijn evolutie is er in het Castiliaans tussen de M en de R een B zoals in alfombra (tapijt) wat in het klassiek Arabisch betekend de “roodheid” en dat is geschreven als “humrah”.

De vorige betekenis van Alhambra is een versie maar er zijn andere bronnen die zeggen dat in die periode de kleur van het Alhambra wit was.

De naam “rood” komt volgens hen omdat men tijdens de bouw van het Alhambra ook ’s nachts werkte en als men er naar keek vanuit de verte alles rood kleurde door het licht van de gebruikte toortsen.

Nog anderen beweren dat de naam “Alhambra” simpelweg de naam is van de vrouw van de oprichter van het paleis, Abu Alahmar wat in het Arabisch de betekenis heeft van “de Rode” omdat deze vrouw roodharig was.

2.2 Geschiedenis

Het Alhambra is een ommuurde stad (medina) gelegen op het beste deel van de heuvel “La Sabika”.

De stad Granada had zijn eigen systeem van ommuring, daarom kon het Alhambra apart functioneren van de stad Granada, temeer omdat naast het koninklijk paleis alle diensten aanwezig zijn om de eigen bevolking het leven mogelijk te maken zoals een moskee, scholen en werkhuizen.

Wanneer Ben-Al-Hamar ofwel Mohamed-Ben-Nazar Granada als overwinnaar binnenkomt in 1238 ontvangt de bevolking hem met de schreeuw “Welkom aan de overwinnaar dankzij de gratie van Allah” waarop hij antwoord “Alleen Allah overwint”.

Dit is ook de wapenspreuk op het wapenschild van de Nasriden en het staat op de muren geschreven doorheen het ganse Alhambra.

Mohamed Ben-Nazar bouwde het eerste deel van het paleis en zijn zoon Mohamed II, die een vriend was van koning Alfonso X de wijze, versterkte het paleis.

De bouwstijl van het Alhambra is het hoogtepunt van de Andalusische bouwkunst in de helft van de XIVde eeuw met Yusuf I en met Mohamed V.

In 1492 met de verovering door de Katholieke Koningen van Granada is het Alhambra geen koninklijk paleis meer.

De graaf van Tendilla, van de familie Mendoza werd de eerste christelijke slotvoogd van het Alhambra. Hernando del Pulgar, kroniekschrijver uit die tijd schreef hierover:”De graaf van Tendilla en de Groot Commandeur van Léon, Gutierre de Cárdenas ontvingen de sleutels van de stad uit de handen van Fernando de Katholieke en zij gingen het Alhambra binnen en zij plaatsten bovenop de Toren van Comares het kruis en de vlag.

Op de bijeenkomst van het comité van de UNESCO op 2 november 1984 nam men het Alhambra en de Generalife van Granada op op de lijst van het werelderfgoed en 5 jaar later kwam er het El Albaicín bij, een oude middeleeuwse islamitische stad.

Het Alhambra was een van 21 laatst overgebleven kandidaten om genoemd te te worden als een van 7 nieuwe wereldwonderen maar het behaalde uiteindelijk de titel niet.

2.3 Toegang tot het Alhambra

De centrale weg die omhoog loopt door de Puerta de la Granadas (Poort van de Granaatappels) dient voor publiek transport en stopt aan het Paleis van Karel V.

Foto: Puerta de la Granadas
Harvey Barrison

Lopend kan men tot aan de Puerta de la Justicia (Poort van de Gerechtigheid) gaan. Deze poort is gebouwd in de periode van Yusuf I in 1348. Zij is ook een van de oude hoofdingangen van het Alhambra. Zoals in alle oude Moorse verdedigingswerken en hun poorten is ook deze poort gebogen.

Op de sluitsteen van de buitenste boog staat een hand, zij is met de palm naar buiten gericht. De vijf vingers van de hand verwijzen naar de 5 peilers van de islam, deze peilers zijn: het geloof in één god, het gebed, de vasten, de bedevaart naar Mekka en het geven van aalmoezen.

Deze poort komt uit op een terrein met de naam Plaza de los Aljibes, het plein met de regenbakken, omdat er hier een aantal drinkbakken staan. Aan de rechterkant is de Puerta del Vino (Wijnpoort) . Deze poort had geen enkele defensieve functie en zij dateert uit de XIVde eeuw maar de naam komt uit de christelijke periode toen de wijnhandelaars hier de wijn afzetten voor de bewoners van het Alhambra. De poort is de verbinding tussen het Alcazaba en de paleizen.

Het Alcazaba is het oudste deel van het Alhambra en het is een burcht met zware torens en verdedigingsmuren. Deze burcht bestaat uit:

  • de tuin van de Adarves: er is een mooi panoramisch uitzicht
  • de Torre de la Vela: nog een herinnering uit het martiale verleden, het is ook hier dat de katholieke koningen de vlag hesen na de verovering van Granada. Vanaf hier heeft men een uitzicht over Granada, de Sacromonte en het Albaicín.
  • de Torre del Homenaje
  • de Torre Quebrada
  • de Torre Adarguero

De laatste drie zijn aan het grote plein. Achter de Puerta del Vino, aan de rechterkant is het Paleis van Karel V en komt men aan de paleizen.

Wanneer de katholieke koningen, Isabella en Ferdinand het koninkrijk Granada veroverden en ze daardoor de Moorse koning, Boabdil uit Granada verdreven was deze zeer triestig om wat hij had verloren, namelijk “het paradijs op aarde”. Toen hij vertrokken was naar zijn ballingsoord en nog een laatste blik op de stad wierp zou zijn moeder gezegd hebben:”Ween als een vrouw om wat je niet kon houden als een man”.

Foto: overgave van Granada door Boabdil aan Ferdinand en Isabella

Op de weg naar de kust is er een plek die nu de naam draagt van “El Suspiro del Moro” (de zucht van de Moor), een naam die een verwijzing is naar die legende. Van op deze plek kan men de stad overzien met het Alhambra in de verte en Boabdil stond hier om voor de laatste maal in bewondering te staan voor hetgeen hij verloren had.

2.4 Paleizen (met een korte beschrijving van de voornaamste verblijven)

Niets aan de buitenkant verraadt iets van de rijkdom van wat er binnenin te zien is, de variatie en de decoratieve oorspronkelijkheid van de gewelven, de koepels, de friezen en het stucwerk.

De 3 paleizen (Mexuar, Comares en Leones) zijn opgetrokken rond binnenhoven (de patio del Cuarto Dorada), de patio de los Arrayanes en de patio de los Leones.

2.4.1 Mexuar

Het is de meest oorspronkelijke zaal. Het was zowel een audiëntiezaal als rechtszaal en raadzaal. Als rechtszaal werden hier belangrijke zaken besproken. Er is hier een verhoogde kamer die afgesloten is met jaloezieën en waar de sultan kon luisteren zonder zelf gezien te worden. Er zijn hier vier zuilen en zij dragen een met stucwerk verfraaide lijst. Er is een interessante fries versierd met wandtegels en de muren zijn versierd met koninklijke blazoenen. Achteraan is er een oratorium. Gaat men verder dan komt men in een patio met fontein.

2.4.2 Patio del Mexuar of Patio del Cuarto Dorado

Met een schitterende muur die bedekt is met decoratieve elementen. De versiering bestaat uit geometrische patronen, panelen met planten motieven, stroken met inscripties, een brede rand met tegels rond beide deuren en 5 sierlijke vensters.

Ertegenover ligt het Cuarto Dorado, de ruime gouden salon met mooie tegel panelen en een prachtig houten goudkleurig plafond waaraan het salon zijn naam te danken heeft . Hier noteerden de beheerders en de secretarissen van de emir zijn orders en voerden ze ook uit. Het verblijf is ook versierd met gotisch schilderwerk en met schilden en emblemen van de katholieke koningen.

Comarres

2.4.3 Patio de la Alberca of de los Arrayanes

Het is het centrale verblijf in het Comares paleis. Aan beide zijden van het waterreservoir, dat een groot deel beslaat van de patio, zijn er aanplantingen van mirtestruiken. In deze patio kan men een van de belangrijke elementen en kenmerken van het Alhambra vinden, de aanwezigheid van water. Niet alleen gebruikt als drinkwater maar ook als een spiegel. Precies in dit waterreservoir reflecteert de indrukwekkende Torre de Comares. Aan de ene zijde is er een galerie over de ganse lengte van de patio en vanaf de galerie komt men in een wachtkamer terecht.

2.4.4 Sala de barca

Vanaf de noordelijke galerie van de patio de los Arrayanes komt men in de Sala de la Barca. Deze naam komt van het woord “baraka” wat “zegening” betekent. De rechthoekige zaal van 24,5 op 4,35 meter was kleiner in het begin en de vergroting werd gerealiseerd door Mohamed V.

In deze zaal is er een overdekking met een schitterend gewelf die vernield is in een brand in 1890. De hernieuwing was klaar in 1964. De muren dragen de wapenschilden van de Nasriden dynastie en die hebben de inscriptie “Bendición” (zegening) en zij dragen tevens het devies van de dynastie “Sólo Dios es Vencedor”, (Alleen God is overwinnaar).

Vanaf hier komt men in de:

2.4.5 Salón de Comares of het Salón de los Embajadores (Ambassadeurszaal)

Dit is de meest uitgebreide en de meest hoogstaande zaal van het paleis. Zij diende voor de privé audiënties van de sultan met andere personen. Deze personen werden geplaatst in nissen in de muren. In deze zaal was er ook de troon van de sultan.

De vloer was oorspronkelijk uit marmer maar heden ten dage zijn het vloertegels. Deze plaats is er een met een rijke poëtische inhoud, we vinden er poëzie op de muren terug die God en de Emir loven en er zijn ook fragmenten uit de Koran te vinden. Elke centimeter van de muur is bedekt met decoratieve elementen.

Een van de meest aantrekkelijke aspecten van deze zaal is de koepel. Volgens Fernández-Puertas is deze koepel een afbeelding van de zeven hemelen uit het islamitisch paradijs, met de troon van God op de achtste hemel, uitgebeeld door de centrale kubus van mocarabes en de 4 bomen van het leven zijn de diagonalen.

De koepel is een houten meesterwerk van vakmanschap. Deze koepel is gemaakt van 8.000 ceder houten stukjes, versierd met sterren en geschilderd op een dergelijke manier dat ze op zilver en ivoor lijken.  Dit salon vinden we binnen de :

2.4.6 Torre de Comares

Zijn zijbeuken bevatten 9 slaapkamers met glas in lood ramen en gesloten door houten jaloezieën. Alle muren hebben stucwerk met motieven van schelpen, bloemen, sterren en geschriften. Het is een meerkleurige kamer, goud in het reliëf en heldere kleuren in de diepte. De originele vloer was van geglazuurde keramiek in wit en blauw met wapenschilden als decoratieve motieven.

Het dak bestaat uit een afbeelding van het universum en deze afbeelding is een van de mooiste afbeeldingen uit de Middeleeuwen. Gemaakt uit cederhout en versierd met inlegwerk in verschillende kleuren die sterren afbeelden en in verschillende niveaus liggen.

In het midden en verhoogd is het Escabel. Vanaf hier gaan er geometrische figuren die het dak verdelen in 7 hemelen die opeenvolgend neerdalen tot op aarde. Nummer 7 is een van de symbolische nummers bij uitstek. Tussen hen figureert de Troon, die het symbool is van de ganse schepping.

Dit symbolisch gebruik van de kosmologie uit de Koran, met vele verwijzingen zoals de Escabel, de troon en de koning die er op zetelt hebben de duidelijke intentie om de vorst te beschouwen als de vertegenwoordiger van God op aarde.

Maar de symboliek in deze zaal stopt hier niet: de 4 diagonalen van het dak van Comares vertegenwoordiger de 4 rivieren van het Paradijs en van de Levensboom (Axis Mundi) die zijn wortels heeft vanaf het Escabel (voetbankje) en zijn verspreid over het ganse Universum.

Toch stopt de symboliek hier nog niet, de 9 slaapkamers (3 in elke muur) met 3 in de gang naar de zaal van de baraka zijn een referentie aan de 12 huizen van de zodiac. Zij corresponderen met het papier van de zevende hemel.

De muren zijn bovendien versierd met verzen en gedichten uit de Koran en gemaakt in gips. Als we aan deze zaal denken aan zijn oorsprong, met zijn versieringen, zijn spel met licht en zijn koninklijke omgeving is dit een van meest indrukwekkende paleiszalen uit de islamitische wereld.

De centrale slaapkamer was die voor de sultan, in dit geval Yusuf I, die het paleis liet bouwen. De verwarming gebeurde met vuurpotten en de verlichting gebeurde met olielampen.

Wij gaan weer naar de Patio de los Arrayanes. Aan de andere linker zijde van de patio is een kleine boog die dient als toegang naar een smalle doorgang die naar de private vertrekken van de koning gaat, de Harén (Haram betekend private plaats).  We bereiken het Palacio de los Leones (Paleis van de Leeuwen) door de:

2.4.7 Sala de los mocárabes

Er zijn hier muren met plaasterwerk waarin religieuze inscripties gemaakt zijn samen met het wapenschild van de Nasriden dynastie.

2.4.8 Leones (Het Leeuwenpaleis)

Gebouwd in 1377 door Mohamed V, zoon van Yusuf I. Het rechthoekige gebouw, dat omringd is met een galerij met 124 witte marmeren zuilen uit Almeria. Rondom zijn de slaapkamers van de sultan en zijn echtgenotes op een open hoge verdieping. De ramen hebben geen zicht naar buiten maar er is een binnentuin die in overeenstemming is met het islamitisch idee van het paradijs. Wat vroeger tuin was is nu aarde. Van elke zaal vloeit er een beek naar het centrum die de vier rivieren van het paradijs verbeelden.

Foto: Patio de los Leones
Oscarmu90

De zuilen worden samengevoegd met panelen welke het licht doorlaten. Tevens ziet men ronde zeer dunne zuilen, met ringen aan het bovenste deel met kubusvormige kapittels die inscripties dragen.

De twee tempeltjes aan de beide tegenoverstaande zijden van de patio zijn een herinnering aan de tent van de bedoeïenen. Ze zijn vierkant van vorm, versierd met houten koepels. De overstekende dakrand is een werk uit de XIVde eeuw.

2.4.9 Fuente de los Leones (Leeuwenfontein)

De meest recente studies hebben uitgewezen dat de leeuwen afkomstig zijn uit het huis van de joodse vizier Yusuf Ibn Nagrela (1066). Het is niet bekend of het gebouwd is voor zijn dood, maar het lijkt er op dat men een paleis wilde bouwen dat grootser was dan dat van de koning.

Het werd bewaard door de dichter Ibn Gabirol met een exacte beschrijving van deze bron. Zij beelden de 12 stammen van Israël uit. Twee van de leeuwen hebben een driehoek op het voorhoofd welke wijzen op de twee uitverkoren stammen: Juda en Levi. De beker draagt de inscripties met de verzen van de minister en dichter Ibn Zamrak welke de fontein beschrijven.

De bron is in 2007 weggenomen voor restauratie maar sinds juli 2012 kunnen we er terug van genieten.

De leeuwenbron heeft diverse betekenissen of symbolieke betekenissen. Voor een deel hebben de twaalf leeuwen een astrologische betekenis, elke leeuw staat dan voor een teken uit de dierenriem.

Voor een ander deel heeft het een politieke of majestueuze betekenis door zijn verband met koning Salomon (de koning architect) omdat er een inscriptie op de bron staat die hier naar verwijst. Ten laatste en tevens het belangrijkste is er een zinspeling op een symbool die voor het paradijs staat en de oorsprong van het leven en ook voor de 4 rivieren van het paradijs.

2.4.10 De zaal van de Abencerrajes

Deze zaal was de slaapkamer van de sultan. Omdat het de privaatkamer is van de sultan zijn er geen ramen naar de buitenzijde en de muren van de slaapkamer zijn hier rijkelijk versierd. Het stucwerk en de kleuren bevinden zich nog altijd in de originele toestand.

De tegelplinten zijn afkomstig uit de XVIde eeuw. De koepel is versierd met mocarabes en de vloer heeft in het midden een bron om er de koepel in te reflecteren. De licht weerspiegeling veranderde gedurende gans de dag, elk uur was het anders.

De zaal dankt haar naam aan een rivaliserende familie van koning Boabdil, namelijk de familie Abencerraje. Na de uitroeiing van deze familie werden de hoofden van de leden van de familie op spietsen gestoken en in het bassin in het midden van de zaal gezet.

2.4.11 Sala de los Reyes (Zaal van de Koningen)

Zij beslaat de ganse oostelijke kant van de patio. Deze zaal dankt haar naam aan de schildering op het gewelf van de centrale plaats. Het is de grootste kamer in de Jarén, verdeeld in 3 gelijke kamers en er zijn 2 kleine kamers welke ook kasten kunnen geweest zijn gelet op de ligging en het ontbreken van licht.

Waarschijnlijk diende de zaal voor familiefeesten. Op het centrale gewelf zijn er schilderingen die de 10 eerste koningen van Granada voorstellen sinds de stichting van het koninkrijk, een van hen heeft een rode baard en dat kan dus Mohamed ben Nazar zijn geweest bijgenaamd Al-Hamar of de Rode en ook de stichter van de Nasriden dynastie.

In de zijgewelven zijn er schilderingen die dames en heren voorstellen die gemaakt zijn op het einde van de 14de eeuw. Zij zijn een artistieke uitwisseling tussen Pedro I van Castilië, die hulp zocht bij de koningen van Granada voor de restauratie van de Reales Alcázares in Sevilla. De schilderingen zijn gemaakt met een zeer moeizame techniek.

Men nam houten platen van perenbomen, goed geschaafd en in de vorm van een ellips gebracht  Over het holle oppervlak is er nat leder geplaatst, vastgekleefd met lijm en met spijkers versierd  Over het leder is er dan een laag gips aangebracht die daarna rood geschilderd werd en waar vervolgens versieringen zijn op aangebracht.

2.4.12 Sala de las Dos Hermanas (Zaal van de Twee Zusters)

Zij komt uit op de patio van de Leeuwen en ze is tegenover de Sala de los Abencerrajes. Men komt langs een deur met inlegwerk, een van de mooiste deuren van het paleis.

Foto: Zaal van de Twee Gezusters
Gruban

De twee zusters zijn twee witte vloertegels uit marmer in het plaveisel rond de fontein. Ze hebben exact dezelfde grootte, dezelfde kleur en hetzelfde gewicht. Het zijn de twee grootste vloertegels in het Alhambra. Het is tevens een uitkijkpunt over de stad en is een directe verbinding met de baden.

Deze zaal heeft zoals alle andere zalen in het Alhambra geschreven gedichten op de muren.

In elke kamer van de harén zijn er twee deuren, een naar het hoger gelegen gedeelte en een naar het toilet. Er zijn hier geen keukens, men kookt er buiten. In de achtergrond van de zaal is er de Mirador de Lindaraja, een verbastering van Ain-dar Aicha (de ogen van het huis Aicha).

Men had hier uitzicht over de vallei van de rivier Darro en men zag in de verte de stad Granada. Het paviljoen van Karel V onderbreekt nu het zicht door de constructie van de Jardin de Lindaraja.

2.4.13 Cuarto del Emperador (Kamer van de Keizer)

Gebouwd voor Keizer Karel wanneer hij in Granada was en voor zijn huwelijksreis. In de volgende kamer is er een marmeren herinneringsplaat ter nagedachtenis aan de schrijver Washington Irving toen hij zijn werk “Cuentos de la Alhambra” schreef in 1829.

2.4.14 El Peinador de la Reina (De kapper van de koningin)

Arabische toren genoemd naar Abul-Hachach, en door de sultan gebruikt voor feestelijkheden. Hier woonde ook Keizerin Isabel.

2.4.15 Baños (Baden)

Het kroonjuweel van een Arabisch huis. Een bad is voor een islamiet een religieuze verplichting. Deze bouw is een kopie van de Romeinse termen en er zijn hier 3 zalen:

  • De eerste kamer dient voor het veranderen van kledij en voor rust, daarom zijn er bedden aanwezig om te rusten. Hier ontkleed men zich en dan gaat men naar het bad om er verder te rusten Men kan hier ook een maaltijd nemen en op de bovenverdieping bevinden zich zangers en muzikanten.
  • De tweede kamer dient voor massage.
  • De derde kamer is die met stoom, het is een zeer kleine kamer De gewelven zijn open met lichtkoepels en de vorm van sterren die gesloten kunnen worden met gekleurde ruiten. Zij worden niet hermetisch gesloten omdat de stoom nog een uitweg moet hebben.

2.4.16 Palacio de Carlos V ( Paleis van Karel V)

Het paleis is een vierkant gebouw met een ronde binnenplaats en de architect van het gebouw was Pedro Machuca, die in Italië in de leer is geweest bij Michelangelo.
Verrassend voor het jaar van de bouw van het gebouw (1527) is dat men gebruikt gemaakt heeft van karakteristieken binnen het maniërisme:

  • dorische zuilen op de beneden verdieping
  • ionische zuilen op de boven verdieping en friezen met de hoofden van stieren in de Grieks-Romeinse traditie.

De eenvoud van zijn ontwerp, een cirkel binnen een vierkant, is een ware ode aan de meetkunde. De perfecte vorm van de cirkel verwijst naar het eeuwigdurende en het hemelse. Het vierkant vertegenwoordigt het aardse en de mens.

Zijn voorgevel is volledig renaissance, op de eerste plaats de Toscaanse stijl en op de tweede plaats door het gebruik van versieringselementen uit de barok.

Boven de poort zijn er twee beelden van gevleugelde vrouwen leunend tegen het fronton. Bovenaan zijn er 3 medaillons ingelijst in groene marmer. Aan de zijkant zijn er afbeeldingen van Hercules. De ijzeren ringen aan de benedenkant zijn enkel voor de versiering.

2.4.17 Convento de San Francisco

Dit is momenteel een Parador. Vroeger was dit een huis van een aristocraat uit de Nasriden tijd. Na de herovering werd het aan de Franciscanenorde gegeven en het is het eerste convent in Granada. Het heeft een Andalusische binnentuin die zeer goed bewaard is gebleven met mocáraben, een gesloten balkon met jaloezieën en een regenbak.

2.4.18 Secano o Alhambra alta (Niet bevloeid gebied of het Hoge Alhambra)

Momenteel gebeurt er hier onderzoek door middel van opgravingen. Het is een Andalusische wijk, bewoond door zowel de gewone bevolking als door edelen. Men kan hier ruïnes vinden van het Palacie de los Abencerrajes.

2.4.19 Torre de los Siete Suelos (Toren van de 7 vloeren)

Zij zijn beroemd omdat ze voorkwamen in de avonturen in het boek Cuentos de la Alhambra, geschreven door de Amerikaanse schrijver Washington Irving. Volgens de legende is de laatste Moorse koning Boabdil van op deze plaats vertrokken naar zijn ballingsoord.

2.4.20 Torre de la Cautiva (Toren van de gevangenen)

Gebouwd onder Yusuf I en de toren heeft een weelderige constructie. Hij heeft zijn naam gekregen omdat Isabel de Solis hier gevangen zat.

2.4.21 Torre de las Infantas (Prinsentoren)

Gebouwd in 1445 en hij is het best bewaard gebleven. Deze toren is een goed voorbeeld van een Andalusische woning met al zijn mogelijke geriefelijkheden. Het is een klein paleis met banken aan de ingang voor de eunuchen en er is een binnenplaats met slaapkamers.

Foto: Torre de las Infantas
Pattiz

De ingang is in een hoek, met centraal gelegen een fontein en ramen met uitzicht op een bloementuin, in dit geval op het Generalife.

Het was de woonplaats van de zusters Zaida, Zoraida en Zorahaida en hun geschiedenis in het boek “Cuentos de la Alhambra” van de Amerikaanse schrijver Irving.

3. Generalife

Her Generalife is een villa met tuinen die door de islamitische koningen van Granada gebruikt werd als een rustplaats.

Het was opgevat als een landelijke villa, waar grootse tuinen, moestuinen en architectuur een deel uitmaakten te samen met de omgeving van het Alhambra. Waar de naam vandaan komt is niet zeker. Sommigen zeggen dat de naam komt van Yannat al-Arif zoals in het Nederlands “Tuin van de architect”, hoewel het ook kan betekenen “de hoogst verheven tuin”. Deze tuin werd de standaard aan de Spaans-Arabische hoven.

Foto: Generalife
Michal Osmenda

De tuin wordt gemaakt tijdens de XIIde en de XIVde eeuw en werd veranderd door Abu I-Walid-Ismail. Het gebeurde is de stijl van de Nasriden en hij ligt aan de noordelijke zijde van het Alhambra.

Het Generalife is een geheel van gebouwen, binnenplaatsen en tuinen, en dit geheel is gemaakt tot een van de mooiste plaatsen van de stad Granada. Samen met het Alhambra is dit een van de meest onderscheiden architectonische werken van de burgerlijke islamitische architectuur.

De toegang gebeurt vandaag de dag door de zogeheten Jardines Nuevos (Nieuwe Tuinen) een vrucht van het werk van Francisco Prieto Moreno welke halverwege de XX ste eeuw een aaneenschakeling maakte van open ruimtes gevormd door cipressen.

De gesloten ruimten geven de modellen van de binnenplaatsen weer die gebruikt werden door de Nasriden in Granada.

De slimme combinatie van de historische referenties en de traditie in Granada (geplaveide vloeren, het gebruik van water, de weelderige bloemenparken,…) hebben de Nieuwe Tuinen gemaakt tot een opvallende plaats die door velen word beschouwd als onafscheidelijk met de paleizen van het Alhambra.

Onlangs is een groot deel van de tuinen vernield voor de bouw van een auditorium.
In aansluiting hierop komt men in de binnentuinen die geheel de architectonische stijl van de Nasriden uitademen, zij zijn gebouwd op een helling en die een samenstelling volgen die de basis zijn van veel mooie huizen met een tuin in Granada, met smalle stroken gescheiden door muurtjes.

Zo dus, maakten de architecten ruimtes met de nodige intimiteit en geschikt om zich even terug te trekken, dit werd veelvuldig toegepast in de islamitische architectuur, maar deze muurtjes kunnen ook gekanteld worden om een prachtig zicht te hebben op de stad en het Alhambra.

Het eerste en tevens meest symbolische aan de binnenplaatsen zijn de Acequia (bevloeiingskanalen). Het beantwoord aan het Arabisch vierdeels schema van de binnenplaats (Char-Bagh), van origine Perzisch en met een grote traditie in Andalusië, maar het is afhankelijk van de lengte van het terrein door de aanwezigheid van het Koninklijke Bevloeiingskanaal die het water brengt naar de rest van de moestuinen en naar het Alhambra.

Het bevloeiingskanaal is gestremd door 2 rijen waterstralen die zijn waterstralen kruisen op een spectaculaire wijze en die zijn toegevoegd in de XIXde eeuw.

We mogen niet vergeten dat, hoewel de Generalife, evenals het Alhambra een uitmuntend islamitisch bouwwerk is, de christelijke culturele invloed eminent aanwezig is in zijn architectonische opvatting, ook vóór 1492.

Dit komt vooral door de constante omgang met de naburige christelijke koninkrijken en door het isolement met de rest van de islam.

Later kwam er dan de invloed van de eigenaars en de bewoners bij en hun aanpassing van de ruimtes aan hun westerse opvattingen.

Op de achtergrond van de binnenplaats, en achter een portiek met 5 bogen, komt men in de Sala Regia, fraai versierd met gips en het brengt u naar een uitkijkpunt uit de XIVde eeuw.

De versiering zowel in deze zaal als in de rest van het gebouw is tegenover de zalen in het Alhambra veel soberder.

Zoals het in een landelijke villa past die gemaakt is voor rust, is de afwezigheid van pracht en praal overheersend.

Van de Sala Regia komt men via enkele trappen in de Patio del Ciprés de la Sultana, hoofdrolspeler in de legendes en mysteries in Granada. Een van deze legendes zegt dat de vrouw van de sultan Boabdil hier onder de cipres de leider ontmoette van de rivaliserende familie Abencerraje. Toen de sultan dit vernam, liet hij deze familie afslachten in de zaal die nu hun naam draagt in het Alhambra.

De binnenplaats, veranderd in de christelijke tijd, heeft zonder twijfel nog steeds de invloed van zijn vroegere bewoners.

Vervolgens en na het verder bestijgen van de trappen komen we in de Jardines Altos del Palacio.

Daarom gaan we verder langs de Escalera del Agua (Watertrap), een mooi voorbeeld van Moorse cultuur. Het belangrijkste objectief van deze trap was de mogelijkheid van communiceren van het paleis in het Generalife met een kleine kapel boven op een heuvel.

De toegang, op de helling toont een probleem dat de Nasriden architecten met wonderlijk vakmanschap wisten te overbruggen, de trap, onderbroken door verschillende overlopen van planten die overheerst worden door lagere bronnen.

Voor hen loopt het water van het koninklijk bevloeiingskanaal, abrupt en onregelmatig een symfonie producerend van stilte en rust en de omgeving vochtig makend onder een gesloten gewelf van laurier.

De ruimte dient, schaduwrijk en fris, voor de reiniging voorafgaand aan het gebed en veranderd de ruimte in een oord die elke moskee vereist.

De trap is een les in architectuur en hij is gemaakt van armzalige materialen.

4. Albaicín

4.1 Geschiedenis

Er is een begin van bevolking in de Iberische tijd, en de bevolking is verspreid geraakt in de Romeinse periode. Er zijn geen gegevens beschikbaar van een islamitische vestiging voor de aankomst van de Ziriden dynastie.

De stad was verlaten vanaf het einde van het Romeinse tijdperk tot de stichting van het Nasriden koninkrijk in 1013, toen zij de stad omringden met een stadsmuur “Alcazaba Cadima”.

Volgens meerdere taalkundigen komt de actuele naam van de bewoners van de stad van Baeza, die als balling na de “Batalla de las Navas de Tolosa” in het gebied van Granada aankwamen en zich vestigden buiten de bestaande stadsmuren.

Foto: Zicht op het Albaicín vanuit het Alhambra
Jebulon

Andere taalkundigen beweren dat de plaatsnaam komt van het Arabisch al-bayyāzīn, wat betekent “de buitenwijk van de valkeniers”.

Zonder twijfel zijn er in Andalusië meerdere wijken met die naam, in Alhama de Granada, Salobreña en Huéneia in Granada, Antequera en Villanueva de Algaidas in Málaga, Baena in Cordoba, Sabiote in Jaén en Constantina in Sevilla.

Er zijn ook andere bestaande wijken met die naam in andere delen van Spanje, zoals in Campo de Criptana in Ciudad Real, vrucht van de uitwijzing van de Moren na de Revuelta de la Alpujarras (de Opstand van de Alpujarras) of Pastrana in Guadalajara, een wijk gemaakt door Doña Ana de Eboli, om de Moren op te vangen die uit het koninkrijk Granada kwamen.

Het is zeker dat albaicin altijd verwijst naar een wijk in de hoogte (heuvel) en met een bevolking los van de rest van de stad.

Het Albaicín is samen met het Alhambra een van de oude kernen van Granada.
Voor de aankomst, van de Arabieren, op het Iberisch schiereiland, waren in wat nu de stad Granada is, 3 kleine plaatsen.

  • Iliberis (Elvira), in wat later het Albaicín en Alcazaba werd
  • Castilia, dichtbij de huidige stad Atarfe
  • Garnata, op de heuvel tegenover de Alcazaba.

In 756 zijn de Arabieren op het schiereiland en het is het tijdperk van het Onafhankelijke Emiraat. Er zijn 2 kerken waarin er een Arabische bevolking aanwezig is.

  • El Albaicín
  • La Alhambra

De wijk Albaicín heeft de grootste invloed in het tijdperk van de Nasriden.

Het Albaicin handhaaft het stedelijk weefsel uit de Nasriden tijd, met nauwe straatjes, in een ingewikkeld weefsel dat zich uitstrekt vanaf het hoogste deel (San Nicolas) tot aan de loop van de rivier Darro en tot aan de Calle Elvira die je kan vinden aan de Plaza Nueva.

De traditionele stijl van een woning is de “cármen”, een mooi huis met een tuin, samengesteld uit een vrijstaande woning omringt met een hoge muur die een afscheiding is tussen de straat en die ook een moestuin of een tuin omsluit.

Kenmerkend voor deze wijk was de kanalisering en de distributie van drinkbaar water door middel van waterreservoirs, er zouden in het totaal 28 van dergelijke reservoirs geweest zijn. Een groot aantal is momenteel nog in dienst.

4.2 Architectuur

In de wijk vinden we een groot aantal monumenten en een verzameling monumenten uit verschillende tijdperken, meestal uit de Nasriden tijd maar ook uit de renaissance.

  • Palacio de los Córdova: dit is een kopie van het originele paleis waarvan nog enkele oorspronkelijke elementen bewaard zijn gebleven zoals het portaal. Momenteel is het gebouw het gemeentearchief.
  • Casa del Chapiz: hier is de school voor Arabische studies gevestigd. Het betreft hier 2 oude Moorse huizen met hun patio uit de 15de en de 16de eeuw.
  • Mirador de San Nicolás: dit terras van de Iglesia de San Nicolás biedt een adembenemend uitzicht op het Alhambra en op de wit besneeuwde toppen van de Sierra Nevada.
  • Arco de las Pesas: deze typisch Moorse poort uit de 11de eeuw maakte ooit deel uit van de oude alcazaba. Werd een koopman op fraude betrapt dan werden zijn gewichten (pesas) hier opgehangen.
  • Iglesia de San José: deze kerk staat op een plaats waar vroeger een moskee stond en de minaret is omgebouwd tot klokkentoren.
  • Carmen de los Cipreses: de bomen waaraan de villa haar naam dankt zijn zichtbaar vanaf de straat.
  • Museo de San Juan de Dios: de stichter van de orde van de Hospitaalridders overleed in 1550 in dit paleis. Momenteel toont men hier sacrale kunst en werken die aan de orde toe behoorden.

5. Toeristische dienst van Granada

Ayuntamiento de Granada
Plaza del Carmen, s/n
18071 Granada
Telefoon: +34 958 248 280

Openingsuren:
van maandag tot vrijdag 9.00 – 18.00
zon- en feestdagen: 10.00 – 14.00


Nationaal park van de Sierra de Guadarrama

  1. Algemeen
  2. Geschiedenis
  3. Zones in het park
  4. De grenzen van het park
  5. Natuur en ecologie
  6. Flora
  7. Fauna

1.Algemeen

Het Nationaal park van de Sierra de Guadarrama bevindt zich in de provincies Madrid en Segovia.

Het park werd een Nationaal Park met de wet 7/2013, van 25 juni. Het beschermt een gebied van 30.000 hectare en het bevat een van de meest waardevolle gebieden aan de zuidoostelijke helling van de sierra de Guadarrama (Sistema Central). Het ligt in de comunidad de Madrid en in Castilla y León.

Het park moet de elf ecosystemen in de sierra de Guadarrama beschermen waaronder unieke mediterrane hoge bergen.

2. Geschiedenis

Foto: Romeinse weg naar Segovia
 ClémentGodbarge

Vanaf de stichting door de Romeinen van de stad Segovia is de stad altijd met het centrale gedeelte van de sierra de Guadarrama verbonden geweest door de bossen en de weilanden. Echter door de herovering, in de elfde en de twaalfde eeuw, van deze gebieden door de katholieken op de Moren (Reconquista) en de daaropvolgende herbevolking van het gebied kwamen er conflicten met de raad van Madrid en zelfs met die van Guadalajara. Dit kwam vooral door de aanwezigheid in het gebied van het Real de Manzanares en zijn kasteel dat gekoppeld was aan het Ducado del Infantado, van de familie Mendoza. In de negentiende eeuw was de provinciale verdeling van Javier de Burgos tussen Madrid en Segovia een feit en sindsdien zijn de bergtoppen de grens tussen het Nieuwe Castilië en het Oude Castilië.

Zijn natuurlijke barrière is de oorzaak van talrijke gevechten en oorlogen die hier uitgevochten werden tussen de Moorse en de katholieke legers. Door zijn eeuwenlange frontlijn kunnen we vandaag nog genieten van de ommuurde middeleeuwse steden aan beide zijden van de bergen. Voorbeelden hiervan zijn Buitrago del Lozoya in Madrid en Pedraza in Segovia en de kastelen zoals het Manzanares el Real.

Tijdens de Onafhankelijkheidsoorlog tegen de Fransen was er hier in 1808 de Veldslag van Somosierra die uitgevochten werd aan de bergpas van Somosierra. Deze veldslag maakte voor de Franse troepen de weg vrij naar Madrid. De naam van Somosierra is ook ingeschreven in de Arc de Triomphe in Parijs.

Tijdens de Burgeroorlog was de sierra de Guadarrama een belangrijke grens en zij bleef dit ook tijdens de ganse burgeroorlog. Als getuigen van de periode vinden we hier nog tal van loopgraven en bunkers die de bergtoppen volgen.

Ten slotte, op 13 juni 2013 hebben de volksvertegenwoordigers de wet tot oprichting van Nationaal Park van de Sierra de Guadarrama goedgekeurd. Het park heeft een oppervlakte van 33.960 hectare en die zijn verdeeld tussen Madrid (21. 714 hectare) en Castilla y León (12.246 hectare). De wet stond in het Staatsblad van 26 juni 2013.

3. Zones in het park

Om het park in zones te verdelen kan men rekening houden met verschillende criteria. Als we kijken naar de ligging dan kunnen we verdelen in een noordoostelijk en een zuidwestelijk gedeelte. De twee gedeeltes worden gescheiden door het gebied tussen de twee bergpassen van Navacerrada en Cotos, een scheiding van 5,6 km. Men kan het park ook verdelen op basis van de kanten van de rivieren. De kant van de rivier de Taag in het zuidwesten en die ligt helemaal in de regio Madrid. De andere kant is die van de rivier de Duero, die in het noordoosten ligt.

We kunnen ook het criterium hanteren van de bergketens, we hebben de belangrijkste keten, dan volgen de secundaire ketens en dan hebben we nog de heuvels en de perifere kleine bergen. Een belangrijke scheidingslijn is het stroomgebied van de Taag en Duero die een lengte hebben van 80 km en het is de scheiding tussen de regio Madrid en Castilla y León.

In het centrale gedeelte van deze sierra is een bergketen die van oost naar west gaat, die keten is bekend als Cuerda Larga. Deze uitloper vinden we in de regio Comunidad de Madrid. Hij begint aan de bergpas van Navacerrada (het uiterste westen) en hij is 16 km lang. Het is een imposante bergkam die nooit lager dan 2.000 meter komt. De hoogste bergtop van de Cuerda Larga is de Cabezas de Hierro met zijn 2.383 meter. Na de Cuerda Larga volgt de sierra de la Morcuera, een bergketen maar minder hoog dan de vorige. Hij gaat van het zuidwesten naar het noordoosten, is 18 km lang en de hoogste top is de Perdiguera met zijn 1.862 meter.

De montes Carpetanos is de naam van het noordelijk gedeelte van de voornaamste uitlijning van de sierra de Guadarrama en dat is tussen Peñalara en de bergpas van Somosierra. Het gebied dat het dichtst bij de bergpas van Somosierra ligt, het is te zeggen, in het uiterste noorden van de montes Carpetanos, staat ook bekend als de de sierra de Somosierra. Tussen de Cuerda Larga en de sierra de la Morcuera en de sierra de Guadarrama ligt de vallei van Lozoya, een van de mooiste voorbeelden van een bergachtige vallei in het Sistema Central en met een grote toeristische waarde in de winter met zijn skiën en met de bergwandelingen in de zomer.

Er is nog een andere aftakking van de voornaamste bergketen maar hij ligt niet in het nationaal park en dat is de La Mujer Muerta of de sierra del Quintanar. Deze keten begint in de heuvels van de Río Peces, bij de pas van Navacerrada en hij gaat van oost naar west. De keten ligt volledig in de provincie Segovia. Hij heeft een lengte van 11 km en verscheidene toppen komen boven de 2.000 meter hoogte waaronder de Montón de Trigo.

In aanvulling op de ketens die hierboven beschreven werden zijn er nog een aantal kleinere ketens en heuvels rond de voornaamste bergketen. De meerderheid van deze kleinere ketens liggen niet in het park maar zij behoren tot het gebied rond het nationaal park en dat is het regionaal park. Aan de Madrileense zijde zijn het van noord naar zuid de sierra de la Cabrera, de cerro de San Pedro (1,423 m), de sierra del Hoyo (1.404 m), de cerro Cañal (1.331m) en Las Machotas (1.466 m).

4. De grenzen van het park

Het nationaal park omvat 34.500 hectare in het noordwesten van de regio Madrid. De vorm van het park is in de lengterichting dat zich uitstrekt langs het centrale gedeelte van de Sierra de Guadarrama. Het meest zuidelijke punt van het park is de bergpas van Guadarrama, het noordelijkste punt is de pico de El Nevero. Het meest oostelijke punt is de bergpas van Canencia in het oosten van de Cuerda Larga.

De belangrijkste bergtoppen en de belangrijkste valleien liggen allemaal in het Nationaal Park. In de regio Madrid is er een feitelijke zone van 42.000 hectare die men kan omschrijven als een “Pre-park”. Dit gebied is een regionaal park om een maximale bescherming aan het nationale park te bieden. Verder is er in deze regio nog een overgangsgebied van 25.100 hectare maar hier wordt wel minder bescherming geboden.

5. Natuur en ecologie

De flora en de fauna van het Nationaal Park van Guadarrama heeft een grote diversiteit aan soorten. De planten en diersoorten die in het park verblijven zijn een synthese tussen die uit mediterrane klimaten en landschappen zoals die uit de vlaktes uit de Meseta Central en die uit de bergstreken uit de Pyreneeën komen. Zo zijn er 1.280 verschillende dieren en daarvan zijn er 13 bedreigd met uitsterven. Zo zijn er 1.500 inheemse planten en 30 soorten vegetatie. Het aantal soorten dieren in het park vertegenwoordigen 45% van de totale fauna in Spanje en 18% in Europa.

6. Flora

Een deel van de berghellingen in het park worden gebruikt voor de veeteelt en dit vee levert vlees van een uitstekende kwaliteit op dat verder bekend is onder de naam “Ternera de Guadarrama”. Op de berghellingen vinden we verder een groot aantal zwarte dennen (Pinus sylvestris L.) en zij behoren tot de dennen met de beste kwaliteit van Spanje. Daarnaast zijn er de eikenbossen met de Pyreneeëneik (Quercus pyrenaica L.).

Foto: grove den
Heparina1985

In het meest westelijke deel van het park is het dan weer een andere soort den, de parasolden (Pinus pinea L.) terwijl de eiken worden vervangen door de Portugese- en de steeneik.

Lijst van de aanwezige plantensoorten in het park

Bomen: Zwarte den, zeeden, grove den, hulst, esdoorn, hazelaar, wilde kardinaalsmuts, kastanjeboom, steeneik, Pyreneeëneik, Portugese eik, steeneik, wilde lijsterbes en taxus.
Struikgewassen: Hei, Franse lavendel, jeneverbes berendruif, varens, cistus, meidoorn, rozemarijn en tijm.
Zwammen en paddenstoelen: morielje, melkzwam, cantharel, kruisdisteloesterzwam.

7. Fauna

In deze ecosystemen heeft zich een leven ontwikkeld met een grote variëteit aan wildleven en onder de zoogdieren vinden we hier herten, wilde zwijnen, reeën, damherten, dassen, een aantal wezels, vossen en hazen. Verder zijn er een groot aantal watervogels in het Embalse de Santillana en er zijn grote roofvogels aanwezig zoals de keizersarend en de monniksgier.

We vinden hier ook trekvogels die hier tijdelijk aanwezig zijn en een van hen die hier in de zomer verblijft is de kraanvogel. In de winter trekt hij terug naar Noord-Afrika. In de winter verblijven hier ooievaars uit het noorden van Europa.

De dieren die het meest bedreigd zijn met uitsterven zijn de keizersarend, de zwarte ooievaar en de wolf.

E bestaat hier ook nog een vlinder met de naam Graellsia isabelae en die naam heeft hij gekregen van de entomoloog Graells ter ere van koningin Isabel II.

Lijst van de aanwezige dieren in het park

Reptielen en amfibieën: gladde slang, Girondische gladde slang, ringslang, adderringslang, wipneusslang, Iberische smaragdhagedis, parelhagedis, Spaanse beekkikker, salamander en de vroedmeesterpad.

Zoogdieren: eekhoorn, wezel, Spaanse steenbok, konijn, ree, ginetkat, wild zwijn, haas, eikelmuis, wolf, das, wilde kat en de vos.

Vogels: bijeneter, hop, boomkruiper, klauwier, Vlaamse gaai, mees, witte en zwarte ooievaar, kwartel, koekoek, houtsnip, winterkoninkje, Alpenkraai, kuifmees, pimpelmees, ijsvogel, waterspreeuw, merel, wielewaal, patrijs, roodborstje en de grote bonte specht.

Roofvogels: Keizerarend, steenarend, dwergarend, slangenarend, oehoe, ransuil, monnikgier, vale gier, bosuil, torenvalk, rode en zwarte wouw en de buizerd.

Watervogels: wilde eend, meerkoet, reiger, fuut, grauwe fuut en de geoorde fuut.

Nationaal park van Monfragüe

  1. Ligging
  2. Geschiedenis
  3. Beheer
  4. Fauna
  5. Flora

1.Ligging

Het Parque Nacional de Monfragüe is een van de nationale parken in Spanje. We vinden dit park in de autonome regio Extremadura in de provincie Caceres. Het park beslaat een oppervlakte van 18.118 ha en het hoogteverschil gaat van 250 tot 750 meter hoogte. Het park ligt in de gemeenten: Casas de Miravete, Jaraicejo, Malpartida de Plasencia, Serradilla, Serrejón, Toril en Torrejón el Rubio.

Foto: uitzicht van op het kasteel
Alejandro Rodríguez Villalobosg

Het gebied werd een natuurpark op 4 april 1979 op voordracht van de autonome regering van Extremadura en in maart 2007 verscheen het besluit in het staatsblad dat het natuur park een nationaal park werd.

Het natuur park is sinds 1988 een reservaat voor de bescherming van vogels en vanaf juli 2003 is het een reservaat voor de biosfeer van de Unesco.

2. Geschiedenis

De prehistorie (2500-800 voor Christus.)

Sinds de oudheid zijn er mensen aanwezig in Monfragüe. De heuvels en bergen gaven genoeg plaatsen waar men bescherming kon zoeken terwijl de overvloedige plantengroei en de aanwezige grote rivieren voldoende voedsel gaven zoals: fruit, planten, knollen, jacht en visvangst. Een bewijs van de menselijke aanwezigheid kan men vinden in de grot op de helling naar het kasteel, er zijn hier een aantal rotsschilderingen aanwezig.

De pre-Romeinse periode (900-200 voor Christus)
De pre-Romeinse stammen, Iberiërs en Kelten, bouwden hun versterkte forten en nederzettingen op de toppen van de heuvels. Zij maakten gebruik van de natuurlijke hulpbronnen en zij wijzigden weinig aan de omgeving. Bestaande overblijfselen uit deze periode kan men vinden in Miravete en mogelijk ook in Cerro Gimio in het gebied rond het kasteel.

De Romeinen (200 voor Christus tot 300 na Christus)
Met de Romeinen kwam de landbouw en de veeteelt aan in de streek. Onder hun overheersing bouwde men defensieve versterkingen op de heuveltoppen en de gewone dorpen kwamen op de vlaktes. In de omgeving van het park bouwden zij hun eerste stadjes: Serradilla, Malpartida de Plasencia, las Corchuelas en nog enkele andere. Het verwijderen van bestaande plantengroei om aanplantingen mogelijk te maken zijn hun belangrijkste verwezenlijkingen.

De Arabieren
De verovering door de Arabieren in de achtste eeuw bracht nauwelijks een verandering aan in de natuurlijke omgeving maar er was een grote historische verandering in het huidige park door de bouw van het kasteel van Monfragüe in 811.

De Christelijke herovering
De Christelijke herovering van het kasteel werd tot stand gebracht door de Portugese verzetsstrijder Giraldo-Simpavor in 1169, maar het zal tot in 1180 duren voor er een definitieve herovering komt door Alfonso VIII.

In 1450 liet de bisschop van Plasencia de Brug van de Kardinaal bouwen. Het doel van de brug was de stad te verenigen met Trujillo en Jaraicejo. Kroniekschrijvers zeggen dat de bouw van de brug 30.000 goud munten gekost heeft, een getal dat gelijk is aan het aantal gebruikte stenen.

Moderne tijd
De brug was de enige stabiele verbinding tussen Toledo en Alcántara, en daardoor verscheen er een leger van rovers en bandieten uit Puerto de la Serrana. Deze rovers hinderden de voorbijgangers en de reizigers enorm. Om deze verbinding te verdedigen stichtte koning Carlos III in 1784 het dorp Villarreal de San Carlos en men bouwde er een kerk, een parochiehuis, een kazerne voor de militie en enkele huizen van particulieren.

Hedendaagse tijd
In de jaren 1960-70 waren er in Monfragüe twee gebeurtenissen die de omgeving van het huidige park meer veranderden dan alle voorgaande eeuwen samen:

  • de bouw van de stuwdammen van Torrejón y Alcántara, met de verdwijning van alle door de rivier bevloeid gebied
  • de aanplanting van grote aantallen eucalyptus en dennen op de heuvel hellingen die de oorspronkelijke vegetatie liet verdwijnen.

Uiteindelijk werd na vele discussies het gebied een natuurpark.

3. Beheer

Monfragüe is een van belangrijkste plaatsen met mediterrane bossen en men kan hier overblijfselen vinden van zowel de Atlantische als de continentale bossen. De loop van de rivieren de Taag en de Tiétar lopen door een wigvormige kloof door het park

In het park en zijn omgeving vinden we een grote verscheidenheid aan ecosystemen en deze ecosystemen zijn praktisch allemaal in een goede staat gebleven. De belangrijkste karakteristiek is hier de grote biodiversiteit.

Dus, naast de karakteristieke steeneiken, aardbeibomen en heidevelden vinden wij hier ook andere plaatsen met loof bossen zoals eiken, esdoorns in de heuvels of es en els aan de beken en rivieren.

De bio-geografische kenmerken van dit gebied, samen met de verscheidenheid van de structuur en samenstelling van de plantengemeenschappen en deze twee vorige samen met de lage mate van menselijk ingrijpen bevoordelen de instandhouding van een groot aantal planten- en diersoorten die elders ernstig onder druk staan voor hun behoud. De planten en dieren komen hier nog veelvuldig voor.

Het zijn meestal planten en dieren die een groot belang hebben voor hun eigen genetische waarde en die belangrijk is voor de mediterrane streken. Onder deze diersoorten vinden we dieren met een groot wetenschappelijk belang, hun uniek zijn en hun kwetsbaarheid zoals de Iberische keizersarend, de zwarte gier, de zwarte ooievaar en de Iberische lynx.

Grenzend aan het park vinden we de weilanden, een ecosysteem gemaakt door de mens en een voorbeeld van een evenwicht tussen mens en natuur. Het is hier dat de kraanvogels, de herten, de wilde zwijnen en de ooievaars samen met het vee hun voedsel vinden in de schaduw van de eiken en de kurkeiken.

4. Fauna

Foto: vale gieren in het park
Alejandro Rodríguez Villalobosg

We kunnen hier een groot aantal vogels vinden zoals de zwarte gier (Aegypius monachus), de keizersarend (Aquila adalberti), de zwarte ooievaar (Ciconia nigra), de vale gier (gyps fulvus), de oehoe (Bubo bubo), de steenarend (Aquila chrysaetos), de havikarend (Hieraaetus fasciatus) en de aasgier (Neophron percnopterus).

Naast de vogels is er ook de Iberische lynx (Lynx pardina), de otter (Lutra lutra), de mangoest (Herpestes ichneumon) en het edelhert (Cervus elaphus).

5. Flora

  • Op de weiden vinden we eiken (Quercus rotundifolia), kurkeiken (Quercus suber) en de Portugese kurkeik (Quercus faginea subsp broteroi).
  • Er zijn struikgewassen met winterroosjes (Cistus ladanifer, Cistus salvifolius…), heide met erica (Erica) en aardbeibomen (Arbutus unedo).
  • Rotsachtige gebieden met jeneverbessen (Juniperus oxycedrus) en de terpentijnbomen (Pistacia terebinthus).
  • Gebieden langs de beken en rivieren met els (Alnus glutinosa) en netelbomen (Celtis australis).
  • Zeer warme gebieden met olijfbomen (Olea europaea subsp var. Silvestris).

Nationaal park van Cabañeros

  1. Ligging
  2. Fauna
  3. Flora
  4. Geschiedenis
  5. Geologie
  6. Archeologie
  7. Socio-economisch
  8. Diensten en faciliteiten voor bezoekers

Het Nationaal Park van Cabañeros is een van de 15 Nationale Parken in Spanje en het park is tevens een Speciaal Beschermingsgebied voor Vogels. Het park heeft een oppervlakte van 41.804 hectare.

1.Ligging

Het Nationaal Park van Cabañeros, ligt in de regio Castilla La Mancha, tussen de provincies Ciudad Real en Toledo en is nu een van de belangrijkste beschermde gebieden op het Iberisch schiereiland.

Foto: uitzicht op een deel van het park
Virginia Torralba

De grote diversiteit van planten-en diersoorten samen met haar bijzondere geologie maken van dit park een parel met een grote natuurlijke waarde. Het landschap van Cabañeros is voortgekomen uit menselijke activiteiten doorheen de eeuwen met vroeger vooral de teelt van graangewassen en met rijke seizoensgebonden weilanden.

Het park ligt volledig in de Montes de Toledo, een bergachtige formatie, en ligt tegen de bergen Rocigalgo en de Chorrito in het noorden en tegen de sierra de Miraflores in het zuiden. 

Twee zijrivieren van de rivier de Guadina, de Bullaque en de Estena geven de grens van het park aan in respectievelijk het oosten en in het westen

In het park zijn er 6 dorpjes welke een gebied vormen met een socio-economische bedrijvigheid en behorend tot de provincies Ciudad Real en Toledo. Deze dorpjes dragen de namen: Navas de Estena (Ciudad Real), Horcajo de los Montes (Ciudad Real), Alcoba de los Montes (Ciudad Real), Retuerta del Bullaque (Ciudad Real), Los Navalucillos (Toledo) en Hontanar (Toledo).

De dorpen in de omgeving van het park hebben een eeuwenoude manier van leven gevonden die verbonden is met de tradities zoals: het hoeden van vee, het maken van houtskool en de bijenteelt.

2. Fauna

In het park zijn een aantal bedreigde diersoorten welke een groot gevaar lopen op uitsterven of die dieren zijn minstens bedreigd.  Onder hen zijn de Spaanse Keizersarend ( Aquila adalberti), de Monniksgier ( Aegipius monachus), deze laatste kolonie had in het park 186 koppeltjes en dan is er nog de bedreigde Iberische lynx ( Lynx pardinus).

Voor de toeristen die het park bezoeken zijn de herten (Cervus elaphus) zeer in trek, deze dieren wonen in de vlaktes waar ook verspreide bomen voorkomen, deze vlakte geeft ook de  bijnaam aan het park van “de Serengeti Español”.

Er zijn hier ook een aantal dieren verdwenen waaronder de Spaanse steenbok (Capra pyrenaica) en de Iberische wolf (Canis lupus signatus). De wolf verdween hier in de jaren ’70 van de vorige eeuw,  tijdens een jacht die gehouden werd in de Piedras Picadas.

3. Flora

Foto: ruwe berk
 Maplan

Aan iedereen die het park Cabañeros bezoekt willen we in herinnering brengen dat het een park is met een uitstekende botanische verzameling. Er zijn hier bedreigde plantensoorten zoals de ruwe berk (Betula pendula ssp. fontqueri) of de venijnboom (Taxus baccata).

Alhoewel we in het park meerdere speciale diersoorten vinden is het botanisch belang van het park ook belangrijk: we vinden hier een veenlaag, een steppe, rotsen en klippen en waterpartijen.

4. Geschiedenis

De geschiedenis van het Nationaal Park van Cabañeros is verbonden met de geschiedenis van de streek en van Los Montes de Toledo.

Vanaf de dertiende tot de negentiende eeuw was het actuele grondgebied van het park eigendom van de stad Toledo. De heffingen door de stad over het gebruik van het gebied en het gebruik door de inwoners van deze streek lieten toe dat dit gebied natuurlijk gehouden werd tot het begin van de achttiende eeuw.

In de negentiende eeuw was Cabañeros gedurende 25 jaar (1860-1885) in handen van schuldeisers van de stad Toledo welke een soort vennootschap hadden opgericht, de Administración Usufructuaria, hierdoor kon men de opbrengsten van de veeteelt en de bosbouw gebruiken voor de aflossing van de schulden van de stad.

In deze eeuw, met de veiling en de openbare verkoop van veel land en grote loten van het gebied, werd Cabañeros een onderdeel van het landbouw patrimonium van de hertog van Medinaceli welke ook hertog van Ciudad Real was. Door een huwelijk kwam in de twintigste eeuw het gebied in het bezit van de graaf van Gavia.

De dochter van deze laatste verkocht voor zijn dood 40.000 hectare aan de familie van de reder Aznar en aan de markies van Villabragima.

Het isolement van het gebied is samen met de grootte van het gebied dat in de handen van een eigenaar is de oorzaak die het meest heeft bijgedragen tot de bewaring van dit uitzonderlijk natuur gebied.

Dankzij dit isolement en de ontvolking van het gebied wou men hier een schietterrein inrichten maar door de oppositie van de buren en de verenigingen ging dit plan niet door.

In 1988 werd dit gebied door de regering van de Regio Castilla-La mancha tot Natuur Park van Cabañeros gemaakt. In 1995 werd het dan het Nationaal Park van Cabañeros.

5. Geologie

Naast de fauna en flora heeft Cabañeros nog een derde uniek aanbod: de geologie. In steden als Navas de Estena kun je gebieden met fossielen van meer dan 400 miljoen jaar geleden vinden uit het Ordovicium (een periode uit de geologische tijdschaal die ongeveer van 485 tot 443 miljoen jaar geleden duurde), toen dit gebied nog de zee was.

De versteende overblijfselen van de activiteit van de oudste tot dusver ontdekte reuzenworm zijn onlangs gevonden in de Boquerón de Estena.

De overheersende geologische materialen in het terrein zijn kwartsiet en in mindere mate leisteen. Sommige rotsachtige uitsteeksels van het park worden voorgesteld als “Global Geosite” (een plaats van Spaans geologisch belang van internationale relevantie) door het Geologisch en Mijnbouwinstituut van Spanje.

6. Archeologie

De aanwezigheid van de mens in het park is erg oud. De overblijfselen van de eerste kolonisten die in de omgeving zijn gevonden, dateren uit het lagere paleolithicum. Er zijn ook kleine steden uit de bronstijd gevestigd. De mens woont sinds mensenheugenis in hutten en precies vanuit de hutten en houtskoolbrandershutten hebben de plaats en het park zelf hun naam gekregen: Cabañeros. Tegenwoordig blijven alleen de hutten die gerestaureerd zijn over, maar de talrijke groepen “hutbodems” zijn op veel plaatsen te zien die de locatie van oude steden aangeven

Archeologische overblijfselen zijn te vinden in het invloedsgebied van het park, van dorpjes uit de bronstijd tot ruïnes uit de Romeinse en Visigotische periode. Er zijn overblijfselen uit de bronstijd in Cerro D. Rodrigo (Alcoba de los Montes), uit het palelolithicum in Navalquera, Los Llanos, La Grajera en Los Rasos (Horcajo de los Montes), in Los Manantiales en Pueblonuevo del Bullaque (Retuerta del Bullaque). Bullaque). De necropolis van Malamoneda in Hontanar valt op, in overeenstemming met de Hispano-Romeinse, Visigotische, moslim- en Middenchristelijke stadia.

7. Socio-economisch

Het gebied onder de sociaal-economische invloed van het Cabañeros National Park bestaat uit de zes gemeenten die in meer of mindere mate land hebben binnen de grenzen van het park.

In Toledo:

  • Los Navalucillos, met drie districten: Valdeazores, Los Alares en Robledo del Buey
  • Hontanar

In Ciudad Real:

  • Alcoba de los Montes, met de wijk Santa Quiteria
  • Horcajo de los Montes
  • Navas de Estena
  • Retuerta del Bullaque, met de wijken Pueblonuevo del Bullaque en El Molinillo.

De belangrijkste activiteiten die werden ontwikkeld in de Cabañeros-omgeving waren de winning van houtskool, begrazing en landbouw. Andere traditionele activiteiten die worden uitgevoerd zijn bijenteelt en kurkwinning.

8. Diensten en faciliteiten voor bezoekers

Het Nationaal Park Cabañeros heeft bezoekerscentra, musea en informatiepunten, maar ook recreatiegebieden, uitkijkpunten en observatoria.

Foto: bezoekerscentrum Casa Palillos
Virginia Torralba
  • Bezoekerscentrum Casa Palillos, in Crta Pueblonuevo del Bullaque-Santa Quiteria, dat ook een botanisch en etnografisch pad heeft.
  • Bezoekerscentrum Horcajo de los Montes, gelegen aan de rand van de stad, heeft een parkmuseum in alle vier de seizoenen, 3D-bioscoop, video’s en representaties van flora, fauna en historisch menselijk leven in de omliggende boerderijen.
  • Bezoekerscentrum en recreatiegebied van de Abraham-toren, naast het moeras, met een botanisch pad op loopbruggen rond de Bullaque-rivierbedding.
  • Zoorama, in Retuerta del Bullaque, faunamuseum
  • Etnografisch museum in Alcoba de los Montes, met een tentoonstelling van gebruiksvoorwerpen die verband houden met traditioneel gebruik in het gebied (kolenoven, landbouwwerktuigen …)
  • Etnografisch museum in Horcajo de los Montes, met een voorstelling van de pitarra-wijn en een bijenkorf met levende bijen.
  • Informatiepunt Navas de Estena, met een kleine tentoonstelling over het banditisme in de omgeving.
  • Informatiestandje aan het begin van de Chorro-route.
  • La Tabla del Acebo Recreatiegebied, in Navas de Estena.
  • Uitzichtpunt over het stuwmeer van La Torre de Abraham
  • Ooievaar observatorium op de weg Pueblonuevo del Bullaque – St. Quiteria

Routes in het Nationaal Park

Er zijn enkele gebieden met wandelroutes en andere alle terreinwegen.

Wandelroutes

  • Plaza de los Moros, in Horcajo de los Montes
  • Sierra de Castellar de los Bueyes, in Horcajo de los Montes
  • Colada de Navalrincón, dat samenkomt met de bezoekerscentra Casa Palillos en Torre de Abraham
  • Boquerón del Estena, in Navas de Estena
  • Chorro, Chorrera Chica en Rocigalgo Route, in Los Navalucillos
  • De Rocigalgo-massiefroute in Los Navalucillos
  • Gargantilla-routes (Valhondo, Valle del Alcornocal en Robledal-Alcornocal)
  • Routes van La Viñuela

Routes voor alle terrein

  • Bezoek aan de Cabañeros raña (De raña is een sedimentaire formatie die bestaat uit kwartsietruggen met een kleimatrix die zijn gevormd in een reliëf van verhoogde platforms met een gladde interne helling.)
  • Bezoek aan het mediterrane bos van Cabañeros

Op reis gaan met uw huisdier

  1. Wat zeggen de reglementen?
  2. Is mijn verzekering burgerlijke aansprakelijkheid in het buitenland geldig voor mijn huisdier?
  3. Welk vervoermiddel kiezen?
  4. Welke regels moet je naleven?
  5. Welk vervoermiddel is het beste?

Eerst gaan we het hebben over wat algemeenheden maar het zwaartepunt van dit artikel ligt op reis gaan met uw huisdier met het vliegtuig.

1.Wat zeggen de reglementen?

Je huisdier moet net zoals jij in het bezit zijn van de nodige officiële documenten. Je dierenarts kan een Europees paspoort uitreiken voor je hond, kat of fret. Kijk ook na welke specifieke regels in het land van je bestemming gelden op het vlak van identificatie, vaccinatie en eventueel quarantaine. Zo kom je niet voor onaangename verrassingen te staan.

2. Is mijn verzekering burgerlijke aansprakelijkheid in het buitenland geldig voor mijn huisdier?

Alles hangt af van je verzekeraar en van het contract dat je met hem hebt afgesloten. Sommige verzekeringen burgerlijke aansprakelijkheid dekken schade die wordt veroorzaakt door je huisdier, ook in het buitenland. We raden aan om die vraag voor vertrek aan je verzekeraar te stellen.

3. Welk vervoermiddel kiezen?

De keuze van het vervoermiddel kan een lastige kwestie zijn als je met je huisdier wil reizen. De meeste luchtvaartmaatschappijen passen bijvoorbeeld specifieke regels toe. Het beste advies dat we je kunnen geven: boek je tickets best niet online, maar eerder telefonisch of via een reisbureau. Je kan dan meteen de nodige informatie vragen en teleurstellingen vermijden.

Voor reizen met de auto zijn de regels in elk land anders:

  • België en Frankrijk: de regels schrijven voor dat de bestuurder niet gehinderd mag worden door het dier. Een hond wordt ook best vastgemaakt op de achterbank zodat zowel zijn als jouw veiligheid gewaarborgd is. Bij stationwagens kan hij ook in de koffer. Die koffer moet van de rest van de inzittenden gescheiden zijn door een hek of ruit. Je kan je huisdier natuurlijk niet in de kofferruimte zetten als die volledig afgesloten is.
  • Spanje: de regels verschillen per regio. Je wint dus best vooraf informatie in. Katten moeten in elk land worden vervoerd in een reismand.

4. Welke regels moet je naleven?

Kijk hiervoor op het artikel Huisdieren in Spanje met hun paspoort en andere reglementen.

5. Welk vervoermiddel is het beste?

Wanneer je met je dier reist, moet je bij de keuze van je vervoermiddel rekening houden met verschillende aspecten: gezondheid, reisomstandigheden, kosten enzovoort. Ontdek hieronder welke mogelijkheid je het best kiest.

5.1 Met de auto

In Europa bestaat geen officiële praktische regelgeving rond het vervoeren van een huisdier in de wagen. Het is dus de wetgeving van het land waar je naartoe reist die van toepassing is. Informeer je goed van tevoren. Bepaalde zaken komen echter in bijna alle regels terug:

  • Het dier mag de bestuurder nooit hinderen bij manoeuvres. Het dier moet of op de achterbank worden geplaatst of in de koffer (enkel in een break, maar de cabine moet van de koffer afgesloten zijn), met de juiste uitrusting (harnas, kooi).
  • Bij een stop of pauze mag je het dier nooit alleen in de wagen achterlaten zonder toezicht.
  • Hou het internationale paspoort van je dier binnen handbereik.

5.2 Met de trein

De regels om dieren met de trein te vervoeren, verschillen naargelang de spoorwegmaatschappij. Dit zijn de vaakst voorkomende regels bij Europese maatschappijen:

  • Als je dier minder dan 6 kg weegt en in een kooi reist, hoef je in de meeste gevallen niet extra te betalen. Als je dier meer weegt, zijn er kosten van toepassing, afhankelijk van welk tarief je voor je biljet hebt gekozen.
  • Je dier mag de andere passagiers in geen geval hinderen tijdens de reis.
  • Je moet je hond altijd aan de leiband houden. Op vraag van het SNCF-treinpersoneel kan een muilkorf nodig of zelfs verplicht zijn voor een hond die meer dan 6 kg weegt.
  • Geleidehonden reizen gratis, aan de leiband, en hoeven geen muilkorf te dragen.

Informeer je bij de spoorwegmaatschappij. Soms worden bepaalde gevaarlijke hondenrassen geweigerd. De reglementering om met uw huisdier in Spanje te reizen kan je vinden in het artikel Het openbaar vervoer in Spanje. Men kijkt op artikel 3.

5.3 Met het vliegtuig

Elke luchtvaartmaatschappij heeft haar eigen regels voor het vervoer van huisdieren: bij sommige mag je kleine dieren in de cabine meenemen (Air France, Brussels Airlines), bij andere niet (Singapore Airlines). De tarieven en de maximale grootte van de kooi variëren afhankelijk van de maatschappij en het soort vlucht. Informeer je wanneer je je tickets koopt.

Tijdens het opstijgen en het landen moet je de kooi en je huisdier verplicht aan je voeten en onder de stoel voor je plaatsen. Tijdens de vlucht mag je de kooi op het inklaptafeltje zetten van de stoel voor je.

Hierna volgt een voorbeeld uit de praktijk van Brussels Airlines

5.3.1 Dieren in de cabine

Reizen met je huisdier in de vliegtuigcabine is afhankelijk van beschikbaarheid en moet tijdens de boeking aangevraagd en betaald worden. Per enkele reis dient er een tarief betaald te worden.

Gelieve ons Service Centre te contacteren om de beschikbaarheid na te kijken op de vlucht. Let erop dat in de cabine een maximum van 2 tassen toegelaten is. Meer dan 2 tassen kunnen in dezelfde cabine aanvaard worden indien ze zich niet bij elkaar bevinden.

Vervoer van dieren in de passagierscabine is onderhevig aan regels opgelegd door de overheid betreffende import, export en vervoer van levende dieren.

Dieren die toegelaten zijn in de cabine:

  • Kleine huisdieren: Enkel honden en katten die minder dan 8kg wegen (inclusief dierentas mits deze onder de stoel voor de passagier past) zijn toegelaten.
  • Assistentiedieren: Enkel blindengeleidehonden, begeleidingshonden voor doven of slechthorenden en assistentiehonden zijn toegelaten. Zij mogen gratis in de cabine, zonder beperkingen op gewicht en grootte.

BELANGRIJK:vogels, vissen, konijnen en knaagdieren (bv. cavia’s, hamsters, etc.) zijn niet toegestaan in de passagierscabine van Brussels Airlines vluchten. Deze dieren mogen enkel als cargo vervoerd worden.

5.3.2 Wandelwagens voor huisdieren

Wandelwagens voor huisdieren (zoals een hondenbuggy) moeten ingecheckt worden als deel van je bagage, het kan niet vervoerd worden als handbagage. Als deze wandelwagen of buggy de gratis toegelaten bagage overschrijdt, zijn de tarieven voor extra bagage van toepassing.

Let erop dat je een wandelwagen voor huisdieren niet mag gebruiken in de luchthaven. Je moet deze inchecken en laten opbergen in het ruim, net als elk ander stuk ingecheckte bagage.

5.3.3 Honden en katten met een platte snuit

Opgelet: indien je huisdieren met een platte snuit (zoals pugs, bulldogs, boxers, Pekinees en alle kruisingen met deze hondenrassen alsook Himalaya, Perzische en Exotische korthaar katten per vliegtuig wil vervoeren als “Pet in Cabin” (PETC) en “Life animals in HOLD (AVIH) of Cargo, dan ben je verplicht een verklaring te ondertekenen. Als je je huisdier met platte snuit in de cabine (“Pet in Cabin” – PETC ) of in de bagageruimte (“Live animals HOLD – AVIH) wil vervoeren, vul dan deze verklaring in. Als je je huisdier als cargo wilt laten vervoeren, vul dan deze verklaring in. Vervolgens stuur je de ingevulde verklaring op via release@brusselsairlines.com.

5.3.4 Toelatingsvoorwaarden

Het dier:

  • moet proper, gezond, ongevaarlijk en geurloos zijn
  • mag niet jonger dan 12 weken zijn (16 weken voor de VS)
  • mag andere passagiers niet storen
  • moet vooraf worden geboekt via ons Service Centre
  • dieren in de cabine moeten tijdens de volledige vlucht in een zachte, lekvrije en geurvrije tas zitten.
  • moet volledig (inclusief staart en kop) in de gesloten tas blijven gedurende de hele vlucht
  • zwangere dieren op voorwaarde dat men een certificaat van de dierenarts heeft met vermelding dat het dier fit genoeg is om te vliegen en dat er geen kans op bevalling is tijdens de vlucht.

5.3.5 De tas voor dieren in de cabine moet:

  • proper, lek- en geurvrij zijn
  • voorzien zijn van zachte kanten zodat die volledig onder de voorgaande zetel past. De drie zijden mogen in totaal niet groter zijn dan 118 cm / 45 inch.
  • voorzien worden door de passagier (maar kan ook gekocht worden aan de Brussels Airlines ticketbalie op Brussels Airport aan €45 per stuk)
  • maximum 1 tas per passagier. Twee volwassen dieren zijn toegelaten in dezelfde tas indien de dieren elkaar reeds kennen en indien ze het totale maximum gewicht van 8kg niet overschrijden, inclusief de tas. Maximum 3 dieren, die tot 6 maanden oud zijn en uit hetzelfde nest komen, zijn in dezelfde tas toegelaten indien ze het totale maximum gewicht van 8kg niet overschrijden, inclusief de tas.

5.3.6 Zitplaatsen met beperkingen

Passagiers die met een huisdier reizen, mogen niet op volgende plaatsen zitten:

  • Bij de nooduitgang
  • Op de eerste rij van een vliegtuig met een smalle romp
  • Op korte afstand van elkaar

5.3.7 De nodige documenten voor je dier:

De passagier moet alle nodige documenten voorzien, zoals:

  • export, import en transit vergunningen
  • gezondheid en/of vaccinatie bewijzen
  • identiteitskaart van je dier

Brussels Airlines is niet verantwoordelijk als een dier wordt geweigerd voor invoer of transit in een bepaald land.

5.3.7 EU wetgeving

Sinds 1 oktober 2004 gelden nieuwe richtlijnen voor het transport van huisdieren. De volgende richtlijnen gelden voor het vervoer van honden en katten, zowel binnen de EU als vanuit andere landen naar de EU.


Verschillende scenario’s zijn mogelijk:

  • Het huisdier is afkomstig uit de Europese Unie en reist binnen de EU of naar een veilig land (zie lijst onderaan) buiten de EU en komt terug naar de Europese Unie. In dit geval moet het huisdier in het bezit zijn van een paspoort, een identificatie en een attest van vaccinatie tegen hondsdolheid.
  • Het huisdier is afkomstig uit de Europese Unie en reist naar een onveilig land buiten de EU en komt terug naar de Europese Unie. In dit geval moet het huisdier in het bezit zijn van een paspoort, een identificatie, een attest van vaccinatie tegen hondsdolheid en een bewijs van een bloedtest die is uitgevoerd 30 dagen na de vaccinatie, maar wel voor het vertrek.
  • Het huisdier is niet afkomstig van de Europese Unie, maar van een veilig land (zie lijst onderaan) buiten de EU en reist naar de Europese Unie. In dit geval moet het huisdier in het bezit zijn van een identificatie, een attest van vaccinatie tegen hondsdolheid en een gezondheidscertificaat naar EU-model.
  • Het huisdier is niet afkomstig van de Europese Unie, maar van een onveilig land buiten de EU en reist naar de Europese Unie. In dit geval moet het huisdier in het bezit zijn van een identificatie, een attest van vaccinatie tegen hondsdolheid, een vaccinatiecertificaat naar EU-model en een bewijs van een bloedtest die is uitgevoerd 30 dagen na de vaccinatie, maar wel voor het vertrek.

Buiten de bovenstaande vereisten vragen Malta, Groot-Brittannië, Ierland en Cyprus ook een behandeling tegen parasieten en lintwormen. Finland vraagt een behandeling tegen lintwormen.

5.3.8 Neem goeie gewoontes aan

Wat je ook kiest, vergeet nooit:

  • Geneesmiddelen mee te nemen voor noodgevallen.
  • Je huisdier een halsband aan te doen met je telefoonnummer en naam.
  • Een foto van je dier mee te nemen, mocht het ontsnappen.

Warmte, dorst, verveling, … voor je trouwe viervoeter zal de reis moeilijker zijn dan voor jou. Vraag je dierenarts voor je vertrekt om advies. Als je met de wagen reist, is het bijvoorbeeld niet aan te raden om je dier nog eten te geven 12 uur voor vertrek, en evenmin onderweg.

Tot slot zijn snoepjes en knuffels zeker aanbevolen om je dier bij te staan tijdens de reis.

Nationaal park Tablas de Daimiel

  1. Algemeen
  2. Geschiedenis en kenmerken
  3. De Guadiana
  4. De Cigüela
  5. Verspreiding en bescherming
  6. Flora
  7. Fauna
  8. Over-exploitatie van de waterbronnen
  9. Ondergrondse branden
  10. Landaankoop door het Ministerie
  11. Vanaf 2010

1.Algemeen

Foto: Tablas de Daimiel
Pablo García Armentano

Het nationaal park van Las Tablas de Daimiel is een Spaans nationaal park welke het gebied met de gelijknamige naam moet beschermen. Het park kan men vinden in de gemeentes Daimiel en Villarrubia de los Ojos in de provincie Ciudad Real en die gemeentes liggen in de autonome regio Castilla-la-Mancha.

Het park zelf beslaat een oppervlakte van 3.030 ha maar het rondom gelegen beschermd gebied is 4.337,32 ha groot.

2. Geschiedenis en kenmerken

Al in 1325 heeft de kroonprins Don Juan Manuel in zijn boek “Libro de la Caza” (Boek van de jacht) de kwaliteiten van dit gebied voor de valkenjacht, aan de oevers van de Ciguela, beschreven.

Jaren later, in 1575, beval Felipe II om de relatie te beschrijven in de volgorde van bescherming en dat het gebied in zijn geheel moet behouden worden.

De Tablas van Daimiel, zoals andere overstromingsgebieden hebben een grote traditie als jachtgebied op watervogels. Generaal Prim in 1870 en koning Alfonso XII in 1875 hebben hier gejaagd.

In 1956 kwam er de wet voor de drooglegging van de oevers van de rivieren Cigüela, Záncara en de Guadiana, een wet die van kracht bleef tot in 1973, toen het gebied werd uitgeroepen tot Nationaal Park van Daimiel. Gedurende deze jaren werden er kanalen gegraven en werden er hectaren waterrijk land drooggelegd.

Zonder twijfel heeft de drooglegging van deze gebieden en van de oevers van de rivieren die doorheen het gebied stromen een rampzalige invloed uitgeoefend op dit gebied. De dreiging voor een definitieve drooglegging komt dichter en dichter, speciaal voor het gebied met de naam “Ojos del Guadiana”.

Maar het is van in het begin van de jaren 60 uit de vorige eeuw dat de slechte tijden echt begonnen voor dit gebied. Aan de ene kant is er een versnelling in het graven van de kanalen en de kanalisering van de oevers van de rivieren en aan de andere kant begint er in de jaren 70 een uitbreiding in dat gebied van de ondergrondse waterwinning.

De speciale ecologische rijkdom van de “Tablas de Daimiel” komt, volgens de conservator van het park Jesús Casas, door het samenvloeien van twee rivieren met een verschillend zoutgehalte. De Guadiana is een zoet water rivier en de Cigüela heeft zout water. Deze samenvloeiing heeft een paradijs gemaakt met een verschillende fauna en flora.

3. De Guadiana

Binnen een paar jaar vanaf nu kan de Guadiana volledig droog staan en daarmee een desastreuse ecologische ramp veroorzaken. Het veen of de turf is tot op heden onder water gebleven en kan bij een verdere drooglegging spontaan ontvlammen. Turf kan branden zonder vlammen maar met een overvloed aan rook uit scheuren in de grond.

4. El Cigüela

De Cigüela, ligt stroomopwaarts van het natuurpark de Tablas.  Het ganse stuk op het grondgebied van Villarrubia werd gekanaliseerd tot een diepte van 2 tot 3 meter.  Tevens werden er de bomen gekapt wat een transformatie van het landschap gaf.  Dat bracht een aanzienlijke verlaging van de waterstanden met zich mee waardoor er een vernietiging van de fauna en flora bijkwam.

Bovendien gaat de rivier meer en meer verdwijnen door de creatie van kunstmatige lagunes aan haar bovenloop. De eigenaars van deze lagunes hebben alle mogelijke manieren gebruikt om het water in de rivier te verwijderen zoals het maken van kleine lekken afgedekt met riet.

5. Verspreiding en bescherming

Gelijktijdig aan al deze werken werden “Las Tablas” bezocht door bekende wetenschappers zoals Félix Rodriguez de la Fuente. Zij vonden deze plaats met specifieke kenmerken iets unieks.

Met hun wetenschappelijke publicaties brachten zij “Los Tablas” in een wereldwijde belangstelling en verkreeg het gebied ook een kwalificatie in het MAR project van de UICN.  Dat is een plan om waterrijk gebied te redden en te beschermen op het Europees continent. Tevens hebben zij de regering het advies gegeven om het gebied te beschermen.

Zonder twijfel heeft het negeren van de specialisten met de versnelde kanalisering van de rivieren en de werken in de moerassen een sterke invloed gehad in de daling van het waterpeil.

Uiteindelijk is er een actieve beweging gekomen om het gebied te beschermen en maakten er een aantal wetenschappers deel van uit.  Maar ook de staat maakte er deel vanuit door middel van zijn Instituto Nacional para la Conservación de la Naturaleza (ICONA). Er ontstond een open polemiek met een groot publiek dat opgeroepen werd door de nationale pers.

Nadat de regering de werken voor drooglegging had laten stil leggen maakte zij een commissie die moest bemiddelen in het conflict en die commissie moest ook een oplossing zoeken waarin alle partijen zich konden vinden.

In februari 1973 bereikte men dan een finaal compromis, men stopte definitief met de werken tot drooglegging,  men kondigde tevens aan dat er een Nationaal park zou komen met een oppervlakte van 1.820 hectare.

Later, in 1980 kreeg het park een uitbreiding tot de huidige grootte van 1.928 hectare.

6. Flora

Het zoete water van de Guadiana helpt de groei van moeras riet (Phragmites australis, Phragmites communis), en daarboven helpt het zoute water van de Cigüela aan de groei van een moeras vegetatie zoals de galigaan (Cladium mariscus). 

Foto: Biezen of juncus
Esculapio

In de mindere diepe gebieden vinden we lisdodde (género Typha), mattenbies (Scirpus lacustris), heen (Scirpus maritimus) en bies (género Juncus).welke plaatselijk bekend zijn als groene alg. Zij kunnen een tapijt vormen op de overstroomde bodem. Hier en daar in het park vinden we struiken zoals de tamarisk (Tamarix gallica).

7. Fauna

Onder de trekvogels vinden we hier de:purperreiger (Ardea purpurea), de blauwe reiger (Ardea cinerea), de kleine zilverreiger (Egretta garzetta), de kwak (Nycticorax nycticorax), de roerdomp (Botaurus stellaris), de krooneend (Netta rufina), de slobeend (Anas clypeata), de smiend (Anas penelope), de pijlstaart (Anas acuta), de wintertaling (Anas crecca), de boomvalk (Falco subbuteo), de kuifduiker (Podiceps auritus), de geoorde fuut (Podiceps nigricollis), de steltkluut (Himantopus himantopus), de graszanger (Cisticola juncidis), het baardmannetje (Panurus biarmicus), enz.

Foto: purperreiger (Ardea purpurea)

In de plaatselijke fauna vinden we: de rivierkreeftjes (Austropotamobius pallipes), welke hier ooit overvloedig voorkwamen en een belangrijke bron van inkomsten waren voor de families die hier woonden, momenteel zijn ze in deze wateren bijna uitgestorven. Nadien kwam er de uitzetting van een roofvis, de snoek (Esox lucius) en hij werd een bedreiging voor de plaatselijke vissen zoals: de barbeel (Barbus barbus), de karper (Cyprinus carpio) en de kopvoorn (Leuciscus cephalus). Deze vissen lopen nu ook het risico tot verdwijnen in deze wateren.


In de lente en de zomer kan men hier amfibieën en reptielen vinden zoals: de boomkikker (Hyla arborea), de meerkikker (Rana ridibunda), de gewone pad (Bufo bufo), de vuursalamander (Salamandra salamandra), en de waterslangen, de ringslang (Natrix natrix) en de adderringslang (Natrix maura).

Onder de zoogdieren vinden we: de bunzing (Mustela putorius), de vos (Vulpes vulpes), de otter (Lutra lutra), de woelrat (Arvicola amphibius), en in het omliggende gebied leven er: konijnen (Oryctolagus cuniculus), hazen (Lepus capensis), de wezel (Mustela nivalis) en het wild zwijn (Sus scrofa).

8. Over-exploitatie van de waterbronnen

Het ministerie van milieu erkent het bestaan van een achteruitgang in het gebied als gevolg van een over-exploitatie van de natuurlijke waterbronnen. Daardoor is er een gebied van 100.000 hectare verstoken gebleven van een natuurlijke bevloeiing gedurende de laatste tientallen jaren.

Er is een bewijs dat het ecologisch evenwicht verbroken is en de moeilijkheid om een evenwicht te vinden dat helpt om dit gebied in stand te houden heeft de verschillende overheden al gedwongen om maatregelen te nemen om het milieu minder te belasten. Daarom is er al water overgeheveld vanuit de Taag in de Cigüela.

Diverse verenigingen van ecologisten hadden hiervoor al gewaarschuwd. De wetenschappelijke raad van de Unesco heeft op zijn vergadering van 13 juni 2008 een rapport opgemaakt dat een aanbeveling geeft om het gebied niet meer te erkennen als internationaal waardevol gebied. Deze beslissing werd overgemaakt aan de Spaanse regering maar ook aan de regering van Castilla-La-Mancha.  Een evaluatie zal gemaakt worden na drie jaar.

9. Ondergrondse branden

Als gevolg van de overexploitatie van de watervoorraden begon Daimiel op te drogen. Droge turf ontbrandt door zelfontbranding of door de verspreiding van een nabijgelegen bosbrand, zoals het geval was in 1988 en meer recent in 2009.

Naarmate de turf droogt, krimpt en kraakt de grond, waardoor de kanaaltjes in de turf vergroten. Deze kanalen zorgen voor de beweging van lucht naar de ondergrond, het binnendringen van zuurstof die de branden voedt en het ontsnappen van rook daaruit mogelijk maakt.

De ondergrondse brand van 2009 werd op 26 augustus ontdekt. In november van dat jaar was de situatie zeer ernstig. Deze gebeurtenis bracht de autoriteiten ertoe twee grote pijpen aan te voeren zodat water uit de Taag het gebied overstroomde. Andere acties, zoals het verpletteren van de turf met grote schoppen om de scheuren te sluiten en verdere verbranding te voorkomen, zijn al enige tijd uitgevoerd. De parkmanagers zeggen dat een ondergrondse brand erg moeilijk te bestrijden is. Tot december-januari bleef het vuur actief en kond rook uit de grond opstijgen (vooral op koude dagen als gevolg van condensatie van het door de verbranding geproduceerde water).

Verder heeft de regering op 29 oktober 2009 besloten om de rechten te gebruiken om water uit de eigen boerderijen te halen met het doel de brand te beheersen.

10. Landaankoop door het Ministerie

Deze maatregelen, die al langer waren genomen, werden versneld ten opzichte van de kritieke situatie die zich in 2009 voordeed. Eind 2010 verwierf de Autonome Dienst van de Nationale Parken Dienst (OAPN) 16 geïrrigeerde boerderijen (meer dan 83 hectare) met het doel tegelijkertijd de waterrechten te verwerven, een in 2000 gestart beleid voort te zetten waarmee in totaal meer dan 1.560 ha zijn verworven voor een bedrag van bijna 25 miljoen euro.

11. Vanaf 2010

Foto: Tablas in 2010
Enrique__

Na de overvloedige regens van de winter van 2009-2010 werd het park opnieuw overstroomd (1.232 ha eind januari en 1.700 ha medio februari, totdat het volledige overstromingsgebied was bereikt, een situatie die zich sinds juni 2004 niet meer had voorgedaan. Verschillende milieuorganisaties hebben echter gewaarschuwd dat het herstel van het park nog ver af was en dat de inspanningen moeten worden verder gezet.

Het niveau van de watervoerende laag is sinds de eerste maanden van 2010 blijven stijgen, dus er wordt momenteel gespeculeerd dat de aanhoudende controle op de winning en gunstige weersomstandigheden de ontsluitingen van het gebied van Ojos del Guadiana “, kan worden verdergezet. Hieraan moeten we toevoegen dat het niveau van de rivier ervoor heeft gezorgd dat het water uit het bovenste deel van de Guadiana naar het park is teruggekeerd, iets wat in 35 jaar niet is gebeurd.

Deze gunstige omstandigheden en het toegenomen bewustzijn van de omliggende gemeenten en hun boeren leiden tot redelijk optimisme over de toekomst van het wetland.

Nationaal park van Timanfaya

  1. Algemeen
  2. Geschiedenis
  3. Vulkaan uitbarstingen op het eiland Lanzarote
  4. Campagne voor de verwijdering van uitheemse plantensoorten
  5. Restauratie van het vulkaanlandschap “El Chinero”
  6. Het herstel van de traditionele gewassen
  7. De visserij
  8. Het wetenschappelijk belang
  9. Toeristische activiteiten

1.Algemeen

Het Nationaal park van Timanfaya vinden we in de gemeenten van Yaiza en Tinajo op het eiland Lanzarote op de Canatische Eilanden.

Foto: de verschillende kleuren van Timanfaya
Andrés Nieto Porras

Dit gebied werd een Nationaal Park op 9 augustus 1974 en omvat een oppervlakte van 5.107 hectare in het zuidwesten van het eiland.. Het is een vulkanisch park. De laatste grote vulkanische uitbarstingen dateren uit de achttiende eeuw, tussen de jaren 1730 en 1736.

Er zijn 25 vulkanen op het eiland, waaronder enkele bezienswaardige vulkanen zoals de Montaña de Fuego, de Montaña Rajada en de Caldera del Corazoncillo.

Er is nog steeds een vulkanische activiteit, enkele punten in het park hebben een temperatuur tussen de 100°C en de 600°C tot op 13 meter diepte.

Deze vulkanische habitat is een uitstekende plaats voor de studie van de hier voorkomende plantensoorten 

In 1993, heeft de Unesco het ganse eiland uitgeroepen tot een reservaat voor de biosfeer en het park is ook een speciale zone voor de bescherming van vogels sinds 1994.

2. Geschiedenis

De eerste bewoners van Lanzarote werden “majos” genoemd en zij kwamen hier aan gedurende het laatste millennium voor Christus. Waarschijnlijk waren zij afkomstig van de Afrikaanse kusten en gebruikten zij primitieve boten, voort gedreven door de wind.

Het meest waarschijnlijke is dat, na het bestuderen van hun taal, gewoontes, gebruiken en hun fysieke kenmerken, er een sterke gelijkenis is met de Berbers uit Noord-Afrika.

In de veertiende eeuw kwam een Genuese zeiler aan op het eiland. Lancelotto Mallocello landde op de kusten van Lanzarote en bleef hier enkele tientallen jaren. Hij gaf het eiland ook zijn naam Lancelotto- Lanzarote.

De verovering van het eiland begon volgens de geschiedschrijving met de ontscheping van de Normandiër Jean de Bethencourt in 1402.

Tot de jaren 60 van de vorige eeuw voorzagen de inwoners van Lanzarote in hun levensonderhoud door middel van landbouw, visvangst en de kweek van geiten maar vanaf dat moment kwam er nog een extra bron van inkomsten bij, het toerisme.

Dankzij de verbetering van de communicatiemiddelen en door de klimatologische voorwaarden op het eiland kwam er een toeristische ”boom” en dat was een belangrijke factor in de verandering van het landschap en de ontwikkeling van een stedelijke infrastructuur.

Op Lanzarote kunnen toeristen een zacht klimaat vinden, stranden, een goede toeristische infrastructuur en een ongewoon landschap. Het beste voorbeeld van dit uitzonderlijk vulkanisch landschap zijn de “Montañas del Fuego”.

De noodzaak om dit gebied te beschermen werd reeds vroeg genomen, op 9 augustus 1974 werd het gebied een nationaal park. Vervolgens heeft de regionale overheid zijn beschermend beleid verder gezet welke uiteindelijk resulteerde in de wet van 1994 op de natuurlijke ruimtes op de Canarische Eilanden.

In het bestuur van het park zijn vertegenwoordigers opgenomen van alle belanghebbenden: de Spaanse staat, de regionale overheid, gemeentebesturen, universiteiten en milieubeschermers.

3. Vulkaan uitbarstingen op het eiland Lanzarote

Doorheen de geschiedenis zijn er op het eiland meerdere uitbarstingen geweest en de belangrijkste zijn die tussen de jaren 1730 en 1736. Zij hadden effect op een kwart van de oppervlakte van het eiland.

Foto: een vulkaankrater
MACfoto1963

Er zijn een groot aantal documenten overgebleven uit die tijd en de belangrijkste zijn zeker die geschreven zijn door de parochiepriester van Yaiza, Don Andrés Lorenzo Curbelo. Hij beschreef de gebeurtenissen sinds het begin van de uitbarstingen tot de bevolking immigreerde tussen 1731 en 1732.

Na bestudering van de situatie hebben wetenschappers berekend dat het volume aan uitgestoten lava ongeveer 1km³ (=1.000 miljoen m3) was en dit veranderde totaal het vroegere uitzicht van het eiland.

In de negentiende eeuw waren er nieuwe uitbarstingen en ook hiervan zijn beschrijvingen gevonden. Onder die documenten zijn er die geschreven waren door de pastoor van San Bartolomé, Don Baltasar Perdomo, die de uitbarstingen beschreef van de 3 vulkanen: Tao, Volcán Nuevo del Fuego en de Tinguatón.

De uitbarstingen begonnen op 31 juli 1824 met die van de Tao, dan volgde de Volcán Nuevo del Fuego, de enige vulkaan die nu in het nationaal park ligt en dan als laatste begon de Tinguatón. De laatste uitbarsting was op 25 oktober van hetzelfde jaar.

Na deze opeenvolgende uitbarstingen werden de vulkanen rustiger en kwam er een periode van rust wat de bewoonbaarheid van het gebied bevorderde.

4. Campagne voor de verwijdering van uitheemse plantensoorten

Gedurende enkele jaren werkt het bestuur van het park aan campagnes om de tabaco bobo (Nicotiana glauca) te verwijderen die men vooral kan vinden langs de kanten van de wegen en op hellingen.

Deze uitheemse soort heeft de capaciteit om de inheemse plantensoorten te overwoekeren. Tijdens de campagnes probeert men het gebied Senda de los Camellos op te kuisen van bepaalde planten die speciaal gerelateerd zijn aan de daar aanwezige kamelen.

5. Restauratie van het vulkaanlandschap “El Chinero”

De vulkaan Volcán Nuevo van “El Fuego” is de enige vulkaan in het nationaal park van Timanfaya die actief deel uitmaakte van de grote uitbarsting van 1824 op Lanzarote. Deze vulkaan staat ook bekend als “El Chinero”.

De winning van de vulkanische delfstoffen heeft de geomorfologische structuur zwaar aangetast, er werden grote terrassen aangelegd met grote en zware graafmachines. Dit alles maakte maatregelen noodzakelijk om de vernielingen door menselijk handelen te herstellen.

Het werk bestaat er in om de natuurlijke helling van de vulkanische kegel te herstellen en om de bestaande terrassen te verwijderen.

6. Het herstel van de traditionele gewassen

Het nationaal park van Timanfaya heeft een belangrijke culturele achtergrond zoals de traditionele landbouwgewassen waaronder de teelt van vijgen een speciale aandacht moet hebben. Deze vijgen vinden we in het nationaal park tot op het vulkanisch gesteente waar de bomen meehelpen aan de bescherming van de grond tegen de sterke windvlagen.

Het belang van deze gewassen is voor een deel, de enorme historische en culturele waarde die deze vorm van teelt heeft en aan de andere kant is het belangrijk voor de fauna die hier aanwezig is. Het vormt een geschikte habitat voor een aantal soorten die we hier in het park vinden zoals de tortelduif, kraagtrap en de patrijs.

Foto: de kraagtrap
Jimfbleak

De zones waar deze habitat voorkomt zijn de omgevingen van Montaña Tremesana, María Hernández en Pedro Perico in het zuiden, en het gebied van Miraderos in het oosten, deze gebieden samen bedragen ongeveer 5% van het park.

De aanplantingen werden dikwijls door hun eigenaars verlaten die afstand deden van de zorg voor de vijgen en daardoor een risico vormden voor het verdwijnen van een unieke cultuur en uitzicht van het nationaal park.

Dit verlaten van de aanplantingen bracht het verval van de plant (Ficus carica) met zich mee omdat er niet meer aan gewerkt werd, dood hout werd niet verwijderd, de grond werd niet bewerkt en dat gaf dus het verval van de plant. Tevens kwamen er andere planten voor in de plaats zoals de gaspeldoorn die een enorme wildgroei kende en die er de oorzaak van is van de verzwakking van de aanplantingen met vijgen.

Momenteel is men vooral bezig met het herstel van de vroegere aanplantingen, het verwijderen van de gaspeldoorn, een verbetering van de bodem en de heraanleg van de oude muurtjes die ook een bescherming boden aan de aanplantingen.

Het resultaat van deze acties was direct zichtbaar, de bomen herwonnen hun vroegere vitaliteit en men verkreeg terug het uitzicht van de vroegere traditionele aanplantingen.

7. De visserij

De visvangst is een socio-economische activiteit voor de inwoners van Yaiza en Tinajo, en de traditionele visvangst op vis en schaaldieren blijft toegelaten en dus behouden.

8. Het wetenschappelijk belang

Sinds de jaren 80 van de vorige eeuw voeren het Museo Nacional de Ciencias Naturales, de Consejo Superior de Investigaciones Científicas (CSIC), het Instituto de Astronomía y Geodesia (CSIC-UCM) en het Departamento de Volcanología del Museo Nacional de Ciencias Naturales permanent onderzoek uit naar de seismologische en vulkanische activiteit in het park van Timanfaya. Wat oorspronkelijk begon als los onderzoek resulteerde uiteindelijk in permanent onderzoek met diverse projecten van onderzoek.

Momenteel is er voor dit onderzoek een perfect uitgerust laboratorium voor het geofysisch onderzoek, dit laboratorium is onder verdeeld in drie delen:

Foto: Toegang tot de cueva de los verdes
Wiki05
  • Cueva de los Verdes
  • Jameos del Agua
  • Parque Nacional de Timanfaya

9. Toeristische activiteiten

Het nationaal park van Timanfaya is het op een na meest bezochte park in het netwerk van nationale parken. In 1996 was het geschatte aantal bezoekers 97,6% van alle bezoekers aan Lanzarote. Daarom is de toeristische druk op het park afhankelijk van de toeristische ontwikkeling van het eiland.

Een van de objectieven van het park is het makkelijker maken om kennis te vergaren en het laten genieten van de waarden in het park, altijd in een wisselwerking met het behoud en het beheer van het natuurlijk milieu.

Het voornaamste doel van het park is niet de ontwikkeling van het toerisme maar het kan wel toeristen aantrekken en daardoor een meerwaarde bieden aan de plaatselijke bevolking.

Op reis gaan met medische problemen

We moeten een onderscheid maken tussen twee soorten problemen, wij kunnen met medische problemen vertrekken (op reis met kanker) of wij kunnen medische problemen op reis tegen komen zoals een gewone verkoudheid of tandpijn. Maar zelfs dat kan genoeg zijn om een vakantie te vergallen en kan de tussenkomst van een dokter noodzakelijk worden. Het is dan gemakkelijk om te weten hoe men een dokter, apotheker of een hospitaal kan vinden.

Hierna staan twee hoofdstukken met meer uitleg over beide gevallen.

  1. Reizen met kanker
  2. Hoe zoeken we een dokter, een tandarts, een apotheek of een hospitaal in Spanje

1. Reizen met kanker

Reizen met een ziekte zoals kanker is niet gemakkelijk maar met een goede voorbereiding kan het wel lukken.

Overleg steeds met uw dokter over uw reisplannen, hij weet het best of je fit genoeg bent om te reizen. Een aantal soorten kanker hebben een verschillende behandeling nodig en er zijn dikwijls specifieke maatregelen die men moet nemen.

Gezondheidsexperts adviseren dat je vier tot zes weken voor de reis u het best voorbereid.

Hierna staan dus enkele raadgevingen om deze voorbereidingen het best te laten verlopen.

Neem dus al zeker een reisverzekering omdat de gewone ziekteverzekering niet alle kosten zal dekken in alle landen.

1.1 Vliegvakantie

Met de huidige veiligheidsmaatregelen kan je geen flesjes die groter zijn dan 100 ml met vloeistof, gel of crème in uw handbagage op het vliegtuig nemen. Je mag noodzakelijke medicijnen meenemen op het vliegtuig mits een voorafgaande toelating van de uitbater van de luchthaven en van de luchtvaartmaatschappij. Verder is een document van uw dokter noodzakelijk of een voorschrift. Alle medicijnen die mee aan boord worden genomen moeten in hun originele verpakking zitten en de contact informatie met de apotheker moet duidelijk zichtbaar zijn.

Vliegen is misschien niet altijd aan te raden vooral als je kortademig bent, een risico op een zwelling van de hersenen, dat je recent een operatie ondergaan hebt of dat je problemen hebt met oren en sinussen.

Vooral lange afstandsvluchten kunnen het risico verhogen op de ontwikkeling van bloedklonters in uw benen (trombose). Sommige personen met kanker en dan speciaal diegene die lijden aan long, maag en darmkanker hebben een groter risico op een trombose. Praat met uw dokter voordat je op reis gaat en vraag hem informatie over oefeningen en speciale steunkousen.

1.2 Vaccinaties

Indien het noodzakelijk is dat u voor uw gekozen vakantiebestemming vaccinaties krijgt, ga dan voor het vertrek langs uw dokter en laat hem controleren of je deze vaccinaties wel mag krijgen.

Sommige vaccinaties mogen niet gegeven worden of ze zijn minder effectief indien je een behandeling tegen kanker volgt.

Indien je chemotherapie of een stamcel transplantatie heeft gehad dan kan uw immuunsysteem aangetast zijn en kunnen vaccins hun werkzaam vermogen verloren hebben. Daarom heb je misschien nieuwe vaccinaties nodig.

1.3 Op reis met medicijnen

Neem op reis voldoende medicijnen mee en zorg altijd dat je een reserve bij u heeft. Ga je voor een lange tijd op reis, kijk dan eerst of uw medicijnen verkrijgbaar zijn in het land van uw bestemming.

Moeten de medicijnen koel blijven dan koop je best een kleine koelbox bij de apotheker. Kijk dan ook na of uw hotelkamer of appartement een ijskast ter beschikking heeft.

Hou een lijst van al uw medicijnen met de gebruikte dosis, inclusief de generische namen, in uw geldbeugel voor het geval je uw medicijnen verliest of indien je zonder valt.

Reizen doorheen tijdzones kan een effect hebben wanneer je op een regelmatige basis medicijnen moet nemen. Uw geneesheer of uw apotheker kan u helpen bij het opstellen van een aangepaste tijdstabel.

Zoek ook uit of een brief van uw dokter noodzakelijk is bij de douane voor het vervoer van uw medicijnen, injectienaalden, pompen enz.

Sommige dokters rekenen een vergoeding aan voor het schrijven van dit briefje dus als je een regelmatige reiziger bent vraag hem dan om een briefje te schrijven dat zodanig is opgemaakt dat het meer dan eenmaal kan gebruikt worden.

1.4 Verzekering

Om als kankerpatiënt een reisverzekering te kunnen afsluiten kan men een hoop problemen ondervinden. Het is dus een goed idee om eerst een verzekering te zoeken voordat je uw reis boekt. Vraag advies aan uw dokter voor je een reisverzekering zoekt. Hij zal u kunnen helpen om alle vragen te beantwoorden in verband met uw ziekte.

Vergeet voor alle reizen binnen Europa uw Europese Verzekeringskaart niet. Deze kaart geeft u toegang tot medische verzorging aan gereduceerde prijs, in Spanje is er zelfs gratis verzorging.

2. Hoe zoeken we een dokter, een tandarts, een apotheek of een hospitaal in Spanje

Om een medische behandeling te ontvangen uit het aanbod van de Spaanse Sociale Zekerheid moet men zich wenden tot een openbaar gezondheidscentrum (centro de salud) in de plaats waar men verblijft of woonachtig is. Zij bevinden zich meestal op maximum 15 minuten van elke woonplaats. Men kan zich ook wenden tot een huisarts (médico de cabecera). De patiënt kan indien nodig doorverwezen worden naar een specialist maar hier kan een (lange) wachtlijst zijn. Ook voor niet dringende chirurgische ingrepen is er dikwijls een wachtlijst.

Om een lokaal gezondheidscentrum te vinden: klik hier. De site is wel eentalig Spaans. Vul in het vak “Introduce texto a buscar’ uw gemeente in en druk enter. En men gaat naar de gevraagde gemeente.

Een lijst met Engels-, Frans- of Duitstalige medische professionals kan men soms krijgen op de toeristische dienst. Ook een ambassade of consulaat kan soms helpen.

In alle dokterskantoren moet er een aankondiging zijn met het Carta de Derechos y Deberes (Charter met Rechten en Plichten), en met een opsomming van alle diensten waar patiënten recht op hebben.

2.1 Medische Noodgevallen

Bij een noodgeval gaat men best rechtstreeks naar een hospitaal waar alle nooddiensten aanwezig zijn. Een kaart van de Spaanse Sociale Zekerheid, een Europese Verzekeringskaart of het bewijs van een private zorgverzekering moet men bij opname tonen.

De Europese Verzekeringskaart geeft recht op gratis medische noodverzorging aan inwoners van de Europese Unie maar enkel in openbare hospitalen. Behandelingen die niet als noodgeval kunnen beschouwd worden zijn niet gratis.

Medische noodgevallen: telefoon 112

2.2 Apothekers

Om hun professionele activiteiten te mogen uitoefenen moeten apothekers zich registreren bij de provinciale afdeling van de Apothekers Vereniging. Al deze provinciale verenigingen maken deel uit van een nationaal orgaan, de Consejo General de Colegios Oficiales de Farmacéuticos (Algemene Spaanse Raad van Apothekers) Geregistreerde apothekers mogen in Spanje eerste lijnsverzorging geven.

Apothekers (farmacias) zijn meestal geopend van maandag tot vrijdag van 09:30 tot 14:00 en van 17:00 tot 21:30, op zaterdag zijn zij geopend van 09:30 tot 14:00. Informatie over apothekers van wacht (Farmacia de guardia) kan gevonden worden op het vensterraam van de andere apothekers.

Om een apotheek van wacht te vinden, ga op de voorgaande site naar Farmacias de Guardia. Men kan deze link halverwege aan de rechterkant van de pagina vinden.

2.3 Tandarts

Een behandeling door een tandarts valt in Spanje niet onder de Sociale Zekerheid. Een private verzekering kan deze kosten dekken indien zij opgenomen zijn in de verzekeringspolis.

Nationaal park van Garajonay

  1. Algemeen
  2. Geschiedenis
  3. Christoffel Columbus en La Gomera
  4. Het traditionele gebruik van de heuvels en de bergen en hun behoud
  5. Gara en Jonay

1.Algemeen

Het Garajonay Nationaal Park (Parque nacional de Garajonay) ligt in het centrum en het noorden van het eiland La Gomera, een van de Canarische Eilanden.

Foto: een zicht op het park
Till Krech

Het is een nationaal park sinds 1981 en het werd opgenomen op de lijst van het Werelderfgoed van de Unesco in 1986. Het park beslaat 3.984 ha. en ligt verspreid over alle gemeentes op het eiland.

2. Geschiedenis

Voor de aankomst van de Europeanen in de XVde eeuw was het eiland al bewoond. De bevolking was afkomstig uit Noord-Afrika en hun cultuur lijkt dan ook op de berber cultuur.

Hun economische activiteiten waren gebaseerd op veeteelt en de oogst van zaden, bessen en fruit van wat het land hen gaf. Sporadisch deden zij aan landbouw.

Zij woonden in grotten of in kleine hutten en ze gebruikten hout en stenen voor de vervaardiging van gebruiksproducten. Modder werd gebruikt voor de vervaardiging van aardewerk.

De bergen maakten een belangrijk deel van hun geloof uit. Op de Alto de Garajonay werden er archeologische overblijfselen gevonden van de rituelen die zij daar hebben gehouden.

Met de aankomst van Europeanen in het eerste deel van de XVde eeuw werd La Gomera het doel van de rivaliteit tussen Spanje en Portugal. Het eiland maakte de ene maal een alliantie met Spanje en de andere maal met Portugal tot aan het definitieve afzien door Portugal van hun aanspraken op de eilanden.

In het begin ging de vermenging van de Europese cultuur met die van de oorspronkelijke bevolking vreedzaam en langzaam maar zeker vanaf de aankomst van Hernán Peraza “El Joven” als heer ging het fout. Hij begon met het instellen van belastingen, rechtbanken en voerde het leenschap in. Een korte tijd later brak er een oproer uit.

Na dit oproer, stelde hij een verbroedering in met de groep van Ipalán en begon hij een relatie met de inheemse prinses Iballa.

Deze belediging zette de inheemse bevolking tot nog een revolte aan maar tijdens de repressie richtten de Spanjaarden een groot bloedbad aan en de gevangen genomen bevolking werd verkocht als slaven. Het eiland bleef, met brute macht, onderworpen.

3. Christoffel Columbus en La Gomera

Een belangrijke periode in de geschiedenis van La Gomera is de verhouding met de reizen van Christoffel Columbus. In augustus 1492, tijdens de reis die de ontdekking van Amerika zou opleveren, meerden de karvelen Santa Maria en Pinta aan op La Gomera om de overtocht voor te bereiden. Op 4 september verenigden beide schepen zich met hun admiraal die aan boord van de Niña was.

In 1493 keerde Columbus terug op het eiland aan het hoofd van 17 schepen en zette opnieuw koers naar Amerika. Hier schafte hij zich levende dieren en plantgoed aan om als basis te dienen voor de eerste aanplantingen en de eerste veestapel in Amerika.

Tijdens de XVIde eeuw was het eiland de pleisterplaats voor zeelieden en veroveraars, een activiteit die stilletjes aan verdween en La Gomera werd minder en minder belangrijk. Het dompelde La Gomera terug in de afzondering en de vergetelheid onder een feodaal regime en dat duurde tot in de XIXde eeuw.

4. Het traditionele gebruik van de heuvels en de bergen en hun behoud

In het verleden hebben de bergen die vandaag deel uitmaken van het nationaal park een belangrijke rol gespeeld voor de economie en voor het levensonderhoud van de bewoners.

Het hout waarover men kon beschikken werd gebruikt om woningen te bouwen, meubels te maken, voor landbouwwerktuigen, huishoudgerief tot zelfs instrumenten werden er van gemaakt. Ook maakte men er brandhout en houtskool van.

Op de heuvels en de bergen zijn er herders die met hun kuddes geiten en schapen permanent aanwezig zijn. Daar bovenop proberen zij om het benodigde veevoer hier in de heuvels bijeen te krijgen.

Tussen het einde van de XVde eeuw en het begin van de XIXde eeuw, lag het eigendomsrecht over de heuvels bij de graven van La Gomera. Zij hielden daar een strikt stelsel in stand dat de belastingen en het gebruik van de gronden regelde. Dit was ook al een eerste poging om te vermijden dat het woud zou verdwijnen of niet meer levensvatbaar zou zijn.

Later, als gevolg van de grondwet van 1812 die de feodale rechtspraak vernietigde werden de gronden overgedragen aan de gemeentebesturen, deze besturen gingen verder op de reeds ingeslagen weg van behoud van het bos.

In 1879 werd het behoud van de heuvels en de bergen administratief verstevigd door de opname in de Catálogo Nacional de Montes de Utilidad Pública.

Vanaf de jaren veertig en vijftig van de voorbije eeuw verminderde men de mogelijkheden om winst te verkrijgen uit deze streek.

Vanaf de jaren zeventig gingen er stemmen op om de bescherming van deze streek te stoppen of minstens te verminderen. Het ICONA, dat is het orgaan van de overheid dat verantwoordelijk is voor het behoud van de natuurgebieden reageerde hierop in 1981 door de streek op te nemen op de lijst van de nationale parken. Men ontwikkelde wel een beheersprogramma dat een maximale prioriteit gaf aan het natuurbehoud.

Het ganse historische traject heeft toegelaten dat de bossen van La Gomera vandaag de dag nog aanwezig zijn in een natuurlijke staat met de aanwezigheid van de oude bomen, welke deel uitmaken van de restanten van de laurisilva bossen op de archipel. Garajonay is een van de bossen in zijn meest natuurlijke staat van het land.

Foto: een laurisilvabos
Diego Delso, delso.photo, License CC-BY-SA

Het park is genoemd naar de rotsformatie van Garajonay en dat is het hoogste punt van het eiland, op 1.484 meter hoogte. Er is nog een plateau in het gebied met een hoogte van 700 tot 1.400 m boven zeeniveau.

In het park kan men het mooiste voorbeeld vinden van laurisilva, dat is een vochtig subtropisch bos uit het verre verleden. Dit soort bos bedekte ooit praktisch gans Europa, maar wordt nu nog gevonden op de Azoren, Madeira en de Canarische Eilanden. Ongeveer 20 ha in het park bestaat nu nog uit laurisilva.

Laurus Azorica, ook gekend onder de naam Azores Laurel, kan men in het park vinden maar ook Laurus canariensis, ook bekend als Canary Laurel, is hier te vinden.

De bomen hier in de bossen bestaan uit hardhout met altijd groene laurier bladeren die een hoogte bereiken van 40 meter.

Deze bomen herbergen een rijke biotoop van lagere planten, ongewervelde dieren, vogels en vleermuizen waaronder twee soorten reptielen: Gallotia gomerana (Gomera reuzenhagedis) en de Chalcides viridanus (Gomera hagedis), zijn er aanwezig.

Onder de amfibieën onderscheiden we de Hyla meridionalis. (mediterrane boomkikker).

Foto: laurierduif
DrPhilippLehmann

Het park staat ook bekend als een prachtige plaats om de twee soorten Canarische duiven te observeren, namelijk de Laurierduif (Columba junoniae) en de Bolle’s duif (Columba bollii).

In augustus 2012 had het park te lijden van een bosbrand waarbij 747 hectare (18%) vernield werd.

5. Gara en Jonay

De top van de bergen en het park zijn genoemd naar de vervloekte geliefden Gara en Jonay. Hun verhaal is gelijkaardig aan dat van Romeo en Julia. Gara was een prinses van Argulo op La Gomera.

Foto: beelden van Gara en Jonay,bij het Laguna Grande in het park
txenoo

Tijdens het festival van Beñesmén, was het de gewoonte dat de ongehuwde meisjes van Argulo naar hun weerspiegelingen in het water van Chorros del Epina keken.

Als het water helder was, dan zouden zij een echtgenoot vinden en als het water modderig werd dan was er ongeluk op komst. Toen Gara in het water keek zag zij haar reflectie zeer helder. Ongelukkig genoeg bleef zij te lang kijken en de weerkaatsing van de zon verblindde tijdelijk haar ogen.

Een wijs man met de naam Gerián zij haar dat zij alle vuur moest vermijden of dat het vuur haar zou verteren.

Jonay was de zoon van de koning van Adeje op Tenerife en hij kwam naar La Gomera om de feestelijkheden bij te wonen.

Zijn aanwezigheid bij deze feestelijkheden trok de aandacht van Gara, en de twee werden verliefd. Ongelukkig genoeg voor hen begon tijdens de verloving de vulkaan Teide lava uit te braken en men zag het als een afkeuring door de vulkaan en daardoor werd de verloving door hun ouders verbroken.

Jonay werd gedwongen om terug te keren naar Tenerife maar tijdens een van de volgende nachten kwam hij terug gezwommen zodat hij werd herenigd met zijn geliefde.

De beide vaders gaven het bevel dat men ze moest zoeken en toen Gara en Jonay in de val bovenop een berg zaten pleegden zij beiden zelfmoord.