Nationaal park van Doñana

  1. Algemeen
  2. Geschiedenis
  3. Flora en fauna
  4. Bezoekerscentra
  5. Milieukwesties

1.Algemeen

Doñana is een beschermd natuurgebied in Andalusië en een oppervlakte heeft van 54.252 hectare. Het totale gebied bestaat uit het Nationaal Park van Doñana en het natuurpark van Doñana. Het park ligt in het zuidoosten van het Iberisch schiereiland, het grootste deel ligt in de provincie Huelva en een kleiner deel in de provincies Sevilla en Cadiz.

Foto: landschap bij het bezoekerscentrum ‘El Acebuche’ 
Marc Ryckaert

Het park bevindt zich in de gemeentes van Almonte, Moquer, Lucena del Puerto en Hinojos in de provincie Huelva, Sanlúcar de Barrameda in de provincie Cadiz en Pilas, Villamanrique  de la Condesa, Aznalcázar, Isla Mayor en La Puebla del Rio in de provincie Sevilla.

De grootste uitbreiding van de marismas (moerassen met brak water) gebeurt in de winter wanneer grote hoeveelheden watervogels in het park aankomen, een aantal dat de 200.000 kan bereiken.

Verscheidene wetenschappelijke instellingen zorgen voor een goede ontwikkeling met de aangrenzende gebieden en voor de instandhouding van de vele diersoorten die daar leven.

Het park is in 1994 door de UNESCO uitgeroepen tot werelderfgoed.  In 2006 kreeg het park 376.287 bezoekers.

2. Geschiedenis

De geschiedenis van Doñana is begonnen met de vestiging van de Romeinen in de IIde eeuw.  Archeologische opgravingen tonen aan dat het verblijf van de Romeinen in deze streek duurde tot de Vde eeuw.  Men heeft daar sporen gevonden van visvangst en het pekelen van de vis, de juiste plaats situeerde zich in wat wij nu kennen als de moerassen van de Guadalquivir.

Na de verdrijving van de Arabieren in de XIIIde eeuw, ging koning Alfonso X verder met de christening van deze gebieden en met de bouw van de eerste bedehuizen.

Zonder twijfel duurde het tot de XVde eeuw voor er een organisatie van het grondgebied begon, met de afbakening van invloed en macht, de afbakening van grenzen en het verbod op iedere exploitatie van het gebied en een verbod op de jacht.

De naam van deze gebieden kwam er een eeuw later, met de bouw van een paleis door de zevende hertog van Medina-Sidonia voor zijn echtgenote Doña Ana Gómez de Mendoza y Silva.  De omliggende gronden kregen spoedig de naam “het bos van Doña Ana” tot uiteindelijk de naam werd afgekort tot wat wij nu kennen als Doñana.

Na de eerste periode waarin deze gronden praktisch uitsluitend dienden voor de jacht begon er een tweede tijdperk.  Een periode welke meer de nadruk legde op de exploitatie van de bossen, het onderhoud van het omsloten gebied en van de weiden voor de veeteelt en de promotie van de jacht.

De wetenschappelijke interesse begon in de XIVde eeuw, met de publicatie van een catalogus van vogels welke geobserveerd waren in de provincies van Andalusië.  De publicatie werd gemaakt door Don Antonio Machado y Núñez.  Het is ook het begin van een grote zoektocht naar eieren en dierenhuiden voor rekening van wetenschappers en jagers welke uiteindelijk een grote bedreiging werden voor de populatie van sommige diersoorten in het park.

De nieuwe eigenaars van Doñana introduceerden in de XXde eeuw er nieuwe diersoorten, planten dennen en sparren en organiseerden de jacht op groot wild.  Enkele jaren later, in 1940 stichtten zij een maatschappij Cinegética del Coto del Palacio de Doñana.

De enorme rijkdom aan fauna in het gebied trok ornithologen aan van over de hele wereld en in 1952 stelde deze groep voor om het gebied een internationaal karakter te geven.

Het is het begin van een natuur bewustzijn, binnen en buiten de Spaanse grenzen, welk uiteindelijk resulteert in 1963 van het verkrijgen van ongeveer 7.000 hectare voor rekening van de Spaanse staat in samenwerking met het World Wildlife Fund (WWF).

6 jaar later later maakt men het Parque Nacional de Doñana, met een  uitbreiding van het park er boven op.

3. Flora en fauna

De flora van het park is zeer verscheiden (er zijn meer dan 900 soorten planten), dit komt door de verschillende ecosystemen (water en land) die in het park aanwezig zijn.

Er groeien hier plantensoorten die zeer zeldzaam zijn of enkel inheems zoals de gramínea Vulpia fontquerana en de diminuta escrofulariácea Linaria tursica, beide opgenomen in de Catálogo Nacional de Especies Amenazadas, ook de enebro costero (Juniperus oxycedrus subsp. macrocarpa) en andere zeldzaamheden zoals de Micropyropsis tuberosa, Hydrocharis morsus ranae of de Thorella verticillatinundata, allen opgenomen in de Catálogo Andaluz de Especies de Flora Silvestre Amenazada kan men hier vinden.

Foto: roestgans

In 2000 werden er bovendien talrijke zeldzame soorten, inheems en/of zeldzaam, opgenomen op de rode lijst, uitgegeven door de UICN, een internationale organisatie voor het behoud van de natuur.

In Doñana worden er regelmatig werken uitgevoerd om exotische plantensoorten te verwijderen zoals de Eucalyptus bomen.

Het ecosysteem heeft een eigen gedifferentieerde fauna.  Hier vinden we 20 soorten zoetwatervissen, 11 amfibieën, 21 reptielen, 37 zoogdieren en 360 soorten vogels waarvan er 127 broeden in het park.

Een vogelsoort die men hier kan vinden is de roze flamingo.

We treffen hier 3 ecosystemen naast elkaar aan: moerassen, stuifduinen en de vroegere jachtterreinen.

Foto: duinen in het nationaal park Doñana
Diego Delso, delso.photo, License CC-BY-SA
  • moerassen: zij hebben een totale grootte van 27.000 ha en hebben hier een hoog zoutgehalte.  In de moerassen vinden we tevens kanalen, poelen die het ganse jaar water bevatten en kleine heuveltjes waar we veel loogkruid kunnen vinden.
  • stuifduinen: zij lopen parallel aan de Atlantische Oceaan.  De zeewind drijft ze landinwaarts.
  • jachtterreinen: dit zijn droge gebieden met struikgewas.

Een speciaal plan voor de keizerarend

De voornaamste handeling is nu het verzekeren van de nesten voor de voortplanting en hun bewaking tijdens de broed, de bijkomende voeding en de beperking van het verkeer tijdens de broed.

Een speciaal plan voor de Iberische lynx

De Iberische lynx is een van de meest bedreigde katachtigen ter wereld.  De drastische vermindering van dit dier op het Iberische schiereiland maakte dat het een beschermd dier werd in 1966.  Er bestaan kolonies van lynxen in de natuurparken van van de Sierra de Ándujar y Cardeña, Montoro en van Doñana.

Foto: Iberische Lynx

Het kweek centrum van El Acebuche in Doñana ontwikkelde een kweekprogramma voor dieren in gevangenschap en heeft de overleving van 11 exemplaren geboren in het centrum bereikt.  Ook een 30 exemplaren uit het park overleefden door het centrum.

De pogingen om het aantal dieren in stand te houden gaan in de eerste plaats naar het probleem van de hoge sterftecijfers van de dieren,dit sterftecijfer heeft als belangrijkste oorzaak de wegen die het park doorsnijden en de wagens die de wegen gebruiken en zo de dieren doodrijden.

4. Bezoekerscentra

In het Nationaal Park van Doñana zijn 6 bezoekerscentra, open het ganse jaar, uitgezonderd tijdens de week van de Romería del Rocío en tijdens de kerstperiode. De toegang is vrij en gratis en men moet niet reserveren.

In de provincie Huelva: westelijke sector

4.1 Bezoekerscentrum “El Acebuche”

Op ongeveer 3 km van Matalascañas, langs de weg A-483. Een toegangsweg van 2 km gaat naar het centrum

Openingsuren:

  • 16 september tot 31 maart: 8.00–15.00 en 16.00-19.00
  • april: 8.00-15.00 en 16.00-20.00
  • mei -15 september: 8.00-15.00 en 16.00-21.00
  • zondagen van 15 juni tot 15 september: 8.00-15.00
  • Gesloten: 1,5 en 6 januari, Romería del Rocío, 24, 25 en 31 december.

Telefoon: 959 439 629.
email: cvacebuche.pndonana.cagpds@juntadeandalucia.es

U kan hier terecht voor:

  • Receptie: men kan hier een gids krijgen welke informatie geeft over het park en de mogelijkheden voor een bezoek
  • Tentoonstelling over het park
  • Audiovisuele zaal: er is een projectie over Doñana in het algemeen
  • Voetpad “Laguna del Acebuche”, doorloop de zuidelijke rand van een oude lagune. Het pad is 1,5 km lang.
  • Voetpad “Lagunas del Huerto y las Pajas”, doorloopt de oude jachtgebieden. Het pad is 3,5 km lang.
  • Reserveringspunt voor de route doorheen het park
  • Cafetaria, open tijdens de uren van het centrum
  • Picknickplaats, er staan banken en het is niet toegelaten m vuur te maken
  • Winkel.

4.2 Bezoekerscentrum “La Rocina”

Ligt tegenover het gehucht La Rocio, op 1 km van het gehucht in de richting van Matalascañas op de weg A-483.

Openingsuren:

  • november-januari: 9.00-15.00 en 16.00-18.00
  • februari-oktober: 9.00-15.00 en 16.00-19.00
  • zondagen van 15.00 juni tot 15 september: 9.00-15.00
  • Gesloten: 1,5 en 6 januari, Romería del Rocío, 24, 25 en 31 december.


Telefoon: 959 439 569.
email: cvrocina.pndonana.cagpds@juntadeandalucia.es

U kan hier terecht voor:

  • Receptie: men kan hier een gids krijgen welke informatie geeft over het park en de mogelijkheden voor een bezoek
  • Audiovisuele zaal: er is een projectie over Arroyo de la Rocina
  • Tentoonstelling “La Romeria del Rocio” over dit historisch religieus evenement met een band naar Doñana.
  • Voetpad “Charco de la Boca”, heeft 4 observatie punten en is 3,5km lang.

4.3 Bezoekerscentrum “Palacio del Acebrón”

Men vindt op ongeveer 6 km van het bezoekerscentrum “La Rocina”, ga verder vanaf de parking langs een geasfalteerde weg. U heeft toegang met de wagen of met de fiets.

Openingsuren:

  • november-januari: 9.00-15.00 en 16.00-18.00
  • februari-oktober: 9.00-15.00 en 16.00-19.00
  • zondagen van 15.00 juni tot 15 september: 9.00-15.00
  • Gesloten: 1,5 en 6 januari, Romería del Rocío, 24, 25 en 31 december.


Telefoon: 959 506 162.
email: cvacebron.pndonana.cagpds@juntadeandalucia.es

U kan hier terecht voor:

  • Receptie: men kan hier een gids krijgen welke informatie geeft overhet park en de mogelijkheden voor een bezoek
  • Volkskundige tentoonstelling over de historische, sociale en culturele banden tussen Doñana en zijn bewoners.
  • Voetpad “Charco del Acebrón”. Men ziet hier de diversiteit van de bossen. Het pad is 1,5 km lang.


4.4 Bezoekerscentrum “Los Centenales”

Gevestigd aan de rand van de bebouwde kom van Hinojos en het park en draagt dezelfde naam, verbonden met de weg A-484 Hinojos-Almonte.

Openingsuren:

  • Oktober tot mei: 9.30-15.00 en 16.00-18.30
  • juni-september: 10:00-15:00 en 16:00-20:00
  • zondagen van 16 juni tot 15 de september: 10.00-15.00


email: CVcentenales.pnDonana.cagpds@juntadeandalucia.es

4.5 Bezoekerscentrum “José Antonio Valverde”

Dit centrum is gevestigd aan het moeras en toont een architectonische structuur die gelijk is aan de traditionele hutten aan het moeras. Het is voldoende ver verwijderd van het dichtst bijzijnde dorp. Vanaf Villamanrique de la Condesa, Puebla del Río en Isla Mayor is het ongeveer 25 km.

De toegang is via een niet geasfalteerde weg. Het is aan te raden om u te informeren naar de staat van deze weg voor men naar het centrum komt.

Openingsuren:

  • november-februari: 10.00-18.00
  • maarto:10.00-19.00
  • april-september:10.00-20.00
  • oktober:10.00-19.00
  • zondagen van juli en augustus: 10.00-15.00


Telefoon: 671 564 145
email: CVJavalverde.pnDonana.cagpds@juntadeandalucia.es

U kan hier terecht voor:

  • Receptie: men kan hier een gids krijgen welke informatie geeft over het park en de mogelijkheden voor een bezoek
  • Tentoonstelling Parque Nacional de Doñana, met speciale aandacht voor de ecosystemen, de flora, de fauna en de veranderingen door de mens aan het park
  • Projectiezaal met de film “Voces de la Marisma”
  • Observatiepunten voor de fauna, vanuit deze kan men de dieren observeren.
  • Zaal met tijdelijke tentoonstellingen
  • Cafetaria, geopend tijdens dezelfde uren als het centrum
  • Winkel

4.6 Bezoekerscentrum “Fábrica de Hielo”

In de visserswijk van Bajo de Guía in de stad Sanlúcar de Barrameda. De oude genootschap van de vissers en fabriek van ijs, vandaag omgebouwd naar het bezoekerscentrum.

Openingsuren:

  • 15 december-januari: 9.00-18.00
  • februari-maart: 9.00-19.00
  • april-september: 9.00-20.00
  • Gesloten of aangepaste uurregeling: Romería del Rocío een plaatselijke festiviteiten


Telefoon: 956 386 577
email: CVFabricaHielo.pnDonana.cagpds@juntadeandalucia.es

U kan hier terecht voor:

  • Receptie: men kan hier een gids krijgen welke informatie geeft overhet park en de mogelijkheden voor een bezoek
  • Tentoonstelling over de natuurlijke waarden van het park, men kan er alle ecosystemen ontdekken die in het park aanwezig zijn. 
  • Winkel
  • Terras met zicht op de rivier

5. Milieukwesties

Sinds de ramp met de Aznalcóllar dam in 1998 is het bewustzijn voor de milieurisico’s waaraan de natuurlijke ruimte wordt blootgesteld, toegenomen. Diverse onderzoeken en milieugroepen hebben een terugkerende impact op een reeks problemen die flora, fauna, water en bodem in gevaar brengen onder de aandacht gebracht. Hoewel de verstedelijkingsdruk en de verschillende eisen door de jaren heen een probleem zijn geweest, is dit niet het enige bijbehorende probleem. De Unesco heeft de opname van het park op de lijst van werelderfgoed al meermaals in vraag gesteld en zij dreigen om het park te schrappen van de lijst van het Werelderfgoed.

5.1 Impact van een aantal infrastructuurwerken

Zo zijn er een aantal infrastructuurwerken nabij het park gekomen. In die zin hebben verschillende ecologische sectoren kritiek geuit op het project om een pijpleiding tussen Extremadura en de haven van Huelva te creëren die het verkeer van olietankers in het gebied aanzienlijk zou vergroten, met als gevolg het risico op olielekkages. Anderzijds is erop gewezen dat de noodzaak om de Guadalquivir regelmatig uit te baggeren om schepen de haven van Sevilla binnen te laten lopen, de oorzaak is van ernstige veranderingen in de dynamiek van het estuarium (een verbrede, veelal trechtervormige monding van een rivier, waar zoet rivierwater en zout zeewater vermengd worden en zodoende brak water ontstaat) en waar er een getijverschil waarneembaar is.

Adena heeft de doorvaart van deze schepen in verband gebracht met de intrede van nieuwe diersoorten in de ecosystemen, toen ze ballastwater loosden waarin deze uitheemse soorten waren opgenomen.

De haven van Huelva, op een paar kilometer van het park, vormt een van de belangrijkste milieurisico’s. Velen hebben hun mening gegeven over deze kwestie, waaronder Francisco Bella, senator van de PSOE en voormalig burgemeester van de stad Almonte. Bella is van mening dat het niet logisch is dat in de context waarin de centrale overheid en de Andalusische regering zich inzetten voor hernieuwbare energie, het pijpleidingsproject wordt geconsolideerd. Hoewel de burgemeester van Almonte ook kritiek heeft geuit op de moeilijkheden om de werkgelegenheid in de buurt van het park te bevorderen, ‘weten we bijna alles over de mier en de lynx, maar we moeten weten hoe de werkgelegenheid in Doñana evolueert’.

In dezelfde lijn als Bella, met betrekking tot het aquaduct naar de Extremadura, is Ginés Morata, bioloog en voormalig voorzitter van de medezeggenschapsraad van Doñana, die bevestigt dat dit project zeer complex en discutabel is, aangezien het gaat om de passage van honderden olietankers per jaar die langs Doñana zullen varen en dat zou kunnen leiden tot olielekkage.

5.2 Overexploitatie van watervoorraden

Doñana’s grootste probleem is de verdieping en achteruitgang van de watervoerende laag als gevolg van het onttrekken van water voor irrigatie, waarvan vele illegaal zijn, die sinds eind de jaren tachtig verdubbeld zijn om intensieve gewassen zoals katoen, rijst en meer recentelijk die van de aardbei te bevloeien. Deze laatste wordt geteeld in plastiek kassen, waarbij de oppervlakte in de omgeving van Doñana wordt geschat tussen 4.500 en 6.000 hectare. Meer dan 60% van de Spaanse aardbeienproductie komt trouwens uit de streek.

De waterbehoefte van nabijgelegen wooncomplexen zoals Matalascañas (Almonte) zouden ook de waterdynamiek in het park kunnen beïnvloeden. Ten slotte bestaat het risico van verzilting van het water in verband met klimaatverandering en verdieping van het grondwaterpeil. Zo kan het binnendringen van zout water uit de Atlantische Oceaan verschillende diersoorten en de flora van het park in gevaar brengen. Ook het risico op woestijnvorming is aanwezig.

Onlangs is een overdracht van 5 hm³ van het watersysteem van Chanza-Piedras goedgekeurd om het probleem gedeeltelijk te verlichten, hoewel er nog eens 20 hm³ nodig zijn om alle onttrekkingen door putten in de watervoerende laag te compenseren. De Europese Unie heeft de Spaanse regering een sanctie opgelegd voor het beheer van hetpark.

5.3 Ramp met de Aznalcóllar-dam

Hoewel het geen invloed had op het park, was het de grootste natuurramp waarmee Doñana werd geconfronteerd. Het gebeurde op 25 april 1998. Die dag brak er een reservoir van het bedrijf Boliden-Apirsa in Sanlúcar la Mayor met daarin ongeveer 8 hm³ zwaar metaalafval, waardoor er een aanzienlijke lekkage in de nabijgelegen rivier de Guadiamar ontstond. Hoewel het daar door middel van dammen werd gestopt en naar de Guadalquivir werd geleid waren de milieurisico’s waaraan het zwakke ecosysteem van de natuurlijke ruimte van Doñana is blootgesteld duidelijk.

Om een duurzame ontwikkeling in zowel het natuurgebied als in de nabijgelegen regio’s te garanderen en zo milieuproblemen tegen te gaan, kwam in 1992 een Internationale Commissie van Deskundigen bijeen om oplossingen voor te stellen. Dit alles was de oorsprong van het zogenaamde Plan voor duurzame ontwikkeling voor Doñana en haar omgeving, de Fundación Doñana 21 , die letterlijk wordt gedefinieerd als:

“Een plan, gesteund door het Doñana Operationeel Programma, medegefinancierd door de Andalusische regering en de Spaanse staat en de Feder-, Fse- en Feoga-fondsen en die een reeks acties voor zowel de infrastructuren als voor het revitaliseren van het sociale weefsel op zoek is naar een nieuw ontwikkelingsmodel dat economisch en sociaal verenigbaar is met het behoud van een natuurlijk erfgoed van buitengewoon belang en biodiversiteit zoals dat van Doñana”.

5.4 Pijpleiding

In 2013 is de aanleg van een gasleiding nabij het park toegestaan.

5.5 Bosbranden

Als natuurlijke ruimte met grote bosgebieden en compact struikgewas vormen branden een grote bedreiging voor het voortbestaan van het gebied.

Op 24 juni 2017 begon er een ernstige bosbrand in de gemeente Moguer die het natuurpark “Abalario-Asperillo” aantastte, wat de gemeenten Moguer, Lucena del Puerto en Almonte trof.

De 8.486 hectare die werd verbrand, was struikgewas en bos, met een verbrande perimeter van 10.900 hectare, maar van dat gebied bleef 2.414 hectare bosgebied intact en in andere gebieden werd alleen struikgewas verbrand.