Nationaal park Tablas de Daimiel

  1. Algemeen
  2. Geschiedenis en kenmerken
  3. De Guadiana
  4. De Cigüela
  5. Verspreiding en bescherming
  6. Flora
  7. Fauna
  8. Over-exploitatie van de waterbronnen
  9. Ondergrondse branden
  10. Landaankoop door het Ministerie
  11. Vanaf 2010

1.Algemeen

Foto: Tablas de Daimiel
Pablo García Armentano

Het nationaal park van Las Tablas de Daimiel is een Spaans nationaal park welke het gebied met de gelijknamige naam moet beschermen. Het park kan men vinden in de gemeentes Daimiel en Villarrubia de los Ojos in de provincie Ciudad Real en die gemeentes liggen in de autonome regio Castilla-la-Mancha.

Het park zelf beslaat een oppervlakte van 3.030 ha maar het rondom gelegen beschermd gebied is 4.337,32 ha groot.

2. Geschiedenis en kenmerken

Al in 1325 heeft de kroonprins Don Juan Manuel in zijn boek “Libro de la Caza” (Boek van de jacht) de kwaliteiten van dit gebied voor de valkenjacht, aan de oevers van de Ciguela, beschreven.

Jaren later, in 1575, beval Felipe II om de relatie te beschrijven in de volgorde van bescherming en dat het gebied in zijn geheel moet behouden worden.

De Tablas van Daimiel, zoals andere overstromingsgebieden hebben een grote traditie als jachtgebied op watervogels. Generaal Prim in 1870 en koning Alfonso XII in 1875 hebben hier gejaagd.

In 1956 kwam er de wet voor de drooglegging van de oevers van de rivieren Cigüela, Záncara en de Guadiana, een wet die van kracht bleef tot in 1973, toen het gebied werd uitgeroepen tot Nationaal Park van Daimiel. Gedurende deze jaren werden er kanalen gegraven en werden er hectaren waterrijk land drooggelegd.

Zonder twijfel heeft de drooglegging van deze gebieden en van de oevers van de rivieren die doorheen het gebied stromen een rampzalige invloed uitgeoefend op dit gebied. De dreiging voor een definitieve drooglegging komt dichter en dichter, speciaal voor het gebied met de naam “Ojos del Guadiana”.

Maar het is van in het begin van de jaren 60 uit de vorige eeuw dat de slechte tijden echt begonnen voor dit gebied. Aan de ene kant is er een versnelling in het graven van de kanalen en de kanalisering van de oevers van de rivieren en aan de andere kant begint er in de jaren 70 een uitbreiding in dat gebied van de ondergrondse waterwinning.

De speciale ecologische rijkdom van de “Tablas de Daimiel” komt, volgens de conservator van het park Jesús Casas, door het samenvloeien van twee rivieren met een verschillend zoutgehalte. De Guadiana is een zoet water rivier en de Cigüela heeft zout water. Deze samenvloeiing heeft een paradijs gemaakt met een verschillende fauna en flora.

3. De Guadiana

Binnen een paar jaar vanaf nu kan de Guadiana volledig droog staan en daarmee een desastreuse ecologische ramp veroorzaken. Het veen of de turf is tot op heden onder water gebleven en kan bij een verdere drooglegging spontaan ontvlammen. Turf kan branden zonder vlammen maar met een overvloed aan rook uit scheuren in de grond.

4. El Cigüela

De Cigüela, ligt stroomopwaarts van het natuurpark de Tablas.  Het ganse stuk op het grondgebied van Villarrubia werd gekanaliseerd tot een diepte van 2 tot 3 meter.  Tevens werden er de bomen gekapt wat een transformatie van het landschap gaf.  Dat bracht een aanzienlijke verlaging van de waterstanden met zich mee waardoor er een vernietiging van de fauna en flora bijkwam.

Bovendien gaat de rivier meer en meer verdwijnen door de creatie van kunstmatige lagunes aan haar bovenloop. De eigenaars van deze lagunes hebben alle mogelijke manieren gebruikt om het water in de rivier te verwijderen zoals het maken van kleine lekken afgedekt met riet.

5. Verspreiding en bescherming

Gelijktijdig aan al deze werken werden “Las Tablas” bezocht door bekende wetenschappers zoals Félix Rodriguez de la Fuente. Zij vonden deze plaats met specifieke kenmerken iets unieks.

Met hun wetenschappelijke publicaties brachten zij “Los Tablas” in een wereldwijde belangstelling en verkreeg het gebied ook een kwalificatie in het MAR project van de UICN.  Dat is een plan om waterrijk gebied te redden en te beschermen op het Europees continent. Tevens hebben zij de regering het advies gegeven om het gebied te beschermen.

Zonder twijfel heeft het negeren van de specialisten met de versnelde kanalisering van de rivieren en de werken in de moerassen een sterke invloed gehad in de daling van het waterpeil.

Uiteindelijk is er een actieve beweging gekomen om het gebied te beschermen en maakten er een aantal wetenschappers deel van uit.  Maar ook de staat maakte er deel vanuit door middel van zijn Instituto Nacional para la Conservación de la Naturaleza (ICONA). Er ontstond een open polemiek met een groot publiek dat opgeroepen werd door de nationale pers.

Nadat de regering de werken voor drooglegging had laten stil leggen maakte zij een commissie die moest bemiddelen in het conflict en die commissie moest ook een oplossing zoeken waarin alle partijen zich konden vinden.

In februari 1973 bereikte men dan een finaal compromis, men stopte definitief met de werken tot drooglegging,  men kondigde tevens aan dat er een Nationaal park zou komen met een oppervlakte van 1.820 hectare.

Later, in 1980 kreeg het park een uitbreiding tot de huidige grootte van 1.928 hectare.

6. Flora

Het zoete water van de Guadiana helpt de groei van moeras riet (Phragmites australis, Phragmites communis), en daarboven helpt het zoute water van de Cigüela aan de groei van een moeras vegetatie zoals de galigaan (Cladium mariscus). 

Foto: Biezen of juncus
Esculapio

In de mindere diepe gebieden vinden we lisdodde (género Typha), mattenbies (Scirpus lacustris), heen (Scirpus maritimus) en bies (género Juncus).welke plaatselijk bekend zijn als groene alg. Zij kunnen een tapijt vormen op de overstroomde bodem. Hier en daar in het park vinden we struiken zoals de tamarisk (Tamarix gallica).

7. Fauna

Onder de trekvogels vinden we hier de:purperreiger (Ardea purpurea), de blauwe reiger (Ardea cinerea), de kleine zilverreiger (Egretta garzetta), de kwak (Nycticorax nycticorax), de roerdomp (Botaurus stellaris), de krooneend (Netta rufina), de slobeend (Anas clypeata), de smiend (Anas penelope), de pijlstaart (Anas acuta), de wintertaling (Anas crecca), de boomvalk (Falco subbuteo), de kuifduiker (Podiceps auritus), de geoorde fuut (Podiceps nigricollis), de steltkluut (Himantopus himantopus), de graszanger (Cisticola juncidis), het baardmannetje (Panurus biarmicus), enz.

Foto: purperreiger (Ardea purpurea)

In de plaatselijke fauna vinden we: de rivierkreeftjes (Austropotamobius pallipes), welke hier ooit overvloedig voorkwamen en een belangrijke bron van inkomsten waren voor de families die hier woonden, momenteel zijn ze in deze wateren bijna uitgestorven. Nadien kwam er de uitzetting van een roofvis, de snoek (Esox lucius) en hij werd een bedreiging voor de plaatselijke vissen zoals: de barbeel (Barbus barbus), de karper (Cyprinus carpio) en de kopvoorn (Leuciscus cephalus). Deze vissen lopen nu ook het risico tot verdwijnen in deze wateren.


In de lente en de zomer kan men hier amfibieën en reptielen vinden zoals: de boomkikker (Hyla arborea), de meerkikker (Rana ridibunda), de gewone pad (Bufo bufo), de vuursalamander (Salamandra salamandra), en de waterslangen, de ringslang (Natrix natrix) en de adderringslang (Natrix maura).

Onder de zoogdieren vinden we: de bunzing (Mustela putorius), de vos (Vulpes vulpes), de otter (Lutra lutra), de woelrat (Arvicola amphibius), en in het omliggende gebied leven er: konijnen (Oryctolagus cuniculus), hazen (Lepus capensis), de wezel (Mustela nivalis) en het wild zwijn (Sus scrofa).

8. Over-exploitatie van de waterbronnen

Het ministerie van milieu erkent het bestaan van een achteruitgang in het gebied als gevolg van een over-exploitatie van de natuurlijke waterbronnen. Daardoor is er een gebied van 100.000 hectare verstoken gebleven van een natuurlijke bevloeiing gedurende de laatste tientallen jaren.

Er is een bewijs dat het ecologisch evenwicht verbroken is en de moeilijkheid om een evenwicht te vinden dat helpt om dit gebied in stand te houden heeft de verschillende overheden al gedwongen om maatregelen te nemen om het milieu minder te belasten. Daarom is er al water overgeheveld vanuit de Taag in de Cigüela.

Diverse verenigingen van ecologisten hadden hiervoor al gewaarschuwd. De wetenschappelijke raad van de Unesco heeft op zijn vergadering van 13 juni 2008 een rapport opgemaakt dat een aanbeveling geeft om het gebied niet meer te erkennen als internationaal waardevol gebied. Deze beslissing werd overgemaakt aan de Spaanse regering maar ook aan de regering van Castilla-La-Mancha.  Een evaluatie zal gemaakt worden na drie jaar.

9. Ondergrondse branden

Als gevolg van de overexploitatie van de watervoorraden begon Daimiel op te drogen. Droge turf ontbrandt door zelfontbranding of door de verspreiding van een nabijgelegen bosbrand, zoals het geval was in 1988 en meer recent in 2009.

Naarmate de turf droogt, krimpt en kraakt de grond, waardoor de kanaaltjes in de turf vergroten. Deze kanalen zorgen voor de beweging van lucht naar de ondergrond, het binnendringen van zuurstof die de branden voedt en het ontsnappen van rook daaruit mogelijk maakt.

De ondergrondse brand van 2009 werd op 26 augustus ontdekt. In november van dat jaar was de situatie zeer ernstig. Deze gebeurtenis bracht de autoriteiten ertoe twee grote pijpen aan te voeren zodat water uit de Taag het gebied overstroomde. Andere acties, zoals het verpletteren van de turf met grote schoppen om de scheuren te sluiten en verdere verbranding te voorkomen, zijn al enige tijd uitgevoerd. De parkmanagers zeggen dat een ondergrondse brand erg moeilijk te bestrijden is. Tot december-januari bleef het vuur actief en kond rook uit de grond opstijgen (vooral op koude dagen als gevolg van condensatie van het door de verbranding geproduceerde water).

Verder heeft de regering op 29 oktober 2009 besloten om de rechten te gebruiken om water uit de eigen boerderijen te halen met het doel de brand te beheersen.

10. Landaankoop door het Ministerie

Deze maatregelen, die al langer waren genomen, werden versneld ten opzichte van de kritieke situatie die zich in 2009 voordeed. Eind 2010 verwierf de Autonome Dienst van de Nationale Parken Dienst (OAPN) 16 geïrrigeerde boerderijen (meer dan 83 hectare) met het doel tegelijkertijd de waterrechten te verwerven, een in 2000 gestart beleid voort te zetten waarmee in totaal meer dan 1.560 ha zijn verworven voor een bedrag van bijna 25 miljoen euro.

11. Vanaf 2010

Foto: Tablas in 2010
Enrique__

Na de overvloedige regens van de winter van 2009-2010 werd het park opnieuw overstroomd (1.232 ha eind januari en 1.700 ha medio februari, totdat het volledige overstromingsgebied was bereikt, een situatie die zich sinds juni 2004 niet meer had voorgedaan. Verschillende milieuorganisaties hebben echter gewaarschuwd dat het herstel van het park nog ver af was en dat de inspanningen moeten worden verder gezet.

Het niveau van de watervoerende laag is sinds de eerste maanden van 2010 blijven stijgen, dus er wordt momenteel gespeculeerd dat de aanhoudende controle op de winning en gunstige weersomstandigheden de ontsluitingen van het gebied van Ojos del Guadiana “, kan worden verdergezet. Hieraan moeten we toevoegen dat het niveau van de rivier ervoor heeft gezorgd dat het water uit het bovenste deel van de Guadiana naar het park is teruggekeerd, iets wat in 35 jaar niet is gebeurd.

Deze gunstige omstandigheden en het toegenomen bewustzijn van de omliggende gemeenten en hun boeren leiden tot redelijk optimisme over de toekomst van het wetland.