Aguilas – Aguilas via Cartagena, Alicante, Murcia en Lorca

  1. Aguilas, Murcia
  2. Mazarrón, Murcia
  3. Cartagena, Murcia
  4. La Unión, Murcia
  5. Alicante, Alicante
  6. Elx (Elche), Alicante
  7. Orihuela, Alicante
  8. Murcia
  9. Alhama de Murcia, Murcia
  10. Aledo, Murcia
  11. Totana, Murcia
  12. Lorca, Murcia

San Juan de los Terreros, het dorpje waar ik woon in de provincie Almeria, is een rustig dorpje waar niet veel te zien en te doen is. Daarom kunnen overwinteraars baat hebben om tijdens de maanden dat ze hier zijn eens iets anders te doen. Dat iets anders kan dan een rondrit van een kleine 400 km zijn waarbij we van Aguilas terug naar Aguilas rijden maar we gaan langs Mazarrón, Cartagena, La Unión, Alicante, Elche,Orihuela, Murcia, Alhama de Murcia, Aledo, Totana en Lorca.

Hierna volgt een korte beschrijving van de steden en dorpen waar we op onze uitstap langs komen. Reken wel op enkele dagen om deze trip te maken.

1.Aguilas, Murcia

Foto: haven en kasteel van Águilas

Bernhard Hampp

De stad Águilas werd in de zeventiende eeuw gesticht en is sindsdien enorm uitgebreid. De twee belangrijkste bouwwerken zijn het Ayuntamiento (stadhuis) in mudejarstijl en de Iglesia de San José, beiden op de Plaza de España. De klim naar het Castillo de San Juan de las Águilas op de top van een heuvel levert een mooi uitzicht op de baai en de grotten op. Verder staat het Carnaval van Águilas op de lijst van Nationaal Toeristisch Belang.

Neem de N332 richting Mazarón, ongeveer 48,5 km en 40 minuten.

2. Mazarrón, Murcia

De belangrijkste plaatsen in het kleine stadje zijn het Castillo de los Vélez met de ruïne van een oude klokkentoren en de Iglesia de San Andrés die een mooi zestiende eeuws mudejarplafond heeft. Een korte rit van 5 à 6 km brengt u naar de Puerto de Mazarrón aan een mooie baai met lekker zwemwater.

Neem de RM-E22 richting Cartagena, ongeveer 34,4 km en 44 minuten.

3. Cartagena, Murcia

Cartagena is de grootste marinehaven van Spanje en het is tevens een belangrijke handelshaven. De stad werd gesticht in de derde eeuw voor Christus door de Carthaagse leider Hasdrubal maar zij werd onder de Romeinen de hoofdstad van de streek. De stad raakte tijdens de Moorse overheersing in verval maar ze herwon haar belangrijke positie tijdens de regeringen van Filips II en Karel III. Tot de belangrijkste gebouwen behoren de Iglesia de Santa Maria la Vieja, de Romeinse Torre Ciega (Blinde Toren) en het Ayuntamiento (stadhuis).

Foto: stadhuis van Cartagena

Moríñigo

In de dokken vinden we de eerste onderzeeër ter wereld. Hij is te water gelaten door Isaac Peral in 1888. Hoge trappen leiden naar de ruïne van het Castillo de la Concepciòn. Hier krijg je een mooi uitzicht over de stad en de haven.

In de stad zijn er twee nationale musea, het Museo Archeológica bezit een mooie collectie Romeinse voorwerpen en er is een filiaal van het Museum van de Marine.

Neem de A 30 richting La Uniön, ongeveer 15 km en 15 minuten.

4. La Unión, Murcia

De oude mijnbouwstad La Unión was meer dan een eeuw geleden een belangrijk centrum voor de winning van looderts. De Mercado (markt) en de Casa del Piñón zijn twee belangrijke voorbeelden van een bouwstijl uit het begin van de twintigste eeuw waarbij veelvuldig gebruik werd gemaakt van smeedijzeren versieringen. De marktplaats fungeert als toneel tijdens het beroemde festival Cante de las Minas (liederen uit de mijn) dat alle jaren in augustus wordt gehouden en waar de beste zangers en gitaristen samen komen en er voorstellingen geven van hun eigen stijl van flamenco.

Neem de AP-7 en N-332 richting Alicante, ongeveer 101 km en 1 uur en 27 minuten.

5. Alicante

Alicante is een belangrijke aanvoerhaven voor de Costa Blanca. Het grote Plaza de Calvo Sotelo vormt het kloppende hart van de stad. Hier vandaan voert de Avenida del Dr. Gadea naar de haven en de Esplanade de España. Deze lange promenade, lommerrijk door de rijen palmbomen en geplaveid met veelkleurige mozaïeken is een van de aangenaamste plekken van Alicante om te kuieren.

De oude stad kent twee belangwekkende gebouwen, de Basìlica de Santa Maria die vanaf de veertiende eeuw een aantal keren verbouwd is en een rijk versierd interieur heeft en dan is er nog het Ayuntamiento (stadhuis) dat gekenmerkt wordt door twee vierkante torens en een rijk versierde gevel. Vlakbij staat de zeventiende eeuwse Catedral de San Nicolás, gewijd aan de patroonheilige van de stad. Het Museo Arquelógico heeft exposities met vondsten uit de streek, schilderijen en munten. Vanaf het Castillo Santa Barbara, op de top van een heuvel, heeft men een schitterend uitzicht.

Foto: Castillo Santa Barbara

In de haven van Alicante zorgen de boten van de plaatselijke bevolking voor een kleurige toon tussen de vele buitenlandse jachten.

Neem de A70 richting Elx (Elche), ongeveer 27,65 km en 27 minuten.

6. Elx (Elche), Alicante

De trekpleister in Elx is het unieke palmbos maar neem toch eerst een kijkje in de stad die met zijn witte huizen en zijn witte daken wat Mohammedaans aandoet. Vanaf de toren van de zeventiende eeuwse barokke Basilica de Santa Maria heeft men een uitzicht over de stad en het palmbos. Het Palacio de Altamira, in de veertiende eeuw gebouwd als verblijf voor de Spaanse koningen, is opgenomen op de Spaanse monumentenlijst.

Op het terrein van het Parque Municipal staat het Museo Arquelógico. In de collectie bevindt zich een kopie van het borstbeeld van de “Dame van Elx” waarvan men aanneemt dat het een Iberisch beeld uit de derde of de vierde eeuw is. Het origineel werd in deze streek gevondenen het is tentoongesteld in het Archeologisch Museum van Madrid. Er is ook nog een Museo de la Artesania de la Palma (kunstnijverheid).

De Palmeral de Europa (Palmbos van Europa) ligt in het oosten van de stad en het is de grootste dadelpalmplantage van Europa. Er zijn gidsen beschikbaar om u wegwijs te maken. De Feniciërs plantten de eerste palmen, de Moren breidden de tuin uit met dadelpalmen, De palmbomen kunnen wel 25 m hoog worden maar sommigen worden nog hoger. In de Huerto del Cura (Plantage van de pastoor) kunt u de Palmeria Imperial zien en men neemt aan dat hij ouder is dan 150 jaar. De boom heeft zeven stammen die allen uit een hoofdstam komen. Cacteeën, bloemen en planten luisteren deze prachtige tuin verder op. ’s Winters worden de dadels geoogst door vruchten uit de vrouwelijke planten te snijden. Na de oogst worden de kronen van de mannelijke planten opgebonden om de bladeren te laten verbleken. Deze worden dan in het hele land verkocht voor de processie op Palmpasen.

Het Misteri d’Elx is een toneelstuk met als onderwerp de Hemelvaart van de Maagd Maria. Het is een unieke gebeurtenis die doorgaat op 14 en 15 augustus.

Neem de AP 7 richting Orihuela, ongeveer 36 km en 40 minuten.

7. Orihuela, Alicante

Orihuela ligt op de oevers van de Segura die volop water aanvoert voor de irrigatie van de citrusplantages in de omgeving. De Cerro de Oro (Gouden Heuvel) doemt in de achtergrond op.

De naam van de stad is waarschijnlijk afkomstig van het Romeinse Aurariola. Tijdens de aardbeving van 1829 liep de stad veel schade op en zo is de meerderheid van de gebouwen afkomstig van na die datum. Toch zijn er nog een aantal belangrijke gebouwen zoals de Kathedraal van El Salvador die in de veertiende en de vijftiende eeuw gebouwd werd en we vinden daar een mooi gotisch gewelf.

Verder is er nog de laat-gotische Iglesia de Santiago en de Iglesia de Santo Domingo. Die maakte deel uit van de faculteit der Letteren van de Universiteit van Orihuela die in de zestiende eeuw werd opgericht.

Neem de N340, A 7 richting Murcia, ongeveer 38 km en 33 minuten.

8. Murcia

Murcia is de hoofdstad van de gelijknamige provincie en van de autonome regio. De stad strekt zich uit op de beide oevers van de Rio Segura en de stad ligt in het hart van de huerta (een vruchtbaar, geïrrigeerd gebied). Murcia is een bisschopszetel en een universiteitsstad.

Foto: kathedraal van Murcia

De kathedraal, het belangrijkste bouwwerk in de stad werd gebouwd in de veertiende eeuw, later zijn er renaissancistische en barokke invloeden aan toegevoegd. Zij heeft een indrukwekkende barokke gevel en een schitterende achttiende eeuwse klokkentoren. In de Capilla de los Junterones zijn overvloedig renaissance decoraties aangebracht evenals in de laat gotische Capilla de los Vélez. Het museum in het kloostergedeelte herbergt een aantal waardevolle voorwerpen.

Het Palacio Episcopal (bisschoppelijk paleis) is beroemd om zijn klooster. Laat u beslist niet het oude Casino ontgaan, een van de indrukwekkendste in zijn soort en het is gebouwd op het einde van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw.

Er zijn een aantal musea zoals het Museo Arquelógico, het Museo de Belles Artes en het Museo Internacional del Traje Folklórico dat een collectie kostuums uit alle delen van Spanje bezit.

Neem de MU 30, A 7 richting Alhama de Murcia, ongeveer 40 km en 30 minuten.

9. Alhama de Murcia, Murcia

Op de weg naar Alhama de Murcia kan men zijn tocht even onderbreken in Alcantarilla en dat ligt ongeveer op 9 km van Murcia. Daar kan men het Museo de la Huerta bezoeken en ook een geweldig groot oud waterrad. Het rad heeft de naam noria en het werd door de Moren gebruikt voor de irrigatie. Het museum geeft een overzicht van de geschiedenis van het gebied dat vooral uit citrusplantages en tuinderijen bestaat.

De tocht gaat verder langs citrusplantages en velden naar een grote rotsformatie die bekroond wordt door de toren van een Moorse vesting.

Aan de voet ligt de oude badplaats Alhama de Murcia die bekend is voor zijn warme, geneeskrachtige zwavelhoudende bronnen. Er zijn nog steeds enkele resten uit de Romeinse tijd en ook de kleine kerken San Lázaro en La Concepción zijn een bezoekje meer dan waard..

Neen de N-340 en RM-502 naar Aledo, ongeveer 21 km en 30 minuten.

10. Aledo, Murcia

Aan de zuidkant van de Sierra Espuña ligt de kleine middeleeuwse stad Aledo, beroemd om zijn oude kasteel. Dit kasteel was lange tijd in handen van de ridderorde van Calatrava (1085-1160),. Het kasteel lag een tijd op de frontlijn tijdens de Moorse bezetting van nog een deeltje van Spanje nadat zij tijdens de Reqoncuista waren terug gedreven.

Neem een kijkje in La Calahorra, bij de resten van de oude muren en in de Iglesia de Santa Maria la Real waar men nog een middeleeuws beeld kan vinden.

Neem de RM-502 naar Totana, ongeveer 10 km en 16 minuten.

11. Totana, Murcia

Onder de Romeinen had Totana enige betekenis. De zestiende eeuwse Iglesia de Santiago heeft een fraai barok portaal en een mudejarplafond uit de zeventiende eeuw. De fontein werd in de zeventiende eeuw gemaakt door Juan de Uceta. Ga ook eens kijken in de Ermita de Santa Eulalia , beroemd is het mudejardak en de zestiende eeuwse muurschilderingen.

Neem de A 7 naar Lorca, ongeveer 23 km en 27 minuten.

12. Lorca, Murcia

Aan het begin van het dal van de Guadalentin ligt de stad Lorca, een landbouwcentrum. De stad was een bisschopszetel onder de Visigoten en door de Romeinen werd de stad Ilurco genoemd. Voor de Moren was de naam Lurka.

Op de heuvel liggen de resten van een Moors kasteel dat gebouwd werd tussen de dertiende en de vijftiende eeuw. Verder liggen de middeleeuwse kerken van Santa Maria, San Juan en San Pedro. Lager op de heuvel ligt de Iglesia de San Patricio en zij dateert uit de zestiende en de zeventiende eeuw en zij heeft een renaissance toren en een barok portaal.

Foto: stadhuis van Lorca door
Murcianboy

Op hetzelfde plein staat het Ayuntamiento dat gebouwd werd in de zeventiende en de achttiende eeuw. Andere belangrijke gebouwen zijn het Palacio de los Guevara de oude Korenbeurs en de Torre de los Garcia de Alcázar, hier kan je een wapencollectie vinden.

Neem de C3211 en de N332 richting Aguilas, ongeveer 37 km en 29 minuten.

10 grote Spaanse Feesten

  1. Semana Santa (Heilige Week)
  2. San Fermin (de Ren van de Stieren)
  3. La Tomatina (het Tomaten Gevecht)
  4. Las Fallas
  5. Feria de Sevilla (Kermis van Sevilla)
  6. Carnaval
  7. Festa Major de Gracia
  8. Cristianos y Moros (Christenen en Moren)
  9. Semana Grande (Grote Week)
  10. Tamborrada Fiesta

1. Semana Santa (Heilige Week)
Datum: 1 april – 8 april
Stad: Sevilla
Feest: De Semana Santa (Heilige Week) in Sevilla is waarschijnlijk een van ´s werelds meest beroemde feesten. Er zijn meer dan 55 kerkgenootschappen waarvan er een aantal reeds bestaan in de dertiende eeuw die samen pasos ((een constructie met daarop een beeld van de Maagd Maria of een tafereel over het lijden van Christus staat) door de straten van Sevilla stappen.

Foto: Nazarenos de la Hermandad de la Carreteria

Albert Besselse

Nazarenos (dat zijn leden van de genootschappen die gekleed gaan in een kleed met een puntige hoofdbedekking die hun identiteit verbergt) vergezellen deze constructies tijdens de processie. Het aantal van deze nazarenos kan in sommige processies oplopen tot 2.000. Elke processie is uniek zoals de El Silencio, hier gaat men zonder geluid te maken en zonder muziek.

Elke processie draagt een beeld van Christus afhankelijk van het bijbels tafereel dat men meedraagt en van de rouwende Maagd Maria.

Voor veel mensen in Spanje is het feest van de Semana Santa niet alleen een processie maar ook het begin van de lente en dat geeft dan een week feesten doorheen de ganse stad en in andere steden.

2. San Fermin (de Ren van de Stieren)
Datum: begin juli gedurende een week
Stad: Pamplona, in het noorden van Spanje
Feest: Dit feest duurt een week en het bestaat uit de Ren van de Stieren en uit stierengevechten. Elke dag om 8.00 lopen, afhankelijk hoe je het bekijkt, de idiootste of de dapperste personen door de straten uit voor een groep stieren. De ren duurt een half uur of iets meer en tal van deelnemers komen echt uit de plaatselijke bars. 

Er zijn deelnemers vanuit de ganse wereld en Hemingway heeft hier al over geschreven.

Dit feest staat in de top 10 van de Spaanse feesten door zijn populariteit, zelf ben ik geen voorstander van deze ren en de bijbehorende stierengevechten.

3. La Tomatina (het Tomaten Gevecht)
Datum: de laatste woensdag van augustus, in 2011 was het op 31 augustus
Stad: het kleine stadje Buñol, een uur buiten Valencia.
Feest: Dit Tomaten Gevecht is vermoedelijk het grootste en gekste voedselgevecht ter wereld. Duizenden mensen komen samen in de straten van Buñol om tomaten maar elkaar te gooien. De oorsprong van het feest is onbekend en het is voor de meeste deelnemers onbelangrijk. De traditie van het tomatengevecht in Buñol is in 1944 of in 1945 begonnen. 

4. Las Fallas
Datum: een vijfdaags feest op de dag van Sint-Jozef op 19 maart
Stad: Valencia
Feest: Stel uzelf het grootste vuurwerk voor dat je ooit gezien hebt en vermenigvuldig dit dan met 100, dat is Las Fallas. Tijdens dit feest komen buurtverenigingen bij elkaar en bouwen zij grote poppen die later in brand gestoken worden. Meestal hebben deze poppen een satirische ondertoon maar dat is niet altijd het geval.

Ook alle poppen worden niet in brand gestoken, er is een publieke stemming om de pop(pen) van het jaar te verkiezen en deze poppen gaan naar het Museo Fallero, het Fallas museum in Valencia.

5. Feria de Sevilla (Kermis van Sevilla)
Datum: Twee weken na Semana Santa. Deze kermis gaat van middernacht op maandag tot de daaropvolgende maandagochtend.
Stad: Sevilla
Feest: Deze kermis in Sevilla is een microkosmos van alles waar Andalusië beroemd voor is: flamenco, stierengevecht, paarden en sherry. Tijdens deze week spenderen rijkere families uit Sevilla heel wat geld aan de huur van een grote tent (Casetas in het Spaans) om er hun vrienden en familie te amuseren. Onder deze tenten zijn grote verschillen, sommige staan open voor het publiek, andere blijven privé.

6. Carnaval
Datum: Dit feest gaat door op het einde van februari tijdens de traditionele carnavalperiode.
Stad: Carnaval wordt gevierd doorheen het gans Spanje. De beroemdste zijn de feesten op Tenerife en in Cádiz. In de regio Murcia is er een bekend Carnavalsfeest in Aguilas.
Feest: Het Carnaval in Spanje is iet of wat gelijkaardig aan dat van Rio de Janeiro. Een carnaval zoals wij dat kennen van in België en Nederland waar de groepen inspelen op de actualiteit is het in Spanje anders, meer dansgroepen, meer pluimen en veren en een grote party. Carnaval loopt ook over enkele dagen. 

7. Festa Major de Gracia
Datum: 15 augustus tot 21 augustus
Stad: Barcelona
Feest: Het feest Festa Major de Gràcia is een van de meest populaire feestelijkheden in Barcelona. Ht is een feest van een week in de wijk Gràcia en alle inwoners van Gràcia bereiden samen dit feest voor. Er zijn versieringen die als thema’s de zee, de zon en andere onderwerpen hebben. Tijdens de dag worden de tafels gezet voor het gemeenschappelijke avondmaal en voor het feest dat de ganse nacht duurt. Duizenden komen af op dit nachtelijk evenement voor de straat concerten, de party’s, enz. 

8. Cristianos y Moros (Christenen en Moren)
Datum: De specifieke data voor dit feest zijn afhankelijk van de steden waar dit evenement door gaat. Het feest gaat door op alle momenten van het jaar.
Stad: Het Moros y Cristianos feest is het populairst in de regio Alicante maar zij gaan door in gans zuidelijk Spanje.
Feest: De Cristianos y Moros (Christenen en Moren) viering is een herdenking aan de 700 jaar bezetting van Spanje door de Moren en aan de herovering van Spanje door de christenen.

Foto: Moros y Cristianos in Abanilla

Juanjnicolas

De deelnemers vatten die 700 jarige bezetting samen tot een avond en zij beelden de strijd terug uit rond een kasteel van papier-maché op het plein of op het strand.
In de eerste slag nemen de Moren bezit van het kasteel en in de volgende slag heroveren de christenen het kasteel.

9. Semana Grande (Grote Week)
Datum: Derde week in augustus
Stad: Bilbao en de rest van het Baskenland
Feest: Semana Grande of Aste Nagusia in het Baskisch is een ander groot feest in Spanje en het is vergelijkbaar met de Feria van Sevilla maar het is minder traditioneel. Een grote aantrekkingskracht oefent het feest uit met zijn concerten en dat zijn zowel rock, pop, klassiek en jazz concerten. 

Verder is er elke nacht een belangrijk internationaal vuurwerk, een sterke man competitie en er zijn reuzen poppen.

10. Tamborada Fiesta
Datum: 19 januari om middernacht
Stad: San Sebastian
Feest: Dit is zonder twijfel het luidruchtigste feest van Spanje. Het is een drum festival samen met een zeer grote parade doorheen de stad tijdens de nacht en de daarop volgende dag.
Er zijn twee kanten aan dit drum festival, we hebben de georganiseerde optochten door de stad en er zijn de “vrij voor iedereen” drum evenementen waaraan iedereen kan deelnemen.

Er zijn nog veel meer evenementen en feestelijkheden in Spanje maar dat zijn er teveel om op te noemen. Kijk eens op de de volgende (eentalig Spaans) site, fiestas de pueblos y ciudades de España , hier staan, volgens henzelf 16.698, evenementen en feestelijkheden vermeld.

Welke documenten moet je op reis bij u hebben?

  • De identiteitskaart
  • Het rijbewijs
  • De autoverzekering
  • Gezondheidszorg
  • De Europese verzekeringskaart
  • Reisverzekering
  • Huisdieren

De identiteitskaart: Door het akkoord van Schengen zijn er geen controles meer aan de binnen grenzen van de EU landen. Neem echter altijd een paspoort of een identiteitskaart mee wanneer u binnen de EU reist om zo nodig uw identiteit te kunnen bewijzen.

Als dat nodig is voor de openbare orde of de nationale veiligheid, mogen aan de grenzen tussen de EU-landen controles worden uitgevoerd. Zorg ervoor dat meereizende kinderen hun eigen paspoort of identiteitskaart hebben of in uw paspoort vermeld staan.

Het rijbewijs: Elk rijbewijs dat afgegeven is in een EU-land is geldig in de hele EU. In sommige landen moet u naast een geldig rijbewijs het kentekenbewijs van uw auto bij u hebben.

Denk erom dat autorijden in de meeste landen pas mag vanaf 18 jaar. Binnen de EU geldt nog geen vaste minimumleeftijd voor het huren van een auto. Meestal varieert die tussen 20 en 23 jaar. Soms geldt er ook een maximumleeftijd, die kan variëren van 65 tot 75 jaar.

De autoverzekering: Wanneer u binnen Europa reist, biedt uw autoverzekering automatisch de wettelijk verplichte minimumdekking (wettelijke aansprakelijkheid). Die is ook in IJsland, Noorwegen en Zwitserland geldig. Als u in eigen land omnium verzekerd bent, ga dan na of deze dekking ook in andere landen geldig is.

Een groene kaart is niet noodzakelijk om in de EU te reizen, maar het is een internationaal erkend verzekeringsbewijs waarmee u gemakkelijker een schadeclaim kunt indienen als u een ongeval heeft. Neemt u geen groene kaart mee, zorg er dan voor dat u een verzekeringsbewijs bij u heeft.

Bij uw verzekeraar kunt u terecht voor een Europees aanrijdingsformulier. Dit is een standaarddocument waarmee u bij een ongeval in een ander land gemakkelijker ter plaatse aangifte kunt doen.

De Europese regelgeving zorgt ervoor dat wie buiten zijn eigen land slachtoffer wordt van een verkeersongeval, sneller wordt vergoed. Deze regels zijn niet alleen van toepassing op ongevallen in de EU, maar ook op ongevallen tussen EU-burgers in niet-EU-landen die aan het groene kaartsysteem deelnemen.

Gezondheidszorg: Als u als inwoner van de EU die tijdelijk in een ander EU-land verblijft, plotseling ziek wordt of bij een ongeval betrokken raakt, heeft u recht op volledige of gedeeltelijke terugbetaling van uw ziektekosten. Deze regeling geldt momenteel alleen voor de openbare gezondheidszorg. Elk land heeft overigens zijn eigen regels hiervoor. In sommige landen (zoals Spanje) is de verzorging gratis, in andere landen betaalt u een deel van de kosten en in nog andere landen moet u alle kosten betalen en daarna de vergoeding hiervan aanvragen. Bewaar dus al uw rekeningen, recepten en kwitanties. Lees het artikel over Mutas even door omdat hen tijdig verwittigen van belang kan zijn bij hospitalisatie of zelfs bij een gewoon bezoek aan de dokter.

De Europese verzekeringskaart: Deze kaart is ingevoerd met het oog op vlottere toegang tot de openbare gezondheidszorg in de EU en een snellere vergoeding van de kosten. Meer dan 150 miljoen EU-burgers hebben al zo’n pas. Sommige landen zetten de Europese zorgpas op de achterzijde van hun nationale kaart, terwijl andere een afzonderlijke pas verstrekken. U kunt deze zorgpas aanvragen bij het plaatselijk kantoor van uw ziekenfonds of ziekteverzekeraar.

Reisverzekering: Het is een goed idee om een reisverzekering af te sluiten, aangezien slechts enkele EU-landen alle medische kosten vergoeden. Ziekte of een ongeval in het buitenland kan extra reis-, verblijf- en repatriëringskosten met zich brengen, waar u zich het best tegen kan verzekeren.

Huisdieren: Meer informatie over het dierenpaspoort kan u vinden op Leven in Spanje.

De mooiste wandelgebieden in Spanje

  1. Parque Natural Somiedo
  2. Tenerife
  3. Parque Nacional Picos de Europa
  4. Parque Nacional Ordesa y Monte Perdido
  5. Parque Nacional Aigüestortes y Lago de San Mauricio
  6. Sierra de Montsant
  7. Parque Nacional Sierra Nevada met Las Alpujarras
  8. Parque Natural de las Sierras de Cazorla, Segura y Las Villas
  9. Sierras de Gredos en Guadarrama
  10. Gran Canaria
  11. Meer informatie over wandelen in Spanje

Hieronder lees je details over deze gebieden met interessante links binnen Oppad.nl en daarbuiten.

1. Parque Natural Somiedo

Foto: zicht op het park door
ALusitana

Ligging Asturië. Onderdeel van het Cantabrisch Gebergte Landschap Het terrein kenmerkt zich door extreme vormen: glooiende hellingen met brede dalen afgewisseld met steile kloven en verticale rotswanden. Op weg naar de toppen (max. 2200 m) kom je eerst door beukenbossen en over brañas, bergweides met pittoreske herdershutten. Hogerop wordt het landschap ruig en is de bodem begroeid met alpiene, toendra-achtige planten. De noordkant van het park is het natst en groenst, door de regen die de Golf van Biskaje aanvoert. Bijzonderheden Er komen nog wolven en beren voor. Het is uitgeroepen tot Unesco Biosfeer Reservaat. Wil je meer weten over deze wandeling, kijk dan op de website van Oppad.

2. Tenerife

Ligging Canarische Eilanden Landschap: Vulkanisch eiland, met hoge bergen die steil aflopen naar zee. De grootste vulkaan is El Teide (3718 m), tevens Spanjes hoogste berg. Bijna de helft van het eiland is beschermd natuurgebied, waaronder Nationaal Park Cañadas del Teide. Op zeeniveau bestaat het decor uit vetplanten, cactussen en palmbomen. Vanaf 700 meter hoogte loop je door een groen (regen)woud van varens en daarboven, na een brede strook dennenbossen, kom je terecht in een landschap van kraters en lavavelden in rode, bruine, gele en grijze tinten. Uitgestrooid over de lavavelden van de Teide liggen grillige rotsblokken. Bijzonderheden. Grote variatie in landschappen. Voor de beklimming van de Teide heb je een vergunning nodig. De site is beschikbaar in het Spaans, Catalaans, Galego, Euskera, Engels, Frans en Duits. Wil je meer weten over deze wandeling, kijk dan op de website van Oppad.

3. Parque Nacional Picos de Europa

Ligging Asturië, Castilië-León en Cantabrië. Onderdeel van het Cantabrisch gebergte. Landschap Hooggebergte  (> 2500 m) van kalksteen met grillige messcherpe pieken, zoals de beroemde Naranjo de Bulnes, hotspot voor rotsklimmers. Tegelijk vind je in het park de diepste grotten van Spanje. Het gebied is opgebouwd uit drie bergmassieven die worden doorsneden door rivieren en diepe kloven. Het mooiste is het westelijke massief, het Macizo Occidental, met bossen, weides, ravijnen en meren. De hoogste piek, Peña de Cerredo (2648 m, Macizo Central) is bijna het jaar rond bedekt met sneeuw. In de loofbossen vinden we veel klein wild, rondom de toppen adelaars en gieren. Bijzonderheden Het gebied herbergt de grot Sima de la Cornisa en die is 1.507 meter diep. Wil je meer weten over deze wandeling, kijk dan op de website van Oppad.

4. Parque Nacional Ordesa y Monte Perdido

Ligging Aragón, Aragonese (Centrale) Pyreneeën. Landschap Indrukwekkend hooggebergte met torenhoge pieken van kalksteen die het domein zijn van gieren en gemzen. Volgens de legende zouden de hoogste toppen, Cilindro de Marboré (3325), Monte Perdido (3355) en Pico de Añisclo (3259), de harten zijn van de ‘Tres Sorores’, drie herderinnen die liever in steen veranderden dan zich overgeven aan een bende soldaten. Het park omvat enkele reusachtige canyons,  Ordesa (de grootste, ‘Grand Canyon’), Anisclo (de diepste), Escuain en Pineta, met hier en daar spectaculaire, door kolkende rivieren gevormde watervallen. Bijzonderheden In de zomer beperkt aantal bezoekers tot park. Grote kans op lammergieren: aaseters met een vleugelspanwijdte van bijna drie meter. Wil je meer weten over deze wandeling, kijk dan op de website van Oppad.

5. Parque Nacional Aigüestortes y Lago de San Mauricio

Foto: het park

Josep Borrut

Ligging Catalonië, Catalaanse Pyreneeën. Landschap Dichtbij N.P. Ordesa (2 uur rijden over bergweggetjes), maar veel lieflijker. Het park staat bekend om z’n meren en meertjes, meer dan 50, waarvan het Lago de San Mauricio het grootste is. Door het harde graniet in dit deel van de Pyreneeën kon het smeltwater van de gletsjers uit de laatste ijstijd niet wegsijpelen. Daardoor zijn aan de voet van de Els Encantats (2748), de Montardo (2833) en andere scherpe bergtoppen spiegelgladde meren ontstaan. Langs de hellingen en door de valleien kletteren watervalletjes en stromen allerlei riviertjes. Bijzonderheden In het park vinden we de imposante lammergieren. Gemoedelijke sfeer in de omringende dorpjes. Wil je meer weten over deze wandeling, kijk dan op de website van Oppad.

6. Sierra de Montsant

Ligging Catalonië. Landschap De Sierra de Montsant (Het Heilige Gebergte) is een compact, maar imposant gebergte. Je wandelt door een ruig kalksteenmassief met prachtige, stille dorpjes, sommigen bovenop een rots gebouwd. De hoogste top is nog geen 1200 meter (Roca Corbatera, 1163 m). Opvallend is de tafelberg met de Moorse naam Gäbal al-Barka – de gezegende berg. De meest symbolische berg is de Montsant, een imponerende tafelberg met steile kalkkliffen die hoog uit de omringende heuvels oprijzen. Het gebergte bestaat grofweg uit enorme kloven (barranco’s), gortdroge plateaus en talloze kerkjes en kapellen die vaak diep in de rotsen liggen. Beste tijd Maart t/m juni en sept t/m nov. Bijzonderheden Een redelijk onbekend wandelparadijs (waar heerlijke wijnen vandaan komen).

7. Parque Nacional Sierra Nevada met Las Alpujarras

Ligging Andalusië. Onderdeel van de Betische Cordillera. Landschap De Sierra Nevada, ‘Besneeuwde bergketen’ heeft zestien bergtoppen boven de 3000 meter. Het is het hoogste gebergte van het vasteland van Spanje, de hoogste top is Mulhacén (3479 m). Op de zuidelijke, groene hellingen van de Sierra Nevada ligt Las Alpujarras, een 70 kilometer lange strook van oorspronkelijk droge hellingen, gespleten door diepe ravijnen. Je vindt er de beroemde witte dorpjes van de Alpujarras, oase-achtige gehuchten omgeven door moestuinen en olijf-, vijg- en amandelgaarden. Dit in cultuur gebrachte vruchtbare land met berber-achtige dorpjes is een erfenis van de Moren. Beste tijd Hogerop: juli – half sept; lagere delen: april-half juni en half sept – begin nov.  Bijzonderheden Indrukwekkende hoge bergen (na de Alpen de hoogste bergketen van West-Europa) en vruchtbare dalen. Hogere delen van de Sierra Nevada vormen nationaal park. Wil je meer weten over deze wandeling, kijk dan op de website van Oppad.

8. Parque Natural de las Sierras de Cazorla, Segura y Las Villas

Foto: sierra de Cazorla

Jürgen Paeger

Ligging Andalusië, provincie Jaén. Eveneens onderdeel van de Betische Cordillera. Landschap Een ‘verkreukeld’ verfrommeld landschap bezaaid met magnifieke formaties van kalksteen. Ze zijn onderdeel van verschillende complexe gebergtes, niet extreem hoog, maar wel extreem mooi, en ze worden gescheiden door hoge vlaktes en diepe rivierdalen. Tussen de drie gebergtes, Cazorla, Segura en Las Villas, liggen de stroomdalen van de Guadalquivir en de Segura. Hoogtes van 500 meter boven zeeniveau tot de 2107 m hoge piek van de Cerro las Empanadas. Beste tijd April, mei, juni, september, oktober. Bijzonderheden Dicht bebost, veel wild. Het grootste beschermde natuurgebied in Spanje. Unesco Biosfeer Reservaat. Wil je meer weten over deze wandeling, kijk dan op de website van Oppad.

9. Sierras de Gredos en Guadarrama

Ligging Regio’s Castilië-La Mancha/Castilië-Leon. Hoogste deel (> 2500) van de lange bergketen die de grote centrale vlakte van Spanje splitst (Sistema Central). Landschap De Sierra de Gredos is het hoogste en meest ontoegankelijke gebergte van Centraal Spanje. Er zijn prachtige paden naar nog nauwelijks bezochte valleien, met woeste bergkammen als decor. Mooie bergmeren in het La Vera-gebied. De Sierra de Guadarrama is anders. Een dicht vertakt netwerk van goede voetpaden waaiert uit naar glooiende kammen en opeen gepakte granieten torens. Het hoogste punt is de Pico Almanzor Pico Almanzor (2592 m). Beste tijd Mei/juni en september/oktober. Bijzonderheden Uitersten aan landschappen, open ‘luchtige’ kammen versus dicht opeen staande graniettorens. Wil je meer weten over deze wandeling, kijk dan op de website van Oppad.

10. Gran Canaria

Ligging Een van de Canarische Eilanden, een archipel in de Atlantische Oceaan, 210 km verwijderd van de noordwestkust van Afrika. Landschap In het noorden subtropisch, in het zuiden stukjes zandwoestijn. Grotendeels is dit een heerlijk ruig, ruw eiland waar je werkelijk alles vindt. Van bergen tot woestijn, van bossen tot kloven, van stuwmeer tot strand. Er zijn canyons, vulkaankraters en palmoases. Beste tijd om te wandelen Januari t/m mei, dan is de eilandflora het mooist. In de winter kun je in het zuiden zonnebaden, terwijl er in het binnenland nog sneeuw op de toppen ligt. Je kunt het hele jaar door wandelen, hoewel de hoge temperaturen eind juni en september niet altijd aangenaam zijn. Wil je meer weten over deze wandeling, kijk dan op de website van Oppad.

11. Meer informatie over wandelen in Spanje

Meer informatie kan men hier op de site vinden onder de rubriek “Wandelen in Spanje”. Men kan algemene info vinden maar ook wat men moet doen als het misloopt en men hulp nodig heeft.

Top 7 van Spaanse natuurwonderen en nog enkele suggesties

Lijstjes maken is in veel landen een nationale sport en die kennen ze dus ook in Spanje. Daarom besloot de verzekeringsmaatschappij Allianz een wedstrijd te houden waarbij men kon kiezen voor de “7 maravillas naturales de España”. Iedereen kent de zeven wereld natuurwonderen zoals de Grand Canyon en de Niagara watervallen maar deze lijst gaat dus enkel over Spanje.

De deelnemers konden via de website en via tweets stemmen en zo waren er meer dan 80.000 stemmers via de website en meer dan 5.000 mensen stuurden een tweet. Zij hadden de mogelijkheid om uit een lijst van 20 mooie plaatsen er 7 uit te kiezen die dan op de lijst van de “7 maravillas naturales” kwamen staan.

  1. Gaztelugatxe (Baskenland)
  2. Natuurpark Somiedo (Asturië)
  3. Natuurpark Cabo de Gata (Andalusië)
  4. Las Médulas (Castilla y León)
  5. Natuurpark Las Lagunas de Ruidera (Castilla La Mancha)
  6. Fuente Dé (Cantabrië)
  7. La Playa de las Catedrales (Galicië)
  8. Extra’s

1. Gaztelugatxe (Baskenland)

Gaztelugatxe is een klein eilandje voor de kust van Bermeo in het Baskenland. Op het kleine eilandje staat een kapel die in de tiende eeuw gebouwd werd ter ere van San Juan en de bouw wordt toegeschreven aan de Tempeliers. De brug naar het kapelletje is spectaculair en ook de panoramische uitzichten vanaf het eiland zijn meer dan de moeite waard.

Foto: Gaztelugatxe gezien vanaf de kust

Clementp.fr

De strategische locatie van het eilandje gaf het een belangrijke rol in de geschiedenis. Zo was het een van de plaatsen waar de Heer van Biskaje, Juan Núñez de Lara, in 1334 weerstand bood aan Alfonso XI, Koning van Castilië.

In 1594 werd het aangevallen door de Hugenoten uit La Rochelle die het innamen en de bewaarder doodden. In de achttiende eeuw werd het aangevallen door Engelse troepen en tijdens de Spaanse Burgeroorlog was hier in de nabijheid de Slag van Matxitxako.

Meer informatie en het Spaans, Engels, Frans, Duits en Euskera: Gaztelugatxe

2. Natuurpark Somiedo (Asturië)

Het Parque Natural de Somiedo is gelegen in de Cordillera Cantábrica, het Asturische berggebied. In het natuurpark zijn belangrijke bossen te vinden met beuken, eiken en essen. Ook zijn er nog beren, wolven, wilde zwijnen en herten te vinden waarvan de bekendste soorten in het gebied de Cantabrische bruine beer (een ondersoort van de bruine beer) en het auerhoen zijn.

Hier vinden we ongeveer 1.125 soorten vaatplanten en 180 soorten gewervelde dieren. Daardoor is Somiedo een prachtig gebied om in te wandelen en te genieten van de natuur. In 2000 werd het natuurgebied door UNESCO uitgeroepen tot biosfeerreservaat.

Meer informatie in het Spaans: Parque Natural de Somiedo

3. Natuurpark Cabo de Gata (Andalusië)

Het Parque Natural Cabo de Gata is gelegen in de regio Andalusië, in de provincie Almería en nabij de stad Nijar. De naam Cabo de Gata heeft een Fenicische oorsprong maar is nu een prachtig natuurgebied en een van de weinige Spaanse kustgebieden die nog niet is volgebouwd met hotels, huizen enz.

Het is een gebied van vulkanische oorsprong en het heeft een oppervlakte van 45.663 ha. Het is tevens een beschermd Nationaal Park en het is het grootste beschermde kustgebied van Andalusië.

Het park omvat een gevarieerd gebied van kustduinen, stranden, steile kliffen, zoutpannen, een aanzienlijke waterwereld van 12.200 ha, zoutmoerassen, in het binnenland gelegen droge, dorre steppen en droge rivierbeddingen. Dit natuurpark is in 1997 benoemd tot UNESCO Biosfeerreservaat en het park herbergt een buitengewone rijkdom aan de dierenwereld, inclusief vele zeldzame en inheemse planten.

Opvallend is de Faro de Gata, de vuurtoren die gebouwd werd in 1863 en 18 meter hoog is.

Meer informatie in het Spaans en het Engels: Parque Natural Cabo de Gata

4. Las Médulas (Castilla y León)

Las médulas zijn gelegen in de provincie León en zijn van oorsprong oude Romeinse goudwinningsmijnen. Nu zijn deze compleet bedekt met kastanje- en eikenbossen waardoor het natuurgebied een spektakel van kleuren wordt in de lente- en herfstmaanden. In de Romeinse tijd waren de Médulas de grootste goudmijnen van het hele Romeinse Rijk maar momenteel is het een gebied wat door UNESCO uitgeroepen is tot Werelderfgoed.

Foto: Las Medulas

Nieves Caridad Gómez

Meer informatie in het Spaans, Engels en Frans: Las Médulas en in het Nederlands op deze site.

5. Natuurpark Las Lagunas de Ruidera (Castilla La Mancha)

Het Parque Natural de Las Lagunas de Ruidera is een natuurgebied vol met bossen en vijftien lagunes/meren langs de oude rivieren Pinilla en Guadiana Viejo. In het natuurpark bevinden zich ook de grotten van Montesinos, bekend vanwege het Don Quichote verhaal.

Meer informatie in het Spaans: Parque Natural de Las Lagunas de Ruidera

6. Fuente Dé (Cantabrië)

Fuente Dé is een natuurgebied in het Picos de Europa gebergte in de deelstaat Cantabrië. Het uitzichtspunt Fuente Dé kan al lopend bereikt worden maar ook met een steile kabelbaan waarbij men op 800 meter hoogte kan genieten van geweldige vergezichten en een spectaculaire gletsjer. Op het einde van de kabelbaan komt men op de Mirador del Cable en van daaruit ziet men het hele gletsjerdal en de hoogvallei van de Deva. Een pad leidt hier naar de Aliva hut en de indrukwekkende Horcados Rojos, rechtopstaande verweerde karsrotsen.

Foto: Fuente Dé

Johan N

Meer informatie in het Spaans: Fuente Dé

7. La Playa de las Catedrales (Galicië)

Het strand A Paraia Das Catedrais (Playa de las Catedrales) bevindt zich in de provincie Lugo in de plaats Ribadeo. De regio Galicië staat net zoals Asturië en Cantabrië bekend om de geweldige stranden en dit strand is zo spectaculair vanwege de gebogen rotsformaties waaronder men kan lopen wanneer de zee op haar laagste punt is. Het strand wordt jaarlijks door duizenden mensen bezocht en het is op sommige momenten dan ook een komen en gaan van wandelaars en dagjesmensen. Helaas speelt het weer niet altijd mee en dient men soms de stranden in de regen te aanschouwen. Doe in alle geval navraag naar de getijden want het strand is alleen te bezoeken bij laag tij.

Meer informatie in Spaans, Gallego en Engels: Playa de las Catedrales

8. Extra’s

Maar naast de zeven gekozen Spaanse natuurwonderen zijn er nog veel mooie gebieden en bezienswaardigheden te vinden in het land. Wat dacht je bijvoorbeeld van:

  • Cuevas de Drach: Een aantal grotten op Mallorca met het grootste onderwatermeer van Europa. Meer informatie. De website is beschikbaar in het Spaans, Catalaans, Duits, Engels, Frans, Italiaans, Portugees, Pools en Russisch.
  • Torcal de Antequera: Grillige rotsformaties in de provincie Málaga. Meer informatie in het Spaans en Engels. Ook op deze site kan men in het Nederlands meer informatie vinden.
  • Montserrat: Niet alleen bekend vanwege het klooster maar ook vanwege de rotsformaties en mooie natuur. Gelegen op 50 kilometer van Barcelona. Meer informatie. De site is beschikbaar in het Spaans, Catalaans, Engels, Frans, Duits, Portugees, Pools en Russisch.
  • Parque Nacional de Doñana: Een prachtig natuurgebied in Andalusië met een oasis aan rust en vele diersoorten waaronder de Iberische Lynx. Meer informatie in het Spaans. Ook op deze site kan men in het Nederlands meer informatie vinden.
  • Parque Nacional de las Islas Atlanticas: Een gebied van prachtige eilandjes voor de kust van Galicië met als bekendste het eiland Ciés met prachtige witte stranden en palmbomen. Meer informatie in het Spaans, Engels, Frans, Duits, Portugees en Galego. Ook op deze site kan men in het Nederlands meer informatie vinden.
  • Parque Nacional de Timanfaya: Een vulkaangebied op het Canarische Eiland Lanzarote. Meer informatie in het Spaans, Frans, Engels, Italiaans en Duits. Ook op deze site kan men in het Nederlands meer informatie vinden.
  • Parque Natural de Teide: De hoogste berg van Spanje is te vinden op Tenerife. Meer informatie in het Spaans, Euskera, Galego, Catalaans, Engels, Frans en Duits. Ook op deze site kan men in het Nederlands informatie vinden.
  • Parque Natural de la Albufera: (Albufera = Arabisch voor Kleine Zee) Een gebied van grote ecologische waarde in Valencia. Meer informatie in het Spaans en Valenciaans.
  • Rio Tinto: Oud mijngebied in de provincie Huelva bekend vanwege de rode en gele kleur van het water en rotsen. Meer informatie in het Spaans.
  • Selva de Irati: Een van de grootste bossen van Europa en het grootste bos van Spanje is te vinden in Navarra. Meer informatie in het Spaans, Euskera, Engels en Frans.

Nationaal museum voor beeldhouwkunst

  1. Algemeen
  2. Geschiedenis
  3. Hervorming en heropening
  4. Nationaal Museum van Artistieke Reproducties
  5. Locaties
  6. De collectie
  7. Website
  8. Adres
  9. Inkom

1.Algemeen

Het Nationaal Museum van de Beeldhouwkunst is een onderdeel van het Spaans ministerie van Cultuur en het bevindt zich in de stad Valladolid (Castilla y León).

Foto: voorgevel van het museum

Javier Muñoz González

We vinden hier beeldhouwwerken uit de Middeleeuwen tot het begin van de negentiende eeuw maar er zijn hier ook een aantal schilderijen van een uitzonderlijke kwaliteit te bekijken en dat zijn werken van onder andere Rubens, Zurbarán en Meléndez. De collectie beeldhouwwerken is de belangrijkste collectie op het schiereiland en van de belangrijkste musea in gans Europa.

Sinds 1933 was de naam van het museum Museo Nacional de Escultura maar in juli 2008 besliste men de naam te wijzigen in Nacional Colegio de San Gregorio. De naamswijziging was ingegeven door het feit dat men zoals bij andere musea een modernere naam wilde voor het museum. Maar in november 2011 voerde men de oude naam weer in en daarenboven kwam een deel van de collectie van het gesloten Museo Nacional de Reproducciones Artísticas, naar het museum. Vanaf 29 februari 2012 kwam een belangrijk werk uit deze collectie naar het Casa del Sol, een van de vestigingsplaatsen van het Nationaal Museum van de Beeldhouwkunst.

Op 18 september 2009, na een grote renovatie van de belangrijkste vestigingsplaats van het museum, een meesterwerk van de architectuur uit de vijftiende eeuw, opende het museum terug zijn deuren.

2. Geschiedenis

Het Nationaal Museum van de Beeldhouwkunst is een van de oudste musea in Spanje en het werd in 1842 gesticht als het Provinciaal Museum van de Mooie Kunsten. De collectie bestond uit kunst die voordien toebehoorde aan de kloosters en abdijen die de overheid in 1836 in beslag had genomen. De werken werden tentoongesteld in het Colegio de Santa Cruz in Valladolid, zijn eerste vestigingsplaats.

Door de kwaliteit van de tentoongestelde werken en dan vooral door de rijkheid van het houtsnijwerk kreeg het provinciaal museum in 1933 de benaming Nationaal Museum van de Beeldhouwkunst. Dit gebeurde op initiatief van de IIde Republiek en dan vooral van de historicus en beeldhouwer Ricardo de Orueta, Directeur Generaal voor de Schone Kunsten en de collectie kreeg een nieuwe vestigingsplaats, het Colegio de San Gregorio.

In de loop der jaren werd de collectie van het museum uitgebreid door middel van donaties en legaten van particulieren maar ook door aankopen door de staat van beeldhouwwerken en schilderijen. .

Sinds 1990 werd er een grondige restauratie uitgevoerd waaronder die van het Palacio de Villena dat aangekocht werd in 1986. In 1998 begon men met de restauratie van het paleis en die werd snel uitgevoerd. De architecten Enrique Nieto en Fuensanta Sobejano waren verantwoordelijk voor deze werken en zij ontvingen in 2007 de Nationale Prijs voor restauratie en conservering van culturele goederen (Premio Nacional de Restauración de y Conservación de Bienes Culturales) voor hun werk.

Door de unieke waarde van dit gebouw en zijn historische betekenis is een groot deel van de collectie in dit gebouw. In juli 2008 veranderde men de naam van het museum in Museo Nacional Colegio de San Gregorio. Maar op het einde van 2011 veranderde men de naam terug naar Nationaal Museum van de Beeldhouwkunst.

3. Hervorming en heropening

Op 18 september 2009 heropende het museum zijn deuren voor het publiek. In het gerestaureerde gebouw is sindsdien de permanente tentoonstelling gevestigd en dit gebouw valt op als een architectonisch meesterwerk uit het einde van de vijftiende eeuw.

Het algemene herstel van deze oude vestigingsplaats, de vergroting van zijn ruimtes, de nieuwe voorstelling van de collectie, de modernisering van zijn faciliteiten en de tentoonstelling van de stukken voldoet nu aan de moderne vereisten van een museum en dat is een nieuwe etappe in zijn geschiedenis.

Het Paleis van Villena werd aangewezen als expositieruimte voor tijdelijke tentoonstellingen. Maar daarnaast is er ruimte voor een deel van de administratie en van een Napolitaanse kerststal, is er een gerenoveerde zaal voor conferenties, een eigen bibliotheek en de werkhuizen voor restauratie.

In november 2011 kreeg het museum zijn originele benaming van Museo Nacional de Escultura terug en kwam de verzameling van het gesloten Nationaal Museum van Artistieke Reproducties (Museo Nacional de Reproducciones Artísticas) naar het museum.

Vanaf 29 februari 2012 kan men op een permanente basis een deel de verzameling van het Nationaal Museum van Artistieke Reproducties bekijken.

4. Nationaal Museum van Artistieke Reproducties

Dit museum werd door een koninklijk besluit van 31 januari 1877 opgericht. Maar in 1961 verhuisde dit museum dat tot dan toe in het Casón del Buen Retiro gevestigd was naar het Amerikamuseum waar het publiek geen toegang meer had tot zijn collectie. Het Amerikamuseum was niet de definitieve bestemming van het museum maar de collectie verhuisde naar de kelders van het Spaans Museum voor Hedendaagse Kunst. Twintig jaar bleef de collectie daar wachten op een nieuwe vestigingsplaats maar het museum werd uiteindelijk in november 2011 afgeschaft en de collectie werd overgedragen aan het Nationaal Museum voor Beeldhouwkunst.

De collectie bestaat uit kopieën van werken van belangrijke Europese meesters, meestal beeldhouwers en zij werden gemaakt door het gebruik van mallen te maken van het originele werk. De gekopieerde werken gaan van de Egyptische periode tot aan de klassieke Grieks-Romeinse periode en van de Middeleeuwse tijd over de renaissance en barokstijl tot aan de twintigste eeuw.

5. Locaties

Colegio de San Gregorio

Dit prachtige gebouw werd op initiatief van Alonso de Burgos, bisschop van Palencia en biechtvader van de Katholieke Koningen, op het einde van de vijftiende gebouwd. In 1487 verkreeg de prior van het klooster van de San Pablo de afstand van de kapel van Christus en van de tuinen tegenover het centrale gebouw van het Nationaal Museum van de Beeldhouwkunst.

Foto: Colegio San Gregorio

Queninosta

Het college werd tussen 1488 tot 1496 gebouwd rond een binnenplaats met twee verdiepingen die verbonden zijn door een mooie trap. Beide hebben mooie decoratieve elementen uit de laat gotische periode. De eerste verdieping van het klooster heeft bogen met een halve punt op spiraalvormige kolommen en op de tweede verdieping zijn er grote ramen met bewerkte stenen vensterbanken.. Rond de binnenplaats waren de cellen, de kapel en de eetzaal.

De gevel, een altaar van steen bevatten complexe figuratieve elementen over het onderwijs en de voordelen ervan. Men denkt dat zij het werk zijn van Gil de Siloé en ze zijn gemaakt in de Isabellastijl die ook kenmerken van de renaissancestijl bevat. Het wapenschild van de Katholieke Koningen staat ook op de voorgevel. Het verschil tussen dit wapenschild en dat op de binnenplaats is het verschil wanneer zij gemaakt zijn, het ene is gemaakt voor de val van Granada en het andere is na de val van Granada gemaakt.

De kapel bevindt zich aan de zuidelijke kant van de plaats en zij werd gebouwd door Juan Guas. Zij is gebouwd in laat gotische stijl met Spaans-Vlaams invloeden. De rijkdom van deze kapel was opmerkelijk omdat het retabel, dat gebouwd is in 1489, van een zeer grote kwaliteit is evenals de graftombe van Fray Alonso de Burgos in het midden van de kapel en dat is een werk van Felipe Vigarny. Beide werken verdwenen echter tijdens de Onafhankelijkheidsoorlog.

Het gebouw deed tot in de negentiende eeuw dienst als college. In het begin van 1933 werd het gebouw na een beslissing van de regering van de tweede republiek de oorspronkelijke vestigingsplaats van het museum en na een opknapbeurt is er Museum van de Beeldhouwkunst gevestigd.

Paleis van Villena

Het werd gebouwd tijdens de zestiende eeuw volgens het ontwerp van Francisco de Salamanca (de architect die de Plaza Mayor van Valladolid hervormde). Er is een binnenplaats uit de zestiende eeuw met twee verdiepingen, bogen op ionische kolommen en en metmedaillons in de zwikken.

Het gebouw bleef in de familie door opeenvolgende erfenissen. De gevel heeft een horizontaal ontwerp met torens in de uiteinden. Die torens zijn afkomstig van een verbouwing op het einde van de negentiende eeuw. Boven de renaissance inkom met een halve boog zien we een raam met het wapen van de eigenaar. Vandaag zijn hier de conferentiezalen, het restauratiewerkhuis, het magazijn en de Napolitaanse wieg.

Paleis van de Graaf van Gondomar of het Casa del Sol (Zonnehuis)

Het Paleis van de Graaf van Gondomar, beter bekend als het Zonnehuis (Casa del Sol) werd in 1540 gebouwd door Díaz de Leguizamón. De voorgevel is opgetrokken in zandsteen. Er zijn twee verdiepingen,met grote nissen die beschermed zijn door een goed traliewerk. We zien hier de inkom met een halve boog en geflankeerd door twee paar Korinthische zuilen. Daarboven is er een balkon dat toegevoegd is in 1600 waarop het wapenschild van de Graaf van Gondomar en een zon staat. De versiering van het gebouw is uitgevoerd in een platereske stijl.

Het gebouw werd in 1599, samen met het het patronaat van de grote kapel van de kerk van San Benito el Viejo, verworven door Diego de Sarmiento de Acuña (1567-1626), Graaf van Gondomar. De graaf vergrootte het paleis om er zijn rijk voorziene bibliotheek in onder te brengen. De boekenkasten bezetten van de vloer tot het plafond de muren van vier grote kamers. De boeken werden in 1806 door de erfgenamen van de graaf verkocht aan koning Carlos IV. Momenteel bevindt de collectie zich in de Nationale Bibliotheek van Spanje.

In 1912 werd het gebouw, samen met zijn kapel gekocht door de Zusters Oblaten die er verbleven tor 1980 toen zij het op het beurt verkochten aan de Paters van De Orde van Onze Lieve Vrouwe van Weldadigheid. Het gebouw werd in 1999 door de staat overgenomen.

Kerk van San Benito el Viejo, de kapel van het Zonnehuis

De eerste beschrijving dateert uit 1276 en het was in gebruik als een kapel, in 1375 werd het een parochiekerk.

In de zestiende eeuw werd de kerk gekoppeld aan het Zonnehuis en dat gebeurde door middel van relaties als eigenaar en patronaat van de kerk door Sancho Díaz de Leguizamón en zijn echtgenote doña Mencía de Esquivelque.

Het wapenschild aan de buitenzijde van de grote kapel is een werk van Juan de Celaya en Martín de Uriarte en het werd in 1601 gemaakt in opdracht van Diego Sarmiento de Acuña, graaf van Gondomar, De graaf gaf ook opdracht voor de reconstructie van de kerk en voor de bouw van zijn graftombe in de grote kapel. De kerk bleef tot in 1812 in functie als parochiekerk en toen werd zij hervormd tot een opslagruimte. Een deel van de kunstwerken uit de kerk werden overgebracht naar de kerk van San Martín in deze stad, een ander deel van de kunstwerken verdween. In 1921 werd de kerk San Benito el Viejo terug een kapel voor de Zusters Oblaten. Later werd de kerk terug hervormd en in 1999 werd zij eigendom van de staat. In 2012 werd het gebouw terug geopend na een grondige restauratie.

Vanaf februari 2012 is hier een tentoonstelling van de stukken uit het oude Nationaal Museum voor Artistieke Reproducties.

6. De collectie

Het Nationaal Museum van de Beeldhouwkunst stelt een groot aantal Spaanse en Europese beeldhouwwerken uit de periode tussen de dertiende en de negentiende eeuw tentoon. Daarnaast zijn er ook een aantal schilderijen in de collectie. De schilderijen zijn werken van Bononi, Rubens, Zurbarán, Ribalta en Meléndez maar de meerderheid van de collectie bestaat uit beeldhouwwerken uit de vijftiende tot de zeventiende eeuw.

Foto: Maagd met kind

José-Manuel Benito Álvarez

Middeleeuwse werken

In zaal 2 van het museum stelt men werken tentoon uit de dertiende en de veertiende eeuw die als puur middeleeuws kunnen beschouwd worden. De meerderheid van de werken zijn van een onbekende meester zoals het feitelijk de gewoonte was in deze periode.

De vijftiende eeuw

Deze collectie bevat een reeks werken uit de overgang naar de renaissance en de meerderheid van de werken komt uit de vijftiende eeuw en het zijn werken van onder meer Jorge Inglés, Rodrigo Alemán en Alejo de Vahía.

Uit de vijftiende eeuw zijn er ook werken uit de Vlaamse en de Spaans-Vlaamse school zoals het Retabel van de Maagd dat vroeger in het Klooster van San Franciso in Valladolid stond en het Retabel van San Jerónimo, een werk van Jorge Inglés.

Renaissance

Tijdens de eerste jaren van de zestiende eeuw waren er binnen de renaissance stijlen zoals de klassieke Italiaanse, de Vlaamse stijl en het maniërisme van Alonso Berruguete aanwezig. In de collectie van die periode vinden we een Retabel van Rodrigo de Holanda, de Sagrada Familia van Diego de Siloé en de Moeder en Kind van Felipe Vigarny.

De twee maniëristische meesters uit de zestiende eeuw, Alonso Berruguete en Juan de Juni zijn vertegenwoordigd met delen van een altaarstuk van de kerk van San Benito en Christus aan het Kruis naast een prachtige Graflegging. Daarnaast zijn er werken te zien van leerlingen van de voorgaande meesters zoals Francisco Giralte, Leonardo de Carrión en Diego Rodríguez.

Barrok

In de afdeling die aan de barrok gewijd is vinden we werken van Gregorio Fernández, de exponent van de Castiliaanse barok en zo kunnen we hier zijn werken Paso de la Sexta Angustia, Santa Teresa, El bautismo de Cristo en een prachtige liggende Christus zien.

Verder zijn er nog werken van Alonso Cano, Juan Martínez Montañés, Pedro de Mena en Jose de Mora. Hier vinden we ook nog een werken van twee beroemde schilders zoals een verrassend moderne Santa Faz van Francisco de Zurbarán en een schilderij van Peter Paul Rubens, Democritus en Heraclitus.

De late barok uit de achttiende eeuw is hier vertegenwoordigd door Juan Alonso de Villabrille y Ron, Francisco Salzillo, Pedro de Sierra en Luis Salvador Carmona.

7. Website

Het museum heeft een website op Nationaal Museum voor Beeldhouwkunst en de site is beschikbaar in het Spaans.

8. Adres

C/ Cadenas de San Gregorio – 47011 Valladolid

9. Inkom

De toegangsprijs is 3 euro maar er zijn tal van kortingen beschikbaar.



Nationaal Museum van de Romantiek

  1. De geschiedenis van het museum
  2. De verzameling
  3. Het gebouw
  4. Website
  5. Adres
  6. Inkom

Het Nationaal Museum van de Romantiek is eigendom van de Spaanse overheid en we vinden het in de hoofdstad, Madrid. Het museum herbergt een belangrijke historische en artistieke collectie met stukken uit het dagelijkse leven en kleding uit de negentiende eeuw. De collectie bevat dus vooral stukken uit de Romantiek.

Foto: Museum van de Romantiek

Pablo Linés

In het begin was het museum bekend als het Romantisch Museum maar na de hervorming die in 2009 voltooid werd kreeg het zijn huidige naam. Het museum bevindt zich in de calle de San Mateo, in de wijk Justicia (district Centro) in het voormalige paleis van de Markies van Matallana. Het gebouw werd gebouwd door Manuel Martín Rodríguez in 1776.

1. De geschiedenis van het museum

Het museum dankt zijn bestaan aan Benigno de la Vega-Inclán, markies van de la Vega-Inclán, filantroop en beschermheer die leefde op het einde van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw. Hij was tevens de stichter van het Museum El Greco in Toledo en het Museum Casa de Cervantes in Valladolid.

In 1921 schonk hij een deel van zijn bezittingen aan de Spaanse staat met de bedoeling een verzameling samen te stellen die open moest staan voor het publiek. De collectie kreeg de naam “Museo Romántico” omdat men vooral de herinnering wou bewaren aan de Spaanse Romantiek, een periode van grote literaire en artistieke prestaties die grotendeels samenvalt met de regeerperiode van Isabel II. Als plaats voor de collectie koos men voor het paleis van de markies van Matallana, een paleis dat al eerder dienst deed voor activiteiten gesteund door de markies. Het museum werd geopend in 1924.

De collectie bestond in het begin voor het grootste deel uit schilderijen, meubilair en huisraad maar zij werd vergroot door middel van donaties, aankopen en legaten. Zo bestaat de collectie nu ook uit gebruiksvoorwerpen, religieuze kunst, fotografie en miniaturen. Belangrijk om aankopen voor het museum te kunnen doen was de stichting van een fonds dat men begonnen is onmiddellijk na de Spaanse Burgeroorlog. De oprichter van dit fonds was de Commissaris Generaal van de Dienst voor de Verdediging van het Nationaal Artistiek Patrimonium.

Deze dienst werd opgericht om de kunst te beschermen tegen plundering. Deze stichting heeft de oorspronkelijke collectie van de markies enorm aangevuld.

Het museum werd opgevat niet als een loutere tentoonstelling van objecten maar als een herscheppen van het milieu zodat de bezoeker wordt meegenomen naar deze romantische periode.

In 2001 werd het museum gesloten voor het publiek om het museum meer aan de eisen van de moderne tijd te laten voldoen. De hervorming hield een volledige restauratie van het gebouw in en met het instellen van bepaalde basisdiensten voor de bezoekers. Er kwam ook een nieuwe voorstelling van de collectie. De werken waren voor het grootste uitgevoerd in 2009 en werd het museum terug geopend met de naam Museo Nacional del Romanticismo.

2. De verzameling

Het museum deelt zijn collectie in in afdelingen met schilderijen, miniaturen, prenten en etsen, decoratieve kunsten met als belangrijkste onderdelen de collectie keramiek, waaiers, lithografieën, meubilair, foto’s en tekeningen met werk van José de Madrazo.

Een van de beroemdste collecties in het museum is de prachtige collectie schilderkunst met werken van de belangrijkste schilders uit de negentiende eeuw. Daarin zit een werk van Francisco de Goya, “San Gregorio Magno”.

Daarnaast zijn er werken van Vicente López Portaña en de landschapsschilders Carlos de Haes, Jenaro Pérez Villaamil en Luis Rigalt, Valeriano Domínguez Bécquer (broer van Gustavo Adolfo Bécquer), Antonio María Esquivel, Carlos Luis de Ribera, José Gutiérrez de la Vega, Federico de Madrazo en Leonardo Alenza met een van de meest iconische werken uit de Romantiek, “la Sátira del Suicidio”.

In juni 2011 heeft het Ministerie van Cultuur een werk bijgevoegd en dat is een schilderij van Isabel II dat in 1849 geschilderd werd door Federico de Madrazo.

In de collectie van het meubilair zijn er enkele werken die toebehoorden aan koning Fernando VII. Het museum moest, om een groter overzicht van de tijd te kunnen geven, ook stukken hebben van een van de grootste letterkundigen uit die periode, Mariano José de Larra. Er staan hier een aantal van zijn persoonlijke voorwerpen maar we zien hier ook een van de beroemdste schilderijen die van hem gemaakt zijn.

3. Het gebouw

Het paleis waarin het museum gevestigd is is gebouwd op het einde van de achttiende eeuw om er dienst te doen als residentie voor de markies van Matallana, Rodrigo de Torres y Morales.

Foto: ingang van het museum

Paola di Meglio

De gevels staan in de straten van San Mateo en van Beneficencia.

Het gebouw is een voorbeeld van een adellijke woning uit het Oude Regime zoals ze gebouwd werd in de hoofdstad Madrid.

Er zijn in dit gebouw ook elementen uit deze tijd aanwezig zoals een ruime toegangspoort in graniet en ramen met een smeedijzeren balkon.

De architect, Manuel Martín Rodríguez (neef van de beroemde Ventura Rodríguez) behield een aantal barokke herinneringen in de compositie van de gevel.

4. Website: Nationaal Museum van de Romantiek, de site is beschikbaar in het Spaans en Engels

5. Adres

C/ San Mateo, 13. 28004 Madrid

6. Inkom

De inkomprijs is 3 euro maar er zijn allerhande kortingen mogelijk. Kijk dus op de website onder de rubriek Información.

Het Cerralbo museum

  1. Overzicht
  2. De Collectie
  3. De Website
  4. Adres
  5. Inkom

1.Overzicht

Foto: Cerralbo Museum

Luis García

Het Museum Cerralbo in Madrid herbergt een voormalige privé-collectie van kunstvoorwerpen, archeologische artefacten en andere oudheden. Zij werden samengebracht door Enrique de Aguilera y Gamboa, de zeventiende Markies van Cerralbo, politicus en geschiedkundige.

De Markies stierf in 1922 en in zijn testament gaf hij het grootste deel van zijn archeologische verzameling aan het Nationaal Archeologisch Museum. De rest van zijn verzameling en het paleis (een werk uit 1884 van Alejandro Sureda) gaf hij aan de staat die het legaat aanvaarde met het Koninklijk Besluit van 10 april en van 24 september 1924.

Tien jaar later richtte men de Fundación Museo Cerralbo op (OM van 22 maart 1934). Binnen zijn meer dan 50.000 objecten bewaard gebleven, waaronder antiquiteiten, beeldhouwwerken, meubels, diverse decoratieve kunsten, tekeningen en gravures of schilderijen, waarbij grote namen als El Greco, Zurbarán, Bronzino, Tintoretto of Van Dyck opvallen.

Het gebouw werd opengesteld als museum in 1944. De aanpassingswerken, van paleis naar museum, werden uitgevoerd door de architect Guillermo Diz Flores. In 1962 werd het museum uitgeroepen tot Historisch Artistiek Monument. Twee jaar later werden er terug aanpassingswerken uitgevoerd door Fernando Chueca Goitia.

In 2006 onderging het museum moderniseringswerken maar de heropening werd een aantal maal uitgesteld tot op 14 december 2010.

2. De Collectie

Het Cerralbo is een uitzonderlijk museum, er heerst hier een zekere “sfeer”. Het heeft bijna de stijl en de esthetiek van die tijd behouden door een samenvoegen van meubelen, antieke voorwerpen en schilderijen. Het gebouw heeft duidelijke Italiaanse invloeden met zalen voor de relevante collecties en met de kleinere kamers om het dagelijks leven tentoon te stellen.

Momenteel is bijna de ganse benedenverdieping afgewerkt inclusief de prachtige balzaal terwijl de privévertrekken opeenvolgende veranderingen ondergingen. Uiteindelijk werden de privévertrekken in hun oorspronkelijke staat hersteld inclusief het meubilair en andere antiquiteiten.

Schilderijen

De markies had een nogal eclectische smaak en hij wende een deel van zijn inspanningen aan aan de archeologie en dat verklaart voor een deel de ongelijke samenstelling van de collectie. Er is wel een uitstekende opeenvolging van de meesters en verschillende werken zijn van een groot belang.

De Spaanse schilderkunst is aanwezig met de Virgen (Maagd) van Zurburán, San Francisco van El Greco, De Bekering van Saulus (La conversión de Saulo) van Juan Antonio Frías y Escalante, Santo Domingo en Soriano van Antonio de Pereda, een Pieta (una Piedad) van Alonso Cano en stillevens van Luis Meléndez. 

Er zijn ook werken van Juan de Peralta, Bartolomé González, Eugenio Cajés, Juan Fernández el Labrador, José Antolínez, Herrera el Mozo, Luis Paret (Vista de la playa de Peñota (Santurce)), Valentín Carderera, Ricardo Balaca en Federico de Madrazo in de collectie aanwezig.

Verder zijn er nog wanddecoraties in verschillende kamers aangebracht zoals het plafond van de balzaal dat geschilderd werd door Máximo Juderías Caballero. Deze zaal is ontworpen voor zijn spectaculair visueel effect, de spiegels met vergulde randen vergroten de pracht en praal.

De Italiaanse schilderkunst heeft een speciale betekenis met zijn werken uit de zestiende en de zeventiende eeuw. Twee werken steken er bovenuit: het eerste portret is van Alejandro de Medicis, en het is geschilderd door Bronzino en zijn atelier en dan is er nog het portret van Agostino Doria dat geschilderd is door Tintoretto. Verder zijn er nog grote doeken van Girolamo Muziano en Palma el Joven, stillevens van Giovanni Battista Ruoppolo en Giuseppe Recco en er zijn werken van Ludovico Carracci, Giulio Cesare Procaccini (een zelfportret), Pietro Paolini en Sebastiano Ricci . Op het plafond zien we een werk van Francesco Maffei.

Foto: Sint Franciscus in extase van El Greco

Andere Europese schilderkunst komt minder aan bod maar we zien wel een portret van María de Médicis dat toegeschreven wordt aan het atelier van Van Dyck en er is ook nog een werk van Frans Snyders.

Tekeningen en gravures

In het museum zijn er een aantal tekeningen van de hand van Tadeo Zuccaro, Palma el Joven, Pietro da Cortona, Adriaen van Ostade, Francisco Ricci en Goya. Omwille van de kwetsbaarheid van de tekeningen worden er kopie’s tentoongesteld.
De collectie wordt op dezelfde wijze tentoongesteld en er zijn werken van Aegidius Sadeler II en Piranesi.

De andere collecties

Het museum herbergt ook nog een collectie beeldhouwwerken uit de Romeinse periode, er is Grieks aardewerk en porselein uit Meissen. Verder zijn er wapens en wapenuitrustingen uit het oosten en uit Europa, munten vanaf de Grieks-Romeinse periode. Opmerkelijk zijn een aantal kroonluchters waaronder een van een zeer groot formaat, gondelvormig met veelkleurige bloemen en het is een werk van Murano.

3. De website

Het Museum Cerralbo, de site is beschikbaar in het Spaans, Catalaans, Baskisch, Galego en Engels.

4. Adres

c/ Ventura Rodríguez, 17, 28008 Madrid

5. Inkom

3 euro maar op tal van dagen is de inkom gratis of krijgt men halve prijs. Kijk daarom op de website onder de rubriek Información.

Festival van Ortigueira

Het Internationaal Festival van de Keltische Wereld van Ortigueira is een festival dat gewijd is aan de folkmuziek uit de Keltische gebieden: Ierland, Schotland, Wales, Cornwall, Bretagne en het Eiland Man. Deze zes gebieden worden aangevuld met drie regio’s uit Spanje Galicië, Asturië en Cantabrië. Gedurende de laatste 25 jaren ging het festival tijdens de zomer door gedurende 4 dagen in Ortigueira, in de provincie La Coruña, Galicië.

Foto: affiche voor 2022

Het hoofdpodium staat in de haven en daar staan de grootste namen zoals Alan Stivell of The Chieftains. Daarnaast staan er in de omgeving van de haven nog meer podia voor de minder bekende groepen. Op het strand van Morouzos en in het dennenbos is er ruimte voorzien voor de bezoekers van het festival.

Het is met zijn gemiddelde aantal bezoekers van rond de 100.000 bezoekers een van de belangrijkste festivals in Europa.

Het festival gaat ook in 2022 door van 10 tot 17 juli.

Het festival heeft ook een website op Ortigueira.

Alle muzikanten die tijdens de geschiedenis van het festival hebben opgetreden:

2018: Yves Lambert Project, Gabriel G Diges, Airiños de Fene, Lúnasa, The Celtic Social Club, Escola de gaitas de ortigueira, The National Youth Pipe Band of Scotland, Kila, Rubén Alba, Os D`abaixo, Milladoiro

2017: Usher’s Island, Scott Wood Band, Böj, Gamelas e Anduriñas, Os Carecos e Amigos, Treixadura, A Roda, Cantigas e Agarimos, Skerryvore, Banda Crebinsky, The California and District Pipe Band, Óscar Ibáñez & Tribo, Michael McGoldrick, Tejedor, Harmonica Creams, Kevrenn Brest Sant Mark, Escola de gaitas de Ortigueira

2016: The Pipes and Drums Clan Gathering, Doolin, Fullset, Banda de gaitas Xarabal, Mánran, Milladoiro, Escola de gaitas de Ortigueira, Dominic Graham School of Irish Dance, The Peatbog Fairies, Alén de Ancos, Bagad Sonieren Bro Dreger, Susana Seivane

2015: Escola de gaitas de Ortigueira, Capercaillie, Cristina Pato, Sharon Shannon, Xabi Aburruzaga, Jacky Molard Quartet, Oreka TX+Kalakan, Vale of Atholl Pipe Band, Xosé Manuel Budiño, Brian Finnegan & Paul McSherry, Banda de gaitas de Forcarei, Banda de gaitas de Ladrido

2014: Escola de gaitas de Ortigueira, Milladoiro, Dominic Graham School of Irish dance, Moxie, Ruaille Buaille, Bellón Maceiras Quinteto, The Chieftains, Fest Rock, Treacherous Orchestra, Anxo Lorenzo Band

2013: Folk on Crest, KAN, Banda Crebinsky, Escola de Gaitas de Ortigueira, Bagad Glazik Kemper, Harmonica Creams, Ruaille Buaille

2012: Escola de Gaitas de Ortigueira, Oban Pipe Band, Bagad Glazik Kemper, Banda de Gaitas de Verín, Grupo Celta da Escola de Música de Ortigueira, Avelaíña, Rastrexos Project, Alén de Ancos, Harmonica Creams, Bagad Glazik Kemper, Stolen Notes, Escola de Gaitas de Ortigueira, Blazin’ Fiddles, Jamie Smith’s Mabon, Oban Pipe Band, Crema de Gaita, The Rua Macmillan Band, Electric Céilí

2011: Ulträgäns, Stolen Notes, Óscar Ibáñez & Tribo. Skerryvore, Berrogüetto, Brian Finnegan big band, David Pasquet group, The Urban Folk Quartet, Rua Macmillan trío, Luar na lubre, The Elders, Searson, The Crass, Escola de Gaitas de Ortigueira

2010: Afterhours, Anxo Lorenzo Band, Celtas Cortos, Cristina Pato + convidados, Escola de Gaitas de Ortigueira, Gaelic Storm, Krêposuk, Leilía, Marful, Molard Brothers, Orion, Oysterband, Qui Hi Ha?, Rare Folk, Shooglenifty

2009: Arán, Battlefield band, Escola de Gaitas de Ortigueira, Fred Morrison, Judith, Korrontzi, La Bottine Souriante, Michael McGoldrick band, Pablo Seoane Grupo, Qui Hi Ha?, Sog, Susana Seivane, Tiruleque, Wolfstone, Xosé Manuel Budiño

2008: 17 hippies, Banda das Crechas, Blima, Coanhadeira, Divertimento folk, Eliseo Parra + Tactequeté, Escola de Gaitas de Ortigueira, Fía na Roca, Malvela, Moving Hearts, National youth pipe band of Scotland, Odaiko percussion group, Ophiusa, Pradairo, Sog, Sondeseu, The Boys of the Lough, The Dubliners, Uxía, Värttinä, Xúa, Xochilmica

2007: Bagad Kemper, Balbarda, BonOvO, Centro Coreográfico Galego, Crema de gaita, Daniel Bellón & Diego Maceiras + Álex Blanco, Dervish, Eric Rigler & Bad Haggis, Escola de Gaitas de Ortigueira, Flook, Kepa Junkera, Kroke, La Jambre, Mercedes Peón, Milladoiro, Os Zarambeques, Pepe Vaamonde Grupo, Rosa Cedrón, Sete Saias

2006: Bagad Beuzeg, Berrogüetto, [Daniel Bellón]] & Diego Maceiras + Álex Blanco, Dominic Graham School of Irish Dance, Escola de Gaitas de Ortigueira, Four men and a dog, Ginga, Grupo folclórico Lous Tchancayres, Gwendal, Irtio, Korrontzi, Leilía, Linho do cuco, Llan de Cubel, Nao d’ire, Nova Galega de Danza, O espírito de Lúgubre, Original Kokani Orkestar, Session A9, Solas, Som ibérico, Uxía, Xochilmica, Xosé Manuel Budiño

2005: Bagad Kemper, Dazkarieh, Driade, Escola de Gaitas de Ortigueira, Gatos del Fornu, I Muvrini, Ialma, Kukuma, Luar na Lubre, Lunasa, [[Madialeva], Os Diplomáticos + convidados, Phil Cunningham + Aly Bain, Radio Tarifa, Terrafolk, Uxía, Xera, Xochilmica

2004: Alan Stivell, Els Groullers, Ergom, Escola de Gaitas de Ortigueira,Gatos del Fornu, Karma, Kila, La Bottine Souriante, Lavanderas, Nova Galega de Danza, Os Cempés, Quempallou, Supervivientes, Susana Seivane, The Chieftains & Carlos Núñez, Xestreu

2003: SonDeSeu (Galicia), Marta Sebestyen&Muzikas+Alexander Belenescu (Hongarije), Altan (Ierland), Hevia (Asturias), Bal Tribal (Bretagne), Hedningarna (Suecia), Shooglenifty (Schotland), Xosé Manuel Budiño, Rare Folk (Andalucia), Faltriqueira (Galicia), Fanfarria Çiocarlia (Roemenië), Wolfstone (Schotland). Estiveron no Runas, Mar del Norte (Castilla La Mancha), Quempallou (Galicia), Atlántica (Cantabria), Guezos (Galicia), Keympa (Cataluña) e Brigantia (Euskadi).

2002: Carlos Núñez, La Musgaña, Aquelarre Agrocelta, IGAEM (Galicia), Lian O´Filnn (Ierland), Bela Fleck (USA), Berrogêtto (Galicia) Gaiteiros de Lisboa, Taraf de Häidouks (Roemenië), Kepa Junkera. Estiveron no Runas, Lume fatuo, Birimbao e Mácféck (Galicia), Rarefolk (Andalucía), Rapabestas (Castilla y León), La hermana cruel (Madrid) e Brandania (Canarias).

2001: Kalman Balogh (Hongarije) Vasen, Tejedor (Asturias) Mercedes Peón, Sharon Saannon (Ierland) Fia na roca, Luar na Lubre, Oskorri, La bottine souriante (Quebec) La Bruja Gata, Na lúa. Estiveron no Runas, Akelarre Agrocelta, Fol de Canguro (Madrid), Aira de Pedra e Antubel (León), Druadán, Roixordo, Árdelleo o eixo (Galicia).

2000: Susana Seivane, Leilía, Milladoiro, Capercaillie (Schotland), Xosé M. Budiño, Michael McGoldrick (Ierland) Eileen Ivers (USA) e Värtinä (Finland). Estiveron no Runas, Liorna (Galicia), Zángalla Mángalla (Galicia), La bruja gata (Madrid), Roquemetroque (Galicia), Los niños de los ojos rojos (Extremadura), Avalon (Galicia) e Proxecto Ningém (Galicia).

1999: Skolvan (Bretagne), Cristina Pato, Deaff Shepherd (Schotland), Luétiga (Cantabria), Mick O´Brien Band (Ierland).

1998: Berrogüetto, Skedud (Bretagne), Danú (Ierland), Feelpeyú (Asturias), Dómine Cabra, Bágoa da Raiña, Mackumba (Schotland).

1997: Xosé Manuel Budiño, Glaz (Bretagne), Kern (Bretagne) Bágoa da Raiña, Peat Bog Fearies (Schotland), Pat Kilbride Band (Ierland), Lliberdon (Asturias).

1996: Gwerz (Bretagne), Xeque Mate(Galicia) Shooglenifty (Schotland) Os Cempés (Galicia), Callino – Mick O´Brien (Ierland), Kepa Junkera, Llan de Cubel (Asturias), Dervish (Ierland).

1995: Fol de niu (Galicia), Alain Genty, Na lua (Galicia) Bágoa da Raiña, Luetiga (Cantabria), Dhabi Spillane.

1987: Ubiña (Asturias), Llug (Galicia), Miro (Schotland), Arco da Vella (Galicia), Kormoran (Hongarije), Brath (Galicia), Yeusin (Bretagne), Fairpost Convention (England).

1986: Alan Stivell, Oskorri, Tanahill Weavers (Schotland), Beleño (Asturias).

1985: Milladoiro, Bleizi Ruz (Bretagne), Xorima(Galicia).

1984: 4 YN Bar Mabsant (Gales), Muxicas (Galicia), Na Lúa (Galicia), Fiadeiro (Galicia) Pennou Sokoulm (Bretagne), Milladoiro.

1983: Milladoiro, Pat Kilbride Group (Schotland), Kornog (Ierland), Gwerz (Bretagne), Pennou Skoulm (Bretagne).

1982: Xorima, Joe e Antoniette Mackenna (Ierland), Doa, Trasgu (Asturias) Milladoiro.

1981: Bleizi Ruz (Bretagne) Jake Walton (Cornualles), Doa (Galicia), Os Raparigos (Galicia) Na Casaidigh (Ierland) Milladorio (Galicia), Bedwen Haf (Gales).

1980: Swansea Jack (Pais de Gales), Na Casaidigh (Ierland), Pat Kilbride (Schotland) e Milladoiro

1979: Xocaloma, Milladoiro, Cromlech, The Culta.

1978: Antón Seoane, Emilio Cao, e Cromlech.

Grot van Altamira en paleolithische grotkunst van Noord-Spanje

  1. Cueva de Altamira
  2. Cueva de la Peña de Candamo
  3. Cueva de Tito Bustillo
  4. Cueva de La Covaciella
  5. Cueva de Llonín
  6. Cueva del Pindal
  7. Cueva de Chufín
  8. Cueva de Hornos de la Peña
  9. Cueva de El Castillo
  10. Cueva de Las Monedas
  11. Cueva de La Pasiega
  12. Cueva de Las Chimeneas
  13. Cueva de El Pendo
  14. Complejo kárstico del monte de La Garma
  15. Cueva de Covalanas
  16. Cueva de Santimamiñe
  17. Cueva de Ekain
  18. Cueva de Altxerri

1.Cueva de Altamira

Foto: het gele puntje is Altamira, de rode punten zijn andere vindplaatsen in de Frans-Cantabrische archeologische regio

Altamira is een grot in Spanje en zij is beroemd voor haar Laat Paleolithische grotschilderingen die tekeningen, gravures en rotsschilderingen tonen met afbeeldingen van mammoeten en menselijke handen. De grot is nabij de stad Santillana del Mar in Cantabria, Spanje, 30 km ten westen van de stad Santander. De grot en zijn schilderingen zijn opgenomen op de lijst van het werelderfgoed van de UNESCO.

Beschrijving

De grot is 296 meter lang en bevat een reeks van gangen en zalen. De grootste gang heeft een hoogte tussen de 2 en 6 meter.

Door archeologische opgravingen in de bodem vond men resten van kunstvoorwerpen uit een periode, nu ongeveer 18.500 jaar geleden.

Deze kunstvoorwerpen maken deel uit van de Paleolithische tijd of van de vroege steentijd. De grot werd enkel gebruikt door wilde dieren tussen die 2 tijdperken. De grot was zeer goed gelegen om er een voordeel mee te behalen in de jacht door de rijke wildstand die leefde in de vallei van de omliggende bergen. Maar de ligging was ook zeer goed om naar de kust te gaan om daar voedsel te gaan zoeken.

Ongeveer 13.000 jaar geleden werd de grot afgesloten door een vallende steenmassa en daardoor bleef de inhoud van de grot goed beschermt. Deze steenmassa bleef daar totdat een vallende boom de steenmassa in beweging bracht.

Bezoekers aan de grot hebben momenteel enkel toegang tot het begin van de grot alhoewel er doorheen de ganse grot schilderingen en tekeningen zijn aangebracht.

De toenmalige artiesten gebruikten houtskool en oker of roest (een bruine kleur) om deze afbeeldingen te maken, dikwijls krasten of mengden zij deze producten om variaties van intensiteit en helderheid in hun werk aan te brengen.

Foto: afbeelding van een bizon

Museo de Altamira y D. Rodríguez

Zij gebruikten tevens de natuurlijke contouren van de grotwand om zo een drie-dimensionaal effect aan hun werk te geven. De meerkleurige zoldering is het meest indrukwekkende voorbeeld van hun werk en stelt een kudde bizons voor in verschillende positioneringen, twee paarden, een grote hinde en vermoedelijk een everzwijn.

De kunstwerken zijn afkomstig uit het Laat Paleolithische tijdperk en tonen niet alleen afbeeldingen van dieren maar tonen ook abstracte vormen. Onder de kunstwerken vinden we afbeeldingen van paarden, geiten maar ook van afbeeldingen van handen. Deze zijn vermoedelijk afkomstig van de artiest. Er zijn meerdere grotten in Noord Spanje die Paleolithische kunst bevatten maar in geen enkele andere grot is ze zo goed bewaard gebleven en zijn er zoveel kunstwerken bij elkaar.

De ontdekking

In 1879 ontdekte de amateur archeoloog Marcelino Sanz de Sautuola de grot, zijn dochter van negen jaar oud bracht hem daar naartoe. De grot werd uitgegraven door Sautuola en door de archeoloog Juan Vilanova y Piera van de Universiteit van Madrid.

Deze uitgraving leidde tot een publicatie in 1880 die veel bijval genoot en waarin de schilderingen als Paleolithisch erkend werden.

Echter Franse specialisten onder de leiding van Gabriel de Mortillet en Emile Cartailhac, waren niet te overtuigen dat de vondst in Altamira authentiek was. Zij verkondigden dan ook luid hun thesis op een Prehistorisch Congres in Lissabon.

Gelet op de uitzonderlijke staat van conservering en de hoge kwaliteit van de schilderingen werd Sautuola beschuldigd van vervalsing. Een andere Spanjaard beschuldigde hem ervan dat hij de schilderingen had laten maken door een moderne kunstenaar.

Het was eerst in 1902, wanneer er nog meerdere vondsten gebeurden van prehistorische schilderingen, waardoor de hypothese groeide dat de hoge ouderdom van de schilderingen in Altamira correct zouden kunnen zijn en het wetenschappelijk genootschap staakte zijn bezwaren.

Datzelfde jaar gaf Emile Cartailhac zijn vergissing toe in het beroemde artikel, “Mea culpa d’une sceptique” en het werd gepubliceerd in het “journal L’Anthropologie”.

Verdere opgravingen aan de grot gebeurden door Hermilio Alcalde del Río in 1902-1904, de Duitser Hugo Obermaier werkte verder in 1924-25 en uiteindelijk werkte Joaquín González Echegaray door tot in 1981.

Bezoekers en kopieën

Tijdens de 60er en 70er jaren van de vorige eeuw werden de schilderingen beschadigd door de grote aantallen bezoekers met hun uitwasemingen. Altamira werd volledig gesloten voor het publiek in 1977 en werd heropend in 1982.

Momenteel hebben er zeer weinig bezoekers toegang tot de grot wat dan ook resulteert in een wachtlijst van drie jaar. Manuel Franquelo en Sven Nebel hebben vlakbij een kopie van de grot met een museum gebouwd en men kan dit sinds 2001 bezoeken.

De kopie toont op een meer aangename manier de veelkleurige schilderingen van de belangrijkste grot en een selectie van enkele minder belangrijke werken. Er zijn ook kopieën van menselijke aangezichten aanwezig maar deze komen niet uit de grot.

Er zijn meer kopieën van de schilderingen gemaakt en zijn in het Nationaal Archeologisch Museum van Madrid, in het Duitse Museum in München en in Japan te bekijken.

Culturele invloed

Een aantal schilders werden beïnvloed door deze schilderingen. Na een bezoek aan de grot verklaarde Picasso: “na Altamira, is er enkel decadentie”.

Sommige van de veelkleurige schilderingen uit Altamira zijn goed bekend in de Spaanse populaire cultuur. Het logo dat gebruikt wordt door de toeristische dienst van de Autonome Regio Cantabrië om toeristen te lokken is gebaseerd op een van de bizons uit de grot. Bisonte, een Spaans sigarettenmerk gebruikt de Paleolithische bizon in hun logo.

De Spaanse stripfiguur in de serie Altamiro de la Cueva, voor het eerst gemaakt in 1965 is een duidelijk voorbeeld van de roem van de Altamira grot. De stripreeks beschrijft de avonturen van een groep voorhistorische grotbewoners, zij worden beschreven als moderne mensen maar ze zijn gekleed in bont, zoiets als de Flintstones.

De rock groep Steely Dan heeft het lied “The Caves of Altamira” geschreven voor hun album “The Royal Scam” uit 1976. Het refrein zegt:”‘Before the fall, when they wrote it the wall, when there wasn’t even any Hollywood; they heard the call and they wrote it on the wall, for you and me and we understood.”

Men kan meer informatie vinden op de website van Altamira. De site is in het Spaans maar er is een vertaling naar het Engels alhoewel niet alles in de Engelse taal is omgezet.

Openingsuren:

Vanaf mei tot oktober: maandag gesloten, van dinsdag tot zaterdag: 9.30 tot 20.00 en op zondag en feestdagen: 9.30 tot 15.00

Vanaf november tot april: maandag gesloten, van dinsdag tot zaterdag: 9.30 tot 18.00 en op zondagen en feestdagen: 9.30 tot 15.00

Het museum is gesloten op: 1 en 6 januari, 1 mei en 24, 25 en 31 december.

Inkomprijs: € 3 maar kijk op de site van het museum, op een aantal dagen en voor een aantal groepen zoals gepensioneerden is de toegang gratis.

Naast de grot van Altamira zijn er nog een aantal grotten opgenomen op de lijst van het Werelderfgoed.

Coördinaten: 43°22′57″N 04°07′13″O

2. Cueva de la Peña de Candamo

De Cueva de la Peña de Candamo ligt in het Asturische Candamo in de stad San Román. Ze is sinds juli 2008 opgenomen op de lijst van het Werelderfgoed van Unesco.

Foto: gewond hert

HERNÁNDEZ PACHECO, E.

De grot werd in de tweede helft van de 19e eeuw ontdekt door een landgenoot met de bijnaam “El Cristo”. Officieel werd ze ontdekt in 1914 en in 1919 publiceerde Eduardo Hernández Pacheco er een wetenschappelijke studie over. Het is een natuurlijke grot van ongeveer zestig meter lang. Chronologisch gaat het tot 18.000 jaar terug, in de zogenaamde Solutréen periode, hoewel er wordt gedebatteerd of sommige gravures behoren tot eerdere momenten of later (gravures van fauna uit een minder koude periode (13.000 jaar).

De grot en zijn schilderingen moeten voor die paleolithische mensen een magisch-rituele betekenis hebben gehad, volgens de gebruikelijke interpretaties van dit soort kunst (Henri Breuil, 1877-1961). Deze interpretaties worden versterkt door de uitgevoerde archeologische onderzoeken in deze grot. Binnen waren er nauwelijks overblijfselen of gebruiksvoorwerpen van het leven in de grot of het uitvoeren van een aantal activiteiten gevonden, wat betekent dat de toegangen die ze erin hebben gemaakt zeer beperkt en voor zeer specifieke tijden moeten zijn geweest. Aan de andere kant werden in een andere grot op enkele meters van deze grot enkele voorwerpen gevonden die duiden op een bewoning.

Vandalisme en een ongecontroleerde en respectloze toestroom van bezoekers veroorzaakten onomkeerbare schade aan de grot, wat betekende dat deze moest worden gesloten om de stabiliteit te herstellen en mossen en algen uit te roeien. Door de tekeningen in Pacheco’s studie uit 1919 te vergelijken met de grot van vandaag, getuigt dit van de verschrikkelijke schade die is aangericht.

De grot kan worden onderverdeeld in:

  • Lage kamer, of kamer met de rode tekens, dat is een kleine kamer bij de ingang, aan de rechterkant, waarin verschillende tekeningen van rode kleur zijn weergegeven.
  • Inkomgalerij, is de toegangsgalerij naar de grot.
  • Hal van Gravures, nadat we deze kamer door een smalle doorgang zijn binnengegaan, zien we aan de rechterkant wat bekend staat als de muur van gravures. Deze kamer dient als verdeling voor de rest van de kamers. In deze kamer bevindt zich, naast de muur, de stalagmitische mogote, de stalagmitische helling en een kleine kamer met een schildering. De muur van de gravures is een muur van zes meter lang en acht meter hoog. Het is een complexe compositie van figuren die wordt gevormd door drie groepen figuren die door overgangstekeningen met elkaar in verband staan.
  • Galerij van de Batiscias
  • De kleedkamer, het belangrijkste onderdeel van de afbeeldingen van de grot is de kleedkamer. Het is een nis in het hoogste deel van de kamer van de gravures. In deze voorstelling zie je paarden en de figuur van een stier. De voorstelling van een paard met grote vaardigheid, het embleem van de grot, onderscheidt zich van deze set.

In maart 2007 wordt het geopend in het prehistorisch park van Teverga, met een reproductie van de grot door Pedro Saura en Matilde Muzquiz, professoren aan de Faculteit voor Schone Kunsten van de Complutense Universiteit van Madrid. De site van het prehistorisch park is beschikbaar in het Spaans, Frans en Engels.

Bezoek is beperkt tot 45 personen per dag gedurende drie maanden en er bestaat een interpretatiecentrum bij de ingang.

In de stad San Román, in het Palacio Valdés, is een interpretatiecentrum van de Caverna de Candamo, het ganse jaar geopend en met een reproductie van een deel van de grot binnenin.

Coördinaten: 43°27′21″N 6°4′21″O

3. Cueva de Tito Bustillo

De grot van Tito Bustillo (of El Pozu’l Ramu in het Asturisch) is een grot met prehistorische schilderingen van 33.000 tot 10.000 voor Christus. Zij ligt in Ribadesella, in het Prinsdom Asturië (Spanje).

Foto: ingang van de grot

Falconaumanni

De grot werd in 1968 ontdekt door de speleologiegroep Torreblanca, begeleid door verschillende jongeren uit de stad. Drie weken later stierf een van de ontdekkers van de speleologie, Celestino Fernández Bustillo, bekend als Tito Bustillo, bij een bergongeval en de site werd naar hem vernoemd. Zij is opgenomen op de lijst van het Werelderfgoed van de Unesco sinds juli 2008, binnen de site “Grot van Altamira en paleolithische grotkunst van Noord-Spanje”.

Toegang tot de grot

In 1969 rehabiliteerde de Patronato de Cuevas Prehistóricas de Asturias de oorspronkelijke ingang die tot dan toe werd belemmerd door een instorting die plaatsvond na de Magdalénien periode, en in 1970 opende dezelfde Patronato een andere ingang door een 165 meter lange tunnel in het gesteente te boren die de drie kilometer van de stad Ribadesella naar de eerste van de ingangen verbond, waarvan een deel te voet moest worden gedaan.

Hoofdgalerij

Via deze tunnel ga je de grot binnen en kom je bij een galerij die de langste arm van de drie is waarin de plattegrond van de grot is gevormd. Langs dit pad, dat destijds ook werd belemmerd door een nieuwe instorting, vinden we aan de rechterzijde de nis van de schilden in rood, geïdentificeerd als de vulva’s van een vrouw, in een aanroeping tot vruchtbaarheid. Na de 540 meter lange reis die deze galerij heeft, komen we aan bij de kamer waar de kruising van de drie paden van de grot is geverifieerd.

Rechts gaat de galerij naar de oorspronkelijke ingang, waar de belangrijke en uitgebreide afzetting is die overeenkomt met de keuken en gebruiksvoorwerpen van de prehistorische mens, want daar was ook de ingang die die families gebruikten. In deze kamer waar de vereniging van de drie richtingen plaatsvindt, is er een schildering van goede grootte die overeenkomt met een paard dat in volle beits van een zeer donkerrode, bijna paarse kleur is geschilderd. De profielen zijn erg vervaagd omdat het water is teruggekeerd om bij een of andere vloed over de rots te lopen.

Links is de galerij die naar de schilderskamer leidt. Als we er langs lopen, laten we rechts van ons een klif van ongeveer twintig hoogtemeters achter waar een beekje doorheen loopt. Net daarachter begint de muur waar de mens van duizenden jaren geleden de bijzondere collectie schilderijen achterliet.

Kamer van schilderijen

Het begint met wat rode vlekken. Kort daarna, en heel dicht bij het grondniveau, zijn er enkele kleine figuren: twee hertachtigen, die blijkbaar achter elkaar lopen, begrensd door een zwarte lijn en met zeer vage bruine inkt om de plek te vullen.

Dan zijn er verschillende vlekken en strepen als gevolg van de droogte die in de jungle bestaat, maar die verschijnen als overblijfselen van meerdere figuren die verdwenen zijn. Vervolgens wordt een klein rendier getekend en een hert op een lager niveau. Vervolgens, en op dezelfde hoogte van de grond, is er een flink paard (1,75 meter lang) in volle beits geschilderd, met kleurveranderingen: een natuurlijk palet, paars en zwart. Onder deze figuur is er nog een zeer onbepaalde grote figuur in het zwart geschilderd.

Hoofdpaneel

Vanaf hier buigt de gang om zich uit te spreiden tot een mooi paneel dat zeer bruikbaar is voor schilderen en graveren. De eerste figuur die in dit paneel wordt gedefinieerd, komt overeen met een hinde in een zwarte lijn en sluit het paneel af met een heel specifiek paardenhoofd dat ook in een zwarte lijn is geschilderd. Tussen de ene figuur en de andere bevinden zich die van vijf paarden, twee mannelijke en één vrouwelijk rendier en een hert. Evenzo zijn er binnen dit paneel in gravure twee paardenfiguren, twee tectiforms (prehistorische tekening in de vorm van een dak), een hertenkop en een kop van een ree, een runderkop en nog eens twee hertenkoppen gedefinieerd.

Alle geschilderde figuren zijn groot, sommige meer dan twee meter lang. Ze zijn gemaakt in een kleurbeits met een reeks van zwart, rood, violet en aarde kleuren. Deze figuren worden gemodelleerd met een beginnend clair-obscur op basis van bleke en soms platte inkten. De meeste figuren worden beoordeeld met gravure, waarbij de meervoudige lijn wordt gebruikt, soms diep en soms heel oppervlakkig.

Tweede paneel

Op dit grote paneel zijn er nog weinig figuren vertegenwoordigd, vandaag zijn er nog alleen een koe en een bizon herkenbaar. De schilderingen zijn opgenomen in de evolutionaire lijn van de late Solutréen tot de Midden Magdalénien.

Antropomorf

Het beeld van een menselijke vorm, een mengeling van vrouw en man, werd in 2000 ontdekt. In het diepste en meest ontoegankelijke deel van de grot werd deze menselijke vorm getekend. Volgens een koolstof 14 datering zijn dit de oudste schilderijen in de grot, ongeveer 33.000 jaar oud. Voor sommige wetenschappers zouden ze kunnen worden uitgevoerd zijn door Neanderthalers, hoewel deze stelling niet wordt bevestigd.

Rotskunstcentrum Tito Bustillo

In maart 2011 werd het Centro de Arte Rupestre Tito Bustillo ingehuldigd, een museumproject voor de verspreiding en promotie van Asturische paleolithische grotkunst. Het centrum bevindt zich op 250 m van de grot en heeft een bruikbare bebouwde oppervlakte van 6.500 m² verdeeld over 3 niveaus: toegangsverdieping, kunstcentrumverdieping en uitkijkverdieping. Er is een website beschikbaar in het Spaans, Frans en Engels.

De museografie is ontworpen en uitgevoerd door de firma Empty. Sono Audiovisual Technology en zij was verantwoordelijk voor de integratie van de audiovisuele systemen van de ruimte, die door middel van nieuwe technologieën en moderne interactieve systemen de verspreiding van artistieke en historische inhoud vergemakkelijken.

Coördinaten: 43°27′39″N 5°4′4″O

4. Cueva de la Covaciella

De Covaciella grot ligt in het Asturische Cabrales, in het gebied van Las Estazadas. Het is sinds juli 2008 opgenomen op de lijst van het Werelderfgoed van Unesco, op de site “Grot van Altamira en paleolithische grotkunst van Noord-Spanje”.

Foto: bizons

José Manuel Benito

Het is een grot met een veertig meter lange galerij die eindigt in een kamer met  14.000 jaar oude paleolithische grotschilderingen uit de Magdalénien periode. De grot werd ontdekt in 1994 toen het, na een explosie voor wegwerkzaamheden, een gat in de grot opende. Het feit dat de grot door een omheining is afgesloten en zijn late ontdekking maakt de kwaliteit en het behoud van de schilderijen zeer hoog. Zij worden aanzien als de best bewaarde bizons aan de Cantabrische kust.

De grot is gesloten voor het publiek en is uitgeroepen tot een troef van cultureel belang, een delicate ecologische balans, die de opening voor het publiek totaal verhindert.

Er is een reproductie van de grot te zien in La Casa Barcena de Carreña de Cabrales.

Coördinaten: 43°19′5″N 4°52′30″O

5. Cueva de Llonín

De Llonin grot, Concha de la Cova of grot van de kaas is gelegen in het centrum van Llonin, in het Asturische Peñamellera Alta. Het is sinds juli 2008 opgenomen op de lijst van het Werelderfgoed van Unesco, op de site “Grot van Altamira en paleolithische grotkunst van Noord-Spanje”.

Deze grot werd in 1957 ontdekt door kaasproducenten die op zoek waren naar een plek om hun kaas te vergisten. Al is het in maart 1971 wanneer de speleologiegroep Polifemo de Oviedo de ontdekking bekend maakt.

De grot heeft verschillende tekeningen van dieren (bizons, rendieren, geiten, enz.) en symbolen die de honderd vertegenwoordigde figuren overschrijden, waardoor het de Asturische grot is met het grootste aantal afbeeldingen.

De grot is gesloten voor het publiek vanwege de frequente instortingen.

In het prehistorische park van Teverga staat een kopie van een klein deel van de grot voor uw bezoek.

Coördinaten: 43°19′50″N 4°38′43″O

6. Cueva del Pindal

De Pindal grot is een prehistorische grot in het noorden van Spanje, die ligt nabij het centrum van Pimiango (Ribadedeva), aan de oostkant van het Prinsdom Asturië. Het heeft een lineair plan waarin twee sectoren worden onderscheiden: de oostelijke, open voor het publiek, en de westelijke, met beperkte toegang. In deze grot zijn enkele grotschilderingen bekend sinds 1908. De grot is sinds juli 2008 opgenomen op de lijst van het Werelderfgoed van Unesco, op de site “Grot van Altamira en paleolithische grotkunst van Noord-Spanje”. Bovendien is deze grot sinds 25 april 1924 van cultureel belang verklaard(RI-51-0000271).

Geologie

Het geologische substraat van de omgeving dateert uit het Paleozoïcum, met kwartsietrotsen uit de Barrios Formatie (Ordovicium), de detritische opeenvolging van de Ermita Formatie (Devoon) en de carbonaatformaties van de Alba Kalksteen en Barcaliente Kalksteen, waarop alles zich ontwikkelt in het karst.

Geomorfologie

De geomorfologie van de grotomgeving is het resultaat van de werking van verschillende processen:

  • Kustlijnen: Twee oude schuurplatforms ontstonden door tektonische processen en / of daling van de zee, namelijk Rasa II de Pimiango (160 m), gelegen in het noorden en die op het Barrios-kwartsiet ligt en Rasa I (50 m), gelegen in het zuiden, op het kalksteen van Barcaliente.
  • Stromingen: die hebben geleid tot het verschijnen van bassins aan de noordkant van Rasa II de Pimiango.
  • De zwaartekracht: Zwaartekrachtafzettingen (rotsval) die puin hebben veroorzaakt op de hellingen van de stortbekkens en in het gebied voor Rasa II de Pimiango.
  • Karst: Dolines zijn een komvormige put die kan voorkomen in landschappen gekenmerkt door karst, gevuld met onoplosbare kalksteenmaterialen en een blinde vallei gevormd door de samensmelting van verschillende zinkgaten op Rasa I van Pimiango, waaronder de grot zich bevindt.

Het bestaan van anisotropieën (anisotroop genoemd wanneer zijn eigenschappen niet in iedere richting dezelfde zijn) (verbindingen, breuken) bevordert de infiltratie van oppervlaktewater en nabijgelegen kanalen, die samen agressieve wateren vormen die carbonaatlithologie gesteenten oplossen, waardoor ondergrondse grotten ontstaan.

De Pindal-grot wordt voornamelijk gekenmerkt door de ontwikkeling van fluviokarstische vormen (met aandacht voor dakhangers), zwaartekracht (met aandacht voor de instortingsafzettingen) en chemische neerslag, evenals een groot aantal speleothemen (stalactieten, stalagmieten en kolommen).

Schilderingen

De meeste afbeeldingen bevinden zich op de panelen rechts in de grot. Er staan 13 bizons, 8 paarden, een ree, een hert en een geïsoleerd gewei, een mammoet en andere niet-herkenbare figuren die gedocumenteerd zijn in verschillende onderzoeken.

Er zijn ook overvloedige rode tekens zoals punten, lijnen, parallelle lijnen en sleutelachtige figuren.

Coördinaten: 43°23′51″N 4°31′58″O

7. Cueva de Chufín

De Chufín-grot bevindt zich in de stad Ricolones, Rionansa, in Cantabrië(Spanje). De grot is gelegen aan de samenvloeiing van de rivieren Lamasón en Nansa, in een omgeving met een abrupt reliëf waarin zich verschillende grotten met rotstekeningen bevinden. Het is een van de grotten die sinds juli 2008 op de Unesco-werelderfgoedlijst staan, op de site “Grot van Altamira en paleolithische grotkunst van Noord-Spanje”.

Ze werden ontdekt door de fotograaf Manuel de Cos Borbolla, een inwoner van Rábago (Cantabrië).

In Chufín zijn verschillende bezettingsgraden gevonden. We plaatsen de periode van bewoning tijdens de Boven-Solutréen periode (18.000 jaar geleden), maar als we rekening houden met de rotsvoorstellingen, krijgen we data tussen de 20.000 en 25.000 jaar oud. De kleine grot heeft diepe gravures met een subtiel gevoel en rode schilderijen van herten, geiten, paarden en runderen (een bizon zonder kop) die zeer schematisch zijn weergegeven.

Daarin vinden we ook een groot aantal symbolen terug. Een groep van hen, het type “wandelstok” genoemd, begeleidt de dierenschilderijen binnenin. Er zijn ook een groot aantal tekeningen waarvan er één opvalt rond het gat in de rots dat is geïnterpreteerd als de afbeelding van een vulva.

Coördinaten: 43°17′26″N 4°27′29″O

8. Cueva de Hornos de la Peña

Cueva de Hornos de la Peña is een archeologische vindplaats in Cantabrië met een gebruiksniveau variërend van het Midden-Paleolithicum tot het Neolithicum, gedurende meer dan 30.000 jaar. Het is een van de grotten die sinds juli 2008 op de Unesco werelderfgoedlijst staan, op de site «Altamira-grot en paleolithische grotkunst van Noord-Spanje».

Foto: tekening van een paard en bizon

José-Manuel Benito Álvarez

De grot ligt naast de wijk Tarriba, (in de gemeente San Felices de Buelna) en er zijn bekende activiteiten van Neanderthalers en Cro-Magnons. Wat het bijzonder maakt, is dat de grot alleen gravures heeft, zonder enige vorm van schildering. In de buitenste schuilplaats bevinden zich de oudst bekende rotsvoorstellingen aan de Cantabrische kust, daterend uit het Aurignacien tijdperk. Onder hen valt een diep gegraveerd paard op en hoewel ze niet meer bestaan, is het op foto’s uit het begin van de 20e eeuw bekend dat er afbeeldingen waren van bizons, paarden, herten …

In het binnengebied, vanaf een diepte van 60 meter, zijn er afbeeldingen van runderen, hertachtigen, geiten en zelfs een rendier in verschillende kamers, allemaal gegraveerd met de vingers in de klei of met een burijn op de rots. Een flink aantal van hen zou kenmerkend zijn voor het Boven-Magdalénien. Antropomorfe voorstellingen zijn te vinden in het gebied waar de grot eindigt.

Coördinaten: 43°15′40″N 4°1′47″O

9. Cueva de El Castillo

De grot van El Castillo is een archeologische vindplaats binnen de complexe grotten van Monte Castillo en is gelegen in Puente Viesgo (Cantabrië). Het is sinds juli 2008 opgenomen op de lijst van het Werelderfgoed van Unesco, op de site “Altamira-grot en paleolithische grotkunst van Noord-Spanje”.

Foto: binnenin de grot

Gabinete de Prensa del Gobierno de Cantabria

De grot werd in 1903 ontdekt door H. Alcalde del Río, een van de pioniers in de studie van de eerste rotsmanifestaties in Cantabrië. De opgraving werd gestart door H. Obermaier en P. Werhet van 1910 tot 1914. Deze werken werden gefinancierd door Prins Albert I van Monaco. In het verleden was de ingang van de grot kleiner dan nu, omdat deze werd vergroot met de eerste archeologische opgravingen in de vestibule.

Via de bovengenoemde ingang heb je toegang tot de verschillende kamers waarin een zeer lange reeks is gevonden, van het onder-paleolithicum tot de bronstijd, met een stratigrafie die maar liefst 120.000 jaar zou omvatten. Daarin zijn meer dan 150 figuren gevonden die al gecatalogiseerd zijn, waaronder de gravures van verschillende herten op schouderbladen met gestreepte afwerkingen als schaduwen. Een andere van de figuren die moet worden benadrukt, is die van het sterrenbeeld Corona Borealis, dat een van de oudst bekende sterrenrepresentaties zou zijn.

Onder de schilderingen die de fauna vertegenwoordigde die samenleefde met de opeenvolgende menselijke groepen die de grot bevolkten en verschillende symbolen van onbekende betekenis, valt de reeks van vijftig negatieve handen op. Volgens de analyse van archeoloog Dean R. Snow zijn de meeste handen van vrouwen, wat de traditionele veronderstelling dat grotkunstenaars mannelijk waren in twijfel trekt.

Sommige van deze schilderijen zijn misschien wel de oudst bekende, meer dan 40.000 jaar oud.

Paleontologische overblijfselen

Op deze site zijn fragmenten van botten gevonden die rituelen vertonen die verband houden met de dood.

Een van de weinige menselijke resten uit het Pleistoceen van Cantabrië werd in deze grot gevonden. Het was van een Neanderthaler.

Coördinaten: 43°17′28″N 3°57′51″O

10. Cueva de Las Monedas

De Cueva de Las Monedas is een archeologische vindplaats binnen het Cuevas del Monte Castillo-complex en ligt in Puente Viesgo (Cantabrië). Het is sinds juli 2008 opgenomen op de lijst van het Werelderfgoed van Unesco, op de site “Grot van Altamira en paleolithische grotkunst van Noord-Spanje”.

Deze formatie werd in 1952 gevonden door Isidoro Blanco. Het is een holte met een kleine hal die toegang geeft tot een netwerk van kamers waarin zich stalagmieten, stalactieten en andere typische grotformaties bevinden.

De belangrijkste studie van Las Monedas is uitgevoerd door Eduardo Ripoll Perelló, die in 1972 een studie publiceerde waarin hij verslag deed van het uiterlijk van materialen uit de brons- en de ijzertijd, evenals enig lithicum uit het paleolithicum en enkele munten die waren verborgen in de tijd van de katholieke vorsten. Daarnaast zijn er een groot aantal grotschilderingen vergelijkbaar met die welke in de regio zijn verschenen: zwarte schilderijen met afbeeldingen van paarden, beren, geiten, …

Coördinaten: 43°17′28″N 3°57′51″O

11. Cueva de La Pasiega

De Pasiega grot, gelegen in de Spaanse gemeente van Puente Viesgo, is een van de belangrijkste vindplaatsen van paleolithische kunst in Cantabrië. De grot is sinds juli 2008 opgenomen op de lijst van het Werelderfgoed van Unesco, binnen de “site Grot van Altamira en paleolithische grotkunst van Noord-Spanje.”

De grot ligt in het midden van de vallei van de rivier de Pas, vlakbij de grot van Hornos de la Peña op de berg Castillo, dezelfde die de grotten van Las Monedas, Las Chimeneas en de grot van El Castillo herbergt. De grotten van Monte Castillo vormen een verbazingwekkend compleet ensemble, zowel vanuit het oogpunt van de materiële cultuur van het stenen tijdperk als vanuit artistiek oogpunt. La Pasiega is in wezen een enorme galerij van wel 120 meter lang (bekend) die min of meer evenwijdig loopt aan de helling van de berg die naar de oppervlakte stijgt door zes verschillende plaatsen: zes kleine monden, waarvan de meeste verstopt zijn. Momenteel zijn er twee in gebruik als ingang voor bezoekers. De hoofdgalerij is ongeveer zeventig meter lang en komt uit op diepere, kronkelende en labyrintische secundaire galerijen die soms uitlopen in kamers.

De gedocumenteerde overblijfselen zijn voornamelijk ingelijst in het Boven-Solutréen en het Beneden Magdalénien, hoewel er ook oudere objecten werden gevonden. In de hele grot zijn er schilderijen en ingesneden gravures. Opvallend zijn de afbeeldingen van paardachtigen, hertachtigen (mannelijk en vrouwelijk) en runderen. Daarnaast zijn er tal van abstracte (ideomorfe) tekens.

De ontdekking van La Pasiega

De wetenschappelijke ontdekking van de grot van La Pasiega is te danken aan de paleontologen Paul Wernert en Hugo Obermaier, die tijdens opgravingen in de grot van El Castillo in 1911 het nieuws ontvingen dat de arbeiders een andere nabijgelegen holte kenden die de lokale bevolking «La Pasiega » noemde. Deze onderzoekers hebben dan onmiddellijk geverifieerd dat de grot grotschilderingen had.

Iets later begonnen Abbe Breuil, Obermaier zelf en Hermilio Alcalde del Río met hun systematische studie. Dit kon niet worden geconcludeerd voor het grote werk dat in datzelfde jaar werd gepubliceerd door Breuil, Alcalde del Río en Lorenzo Sierra. Een aparte monografie, gepubliceerd in 1913, was dus noodzakelijk. Dit is een cruciaal moment voor de vooruitgang van de prehistorische wetenschap in Spanje.

Eerder was de El Castillo-grot ontdekt door Alcalde del Río in 1903 en, zoals aangegeven, voerde Obermaier tussen 1910 en 1914 opgravingen uit. Deze opgravingen werden tot op de dag van vandaag verschillende keren met tussenpozen voortgezet door gekwalificeerde specialisten. De laatste tijd wordt het onderzoek uitgevoerd door de archeologen Rodrigo de Balbín Behrmann en César González Sáinz.

Na de ontdekking van “La Pasiega” en de eerste campagnes, werd het gebied weinig bezocht, grotendeels als gevolg van de barre historische omstandigheden waar Spanje doorheen trok, tot in 1952 er een open plek werd gemaakt om eucalyptus te herplanten.

Toen verscheen er een andere grot met een kleine schat aan geld uit de 16e eeuw, waarmee de nieuwe grot werd gedoopt als “Las Monedas”, die ook een grotheiligdom bleek te zijn met belangrijke schilderijen en gravures. Geconfronteerd met dit perspectief, voelde ingenieur Alfredo García Lorenzo aan dat de berg Castillo meer geheimen bewaarde, dus begon hij een geologisch onderzoek dat resulteerde in de ontdekking van een andere grot met grotschilderingen, “Las Chimeneas” naast andere minder belangrijke vindplaatsen zoals La Flecha, Castañera, Lago…

Coördinaten: 43°17′28″N 3°57′51″O

12. Cueva de Las Chimeneas

De Cueva de Las Chimeneas is een archeologische vindplaats in het Cuevas del Monte Castillo-complex en ligt in Puente Viesgo, Cantabrië. Het is sinds juli 2008 opgenomen op de lijst van het Werelderfgoed van Unesco, binnen de gezamenlijke rubriek “Grot van Altamira en Paleolithische Grotkunst van Noord-Spanje”.

Het is een holte met twee verdiepingen die met elkaar verbonden zijn door de vorming van karstschoorstenen, waaraan de grot zijn naam dankt. Het archeologische belang ligt op de benedenverdieping, aangezien het bovenste deel van de grot gewoon een kaal labyrint is.

In 1953 werd de grot ontdekt door hetzelfde team van wegwerkers van de Regionale Raad die de Cueva de Las Monedas ontdekten en drie jaar later publiceerde Joaquín González Echegaray een studie waarin hij sprak over het verschijnen van overblijfselen van vuursteen, graven uit de recente prehistorie en verschillende gravures in de grot

De hele set zou worden ingelijst in de Leroi-Gourhan-stijl III, dat wil zeggen uit de Solutréen-periode. Echter, koolstof 14- datering geeft aan dat de overblijfselen uit de Magdalénien periode dateren

Coördinaten: 43°17′28″N 3°57′51″O

13. Cueva de El Pendo

De grot van El Pendo is een prehistorische grot in de autonome gemeenschap Cantabrië. De grot is sinds juli 2008 opgenomen op de lijst van het Werelderfgoed van Unesco, op de site “Grot van Altamira en paleolithische grotkunst van Noord-Spanje.”. Het is het onderwerp geweest van talrijke archeologische opgravingen die het bestaan van een relevante stratigrafie op de plaats hebben onthuld.

Foto: herten in El Pendo

Sautuola1880

In 1907 ontdekte Alcalde del Río op de bodem van de grot enkele gravures die van oudsher in de Neder-Magdalénien periode zijn geplaatst en die een vogel en een mogelijk paard zouden voorstellen. De campagnes van Jesús Carballo brachten een van de beste collecties roerende kunst op het schiereiland aan het licht, waaronder de beroemde geweistaf of geperforeerde stok. Tijdens de jaren vijftig registreerde de grot opeenvolgende opgravingen die werden geleid door professor Martínez Santaolalla en de plaats was de locatie voor de II International Course of Field Archaeology in de zomer van 1955.

Gelegen in de wijk El Churi in Escobedo de Camargo in Camargo, is de El Pendo-grot een van de meest geciteerde vindplaatsen in archeologische geschiedschrijving en een van de verplichte referenties in de studie van het paleolithische schiereiland. Het bevindt zich sinds 2016 in de ANEI Cuevas del Pendo-Peñajorao.

Tussen 1994 en 2000 reactiveerden de archeologen Ramón Montes en Juan Sanguino de werken in het oudste deel van de reeks (Midden paleolithicum). In augustus 1997 ontdekten ze bij toeval een reeks grotschilderingen in een grote fries met een leeftijd van ongeveer 20.000 jaar en die onopgemerkt waren gebleven vanwege de aanwezigheid van een korst van vuil die hen maskeerde. Het zijn meestal hinden, maar er is ook een paard, een mogelijke oeros en een geit, naast verschillende tekens te zien. Ze lijken geschilderd in ijzeroxide, met behulp van de technieken van buffering en spotinkt.

De waarde van de ontdekking ligt in de spectaculaire aard van het complex, in de informatie die het geeft over paleolithische rotskunst en in het feit dat het voorkomt op een van de locaties in Zuidwest-Europa, essentieel voor het begrijpen van deze periode.

Coördinaten: 43°23′17″N 3°54′44″O

14. Complejo kárstico del monte de La Garma

Het karstcomplex van de berg La Garma, gelegen tussen Omoño, in de gemeente Ribamontán al Monte, en Carriazo, in de gemeente Ribamontán al Mar (Cantabrië, Spanje), bevat belangrijke sets paleolithische rotstekeningen met geschilderde dierfiguren, gegraveerd, tekens en handen in rood negatief. Het is sinds juli 2008 opgenomen op de UNESCO Werelderfgoedlijst op de site “Grot van Altamira en paleolithische grotkunst van Noord-Spanje”.

Foto: beer uitgesneden uit een rib

Gabinete de Prensa del Gobierno de Cantabria

Het bevat ook een grote afzetting uit het geavanceerde paleolithicum, in een uitstekende staat van bewaring, met paleolithische overblijfselen aan de oppervlakte, verzamelingen kolen op de grond, menselijke skeletten, evenals overblijfselen van paleontologisch belang (holenbeer).

Op een hoger niveau zijn er hoge middeleeuwse keramiek, menselijke graven uit de recente prehistorie, evenals een gelaagde afzetting van het Boven-Paleolithicum tot het Mesolithicum.

Er is ook een grafniveau uit de recente prehistorie met overvloedig handgemaakt keramiek, geometrische microlieten en zwarte markeringen op de muren.

Coördinaten: 43°25′50″N 3°39′57″O

15. Cueva de Covalanas

De Covalanas-grot is een holte in de buurt van Ramales de la Victoria, Cantabrië. De toegang is ongeveer 700 meter van de N-629 weg, op een muur gevormd door de rivier Calera. Het is sinds juli 2008 opgenomen op de lijst van het Werelderfgoed van Unesco, op de site “Grot van Altamira en paleolithische grotkunst van Noord-Spanje”

De grot is een van de grotten die deel uitmaken van de archeologische zone van Ramales, die een eenheid vormt volgens zijn chronologie, typologie en situatie en een opmerkelijk aspect van de Cantabrische cultuur definieert.

Het werd ontdekt, zoals zoveel anderen in het gebied, door Hermilio Alcalde del Río en de priester Lorenzo Sierra, in 1903.

De grot als zodanig heeft een grote beschutting voor de opening en van daaruit ontstaan twee praktisch parallelle galerijen. De een aan de rechterkant, die naar beneden loopt, is degene die de rots manifestaties bevat die de grot beroemd hebben gemaakt.

De galerij aan de rechterkant bevat een groot aantal rode figuren, voornamelijk hinden, van verschillende groottes en zowel in als uit de grot. De techniek om ze uit te voeren, is in het algemeen tamponnade. Naast de bijna 20 hinden zijn er een paard, een oeros, enkele niet-geïdentificeerde delen van dieren zoals een hoofd of torso, en enkele tekens waarvan de betekenis onbekend is aanwezig.

Bezoek

De grot is open voor het grote publiek, in groepen van maximaal zeven personen, en heeft een gidsdienst.

Coördinaten: 43°14′44″N 3°27′08″O

16. Cueva de Santimamiñe

De Santimamiñe-grot bevindt zich in de stad Vizcaína van Cortézubi, in het Baskenland. Men heeft overblijfselen en grotschilderingen gevonden die dateren uit het Boven-Paleolithicum, in de Magdalénien periode (tussen 14.000 en 9.000 jaar voor Christus). Het wordt beschouwd als een icoon van de Biskajeaanse cultuur en is de belangrijkste prehistorische vindplaats. Het is sinds juli 2008 opgenomen op de lijst van het Werelderfgoed van Unesco, op de site “Grot van Altamira en paleolithische grotkunst van Noord-Spanje”.

Locatie en toponymie

De grot bevindt zich in de wijk Basondo in Cortézubi, een stad in de buurt van de stad Guernica en Luno, aan de voet van de berg Ereñozar (448 meter boven de zeespiegel), in de buurt van de hermitage van San Mamés (Santi Mamiñe in het Baskisch), waaraan het zijn naam ontleent), in het natuurpark Urdaibai. In eerste instantie wordt de grot “de grot van Basondo” genoemd en zo wordt hij beschreven in de notulen van zijn ontdekking en van zijn eerste verkenningen. Er zijn enkele referenties zoals “grot van Cortézubi”. De grot ligt tegenover het bos van Oma, ook wel het betoverde bos van Oma genoemd, omdat het het artistieke werk van de Baskische schilder en beeldhouwer Agustín Ibarrola herbergt.

Ontdekking

Aan het begin van de 20e eeuw, in de eerste twee decennia, namen de vondsten van grotten met paleolithische kunst toe, onder hen is ook Santimamiñe. In 1916 gingen enkele kinderen op zoek naar avontuur, en ze klommen de grot in (waar nu een zwarte lijn staat die aangeeft hoe ze zijn gegaan). Ze rukten gigantische stalactieten uit en ontdekten een geheime doorgang waarin ze binnengingen en de schilderijen vonden. Ze gaven er geen belang aan, maar korte tijd later, op 7 augustus 1916, verbleef de componist Jesús Guridi in een kuuroord in Cortézubi. De zoon van de eigenaar, Don José F. Bengoechea, vertelde hem dat ze tijdens een excursie in januari van dat jaar en samen met enkele vrienden tekeningen hadden gezien in een grot in de omgeving.

Foto: schildering van een paard

ETOR Entziklopedia

Geïnteresseerd in het verhaal organiseerde de Baskische componist een excursie met Bengoechea en de rest van de kinderen. Op 11 augustus 1916 ging de componist met hen de grot binnen om te verifiëren dat het grotschilderingen waren.

Guridi deelde de ontdekking in Bilbao mee aan Manuel Losada, lid van de Commissie voor Monumenten van Vizcaya, die na Guridi naar de grot te hebben vergezeld, officieel kennis aan de genoemde commissie gaf. Dat gebeurde tijdens een vergadering die verschijnt in de notulen van 15 mei 1917 van genoemde commissie.

Daarop werd de componist uitgenodigd om de details van wat hij had ontdekt openbaar te maken. In deze vergadering werd de bevinding waarheidsgetrouwheid verleend en werd ermee ingestemd de voorzitter van de deputatie uit te nodigen voor de volgende vergadering voor officiële communicatie.

Na de ontdekking werden de grotten op 16 september 1917 onderzocht door Abbe Breuil, uitgenodigd door de Commissie voor Monumenten van Vizcaya, die de eerste officiële certificering van de ouderdom van de schilderijen maakte. Later werden verschillende studies en opgravingen uitgevoerd. Het hoofdonderzoek zou tussen 1917 en 1918 worden uitgevoerd en Telesforo de Aranzadi, José Miguel de Barandiarán en Enrique Eguren namen eraan deel. In dit onderzoek is de plek bij de ingang van de grot opgegraven, waarin ook andere onderzoeken en publicaties zijn uitgevoerd, zoals die in 1960 door JM Apellániz en Xabier Gorrotxategi (voor zijn proefschrift) werden uitgevoerd.

In de laatste twee decennia van de 20e eeuw zijn studies uitgevoerd om de schade aan alle schilderijen vast te stellen. Deze studies bepaalden de noodzaak om de toegang te beperken om te voorkomen dat de omgevingscondities van het bestaande microklimaat in de holte worden gewijzigd.

De maatregelen die toen, in 1997, werden genomen, waren om de dagelijkse capaciteit te beperken tot 75 bezoekers en om de belangrijkste kamer met schilderingen te sluiten.

De grot van Santimamiñe maakt deel uit van de reeks prehistorische vindplaatsen van de Atlantische boog. In Euskadi (Baskenland) zijn er andere belangrijke vindplaatsen die een wijds panorama completeren van afbeeldingen van grotvondsten die zijn toegevoegd aan die van Asturië, Cantabrië en Aquitaine.

In november 2006 werd de grot opgenomen in de kandidatuur van de paleolithische rotskunst van de Cantabrische kust voor zijn verklaring door UNESCO als werelderfgoed, die werd goedgekeurd door de Raad voor historisch erfgoed om in 2007 te worden gepresenteerd. Deze kandidatuur omvat 14 locaties , zoals Tito Bustillo en Candamo in Asturië, de Ekain-grot in het Baskenland en het complex van Montecastillo, Covalanas en La Garma in Cantabrië.

Datzelfde jaar werden de faciliteiten volledig gesloten voor het publiek en werden maatregelen genomen voor het behoud ervan. Deze conserveringsacties omvatten de ontmanteling van de verlichtingsinstallaties en de beperking van bezoeken aan de lobby van de holte, waar archeologische opgravingen zijn uitgevoerd, waardoor de rest van de holte in het donker blijft en alleen toegankelijk is voor onderzoek en onderhoud.

Het is de bedoeling om vanaf 2006 een systematisch archeologisch opgravingsplan uit te voeren.

Grot

De compositie van de Santimamiñe-grot is van grote schoonheid. De grot heeft een lengte van 365 meter die bezocht kon worden voordat het in 2006 voor het publiek werd gesloten, en er zijn overvloedige calciumformaties met een overvloed aan stalactieten en stalagmieten die merkwaardige figuren vormen. Er worden ook calciumcarbonaatgordijnen van verschillende kleuren geproduceerd die afhankelijk zijn van de oxiden die het water draagt.

Ongeveer 60 meter van de ingang opent zich aan de linkerkant een smalle galerij die zich in twee delen uitstrekt: de eerste is de voorkamer voor de schilderingen en de andere is de hoofdkamer.

De vindplaats

De vindplaats bij de ingang van de grot leverde vondsten op die variëren van het paleolithicum tot de Romeinse tijd. Het relevante niveau is de Magdalénien, waar schilderingen en gravures deel van uitmaken. Er is een schelp gevonden die getuigt van het belang van schaaldieren in het dieet van prehistorische bewoners.

In de hele grot zijn 47 schilderijen aanwezig en het zijn allemaal afbeeldingen van dieren. We vonden 32 bizons, zeven geiten, zes paarden, een hert en een beer. Alle figuren zijn in zwart-wit weergegeven. Het materiaal dat voor de uitvoering werd gebruikt, was steenkool.

De eerste figuren staan in de grote zaal, bij de ingang, zo’n tien meter na de hal. Verder naar binnen, in wat de diepe zone wordt genoemd, op honderd meter afstand, is er nog een reeks figuren, waaronder een bizon en een paard.

In de voorkamer staat een grote groep figuren van zeer slechte kwaliteit, waar paarden en bizons opvallen. Vervolgens in de hoofdkamer, die een vierhoekige vorm heeft van 4 m lang, 3 m breed en 3,5 m hoog, is waar de meest spectaculaire set van de hele site zich bevindt. Naast de ingang staat een groep gegraveerde en beschilderde bizons. In het hoofdpaneel, boven en rechts van de conische stalagmiet waar de vorige figuren zijn, zijn er 8 bizons, een paard en een gebogen lijn.

Verslechtering van de toestand

Uit de studie die aan het einde van de 20e eeuw werd uitgevoerd, werd de kwetsbaarheid van het monumentale complex bevestigd en werden maatregelen genomen om het bezoek te beperken en de sluiting van de grote schilderskamer werd ingevoerd. Evenzo is gebleken dat de infrastructuren die in de grot zijn geïmplementeerd om hun bezoek door het publiek te vergemakkelijken, zeer schadelijk zijn, met name de verlichting, die de groei van kolonies van micro-organismen en vegetatie stimuleert, vooral in gebieden die permanent verlicht zijn. De verlichting heeft ook invloed op de temperatuur van de grot. Metalen structuren veroorzaken oxidatie en condensatie die vermeden moeten worden.

Een andere factor die werd opgemerkt, is de toename van de door bezoekers geproduceerde CO 2, waarbij de toename van vuil komt, deels van buitenaf en een ander deel van het stof dat binnenin opstijgt.

Santimamiñe, een oud landschap

Het ministerie van Cultuur van de Provinciale Raad van Vizcaya met de lancering van het Cultureel Project “Santimamiñe, een duizendjarig landschap”, waarin een virtuele 3D-toegang plaatsvindt in een ruimte die voor dit doel is voorbereid in de hermitage van San Mamés.

Bezoekers maken met een speciale bril een wandeling door de grot waarbij ze uitleg krijgen in verschillende talen. De reconstructie wordt uitgevoerd dankzij een eerdere scan van de grot en het maken van digitale high-definition foto’s, waaruit een volledig driedimensionaal model van de hele ruimte is verkregen.

Coördinaten: 43°20′47″N 2°38′12″O

17. Cueva de Ekain

De Ekain grot (Ekaingo leizea of Ekaingo Koba in het Baskisch) is een grot gelegen in Guipuzcoan, deelgemeente van Deva. De grot werd in 1969 ontdekt, en er bevinden zich verschillende sets van grotschilderingen uit de Magdalénien periode (Paleolithicum). Het belang van deze schilderijen betekent dat de grot samen met Lascaux, Niaux en Altamira wordt beschouwd als een van de belangrijkste Europese prehistorische heiligdommen en daarom werd hij opgenomen op de lijst van 2008 van het Werelderfgoed van Unesco, als onderdeel van de site “Grot van Altamira en paleolithische grotkunst van de Cantabrische kust.”

Foto: afbeelding van twee paarden

Onder de verschillende groepen grotschilderingen die Ekain herbergt, valt degene op die bekend staat als het “paneel van paarden” waarvan de antropoloog en archeoloog Jesús Altuna in zijn boek Lehen Euskal Herria schreef als “een van de mooiste groepen paarden in alle Frankisch Cantabrische kunst”. Het benadrukt ook het deel dat bekend staat als “gesneden gevogelte contour”, uitgesneden in een rib van een rund en dat een vogel voorstelt, iets heel ongebruikelijks in die tijd toen de meeste weergegeven contouren overeenkwamen met bizons, paarden, geiten of herten.

Vanwege het belang van de site en om de originele schilderijen te behouden en hun beschadiging te voorkomen, werd besloten de grot niet open te stellen voor het publiek en er een replica van te maken, zoals eerder was gedaan in Lascaux, Niaux en Altamira. Het resultaat is Ekainberri, een culturele infrastructuur in de buurt van de grot die het mogelijk maakt de site bekend te maken aan het publiek en tegelijkertijd te zorgen voor een goede instandhouding.

Situatie

De Ekain-grot bevindt zich op de heuvel waaraan het zijn naam ontleent, in de stad Deva en in de Goltzibar-vallei, aan een beek die behoort tot het Urola-bekken, zeer dicht bij de stad Cestona, op slechts 1500 meter ervan. Voor de ingang van de grot ontmoeten de stromen van Goltzibar en Beliosoerreka elkaar en vormen de Sastarrain-regatta, die uitmondt in het nabijgelegen Urola.

Gezien de kwetsbaarheid van de schilderijen en om hun conservering te behouden, is een replica van de schilderijen gemaakt in de buurt van de locatie van de oorspronkelijke grot, naast Cestona in Ekainberri.

Geschiedenis

De grot werd in 1969 ontdekt door Rafael Rezabal en Andoni Albizuri, leden van de culturele vereniging Azpeitiarra Antxieta, fans van het zoeken naar archeologische overblijfselen. Tijdens een van hun verkenningen op de berg Izarraitz, die het verloop van de Goltzibar-regatta volgde, ontdekten ze een unieke plek, ideaal voor een prehistorische nederzetting. Op 1 juni 1969 vonden ze de ingang van de grot, die ze op de 8e van dezelfde maand verkenden en de galerij met schilderingen ontdekten nadat ze zich een weg hadden gebaand door een kleine gang.

De eerste studies werden uitgevoerd door José Miguel de Barandiarán en Jesús Altuna, behorend tot de Sociedad de Ciencias Aranzadi, die eind dat jaar hun conclusies publiceerden in het tijdschrift Munibe (orgaan van de Sociedad de Ciencias Naturales Aranzadi), een tweede studie van de conclusies werden in 1978 opnieuw gepubliceerd in hetzelfde tijdschrift. De testen die bij de ingang van de grot werden uitgevoerd, leidden tot de verificatie van het bestaan van een prehistorische vindplaats. De site werd opgegraven en bestudeerd tussen 1969 en 1975, meer dan 6 opgravingscampagnes werden uitgevoerd door de Sociedad de Ciencias Aranzadi, met een financiering door de provinciale raad van Guipúzcoa. De eerste drie campagnes werden uitgevoerd onder leiding van José Miguel Barandiarán. In de latere vondsten werden overblijfselen gevonden die getuigen van de bezetting van de grot in verschillende perioden, evenals de bezetting ervan door holenberen. In 1978 werd een uitbreiding van de studies uitgevoerd.

De schilderijen werden geclassificeerd als behorend tot de Boven-Paleolithische Magdalenische periode en van uitzonderlijke kwaliteit, vergelijkbaar met die van Altamira of Lascaux. In juli 2008 werd het complex door UNESCO uitgeroepen tot werelderfgoed.

De replica

Gezien het belang van de site en de kenmerken van de grot, werd besloten deze niet open te stellen voor het publiek en er een replica van te maken, samen met een uitgebreidere culturele uitrusting die de prehistorische periode zou verklaren waarin de schilderijen werden gemaakt. Het resultaat van dit project is Ekainberri, de replica van de Ekain-grot. De site is beschikbaar is het Euskera, Spaans, Frans en het Engels.

De replica is gemaakt door de Ekain Foundation, waarin de Provinciale Raad van Guipúzcoa, de Baskische regering en de gemeenteraad van Cestona deelnemen. De infrastructuur wordt beheerd door de Tijdelijke Vereniging van Bedrijven gevormd door Arazi en de Sociedad de Ciencias Aranzadi.

Het is gelegen bij de ingang van de Sastarrain-vallei, 600 meter voor het bereiken van de oorspronkelijke grot. De replica is gemaakt door de firma ZK Productions de Montignac (Frankrijk), onder leiding van Renaud Sanson. De wetenschappelijke begeleider van het project is Jesús Altuna. De scenografie waaruit de replica bestaat, bestaat uit twee verschillende delen, het ene, het zogenaamde “detail”, is gemaakt door het bedrijf ZK Productions, terwijl het complementaire deel is gemaakt door het Eibar-bedrijf Alfa Arte, die ook de montage van de structuur, de airconditioning, het scenografische licht en de route van het water door de scenografie heeft behandeld. Samen met deze twee bedrijven en het voltooien van de rest van de faciliteiten van het complex, hebben verschillende andere bedrijven meegewerkt.

De bouw van de replica van de Ekain-grot en de bijbehorende faciliteiten heeft door verschillende omstandigheden lange tijd vertraging opgelopen. Nadat het gebouw waar de replica zou komen te staan, was gebouwd, lagen de werkzaamheden, vanwege financiële problemen, 8 jaar stil. De realisatie van het paneel van de schilderijen, dat was gebaseerd op een 3D digitale tomografie van de oorspronkelijke kamers, duurde meer dan twee jaar om te worden weerspiegeld in polyethyleen, vervolgens bedekt met mortel en later gepolychromeerd.

Niveaus

Archeologische opgravingen duiden op overblijfselen uit het Boven-Paleolithicum met Châtelperronien bewijs. Op niveau X is het gedateerd op een ouderdom van meer dan 30.600 jaar. Op niveau IX zijn er talloze overblijfselen van holenberen en enkele stukken met een aurnacoïde uiterlijk. Op niveau VIII worden de overblijfselen van holenberen niet meer gevonden, met enkele onbeduidende stukken lithische industrie.

Op niveau VII, behorend tot het Neder-Magdalénien, wordt betrouwbaar bewijs van menselijke aanwezigheid getoond. Het is gelegen in de lobby van de grot en bestond uit vier woningen. Er zijn tal van overblijfselen van voedsel en industrie, zowel lithisch als botten. Door de voedselresten te bestuderen, wordt geconcludeerd dat de bezetting van de grot in de zomer is uitgevoerd (de voedselresten duiden op een dieet op basis van reekalfjes en herten, aangezien er geen overblijfselen zijn van dieren tussen 6 en 10 maanden oud, wordt geschat dat het verblijf niet druk was in de winter).

Op niveau VI, gedateerd op 12.050 jaar en ook behorend tot het Neder-Magdalénien, werden typische harpoenen uit die tijd gevonden en het bewijs van de specialisatie in de jacht op de berggeiten die in het nabijgelegen Izarraitz leefden. Toch was de bezetting van het verblijf tijdelijk. Onder de vondsten op dit niveau valt een zandstenen plaatje op met gravures van een berggeit, een hert en een paard. Dit element werd gevonden in 7 verspreide stukken en is gedateerd op 12.000 jaar.

De bovenste lagen stammen al uit de Azilien periode waar de gebruiken en manier van leven anders waren.

De grot en de schilderingen

De Ekain-grot bestaat uit verschillende kamers en galerijen, die elk hun eigen kenmerken hebben en dienovereenkomstig zijn genoemd. Er zijn in totaal 70 figuren gevonden die doorheen de verschillende galerieën zijn verspreid. 64 van de figuren zijn geschilderd en de rest is gegraveerd. Het aantal hangt af van het al dan niet tellen van bepaalde lijnen die eraan gekoppeld zijn. Ongeveer 58% van de figuren zijn paarden, de meest vertegenwoordigde dieren worden niet het meest gebruikt voor het voeden van degenen die de grot bewoonden.

Er zijn drie sets met meer dan vijf figuren en de geschilderde paarden komen overeen met het type paard dat bestond in de laatste paleolithische periode, met korte en rechtopstaande manen, vlekken op de nek, een lichtere buik dan de rug en zebrastekken op de ledematen en nek.

De kleur is zwart en rood, het zwart is gemaakt met houtskool of mangaan en het rood is afkomstig van limoniet, een natuurlijk mineraal van ijzeroxide.

De ingang en Erdibide

De oorspronkelijke ingang van de grot had de vorm van een boog met een hoogte van 1,20 m en een breedte aan de basis van 2,30. Na het doorkruisen van een smal gebied, gaat het gewelf omhoog, waarin een volwassene rechtop kan blijven. De galerij die uitkomt bij de ingang heet Erdibide, de vloer zijn stalagmieten op een kleine helling, maar wel wat smal. In deze galerij is de eerste schildering, 6 meter van het begin, een lijn in het zwart. Verderop is er een groot paardenhoofd, op 50 meter van de ingang van de grot (de grootste bestaande in de grot) op een strategisch punt vanwaar je een stenen blok kunt zien dat lijkt op het hoofd van een paard (dit blok is in de kamer genaamd Erdialde). De beschilderde kop is gemaakt in inkt en naar rechts gericht. Geschilderd met mangaan, is de omtrek donkerder bij de kaken, de slapen en het begin van de manen is wat lichter. Het oog en de oren zijn goed aangegeven.

Zaldei Kamer

Dit is de belangrijkste kamer in de grot omdat het grote paneel met paarden erin staat. De grond is stalagmitisch met kleine ongelukjes door de randsteen (dit is gemaakt van kalk of andere mineralen in grotpoelen). Aan beide kanten zijn er afzonderlijke reeksen figuren waarvan de meeste paarden zijn en twee bizons, elk op een muur. De paarden lijken overeen te komen met de paarden die in die tijd in het gebied aanwezig waren, met rechtopstaande manen (weergegeven door een reeks korte verticale slagen), verschillende kleuren tussen de dorsale en ventrale gebieden (weergegeven door een “M”-lijn) en zebrakleuren op de onderpoten.

Het grote paneel met paarden aan de rechterwand bestaat uit 18 figuren waarvan 11 paardachtigen. 15 van de dieren zijn naar links gericht, naar de “berennest” die zich in de Artzei-kamer bevindt. De figuren overlappen elkaar niet en worden op verschillende manieren weergegeven, sommige hebben een zwarte omtrek, andere hebben een zwarte interne modellering, andere zijn dan weer gemaakt in zwart en rood en andere zijn gegraveerd.

Op de linkermuur staan 8 paarden die naar rechts kijken, ook richting het “berennest”.

De bizon figuren zijn gemaakt met gebruikmaking van een natuurlijke rotsachtige rand, waardoor de uitdaging van het lichaam door te schilderen wordt voltooid. Deze richel vormt de ruglijn en de staart.

Artzei Kamer

In deze kamer bevindt zich het berennest, het is een platform waarop, in een laag plafond, aan het zicht onttrokken, een paar beren zijn geschilderd, vergelijkbaar met de huidige. De beren zijn geschilderd met mangaan in het zwart (samen met het grote paardenhoofd zijn zij de enige figuren gemaakt met mangaan).

Auntzei Galerij

Het is een galerij van 15 meter lang en 2 meter breed, zonder uitgang. Op deze plaats zijn er verschillende figuren van dieren maar hier vinden we geen afbeeldingen van paarden. Er zijn 2 herten, 4 geiten en 1 zalm. In deze galerij zijn overblijfselen te zien van het gebruik door holenberen.

De herten vormen een kleine groep waarin een hert en een ree zijn afgebeeld die gegraveerd en niet geschilderd zijn (zij zijn de enige exclusief gegraveerde figuren in de grot). Het hert omvat het hoofd, met het gewei van voren gezien en de details van het oor, de neus en het oog, de nek, de volledige rug en de billen. Alleen het hoofd en de nek van de ree zijn afgebeeld.

De zalm is in volledig silhouet afgebeeld met bek, kieuwdeksel, vinnen en zijlijn, de rugvinnen zijn minder zichtbaar. Er zijn wandelementen gebruikt om het oog en de dorsale lijn te creëren. Het silhouet, 55 cm lang en gericht naar de binnenkant van de galerij, is zwart geschilderd.

Op beide wanden staan meerdere figuren van geiten, in één daarvan is de kop afgebeeld waarin de hoorns die in frontaal perspectief te zien zijn, de nek en het begin van de dorsale lijn opvallen. Op de tegenoverliggende muur is een 20 cm lange geit afgebeeld, liggend naar links kijkend. Het is zwart geverfd en opgevuld met gekleurde verf.

Erdialde Kamer

Deze kamer is de grootste in de hele grot, met daarin het stenen blok dat op een paard lijkt (naar schatting zou dit de reden kunnen zijn waarom de grot werd gekozen als een toevluchtsoord voor het paard). In het onderste deel van dit blok en op de achterwand ervan zijn twee geschilderde figuren, een paard en een bizon.

Het toevluchtsoord

Ekain is beschreven als een heiligdom van de zogenaamde diepte, omdat de figuren ver van de ingang zijn en zonder dat het zonlicht ze op enig moment bereikt. Het is verdeeld in drie afzonderlijke gebieden, waarin het blok dat een paard voorstelt en het berennest een speciale betekenis hebben.

Er wordt geschat dat de grot onbewoond was in de periode waarin de schilderijen werden gemaakt.

Coördinaten: 43°14′09″N 02°16′31″O

18. Cueva de Altxerri

De Altxerri-grot (in het Baskische Altxerriko leizea of Altxerriko koba) bevindt zich in de gemeente Aya (Guipúzcoa) in Baskenland.

In de originele grot zijn grotschilderingen en gravures bewaard gebleven die dateren uit de laatste Boven-Magdalénien periode, binnen het Boven-Paleolithicum. De schilderingen in een bovenste galerij, bekend als Altxerri B, zijn in een onderzoek uit 2013 gedateerd als de oudste grotschilderingen in Europa, met een geschatte leeftijd van 39.000 jaar.

Foto: berggeit

GipuzkoaKultura

Zijn artistieke stijl maakt deel uit van de zogenaamde Frans-Cantabrische school, gekenmerkt door het realisme van de weergegeven figuren.

Altxerri is een van de grote sets van Cantabrische gravures. Het heeft ongeveer honderdtwintig gravures, waarvan tweeënnegentig dieren. De bizon is het meest vertegenwoordigde dier met in totaal drieënvijftig gravures. Andere dieren die in de grot aanwezig zijn, zijn de rendieren met zes gravures, vier herten en geiten, drie kopieën van paarden en oeros, twee saiga antilopen, een veelvraat, vos, haas of een vogel.

De grot werd in 2008 uitgeroepen tot werelderfgoed, samen met 16 andere grotten in Noord-Spanje, als onderdeel van het complex dat bekend staat als “Grot van Altamira en paleolithische grotkunst van de Cantabrische kust.”

Plaats

De Altxerri-grot ligt in de gemeente Aya , in de provincie Guipúzcoa (Baskenland). De grot ligt echter dichter bij de kustplaats Orio, waarvan het stedelijk gebied op amper 1 km afstand ligt, dan bij het stedelijk gebied van Aya zelf, dat op iets meer dan 3,5 km afstand ligt.

Om bij Altxerri te komen, moet u eerst naar de stad Orio, 17 km van de provinciehoofdstad San Sebastián. Als u vanuit San Sebastián via de N-634 aankomt, moet u het stadscentrum doorrijden, de rivier de Oria oversteken en de richting Zarauz volgen. Sla af kort na het oversteken van de rivier op de GI-3161. Als u vanuit Bilbao en Zarauz aankomt, vindt de GI-3161-afwijking plaats net voordat u Orio bereikt. Na het oversteken van een industrieterrein en enkele tientallen meters rijden, komt u aan bij de Altxerri-boerderij die direct naast de weg ligt. De ingang van de grot ligt op 100 meter van de weg en 15 meter boven het dalniveau, de oostelijke helling van de berg Beobategaña op, net na het oversteken van de Altxerri-stroom en achter het gehucht. De ingang van de grot opent in een bijna verticale snede van de rots.

De grot ligt momenteel 20 meter boven de zeespiegel en 2,5 km van de kust, hoewel in de Magdalénien-periode de zeespiegel lager was.

Ontdekkingsgeschiedenis

De grot van Altxerri bleef tot 1956 verborgen. Dat jaar werd begonnen met de aanleg van de weg die de stad Orio verbindt met de wijk Olaskoegia de Aia. Om materiaal voor dit werk op te slaan, werd een voorlopige steengroeve geopend in de kalksteen die enkele tientallen meters achter de boerderij Altxerri lag. Bij een van de explosies die met dynamiet in de groeve werden uitgevoerd, werd een gat van één meter breed en 80 cm hoog geopend. Door dat gat werd een lange en brede galerij ontdekt die was uitgesleten in het kalksteenmateriaal en die duizenden jaren verborgen was geweest.

Aanvankelijk trok de ontdekking van de grot alleen de aandacht van een paar jonge mensen uit de omliggende dorpen die zich als eersten in de grot waagden. De ontdekking was niet van grote betekenis. In de steengroeve werd na de ontdekking niet veel meer gedolven. Omdat het verkregen materiaal al voldoende was om het werk te voltooien stopte het graven en kon de grot bijna intact worden bewaard.

In 1962 bereikte het nieuws over het bestaan van kloven, die begonnen waren bij de galerij die een paar jaar eerder was ontdekt, verschillende leden van de Sociedad de Ciencias Aranzadi van San Sebastián en dat zette hen ertoe aan om een speleologische verkenning ervan te ondernemen. Het waren Felipe Aranzadi, Javier Migliaccio en Juan Cruz Vicuña, die terwijl ze voorbereidingen troffen om de kloof af te dalen, enkele zwarte lijnen op een nabijgelegen muur zagen die de vorm van een bizon vormden. Vanaf deze eerste ontdekking ontdekten de speleologen van Aranzadi andere groepen figuren elders in de grot. Deze leden van Aranzadi meldden hun ontdekking aan José Miguel de Barandiarán, die directeur was van de afdeling Prehistorie van Aranzadi. Deze vooraanstaande antropoloog was degene die de authenticiteit van de vondst bevestigde, naast het vinden van vele andere figuren die verborgen waren gebleven voor de onervaren ogen van de jonge speleologen.

In de jaren tussen 1956 en 1962 hadden de mensen die de galerij van de grot hadden betreden er echter geschriften in achtergelaten, dus het was noodzakelijk om met grote voorzichtigheid te handelen om de authentieke schilderijen van de besmetting van de afgelopen jaren te onderscheiden. Voordat de archeologische vondst openbaar werd gemaakt, werd uit voorzorg de ingang van de grot afgesloten met een deur. De holte werd gedoopt als Cueva de Altxerri, naar de naam van het gehucht in de buurt.

De eerste studie van de grotschilderingen werd opgedragen aan Barandiarán, die in 1964 in het tijdschrift Munibe een eerste herinnering aan de gevonden figuren publiceerde. Barandiaran vond ook de natuurlijke ingang van de grot, vlakbij de kunstmatig geopende ingang. De natuurlijke ingang bleek geblokkeerd door sedimenten en stalagmieten. Deze natuurlijke ingang is vandaag nog steeds bedekt.

Tijdens deze werken heeft het team van Barandiarán een kuil gemaakt naast de natuurlijke ingang van de grot en er een archeologische vindplaats gevonden die werd bestudeerd.

In 1976 publiceerden Jesús Altuna en JM Apellániz een tweede studie van de schilderijen in hetzelfde tijdschrift. Het boek Ekain y Altxerri – Dos santuarios paleolíticos en el País Vasco (Ekain en Altxerri – Twee paleolithische heiligdommen in het Baskenland), geschreven door Altuna zelf, wordt beschouwd als het belangrijkste populaire boek dat over deze grot is gepubliceerd.

In 1982 werden twee bizons ontdekt aan de voet van de 10 meter diepe kloof. In dat gebied zijn geen andere tekeningen gevonden.

De grot bevat binnenin gravures en schilderingen. De eerste zijn goed bewaard gebleven, maar de schilderingen zijn erg aangetast door de hoge luchtvochtigheid op veel van de muren. Sinds de ontdekking van de schilderingen in 1962 is de grot afgesloten voor het publiek en is de grot alleen toegankelijk voor prehistorici die hun status als onderzoeker bewijzen met publicaties.

In 2008 werd de Altxerri-grot uitgeroepen tot werelderfgoed.

De figuren van Altxerri

De schilderingen en gravures in Altxerri zijn onderverdeeld in zeven groepen afbeeldingen en gravures, die verschillende plaatsen in de holte innemen. Daarnaast zijn er nog andere geïsoleerde schilderingen die niet tot deze groepen behoren.

Groep I

Zij zijn de figuren die zich het dichtst bij de ingang van de grot bevinden. Ze bevinden zich in een laterale nis van de hoofdgalerij. De twee zijwanden van deze nis staan vol met figuren. De figuren reiken tot het diepste deel van de nis, waar je slechts man per man bij geraakt.

Deze groep wordt gewoonlijk onderverdeeld in twee subgroepen, Ia en Ib, die overeenkomen met elk van de zijwanden van de nis. In deze groep overheersen gravures boven tekeningen. De figuren bevatten dieren van een zeer divers type: bizons, vissen, geiten,saiga antilopes, rendieren, vogels, enz.

Groep II

Verdergaand langs de hoofdgalerij op de linkermuur ervan, is er een groep figuren aangebracht waarin tekeningen de boventoon voeren boven gravures. Ze staan echter op een zeer vochtige plek in de grot, waardoor de schilderijen praktisch zijn uitgewist en de staat van bewaring niet goed is.

Groep III

Op de muur tegenover die van groep II en in een hogere positie staan 3 figuren. Opvallend is de tekening van een bizon van 40 cm.

Groep IV

Na dezelfde galerij is een set van 14 figuren gemaakt door middel van een zeer fijne gravure. Ze zijn zeer moeilijk waar te nemen en praktisch onmogelijk om te fotograferen.

Groep V

Deze groep bevat 7 bizons, een paard, een geit, een sarrio (een soort berggeit) en een figuur die mogelijk een oeros voorstelt. Er zijn ook enkele bekraste velden en een teken.

Groep VI

Deze groep omvat 4 bizons, 4 rendieren, een slangvormig dier en een of ander teken.

Groep VII

Deze groep omvat een hertenkop en een bizon.

Andere cijfers

Aan de voet van de 10 meter diepe kloof aan het einde van de galerij werden in 1982 twee geschilderde bizons gevonden. Het schilderij van deze bizons is bijna verloren gegaan. In dit deel van de grot zijn geen schilderijen meer gevonden.

In een galerij hoger dan de hoofdgalerij in de grot, die moeilijk toegankelijk is, bevinden zich een reeks rode schilderijen die moeilijk te interpreteren zijn. Experts denken dat ze de rug van een bizon herkennen. Dit schilderij van 3 meter lang zou de grootste in de grot zijn. Deze schilderijen, Altxerri B genaamd, werden in een onderzoek uit 2013 gedateerd als de oudste grotschilderingen in Europa, met een geschatte leeftijd van 39.000 jaar.

Coördinaten: 43°16′7″N 02°08′02″O