Nationaal Museum voor Decoratieve Kunsten

  1. Geschiedenis
  2. Collectie
  3. Website

Het Nationaal Museum voor Decoratieve Kunsten (MNAD) vinden we in de hoofdstad Madrid en het is een van de oudste musea in wat men noemt de Driehoek van de Kunst in Madrid. Het toont de evolutie van wat men de kunstnijverheid noemt zoals meubelen, aardewerk, glas, textiel enz. De collectie bevat vooral stukken uit de vijftiende tot de twintigste eeuw.

Foto: museum voor decoratie kunsten

Luis García

Er zijn hier 60 tentoonstellingszalen in een paleis dichtbij het parque del Retiro in de calle Montalbán 12 op een paar minuten van het Prado museum. Het museum bezit 40.000 stukken in zijn bezit en daarvan stelt het ongeveer 15.000 stukken tentoon.

1. Geschiedenis

Het Nationaal Museum voor Decoratieve Kunsten werd in 1912 met een koninklijk besluit opgericht en het kreeg toen de naam Museo Nacional de Artes Industriales.

In de eerste fase richtte het museum zich meer op een pedagogische taak eerder dan op een onderzoeks- of toeristische taak. Het was een opleidingsplaats voor ambachtslieden, fabrikanten en ontwerpers zoals in het Victoria and Albert Museum in Londen en in het Musée des Arts Décoratifs van Paríjs.

De eerste locatie van het museum was een appartement in de calle Sacramento en er waren hier zes zalen. In 1932 bracht men het museum over naar de calle Montalbán, een paleis dat in 1880 gebouwd werd door de hertogin van Santoña. Vanaf 1909 was het een normaalschool.

Het gebouw werd in 1941 gekocht door de staat. Het gebouw en de collectie werd in 1962 uitgeroepen tot Historisch-Artistiek Monument.

Het museum omvat momenteel 60 zalen verspreid over vijf verdiepingen. Een aantal onder hen zijn omgevormd door meubelen en originele stukken te gebruiken zoals in vorige eeuwen. We vinden hier bijvoorbeeld een keuken uit Valencia uit de achttiende eeuw, volledig met de typische tegels.

2. Collectie

De collectie in het Nationaal Museum voor Decoratieve Kunsten is een van de grootste en de rijkste collecties in Madrid. Er zijn hier collecties van groot belang, zowel etnografisch als artistiek worden deze verschillende technieken geïllustreerd. De collectie omvat 40.000 stukken maar het museum stelt er maar 15.000 van tentoon. Een deel van de collectie staat momenteel in andere musea zoals in het Centro Nacional del Vidrio van La Granja de San Ildefonso.

Het museum richt zich vooral op de Spaanse decoratieve kunsten maar er zijn ook voorbeelden uit andere landen te vinden zoals aardewerk en luxe producten uit vroegere tijden.

Foto: Duitse torenklok

Daderot

  • Meubels, vooral Spaans. Dat is zeer goed vertegenwoordigd vanaf de veertiende eeuw, een eeuw waarin de meubelen van slechte kwaliteit waren en die overblijven zijn dus dus zeer zeldzaam. De verzameling bevat vooral stukken uit de gotiek en de barok en het is de mooiste verzameling in een Spaans openbaar museum.
  • Collectie uit het oosten. Zij bevat porselein uit de Ming en de Qing dynastie. Sommige stukken zijn vervaardigt in China in opdracht van Spaanse families en zij dragen hun wapenschilden zoals: Gálvez, Álvarez de Toledo (Casa de Alba)… De oosterse collectie bevat bovendien keizerlijke kledij en kledij van hoffunctionarissen maar er zijn ook muziekinstrumenten, schilderijen en bronzen beelden.
  • Keramiek. Er bevinden zich hier ongeveer 4.000 stukken die gemaakt zijn van klei, aardewerk en porselein. Het oudste stuk is een kruik uit de elfde eeuw uit Toledo. Er zijn voorbeelden van de belangrijkste Spaanse producenten zoals: Manises, Talavera de la Reina, Puente del Arzobispo, Teruel, enz. Spaans porselein is afkomstig van Reales Fábricas de Alcora, Buen Retiro en van La Moncloa. Verder zijn er werken van de belangrijkste Europese fabrikanten: Meissen, Delft, Limoges, Capodimonte, Sèvres… Van deze laatste is een monumentale porseleinen vaas met een hoogte van 1,80 meter. Het is een uniek stuk van Louis-Pierre Schilt en het was een geschenk van Isabel II aan Napoleón III en Eugenia de Montijo.
  • Zilverwerk. De collectie omvat meer dan vijfhonderdvijftig stukken, waarvan bijna de helft gemaakt is tussen de tweede helft van de 14e eeuw en het eerste kwart van de 20 en meer dan 70% zijn van Spaanse oorsprong. Maar er zijn ook werken van Europese en Amerikaanse afkomst. Hoewel er enkele cultobjecten zijn, zoals kelken en processiekruisen, zijn de meeste stukken civiel zilverwerk. Hoogtepunten zijn onder meer een buffettafel uit omstreeks 1560, afkomstig uit een atelier in Neurenberg, of wellicht uit Antwerpen, twee kannen met schenktuit en handvat in de vorm van een zeven komt uit Valladolid uit de 16e eeuw. Verder zijn er een paar mancerinas, ook wel Gobelet of soucoupe enfoncé genoemd, het is een drinkkop en schotel waarbij de schotel een verhoogde houder heeft waarin de kop steviger zit dan in de normale stijl, toegeschreven aan de Madrileense werkplaats van Juan de Ortega. Het wordt beschouwd als het oudste exemplaar van dit type want het komt vaker voor in keramiek en porselein. Het is uitgevoerd door Spaanse zilversmeden.
  • Glas. De enorme collectie is zeer gevarieerd en zij gaat van Griekenland uit de vierde eeuw over het Romeinse keizerrijk tot de tijd van de Visigoten. Maar er zijn ook unieke stukken aanwezig van René Lalique.
  • Textiel. Bevat zowel doeken als kledij (civiel en religieus) en meubelen. De collectie begint in de tweede eeuw met stoffen van de Kopten en zij gaat verder tot in de hedendaagse tijd. Men kan er doeken van damast, fluweel, borduurwerk en kant bekijken. Er zijn tevens waaiers, portemonnees en tabakzakken te bekijken.
  • Klokken. De collectie omvat zak-, tafel- en wandmodellen. De eerste omvatten twee van de bekende José Rodríguez Losada, verworven in 2011, terwijl de tafelmodellen een Duitse torenklok (Türmchenuhr) uit de 17e eeuw bevat en de klok van de dragers, door de Fransman François-Louis Godon, horlogemaker voor koning Charles IV. Een kopie met varianten van een klok gemaakt in 1788 door Robert Robin voor koningin Marie Antoinette wordt momenteel bewaard in het Museum voor Decoratieve Kunsten in Parijs.
  • Tapijten. De tapijten van Cuenca en Alcaraz uit de vijftiende tot de zeventiende eeuw zijn zeer zeldzaam en de aanwezige stukken vormen het grootste deel dat in openbaar bezit is.

3. Website

Nationaal Museum voor Decoratieve Kunsten, de site is beschikbaar in het Spaans en het Engels.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.