De oude stad Ávila

  1. Algemeen
  2. Geschiedenis
  3. Belangrijke religieuze gebouwen
  4. Burgerlijke bouwkunst

1.Algemeen

Ávila is een Spaanse stad in de autonome regio van Castilla y Léon en ze is tevens de hoofdstad van de gelijknamige provincie.

Foto: panoramisch zicht op Ávila

M.Peinado

De stad heeft een paar andere namen die men meer gebruikt als eretitels, “Ávila de los Caballeros” is er een van en een andere is “Ávila del Rey” terwijl de laatste eretitel “Ávila de los leales” is. Alle drie staan ze in het wapenschild van de stad.

De stad is echter het meest bekend voor zijn goed bewaarde middeleeuwse muur. Ávila is ook een stad met een zeer groot aantal kerken, in Romaanse of Gotische bouwstijl en ze overtreffen zeker het aantal kerken die de bewoners zelf nodig hebben.

2. Geschiedenis

Prehistorie en de Romeinse periode

De naam van de stad heeft zijn oorsprong in de dorpen en stammen die hier gedurende duizenden jaren gewoond hebben. De eersten die hier woonden waren de Vetonen en zij noemden dit hier Óbila (hoge berg). Het was een van de belangrijkste vestingen van deze stam.

Veel later, in de Romeinse periode, veranderde de naam in Abila of Abela. De Romeinen drukten hun stempel ook op de stad, het ommuurde deel van de stad, de wegen, mozaïeken en de Grote Markt zijn overblijfselen uit de Romeinse tijd die men vandaag nog altijd kan zien.

Binnenin de stad is er de typische vorm van de Romeinse steden zoals zij die in Spanje bouwden. Deze steden hebben een rechthoekige omtrek, met 2 belangrijke straten welke elkaar sneden met een rechte hoek in het centrum van de stad.

Vandaag de dag zijn er kleine wijzigingen aangebracht maar we herkennen gemakkelijk de oude Romeinse toegangen en de poorten van San Vicente en Gonzalo Dávila, waar de originele defensieve blokken samenkomen met de middeleeuwse muur.

Apart van deze architectonische voorbeelden zijn er grote aantallen ceramische resten, munten en andere archeologische vondsten terug gevonden die wijzen op de Romeinse tijd.

Visigothen

De eerste vestingen van de Visigothen op het schiereiland waren geografisch zeer gesloten. Volgens historici zijn de vroegere Visigothische vestingen gelegen in de huidige steden van Burgos, Soria, Guadalajara, Toledo, Ávila, Cáceres, Madrid en Palencia. Dit doet denken dat de keuze van de vesting puur strategisch was.

De Visigothen gebruikten het land om gewassen te telen en voor de veeteelt. De belangrijkheid van Ávila lag in deze periode meer in zijn religieus karakter, althans dit blijkt uit bestaande documenten die de interventie beschrijven van de prelaten van Abela op het concilie van Toledo.

Meer bewijs voor het religieuze verleden van de stad in de Visigothische periode was het ontstaan van het klooster van Santa María de la Antigua in 687. Dit was een gemengd klooster, dus toegankelijk voor mannen en vrouwen en het klooster bestond tot de komst van de Moren. Het belang van het klooster blijkt ook uit het feit dat Santa Leocadia, dochter van koning Wamba hier begraven ligt. In de kerk ligt ook het graf van de hertog Severiano, een Visigothische edelman.

De Moorse invasie

Door het ontbreken van veel gegevens uit deze periode kan er dus ook niet veel gezegd worden over het sociale leven, de economie, de cultuur, de politiek en het religieuze leven tijdens de Moorse overheersing.

Het enige dat lijkt vast te staan is dat tijdens de eerste jaren van de Moorse invasie de stad veranderde in een strategisch punt, altijd gewild door zowel de Moren als door de Christenen. Beiden wilden Ávila gebruiken als een defensieve enclave en daardoor waren er hier tal van botsingen en conflicten om het permanente bezit van de stad.

Alfonso I en zijn zoon Fruela zijn tijdens verschillende invallen tot binnen in de stad geweest (740-742) echter zonder de bedoeling om in de stad te blijven maar meer met de intentie om de verdedigingswerken te vernietigen en om buit te vergaren.

Tevens moest men zorgen dat de christelijke bevolking de christelijke koning bleef volgen, men had ze nodig om de gronden te bewerken in de bezette gebieden en als soldaat in het christelijke leger. Door al deze invallen en de gevechten werd het gebied wel een “strategische woestijn”, het gebied was praktisch ontvolkt.

Herovering (Reconquista)

In de XI de eeuw werd Don Raimundo de Borgoña, schoonzoon van Alfonso VI van Castilla belast met de herbevolking van het centrum van het land en hij moest ook Toledo verdedigen. Hij deed dit door middel van de ommuurde steden van Salamanca, Ávila en Segovia.

Naar gelang de herovering van het schiereiland verder ging ging de herbevolking van het land daar verder en Ávila verloor een groot deel van zijn belang.

In de XV en de XVI de eeuw herleefde de stad dankzij het heen en weer gaan van de rechtbank. De stad en de provincie bloeide enorm op en het werd de geboorteplaats van veel religieuze figuren, schrijvers en andere spirituele figuren zoals Santa Teresa van Cepeda en Ahumada.

Spaanse burgeroorlog

Tijdens de burgeroorlog was Ávila de zetel van de aanhangers van de kroonprins Alonso. Zijn raad was een van de belangrijkste deelnemers aan de burgeroorlog en hij vormde de eerste regering van de opstandelingen in Castillië.

Aan het begin van de XVII de eeuw begon er een lange neergang en ontvolking van de stad wat eindigde in ongeveer 4.000 inwoners. Er kwam terug een trage opgang van de bevolking in de XIX de eeuw door de aanleg van de spoorweg.

De twintigste eeuw

Het proces van ontwikkeling en urbanisatie welke begon in de XX ste eeuw bracht de stad op de tweede plaats in de Spaanse maatschappij. De eerste tientallen jaren van deze eeuw toonden een zekere tendens in de stad om bepaalde tradities op het sociale vlak te behouden tegenover een veranderende Spaanse maatschappij

In 1936, bij het begin van de Spaanse burgeroorlog maakte de stad deel uit van het door de opstandelingen van Franco bezette gebied maar dat bracht geen belangrijke historische gebeurtenissen met zich mee.

Tijdens de dictatuur van Franco kwam er terug een tendens op gang van ontvolking, een deel van de bevolking trok naar de stad.

Na de burgeroorlog was de deelname van Ávila aan de Spaanse maatschappij gering, een paar feiten kunnen hier wel gegeven worden. Adolfo Suárez, de eerste Spaanse eerste minister na Franco had een deel van zijn politieke carriére in Ávila doorgebracht en José Maria Aznar, eerste minister van 1996 tot 2004 was verkozen in de provincie Ávila.

Sinds 1985 is de stad opgenomen op de Unesco lijst van het Werelderfgoed.

3. Belangrijke religieuze gebouwen

Kathedraal

De kathedraal is gebouwd in een religieus-militaire architecturale stijl (XII-XV de eeuw) en hij is omgeven door verschillende paleizen en kastelen. De architect Fruchel begon met de werken en hij werkte naar een voorbeeld van de Abdij van Saint-Denis. Daardoor heeft de kathedraal aspecten van soberheid en classicisme en er zijn primitieve gotische structuren aanwezig.

Foto: kathedraal van Ávila door
Daniel Dionne

In de XIV de eeuw heeft bisschop Sancho Dávila de werken heropgestart.

  • De noordelijke voorgevel: gebouwd in gotische stijl aan de linkerzijde en in renaissance stijl aan de rechterzijde.
  • De westelijke gevel: gebouwd in Bourgondische stijl, met twee torens die een gesloten portiek vormen.
  • Binnenin de kathedraal: Gebouwd in een Latijns kruis met 3 beuken.
  • Grote kapel: er is een monumentaal altaarstuk van de hand van Pedro Berruguete, hij werkte hieraan vanaf 1499 tot aan zijn dood.
  • Altaar van San Segundo: gebouwd in renaissance stijl.
  • Altaar van Santa Catalina: gemaakt in albast.
  • Het koor: gebouwd in renaissance stijl en het heeft een reliëf versiering die heiligen vertonen. De ruimte achter het koor is gemaakt in zandsteen.

Basíliek van San Vicente

De bouw begon in de XII de eeuw en duurde tot in de XIV de eeuw. Het ontwerp is toegeschreven aan de Franse architect Giral Fruchel die ook de kathedraal gebouwd heeft. Hij introduceerde de gotische bouwstijl in Spanje.

De structuur van de basiliek is vergelijkbaar met andere basilieken. Hij bestaat uit een Latijns kruis, drie beuken, koepel, galerij, twee torens en een crypte. De ganse gevel en de omgeving van de basiliek hebben een grote artistieke waarde.

De crypte heeft drie kapellen die corresponderen met de drie apsissen van de kerk en zij zijn gebouwd in romaanse stijl. Het zijn tevens de voornaamste kapellen van de basiliek.

We vinden hier tevens het graf van San Pedro del Barco en het graf van de heilige martelaren.

Kerk van San Pedro

Men begon met de bouw van de kerk omstreeks 1100. Men kan deze kerk vinden buiten de ommuurde stad, op de plaza del Mercado Grande. Het is de kerk tegenover de poort del Alcázar.

Kapel van San Segundo

Dit is een mooie kapel in het westen van Ávila, buiten de ommuurde stad en op de rechteroever van de rivier de Adaja. We vinden hier en standbeeld van Juan de Juni in albast. Hij introduceerde het populaire gebruik om drie zakdoeken in een graf te doen en men schenkt een ervan aan de heilige. Zijn feestdag is op 2 mei.

Paleis van Don Diego del Águila

Dit is een paleis uit de XVI de eeuw en het ligt in de stad binnen de muren. Hij verdedigde de stad tegen de islamitische troepen. Het ligt in een straat waarin een aantal plaatsen in het bezit zijn van de familie Águila.

Koninklijk klooster van Santo Tomás

Het koninklijk klooster van Santo Tomás is een Dominicaner klooster uit het einde van de XV de eeuw. Het is een van de meest karakteristieke monumenten van de stad.

4. Burgerlijke bouwkunst

Enkele van de meest belangrijke gebouwen in de stad zijn het Paleis van Valderrábanos uit de XV de eeuw, het huis van de Deanes uit de XVI de eeuw, de toren van Guzmanes en het paleis van Verdugo uit de XV-XVI de eeuw.

De muur van Ávila

De muur van Ávila is een militaire Romeinse omheining rond de oude binnenstad van Ávila. Deze muur, de binnenstad en de kerken buiten de muur zijn opgenomen op de lijst van het Werelderfgoed van de Unesco in 1985.

Foto: de muur van Ávila

David Perez

De muur is een belangrijke factor in de stedenbouwkundige uitbouw van de stad. De verdeling van de beschikbare ruimtes tussen de diverse sociale klassen is hier een kenmerk van.

De muur staat symbool voor de deling tussen het “wild gedeelte” en het “geciviliseerd gedeelte”. Het platteland waar de landbouwers woonden is een lage klasse maar zij stonden in voor 80% van de kosten van de aanleg en het onderhoud van de muur.

Volgens de traditie werd de bouw van de muur toevertrouwd aan 2 meesters van de geometrie, de Romein Casandro en de Fransman Florín de Piruenga.

Het militaire karakter van de muur is ongetwijfeld defensief en dit werd nog versterkt door de verbouwingen in de XIV de eeuw.

De muur is eigendom van de Spaanse staat maar wordt onderhouden door de stad Ávila. Sommige gedeelten van de muur die samen vallen met andere gebouwen zijn in privaat handen.

Tot slot nog enkele cijfers over de muur, de omtrek van de muur is 2.516 meter, er zijn 2.500 kantelen, 88 grote torens en 9 poorten. De totale oppervlakte is 33 hectaren en hij vormt een rechthoek die georiënteerd is van oost naar west. De muur heeft een dikte van 3 meter en een hoogte van 12 meter.

Andere burgerlijke bouwwerken

Foto: stadhuis van Ávila

Son of Groucho

Stadhuis van Ávila: Gelegen aan de Plaza del Mercado Chico, werd het gebouwd in de tweede helft van de 19e eeuw en was het een werk van de architect Ildefonso Vázquez de Zúñiga. De gevel is gebouwd in graniet en heeft Elizabethaanse herinneringen.

Paleis van de familie Águila: Dit paleis uit de 16e eeuw werd aan het begin van de 20e  eeuw gerenoveerd, met een restauratie in romantische stijl. Het is gelegen in een straat die wordt bewoond door verschillende takken van de familie Águila.

Herenhuis van de Velada: 16e eeuws paleis, ook bekend als Torre de los Aboín, valt op door zijn grote gemetselde toren, met granieten hardstenen. Na een restauratie in 1993, doet het momenteel dienst als hotel.

Paleis van Valderrábanos: uit de 15e eeuw , waarvan de gotische gevel en het lichaam van de toren bewaard zijn gebleven. Het is herbouwd in de 19e eeuw. Het is momenteel een hotel.

Paleis van Dávila: Ook bekend als het Palacio de los Abrantes, het behoorde toe aan het huis van Dávila. Het oudste deel komt uit de 13e eeuw. Het bestaat uit meerdere gebouwen en kenmerkt zich door een architectuur met Moorse details.

Núñez Vela paleis: 16e eeuws paleis dat op de Plaza de La Santa staat. Het behoorde toe aan de voormalige onderkoning van Peru, Blasco Núñez Vela en de opdracht om te worden gebouwd kwam er in 1581. Het heeft verschillende doeleinden gehad, waaronder een kazerne, de militaire academie van infanterie en cavalerie, de zetel van de Koninklijke Stoffenfabriek en ten slotte als het gebouw van het Provinciaal Gerechtshof. De familie Vela was nauw verwant aan de heilige, aangezien Francisco Núñez Vela peetvader was bij de doop van de heilige Teresa en zijn broers met deze familie naar Indië vertrokken.

Paleis van Verdugo: Paleis gebouwd in het eerste kwart van de 16e eeuw en het ligt in de calle López Núñez. Het heeft een vierhoekig plan met een binnenpatio in het pand. Er zijn twee torens op de voorgevel, waarnaast een stenen zwijn staat.

Bracamonte paleis: Ook bekend als het Palacio de Santa Cruz en men begon met de bouw aan het begin van de 16e eeuw. Het is gelegen aan de Plaza de Fuente el Sol, heeft een vierkant bouwplan en heeft laatgotische en renaissancistische elementen. Het paleis valt op door zijn grote binnenplaats met portieken en met twee verdiepingen met galerijen.

Paleis van Superunda: Paleis dat dateert uit de tweede helft van de 16e eeuw, aanvankelijk gebouwd door Ochoa de Aguirre, maar later werd het eigendom van de familie van de graven van Superunda. Het heeft twee torens met elk drie niveaus en er is een binnenpatio. In 1920 verkreeg de Italiaanse schilder Guido Capriotti het als huurwoning, totdat het in 1954 door de schilder zelf werd verworven, waarna hij het gebouw aan verschillende hervormingen onderwierp. Momenteel is het een museum.

Polentinos paleis: Een paleis dat gebouwd werd in de 16e eeuw, het is gelegen in de calle Vallespín. De bouw werd besteld door de wethouder Juan de Contreras en later werd het een eigendom van de graven van Polentinos. In de 19e eeuw werd het overgenomen door de gemeenteraad.

Toren van de Guzmanes: Hij werd gebouwd in het eerste deel van de 16e eeuw. Het is een grote vierkante toren met daarboven driehoekige kantelen en het is een voormalig paleis van de familie Garcibáñez de Muxica. Het was de residentie van koning Alfonso XII in 1878. Het is momenteel de zetel van de Provinciale Raad van Ávila.

Paleis van Juan de Henao: 16e eeuws paleis. Het is momenteel een Parador.

Paleis van de Deanes: Een statig 16e eeuws herenhuis met een plateresque gevel, gelegen aan de Plaza de Nalvillos. Het bestaat uit twee gebouwen en een binnenplaats. Momenteel is het het Provinciaal Museum van Avila.

Paleis van de Serranos:16e eeuws paleis gelegen tussen de Calle Estrada en de Plaza de Italia. Momenteel herbergt het een cultureel centrum-bibliotheek beheerd door de Caja de Ávila.

Slachthuis van Ávila: Gebouwd tussen 1888 en 1890 in de buurt van het klooster van de incarnatie. Het is een gebouw in neo-mudejar stijl dat bestaat uit een kamer met een aangrenzend centraal huis voor huisvesting op het gelijkvloers en met een bontmagazijn op de eerste verdieping.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *