Museum van de Marine in Madrid

  1. Algemeen
  2. Geschiedenis
  3. Filialen

1.Algemeen

Het marine museum van Madrid is eigendom van de Spaanse staat en het bevindt zich op de benedenverdieping van het Hoofdkwartier van de Marine, in de Paseo del Prado 5, 28014 Madrid.

Foto: gevel van het museum
Luis García

Het museum wordt beheerd door het ministerie van landsverdediging en het bestuur van het museum wordt verzekert door de Admiraal, Stafchef van de Marine en een Koninklijke Raad.

Het doel van het museum is het verwerven, bewaren, onderzoeken, rapporteren en tentoonstellen van stukken en waardevolle collecties op historisch, artistiek, wetenschappelijk of technisch gebied die in verband staan met de maritieme activiteiten van de marine.

Deze collecties hebben daarnaast ook een studie en wetenschappelijk doel maar zij moeten ook de maritieme geschiedenis van Spanje in de schijnwerpers plaatsen, het bewaren van de tradities en het maatschappelijk maritiem bewustzijn bevorderen.

2. Geschiedenis

De oorsprong van het Marine Museum gaat terug tot 28 september 1792 dankzij een initiatief van Antonio Valdés y Fernández Bazán, Secretaris van de Marine van koning Carlos IV.

Daarom werd de kapitein van de marine, Josef de Mendoza y Ríos naar Frankrijk en Groot-Brittannië gestuurd om er boeken, kaarten en andere voorwerpen voor de bibliotheek aan te kopen. De luitenanten van de marine Martín Fernández de Navarrete, José de Vargas Ponce en Juan Sanz y Barutell werden naar een aantal Spaanse archieven gestuurd om er de stukken te kopiëren die in verband stonden met de marine.

De vervanging van Valdés als hoofd van het ministerie maakte het onmogelijk om verder te werken aan het project. Het materiaal dat al verzameld was werd overgemaakt aan de Hydrografische Dienst en de wetenschappelijke instrumenten gingen naar het Koninklijk Instituut en de Sterrenwacht van de Marine.

Vele jaren later, in 1842, werd onderluitenant van de infanterie Ramón Trujillo Celari aangesteld als hulp bij de Junta del Altamirantazgo om het decreet van Valdés te actualiseren.

Het Marine Museum werd voorlopig geopend op 19 november 1843 door koningin Isabel II in het Palacio de los Consejos, in de calle Mayor de Madrid. Dit is momenteel hoofdkwartier van de Militaire Regio Centrum.

Met de toename van de fondsen werden de collecties verplaatst naar een nieuw pand, het Casa del Platero, in de calle Bailén, tussen het Koninklijk Paleis en de verdwenen kerk van Santa María de la Almudena.

Door de dreigende instorting van dit gebouw werd het museum in 1853 terug verplaatst en deze maal ging het naar het Paleis van de Ministers, het oude huis van Godoy tot in 1807 op de plaza de la Marina Española. Het museum werd voor het publiek heropend op 27 november 1853 door koningin Isabel en verschillende leden van de regering.

In moeilijke omstandigheden werd het museum nogmaals heropend in oktober 1932 in het voormalige Ministerie van de Marine, het huidige Hoofdkwartier van het Leger. Het was Schout-bij-Nacht Julio Guillén Tato, directeur van het museum tussen 1933 en 1972, die het museum nieuw leven inblies.

Foto: detail op de voorgevel van het museum
M.Peinado

De oorsprong van het museum is zeer divers en zij is grotendeels te danken aan giften van het koninklijk huis, het oude ministerie van de marine, de verdwenen academie van de zeevaart kadetten, de verscheidene departementen van de marine, de oude marinebasissen op de Filipijnen en Cuba, de Hydrografische Dienst, het Koninklijk Instituut en de Sterrenwacht van San Fernando en het Hydrografisch Instituut van Cádiz. Verder waren er nog talloze particuliere giften.

De tentoonstellingszalen van het museum zijn chronologisch gerangschikt en bevatten de collecties van de marine vanaf de vijftiende eeuw tot op heden.

Onder hen zien we de kaart van Juan de la Cosa, de oudste kaart van het Amerikaanse continent die bewaard is gebleven.

3. Filialen

Naast het museum in Madrid zijn er nog filialen van het Marine Museum en die bevinden zich op de Canarische Eilanden, in Cartagena, Ferrol en San Fernando. Verder zijn er de maritieme musea Torre del Oro in Sevilla en het Archief Museum Don Álvaro de Bazán in Viso del Marqués (Ciudad Real).

3.1 Het Marinemuseum op de Canarische Eilanden

Het Marinemuseum op de Canarische Eilanden situeert zich in het Arsenaal en men toont er sinds zijn oprichting in 1940 de geschiedenis van de zeevaart en andere scheepvaart gerelateerde onderwerpen op de Canarische Eilanden.

In 1996 is men begonnen om fondsen te verzamelen om er schepen en gebouwen mee aan te schaffen en het museum is definitief geopend op 7 maart 2002.

De tentoonstellingsruimte wordt gevormd door de centrale hal en zeven permanente zalen en daarnaast zijn er grote open ruimtes op het Militair Arsenaal. Alle zalen dragen de naam van een admiraal behalve de zaal die gewijd is aan de Infanterie van de Marine die de naam draagt van de oude kazerne in de Barranco de Guanarteme, de Soldado Manuel Lois.

De grote inkomhal is gewijd aan de geschiedenis van de Marine op de Canarische Eilanden en dan vooral op Gran Canaria, waar er vanaf 1918 het hoofdkwartier van de Marine werd ingericht op de huidige zetel op de Plaza de la Feria. Na zes jaar werken op de kade van Nuestra Señora del Pino opende in 1949 het Militair Arsenaal en kwamen er brandstoftanks in de haven van Las Palmas.

Onder de tentoongestelde stukken bevinden zich historische vlaggen van de Ayudantías de Marina de Villacisneros, El Aiún en La Güera.

In de zaal Méndez Núñez toont men pakken en duikpakken voor het werk op grote diepte. Van bijzonder belang is de machine die gebruikt werd om lucht in duikpakken te pompen en die gefabriceerd werd in Londen in 1914.

Het Korps Mariniers is vertegenwoordigd met wapens, uniformen en materiaal.

Het museum bezit scheepsmodellen uit de achttiende eeuw zoals de San Juan Nepomuceno, waarop de admiraal Churruca overleed, de Santa Ana en de San Felipe. Daarnaast zijn er modernere modellen zoals dat van de Juan Sebastián de Elcano. De zaal Jorge Juan is gewijd aan de schepen die ingezet werden op de Canarische Eilanden.

Adres: Arsenal de Las Palmas. León y Castillo, 316, 35007. Las Palmas de Gran Canaria

Openingstijden: van maandag tot vrijdag van 10:00 tot 13:00

Inkom: gratis., maar men verwacht een vrijwillige bijdrage van € 3

3.2 Het Marinemuseum van Cartagena

Het Marinemuseum van Cartagena heeft onlangs een nieuwe locatie gekregen en we vinden het museum nu in het hart van de stad. Het ligt nu in een historisch gebouw uit de achttiende eeuw en het is het oude kwartier voor dwangarbeiders en slaven, een werk van de militaire architect Mateo Vodopich. Sinds de bouw van het kwartier in 1786 had het gebouw verschillende bestemmingen zoals het Staatsgevangenis (1824), Gevangenis (1910) of tijdens de Spaanse burgeroorlog was het gebouw het hoofdkwartier van de Marine. Na een overeenkomst tussen het ministerie van Defensie, de overheid van de autonome regio Murcia en de Polytechnische Universiteit van Cartagena (2005) wordt het gebouw gedeeld tussen de universiteit en het marinemuseum. Het museum vinden we op de benedenverdieping van het gebouw.

Het museum bevat collecties van verschillende aard en uiteenlopende soorten gekoppeld aan de verschillende vakgebieden en disciplines van de militaire geschiedenis, de scheepsbouw en de arsenalen, nautische wetenschappen, artillerie, oorlog met mijnen, gezondheid, uniformen en vlaggen, muziek, schilderijen, duikboten, schepen en de geschiedenis van het gebouw.

Onder de meest onderscheiden stukken vinden we de nalatenschap van luitenant Isaac Peral, het prachtige model uit de achttiende eeuw van de Septentrión en de collectie gereedschappen uit de scheepsbouw.

Adres: Paseo de Alfonso XII, s/n Dársena Botes. 30201. Cartagena. Murcia

Openingstijden: van dinsdag tot zondag van 10:00 tot 14:00

Inkom: gratis, maar men verwacht een vrijwillige bijdrage van € 3

3.3 Het Marinemuseum van Ferol

Het marinemuseum van Ferol werd ingehuldigd op 5 maart 1986. Het museum ligt binnen de marinebasis van Ferrol, in het oude kwartier voor dwangarbeiders dat bekend staat San Campio.

In 1749 begon men met de bouwwerken voor de scheepswerf van Esteiro en in 1750 lmet de bouw van de marinewerf van Ferrol. Ondertussen bleef La Graña in functie tot de beide projecten in 1770 waren voltooid.

Tussen de modellen die bewaard zijn gebleven vinden we het fregat Santa María Magdalena, met 34 kanonnen dat van stapel liep in 1773 in Ferrol. Een zware storm veroorzaakt het zinken in de Vivero van de brik Palomo. Meer dan 500 mensen verliezen hierbij hun leven. Een aantal voorwerpen van deze gebeurtenis zijn nu te bezichtigen in de zalen van het museum.

Andere modellen met een groot belang zijn die van het opleidingsschip Galatea en die van het schip San Carlos Real van Spanje. Daarnaast is er een grote collectie van vissersschepen en schepen voor de kustvaart.

Een van de zalen is gewijd aan de School voor Elektronica en Transmissie van de Marine.

Adres: Avenida Irmandiños s/n. Cantón de Molíns, 15490. Ferrol. A Coruña.

Openingstijden: van dinsdag tot vrijdag van 09:30 tot 13:30, zaterdag en feestdagen van 10:30 tot 13:30

Inkom: gratis, maar men verwacht een vrijwillige bijdrage van € 3

3.4 Het Marinemuseum van San Fernando

Het Marinemuseum van San Fernando ligt in het oorspronkelijk gebouw van de Intendance en het College van de Marine en het is vandaag de School voor Onderofficieren van de Marine. Het museum werd ingehuldigd op 27 maart 1992, in een neoklassiek gebouw uit 1798. Aan de binnenzijde van het gebouw zien we een ronde binnenplaats We zien hier acht ionische zuilen die toegang geven tot twee wenteltrappen die versierd zijn met tegels uit Delft uit de achttiende eeuw.

In zijn 19 zalen toont het museum modellen van schepen uit verschillende periodes, nautische instrumenten, portretten, gravures, uniformen en decoraties.

Tussen de stukken bevindt zich een kanon van de vloot van Fernando VII, een kruik uit keramiek uit de vijfde of vierde voor Christus, een bronzen kanon dat in Napels in 1697 gemaakt werd en het boegbeeld van het opleidingsschip Juan Sebastián de Elcano.

Het museum toont ook portretten van zeelui en modellen van schepen die deelnamen aan de Slag van Trafalgar naast voorwerpen en documenten die verbonden zijn aan de Slag van Chiclana.

In de zalen die gewijd zijn aan de Onderzeeërs en de Luchtvaart vinden we torpedo’s, schilderijen en documenten over Isaac Peral en Narciso Monturiol en verschillende modellen van vliegdekschepen zoals de Dédalo en de Príncipe de Asturias.

Andere ruimtes van het museum zijn gewijd aan het korps Mariniers, de uniformen en de ereteks van de Marine in de twintigste eeuw

Adres: Calle Escano, 11100. San Fernando. Cádiz.

Openingstijden: van dinsdag tot vrijdag van 10:00 tot 14:00, zaterdag en zondag van 10:30 tot 14.00. Juli en augustus van woensdag tot vrijdag van 10:00 tot 13:00

Inkom: gratis, maar men verwacht een vrijwillige bijdrage van € 3

3.5 Het Marinemuseum in de Torre del Oro

Op voorstel van het Patronaat van het museum beval het Ministerie van de Zeemacht dat het museum op 21 maart 1936 naar de Torre del Oro werd overgebracht. In september 1942 begon men met de restauratiewerken en men verbeterde vooral de gevel van de toren. Daarnaast maakte men de verdiepingen op het gelijkvloers en de eerste verdieping klaar als tentoonstellingsruimtes.

Deze toren is een uitkijktoren uit de periode van Almohaden uit de dertiende eeuw en hij maakte toen deel uit van de vestingmuur van het Alcázar. Hij diende verder als bolwerk in de verdediging van de haven en van de Barcas brug.

De benedenverdieping is gewijd aan Sevilla en de rivier de Guadalquivir en zijn monding, aan de visvangst en de scheepswerven en aan de grote bedrijven die actief waren in de scheepswerven.

Op de eerste verdieping vinden we de geschiedenis van de marine uitgebeeld met olieverfschilderijen en prenten uit de achttiende en de negentiende eeuw. Het zijn afbeeldingen van figuren die verbonden zijn met de marine zoals Fernando de Magallanes, Juan Sebastián de Elcano, Dionisio Alcalá Galiano en Juan Bautista Topete.

Adres: Paseo Cristóbal Colón, s/n, 41001. Sevilla.

Openingstijden: van maandag tot vrijdag van 09:30 tot 19:00, zaterdag en feestdagen van 10:30 tot 18:45

Inkom: gratis, maar men verwacht een vrijwillige bijdrage van € 3 , studenten en gepensioneerden € 1,50, maandag inkom vrij

3.6 Het Archief-Museun Álvaro de Bazán

Het Archief-Museun Álvaro de Bazán vinden we in het renaissance paleis van de Markiezen van Santa Cruz in Viso del Marques (Ciudad Real). Het paleis had zwaar te lijden onder de Franse invasie en bezetting en het gebouw werd vervolgens gebruikt als graanschuur, school en gevangenis tot in 1948. Dankzij de relatie tussen de familie van de markiezen van Santa Cruz en de Marine werd het gebouw ter beschikking gesteld van de marine voor de symbolische prijs van een peseta per jaar voor een huur van 90 jaar. De marine restaureerde het gebouw en bracht er het Algemeen Archief van de Marine in onder. Het archief bevat 80.000 dossiers over de geschiedenis van de marine vanaf 1784 tot aan de burgeroorlog.

Het paleis werd gebouwd tussen 1564 en 1586 in opdracht van Álvaro de Bazán, de eerste Markies van Santa Cruz en Admiraal van de Marine. Door zijn lange verblijf in Italië en beïnvloed door deze periode huurde hij een groep Italiaanse artiesten om dit werk mede uit te voeren. De ligging van het paleis beantwoorde aan de wens van de admiraal om zijn paleis te bouwen op een strategische ligging en op een gelijke afstand tussen het koninklijk hof in Madrid en de basis van zijn troepen in Cádiz, Cartagena en Lissabon.

De buitenkant van dit paleis heeft niet de schoonheid en de artistieke rijkdom die binnenin het gebouw te vinden is. Het paleis heeft twee verdiepingen en de meerderheid van de kamers, evenals de galerijen boven en beneden zijn versierd met fresco’s. De muurschilderingen tonen fragmenten uit de klassieke mythologie, de Romeinse geschiedenis, familie- en religieuze taferelen.

Adres: Plaza del Pradillo, 12, 13770 Viso del Marqués, Ciudad Real.

Openingstijden: van dinsdag tot zondag van 09:00 tot 13:00 en van 16:00 tot 18:00. Juli en augustus van dinsdag tot zondag van 09:00 tot 14:00. Gesloten op 16 juli.

Inkom: gratis, maar men verwacht een vrijwillige bijdrage van € 3