De brug van Vizcaya

  1. Algemeen
  2. Geschiedenis en constructie
  3. De brug

1.Algemeen

El Puente de Vizcaya of Bizkaiko Zubia, in het Baskisch is de eerste hangende overzet brug met een gondel ter wereld en ze overbrugt de twee oevers van de Ria del Nervión in Vizcaya. Ze werd ingehuldigd in 1893.

Foto: brug van Vizcaya
Javier Mediavilla Ezquibela

De brug heeft verscheidene namen. De officiële naam is “Puente de Vizcaya” maar de populaire naam is “Puente Colgante” met al dan niet de bijvoegsels “de Portugalete”, “de Guecho” of “de Bilbao”. Ter ere aan de architect kan men ook “Puente Palacio” gebruiken.

De brug verbindt de stad Portugalete met de wijk Las Arenas van de gemeente Guecho. De constructie is er gekomen door de noodzaak om de badplaatsen op de beide oevers te verbinden die de bestemming waren voor de industriële bourgeoisie en de toeristen op het einde van de negentiende eeuw.

2. Geschiedenis en constructie

Wanneer het project voor de brug gepland was kwam een Franse aannemer Dubois tegenover de initiatiefnemer van het ontwerp te staan. Dat was de architect en ingenieur Martin Alberto de Palacio. Voor Dubois was de gondel die voetgangers en vracht de rivier zou overbrengen  een gevaarlijke instabiele situatie.

Door dit alles had de pas opgerichte maatschappij “Puente de Vizcaya” (brug van Vizcaya) te lijden aan vertragingen en ze had te kampen met grote geldelijke verliezen. Men bouwde gelijktijdig de pijlers voor de brug op beide oevers van de rivier.

De architect bleef beweren dat zijn plannen geen fouten bevatten en de aannemer bleef het tegenovergestelde  beweren. Uiteindelijk heeft men de plannen voor de brug laten nakijken door de prestigieuze ingenieur Eifel die tevens de levensvatbaarheid van het project moest nakijken.
Uiteindelijk gaf Eifel zijn goedkeuring aan de plannen van De Palacio en hij verwierp de kritiek van de aannemer Dubois.

Voor zijn arbitrage vroeg Eifel wel een bedrag van 20.000 goud frank, een ongelooflijk bedrag.

3. De brug

De brug heeft een hoogte van 61 meter en een lengte van 160 meter. Het is een hangbrug met een gondel voor het transport van voertuigen en passagiers. Zij was de eerste brug van dit type die geconstrueerd is in de wereld en zij stond model voor vele andere bruggen in Europa, Afrika en Amerika. Momenteel is zij de enige brug die nog steeds functioneert.

Halverwege het jaar 1937, tijdens de Spaanse burgeroorlog kregen de ingenieurs van de republikeinse troepen het bevel om alle overgangen over de ria de Bilbao te vernietigen. Dit moest gebeuren om de opmars van Franco’s troepen te stoppen.

Op 17 juni 1937 werd de brug vernietigd en vijf dagen later was de oorlog voorbij. Men begon dan aan de wederopbouw van de brug en die verbinding was klaar op 19 juni 1941. Bovendien werd de gondel uitgerust met een bruggetje voor voetgangers op het bovengedeelte.
De brug wordt beheerd door de vereniging El Transbordador de Bizkaia, S.L.

De gondel van de brug maakt overtochten gedurende 24 uren van de dag en dat alle 365 dagen van het jaar. De overtocht gebeurt alle acht minuten en de overtocht zelf duurt 1,5 minuut.

De brug is nog steeds een goed gebruikt overzetmiddel omdat er anders ongeveer 20 km moet gereden worden om van Guecho naar Portugalete te gaan

Op 13 juli 2006 werd de brug opgenomen op de lijst van het Werelderfgoed van de Unesco. In haar rapport schreef de vereniging dat zij van mening is dat de brug een van de meest markante architectuur werken van de Industriële Revolutie is waarbij er tevens een innovatief gebruik gemaakt is van licht gewicht gevlochten stalen kabels.

De Iberische lynx

  1. Algemeen
  2. Habitat en verspreiding
  3. Voortplanting
  4. Voeding
  5. Problemen met de instandhouding
  6. Kweekprogramma in gevangenschap
  7. Resultaat van het programma

1. Algemeen

De Iberische lynx (Lynx pardinus) is een katachtige met lange poten en een korte staart met een zwarte kwast op het uiteinde die hij rechtop houd in tijden van gevaar of nervositeit.

Foto: de Iberische lynx
Programa de Conservación Ex-situ del Lince Ibérico www.lynxexsitu.es

Zijn karakteristieke puntige oren eindigen met een kwast van zwarte stijve haren welke de typische vorm van zijn silhouet uitmaken en hem helpen met zijn camouflage.

De bakkebaarden van de lynx zijn zeer karakteristiek, zij hangen aan de wangen van het dier en zij worden groter met zijn leeftijd.

Jonge dieren van een paar weken oud missen de bakkebaarden en de kwasten aan de oren. Bij dieren van een jaar oud verschijnen de bakkebaarden, maar op dat moment zijn ze nog kort. De bakkebaarden en kwasten van de mannetjes zijn langer dan die bij de vrouwtjes.

Zijn kleurpatroon heeft een schakering van grauw, bruingrijs tot grijsachtig met op de flanken zwarte motieven.

De Iberische lynx ziet eruit als een kleinere versie van de Euraziatische lynx (Lynx lynx), met slechts de helft van zijn grootte, de mannetjes wegen gemiddeld een 12,8 kg, de vrouwtjes wegen gemiddeld 9,3 kg.

2. Habitat en verspreiding

De Iberische lynx vinden we in mediterrane bosjes en struikgewas in een paar streken van Spanje en Portugal die afgelegen liggen van menselijke aanwezigheid. Deze soort van habitat verschaft beschutting en voedsel, vooral konijnen die 90 % uitmaken van zijn voeding.

Foto: de Iberische lynx
Programa de Conservación Ex-situ del Lince Ibérico www.lynxexsitu.es

De grootte van zijn leefgebied hangt af van de aanwezigheid van voldoende prooien maar algemeen kan men zeggen dat het ongeveer 10 km² per dier is. In een gebied dat zeer rijk is aan voedsel kan het leefgebied kleiner zijn dan een gebied dat arm is aan prooi.

In 2006 waren de gebieden met een veilig verblijf voor de lynx beperkt tot de Sierra Morena, meer bepaald het Parque Natural de la Sierra de Andújar (dit is het voornaamste reservaat voor de lynx ter wereld), de natuurparken van Cardeña en Montoro, en het Parque nacional de Doñana en zijn omgeving.

Er kunnen kleine gemeenschappen bestaan in andere streken, zoals in de Montes de Toledo en het zuidwesten van Madrid.

De groepen in de Sierra Morena Oriental en Doñana bedroegen in 2005 minder dan 200 exemplaren maar men denkt dat in 2007 het aantal dieren schommelt tussen de 215 en de 250 exemplaren.

Men heeft de voorkeuren van de lynx onderzocht wat betreft zijn habitat in het nationaal park van Doñana en de omgeving en dit onderzoek toonde aan dat de lynx relatief afwezig is op de landbouw gronden en in de aanplantingen met exotische bomen (eucalytus en in de bossen met pijnbomen) waar ook de konijnen schaars zijn.

Onderzoek met radio bracht aan het licht dat 90 % van de rustpunten tijdens de dag zich in het dichte struikgewas bevinden.

3. Voortplanting

De loopsheid begint tussen januari en februari, Alhoewel de lynx een solitair dier is blijft hij in deze periode van het jaar samen met zijn partner.

Hun schuilplaatsen bevinden zich op plaatsen die goed beschermd en verborgen zijn zoals rotsen, bomen en holen.

De dracht duurt tussen de 65 en 72 dagen wat betekend dat de meeste geboortes in maart of april gebeuren. De nesten bevatten 1 tot 4 kittens maar meestal zijn het er 2. Na 4 weken gaat de moeder met de kittens naar een andere schuilplaats en na 2 maanden zijn de kleintjes in staat de moeder op de jacht te vergezellen.

De kleintjes zijn onafhankelijk na 7 of 12 maanden (dit is afhankelijk van wanneer de moeder opnieuw loops komt) en zij blijven op hun geboortegrond tot ongeveer 20 maanden.

De wijfjes kunnen kleintjes voortbrengen in hun eerste winter maar de periode van hun eerste worp is afhankelijk van demografische en omgevingsfactoren. In een omgeving met een groot aantal lynxen zal de leeftijd van de eerste dracht afhankelijk zijn van wanneer het vrouwtje haar eigen territorium verwerft. Dit gebeurt bij het overlijden of de uitzetting van een andere lynx.

Het is mogelijk dat een vrouwtje geen worp heeft tot de leeftijd van 5 jaar.

Lynxen worden ongeveer 13 jaar en de vrouwtjes zijn vruchtbaar tot de leeftijd van 10 jaar.

4. Voeding

De Iberische lynx is waarschijnlijk de enige vleeseter die een specialist is in konijnen. Het voedsel van de lynx bestaat voor ongeveer 90 % uit konijnen. Hij eet ook hoefdieren, patrijzen, kleine zoogdieren en vogels. Het aantal van deze prooien in zijn dieet verschilt van de tijd van het jaar en van de beschikbaarheid van deze prooien in zijn gebied.

5. Problemen met de instandhouding

De Iberische lynx is historisch beperkt tot het Iberisch schiereiland maar komt ook voor in Zuid-Frankrijk.

Het dier is op de lijst van de bedreigde dieren geplaatst in 1966 en is de enige katachtige op deze lijst in de rode categorie van de IUCN.

Het aantal dieren in de jaren ’90 bedroeg ongeveer 1.200 exemplaren maar er was een evolutie naar ongeveer 600 dieren tien jaar later. In de jaren ’90 waren er 31 plaatsen waar de dieren voorkwamen en dat is momenteel gedaald tot 8 plaatsen. Enkel op een paar plaatsen is de populatie in een goede doen.

De lynx verliest territorium door infrastructuurwerken waardoor de genetische uitwisseling wordt bemoeilijkt maar naast de versnippering van de populatie zijn er nog meer problemen:

  • de afname van het aantal konijnen door ziektes (myxomatose)
  • het verlies van habitat
  • de jacht en het stropen door middel van strikken en vallen

Enkel de populatie in het zuiden van Spanje die bestaat uit 3 subpopulaties is levensvatbaar, zij bevatten enkele honderden exemplaren. De populaties in andere delen van Spanje zijn veel kleiner en daardoor minder levenskrachtig door het gevaar van inteelt.

6. Kweekprogramma in gevangenschap

De twee belangrijkste doelen van het “Kweekprogramma in Gevangenschap” bestaat erin om op korte termijn het behoud te verzekeren van het genetisch materiaal van het ras en op midden en lange termijn moet het mogelijk zijn om nieuwe populaties van de Iberische lynx te maken door middel van herbevolking.

Dit omvat de instandhouding van 60 fokdieren in gevangenschap, waarmee er kan gekruist worden zonder het risico van inteelt. Het fokprogramma speelt zich vooral af in het kweek centrum van El Acebuche (in het Park Nationaal van Doñana), met een capaciteit voor 11 exemplaren en in de Zoobotánico van Jerez met zeven installaties van verschillende groottes die kunnen gebruikt worden van quarantaine, voor de voeding van de jonge dieren of voor het huisvesten van jonge dieren.

7. Resultaat van het programma

Na 4 opeenvolgende seizoenen van kweken in El Arebuche heeft het kweekprogramma voorzien in de geboorte van 24 exemplaren die geboren zijn in gevangenschap.

De Spaanse geschiedenis

  1. Feniciërs, Grieken en Carthagen
  2. De Romeinse overheersing
  3. De Visigothische overheersiing
  4. De Mohammedaanse verovering
  5. De eerste taifa koninkrijken
  6. De tweede taifa koninkrijken
  7. Moderne tijden
  8. De huidige tijd
  9. XX eeuw
  10. XXI eeuw

1.Feniciërs, Grieken en Carthagen

De oudste bewijzen van menselijk leven in het huidige Europa zijn gevonden in Spaanse grot van Atapuerca. De fossielen die daar gevonden zijn dateren van ruwweg geschat 780,000 jaar geleden. De eerste moderne mensen (cro-magnons) kwamen op het Iberisch Schiereiland uit het noorden van over de Pyreneeën ongeveer 35.000 jaar geleden. De meest duidelijke overblijfselen van prehistorische nederzettingen zijn de bekende grotschilderingen in het noorden van Spanje, in Altamira welke gemaakt werden ongeveer 15.000 jaar voor Christus.

Foto: Dama de Elche
Francisco J. Díez Martín

De zeevarende Feniciërs, de Grieken en de Carthagers vestigden nederzettingen aan de kusten van de Middellandse Zee en bouwden gedurende enkele eeuwen handelsbetrekkingen uit.

Op dat moment bestond er aan de Spaanse Atlantische kust een mythologische koninkrijk Tartessus. In het hedendaagse Spanje moet het ongeveer aan de Andalusische provinciehoofdstad Huelva gelegen hebben. Tartessus was een hoog ontwikkelde stadstaat en zij beschikte over onuitputtelijke bronnen aan goud, zilver en koper.

Rond het jaar 1100 voor Christus stichtten de Feniciërs de stad Gadir, het huidige Cadiz. De stichting van Cadiz was in het jaar 1104 voor Christus.

Op hun beurt (in de negende eeuw) stichten de Grieken kolonies, zoals Emporion = heden ten dage Empúries, op de oostkust van Iberia, naam die zij gaven aan het schiereiland, denkelijk naar de rivier Iber, Ebro in het Spaans. De Feniciërs bleven aanwezig op de zuidkust.

Tussen de Eerste (264 – 241 voor Christus) en de tweede (218 – 201 voor Christus) Punische oorlogen die tussen Rome en Carthago gingen, zijn de Carthagers het schiereiland binnen gevallen. Hun belangrijkste kolonies waren het eiland Ibiza en Cartagena, een naam welke verwees naar het nieuwe Cartago. Zij bouwden hun invloed op in de oude Fenische steden zoals Cádiz en Málaga.

2. De Romeinse overheersing

De plaatselijke volkeren welke de Romeinen ontmoetten ten tijde van hun invasie waren de Iberiërs, welke het zuid westelijke deel tot de noord oostelijke deel van het schiereiland bewoonden en de Kelten welke het noord en nood westelijke deel van het schiereiland bewoonden. In het centrum van het schiereiland kwamen de twee volkeren met elkaar in contact en ontstond er de kelto-iberische cultuur.

Foto: Romeins Aquaduct in Segovia
Manuel González Olaechea y Franco

Romeins Iberia was verdeeld in Hispania Ulterior en Hispania Citerior tijdens de Romeinse republiek en tijdens de periode van het Romeins Keizerrijk in Hispania Tarraconensis in het noord oosten, Hispania Baetica in het zuiden (Andalusië) en in Lusitania in het zuid westen (het huidige Portugal). In het zuiden, in het huidige Andalusië, was de romanisering het sterkst.

De 2 andere provincies vielen onder de keizerlijke macht en Andalusië viel onder de verantwoordelijkheid van de Romeinse senaat. Om veteranen van de burgeroorlogen een stuk grond te bezorgen krijgen veel steden een voorkeursbehandeling. De romanisering gaat onverminderd voort, Romeinse soldaten krijgen grond en huwen met Iberische vrouwen.

Na het verslagen Carthago verdwenen was, begon Rome een langzame bezetting, welke zij ongeveer 200 jaar vol hielden. De eerste tientallen jaren had Rome het hoofd te bieden aan een lange belegering van de stad Numancia, gelegen aan de oever van de Duro, in de buurt van het huidige Soria. De revolte duurde 30 jaar en stond onder de leiding van de Lusitaniër Viriato.

Na de dood van Viriato, in 139 voor Christus, kwam de strijd van de pre romaanse dorpen tegen Rome langzaam ten einde, alhoewel deze revoltes nooit volledig gestopt werden tot aan de tijd van keizer Augusto met de onderwerping van de Cantabriërs en Asturiërs.

De bezetting kwam op een hoogtepunt met de romanisering en zijn conversie tot een provincie met de naam Hispania. Voor de eerste maal verschijnt de naam en Tito Livio in 59 voor Christus spreekt van Hispania en hispani .

De inwoners van Hispania namen de Romeinse cultuur over, de taal en de wetten, zij verkregen een grote belangrijkheid in het keizerrijk. Zij leverden zelfs 3 keizers, Trajanus, Adrianus en Theodosius. Bovendien was de grote filosoof Lucio Anneo Séneca in Hispania geboren.

De Romeinen hebben zeer veel bouwwerken en monumenten achter gelaten. Zij legden een uitgebreid wegennet aan, o.a. De aquaducten in Mérida, de Puente del Diable in Tarragona en de Los Caños de Carmona bij Sevilla.

Overal werden theaters en renbanen aangelegd, resten kan men nu nog bewonderen in Tarragona, Mérida, Itálica en Ronda.

3. De Visigothische overheersing

In het jaar 409 vielen Sueven, Alanen en Vandalen het Iberisch schiereiland binnen. Zij verdeelden de westelijke gebieden (het huidige Portugal) tot aan Madrid tussen hen.

Foto: Visigotisch koninkrijk
Chabacano

Een paar jaar later, in 412 stichtten de Visigoten hun koninkrijk in Toulouse (Frankrijk) en breidden hun invloed geleidelijk uit op het Iberisch schiereiland, dit was ten koste van de Alanen en de Vandalen.

In 416 kwamen de Visigoten onder de leiding van Athaulf naar Hispania als geallieerden van Rome, verdreven de Alanen en de Vandalen van het schiereiland naar Noord-Afrika en zetten de Sueven vast in Galicia. Onder Alarik II werd de Visigotische bezetting geconsolideerd.

Het koninkrijk van de Visigoten stichtte een hoofdstad, verantwoordelijk voor zowel wereldse als religieuze zaken in Toletum, het huidige Toledo.

Het eerste idee van een staat met de naam Hispania/España kwam er onder het koninkrijk van de Visigoten. De Visigoten streefden naar een territoriale eenheid van gans Hispania en ze zijn er in geslaagd na de opeenvolgende nederlagen van Sueven, Basken en Byzantijnen.

De eenheid zou er komen door de religieuze verzoening tussen katholieken (koning Reccared werd katholiek) en de aanhangers van het arianisme. Deze aanhangers steunden op de Gotische bijbel vertaling van de missionaris Arius. Deze loochende de goddelijkheid van Christus, volgens Arius was Christus niet Gods zoon maar had hij slechts goddelijke eigenschappen.

De raad in Lerida perkte de macht in van de bisschoppen en droeg de macht over hen over aan Rome. Dat was een orgaan dat bijeen kwam in vergadering, door de koning en de bisschoppen van over het ganse land , alle zaken regelde van burgerlijke en godsdienstige zaken ten einde een wetgeving te maken, geldig voor het ganse land. De raad was ook verantwoordelijk voor het leger.

De Visigoten brachten het feodale systeem naar Spanje, zij kregen soldaten van hun vazallen in ruil voor bescherming. Het zwaartepunt van hun leger waren hun slaven, verkregen op het platteland.

De impact van de Visigoten op de plaatselijke samenleving was niet groot. Er was bijvoorbeeld geen vermenging met de plaatselijke bevolking. Het enige zichtbare effect was de ontvolking van de steden ten voordele van het platteland wat er ook voor zorgde dat tijdens de grote hongersnood in Frankrijk en Duitsland de Visigoten het er nog goed van af brachten.

De desinteresse voor de plaatselijke bevolking was ook de oorzaak van hun nederlaag tegen de Moren, zij konden niet rekenen op de loyaliteit van hun onderdanen.

Na de dood van koning Witiza werd Roderik uitgeroepen tot koning in de plaats van de wettige erfgenaam van Witiza, zijn zoon Agila. De aanhangers van Agila roepen uiteindelijk de hulp in van de Moren.

4. De Mohammedaanse verovering

In het jaar 711 kwam een deel van het Omajjaden leger onder de leiding van Tariq ibn-Ziyad Spanje binnen op vraag van enkele twistzieke Visigotische koningen. Na de overwinning van de Arabieren in de slag van Guadalete op koning Roderic welke daar ook stierf op 19 juli 711, begon de invasie van de Moren op het Iberisch schiereiland.

Foto: Moskee in Córdoba
Timor Espallargas

Tariq’s bevelhebber Musa bin Nusair stak de Straat van Gibraltar over met belangrijke versterkingen. Tegen 718 hadden zij het grootste deel van het Iberisch schiereiland in hun bezit. Zij stichtten er een emiraat of provincie, genaamd al-Ándalus en de hoofdstad kwam in Cordoba.

De vooruitgang van de Arabieren ging snel. In 712 valt de Visigotische hoofdstad Toledo. Vanaf toen, gingen zij de richting van het noorden uit en alle steden gaven zich over of werden veroverd. In 716 controleerden zij het ganse schiereiland, behalve in het noorden waar de Visigoten zich bleven verzetten gedurende een aantal jaren, tot in 719. Vanaf dan, stuurden de Arabieren hun troepen naar de andere zijde van de Pyreneeën, tegen het Karolingisch koninkrijk, waar zij verslagen werden door Karel Martel in 732 bij Tours.

Na de val van het koninkrijk van de Visigoten controleerden zij het schiereiland tot aan de bergketen in Cantabrië. Aan de andere zijde van de bergketen waren enkel de Asturische, Baskische en Cantabrische dorpen, voor de Arabieren hadden zij weinig belang. Voor deze dorpen wilden de Arabieren geen grote militaire verliezen lijden. Veel inwoners van het schiereiland bekeerden zich tot de islam om zo hun macht en rijkdom te behouden.

Kalief Al-Walid I gaf grote aandacht aan de uitbouw van zijn leger en zijn vloot. Hij liet de grootste vloot bouwen uit het tijdperk der Omajjaden. De vloot was de kracht voor de invasie van het Iberisch schiereiland. De heersers over al-Andalus werden verheven tot de rang van Emir door de Omajjaad Kalief Al-Walid I in Damascus.

Na de val van de Omajjaden in Damascus en de komst van de nieuwe Abbasidische dynastie in Bagdad slaagden sommige leiders van de Omajjaden erin om naar al-Andalus te vluchten en stichtten er het onafhankelijke emiraat van Cordoba onder de leiding van Abd ar-Rahman I.

Hij kon de leiding op zich nemen doordat de Moren, Arabieren en Berbers uit de eerste bezettingsmacht onderling slaags raakten. Na de dood van Abd ar-Rahman braken deze twisten opnieuw uit en daardoor konden de christelijke koninkrijken in het noorden overwinningen boeken op de Moren.

De islam was nu de officiële godsdienst in Spanje maar de christenen en de joden mochten hun godsdienst blijven beoefenen zolang zij hun belastingen maar betaalden.

Veel christelijke landeigenaars bekeerden zich daarom tot de islam en werden muladies genoemd. De arbeiders die zich niet bekeerden tot de islam werden mozárabes genoemd.

Foto: Pelayo

In 718, in het huidige Asturië is er een edelman Pelayo die in opstand komt tegen de Arabieren. De opstand mislukt en hij wordt gevangen genomen. In 722 is hij vrij en vindt de slag van (wat wij nu kennen) Covadonga plaats. Deze slag beschouwen wij nu als de stichting van het koninkrijk van Asturië en dit is het begin van de Reconquista of het begin van de herovering van het schiereiland door de christenen.

In het noordoosten van het schiereiland in de Gotische tijd zijn de goten gevlucht naar het koninkrijk van de franken en ze hebben er om hulp gevraagd. Daarom heeft Keizer Karel een aantal militaire campagnes ondernomen met de bedoeling om een gebied in te stellen van militaire detente, beter bekend als een mark.

De Spaanse mark werd opgericht in het begin van de 9° eeuw om de indringing door de Arabieren in het koninkrijk van de Franken te verhinderen. Het Spaanse grondgebied werd opgedeeld in graafschappen waar edelen van Frankische of Gotische afkomst de koning vertegenwoordigden.

In de 10° eeuw, Abd al-Rahmán III veranderde al-Ándalus in een kalifaat onafhankelijk van Damascus, met politieke en religieuze autonomie en noemde zichzelf de “prins der gelovigen”. Hij pacificeert zijn koninkrijk maar versterkt de militaire provincies van Toledo, Badajoz en Zaragoza.

Het is een periode van een culturele kracht, dankzij de ontdekkingen in de wetenschap, de kunsten en letterkunde, met een speciale aandacht voor de ontwikkeling van de steden. De meest belangrijke steden zijn: Valencia, Zaragoza, Toledo, Sevilla en Cordoba. In 936 begint men met de bouw van Medina Azahara in Cordoba.

Tijdens de 10° eeuw, onder al-Hakam II, was Cordoba de belangrijkste stad van West-Europa, met 500.000 inwoners en was Cordoba het grootste culturele centrum van die tijd. Tegen het einde van de 10° eeuw was het aantal inwoners opgelopen tot ongeveer 1.000.000 en telde 80.000 winkels en werkplaatsen. Ter vergelijking: de christelijke hoofdstad Léon telde 7.000 inwoners en een telde een tiental winkels.

In de bibliotheek van de universiteit van Cordoba stonden op dat moment 400.000 boeken.

In 978 grijpt Al-Mansoer de macht en de kalief Hisham II vervult nog een symbolische functie. Al-Mansoer vestigde een soort militaire dictatuur en drong met zijn campagnes tegen de christenen ver door tot in het noorden. In 987 bereikte hij Barcelona en 10 jaar later Santiago de Compostela. Hier nam hij de klokken van de kathedraal mee en hing ze op in de moskee van Cordoba waar ze 200 jaar later door Ferdinand III werden terug genomen. Na de dood van Al-Mansoer in 1002 komen de eerste tekenen van een burgeroorlog weer dichterbij. De opstand van de adel uit Cordoba en de verwoesting van de Medina Azahara zetten een punt achter de Omajjaden dynastie. Provincies worden onafhankelijk en er ontstaan autonome koninkrijken.

5. De eerste taifa koninkrijken

Deze koninkrijken worden de Taifa- (groep of factie) koninkrijken genoemd. We zijn dan in het begin van de 11° eeuw.

In het begin van deze koninkrijken (1009 – 1110) spreken we ook van de Almoravidische overheersing. De indeling van deze koninkrijken verloopt etnisch, de Berbers beheersen de kust van de Guadalquivir tot Granada, de Arabieren heersen in Cordoba en Sevilla.

In het begin sluiten de taifa koningen voortdurend bondgenootschappen soms met en soms tegen hun buren, soms zelfs met christelijke koningen. Deze christelijke koningen profiteren van de vijandige zwakte en heroveren belangrijke steden, Alfonso VI verovert Toledo in 1085 en er volgen harde christelijke campagnes tegen Sevilla en Badajoz.

Mohammed II, koning van Sevilla voelt zich bedreigd en roept de hulp in van de Almoraviden die op dat moment Noord-Afrika controleren. Yusuf Ibn Tashfin komt ter hulp, steekt de Straat van Gibraltar over en plaatst alle taifa koninkrijken terug onder een gezag.

Uit de expedities van Alfonso I blijkt de zwakke positie van de Almoraviden en in Noord Afrika is de Almohadische beweging in opkomst.

6. De tweede taifa koninkrijken

Dat is het begin van de tweede taifa-koninkrijken (1144-1170) en de almohadische overheersing. Na de invasie van de Almohaden onder leiding van Abd al-Moemin bezetten zijn troepen Marrakech, Tarifa en Algeciras. Het christelijk verzet wordt overwonnen en zij beginnen aan de verovering van het hele zuidstuk van het Iberisch schiereiland en Sevilla is opnieuw de hoofdstad van al-Andalus. Zij bouwen er tevens een schitterende moskee waarvan de minaret, de Giralda, als twee druppers water lijkt op die van de Koutubía moskee in Marrakech.

De slag bij Alarcos in 1195 waarbij al-Mansoer de Castilliaanse koning Alfonso VIII verslaat is de laatste grote zege van het Almohadische leger.

Deze triomf luidde de ondergang in van de Moorse bezetters, in 1212 eindigde deze bezetting met de Slag van Las Navas de Tolosa, de legers van Castillië, Aragón en Navarra verjoegen de Almohaden definitief.

Terwijl de Almohadische macht op zijn laatste benen loopt kan Mohammed I van de Banu Nasr ofwel de Nasriden dynastie de gebieden van Granada, Malága en Almeria verenigen en er een koninkrijk stichtten dat tweeënhalve eeuw zal blijven bestaan.

Onder Ferdinand III veroveren de christenen Cordoba in 1236 en daarna, in 1248, het ganse westelijke deel van Andalusië.

De Nasriden profiteren van de vlucht van de bevolking die verjaagd worden door de christenen en richten een dichtbevolkt en zeer productief koninkrijk op. De 23 koningen die hier op de troon hebben gezeten hebben allemaal te maken gekregen met broedermoorden en het rijk gaat uiteindelijk ten onder aan de twisten tussen twee belangrijke families.

Tussen 1284 en 1469 gaat de christelijke herovering zeer traag maar onder Juan II en Enrique IV volgen de zeges zich op.

Het huwelijk in 1469 tussen Isabella van Castillië en Ferdinand van Aragón betekent het begin van de vereniging van de christelijke koninkrijken.

Van 1482 tot 1492 is er een groot offensief tegen het Nasriden koninkrijk en de ene na de andere stad moet er aan geloven: Ronda (1485), Málaga (1487), Baza (1489) en Almeria en Guadix (1489).

Bij de eerste poging om Granada in te nemen was het Moorse koninkrijk verwikkeld in een burgeroorlog. Er bestonden 2 partijen en de tegenstanders waren de koning Muley Hassan die verliefd werd op een andere vrouw, Zoraya. Hij maakte haar ook koningin in plaats van zijn wettige vrouw, Aixa. Aixa vluchtte naar Guadix met mede nemen van haar minderjarige zoon Abu Abdi-Llah. Deze zoon werd door de Spanjaarden Boabdil genoemd en werd erkend als de volgende koning.

In 1490 dachten Isabella en Ferdinand dat ze Granada veroverd hadden maar toen kwam Boabdil in opstand. Deze opstand duurde tot 1492 en toen gaf Boabdil de sleutels van de stad aan het katholieke koningspaar.

Foto: Overgave van Granada door Boabdil aan Isabella en Ferdinand

Isabella en Ferdinand kregen later van paus Alexander VI voor hun grote verdiensten de eretitel van “Katholieke Koningen”, of in het Spaans “Los Reyes Católicos”.

De overwinnaars beloofden bij de capitulatie dat zij de religie, wetten en gebruiken zouden respecteren van de overwonnenen. Toch werd in datzelfde jaar 1492 een edict afgekondigd waarin joden hun bezittingen moesten verkopen en binnen de drie maanden het land moesten verlaten. De reden was dat de schatkist dringend geld nodig had en bij de joden kon men snel veel geld halen.

Van de ruim 200.000 joden in Spanje vertrokken er 150.000 (meestal de rijkste of de hoogst ontwikkelde)naar Portugal, Turkije, Noord-Afrika en Italië. Vandaag de dag bestaan er nog gemeenschappen waar nog Castilliaans wordt gesproken. 50.000 gingen over op het christelijke geloof. Deze immigratie was een klap voor de economie, door het wegvallen van vele handelszaken en werkplaatsen. In 1502 werden de Moren uitgezet die zich nog niet hadden laten dopen.

Al deze wetten en regels dreven de situatie naar een climax en uiteindelijk in 1568 komen de “bekeerde” Moren tot een opstand. De opstand staat bekend onder de naam “opstand van de Alpujarras”. Hij staat onder de leiding van Mohammed Abén-Humeya.

Koning Filips II stuurt hertog Jan Van Oostenrijk naar de regio om het conflict op te lossen en om alle Moren te verdrijven.

Er werd een speciale rechtbank ingesteld: de Inquisitie. In feite bestond deze rechtbank in Europa sinds 1231 en het was een kerkelijke rechtbank, ingesteld door Rome om ketterij te bestrijden. In 1478 kwam het gezag over deze rechtbank en de benoeming van de grootinquisiteur toe aan de Spaanse koning.

De eerste rechtbank in Sevilla ontwikkelde zich al snel tot een meedogenloos apparaat in de handen van de absolute vorst.

Na de verdrijving van de joden en de Moren kreeg de Inquisitie toezicht over de bekeerlingen en bestrafte de geheime uitvoering van hun oude rituelen. Intellectuelen en handelaren waren bij voorbaat verdacht, boeren en herders bleven meestal vrij van de strenge controle. De Inquisitie maakte gebruik van verklikkers en hield geheime zittingen. De terechtstellingen waren openbaar en trokken steeds een groot publiek. De gevolgen werden snel duidelijk, de Spaanse maatschappij stagneerde en alle energie werd in de religie gestoken.

In de 16° en de 17° eeuw werden duizenden ketters verbrand. Vanaf de 18° eeuw hield de Inquisitie zich nog bezig met de censuur van boeken.

De Inquisitie werd verboden door de Cortes van Cádiz in 1813.

Tot zover de geschiedenis bekeken langs Moorse kant, hierna volgt de geschiedenis bekeken langs christelijke kant.

In dezelfde periode als dat Abd al Rahman III zichzelf uitriep tot kalief verschenen er dichtbij de Pyreneeën twee christelijke koninkrijken, Navarra en Aragón.

De vooruitgang van de veroveringen in de richting van het zuiden en het steeds groter worden van de christelijke gebieden bracht de geboorte met zich mee van een nieuw politiek-grondgebied in het binnenland, Castilië.

Dit is verkregen voor de koning van Navarro, Sancho III, de Grote. Na zijn dood gaat zijn erfenis naar zijn zoon Fernando.

Deze is gehuwd met de zuster van de koning van Léon en zij vormen een coalitie tussen Navarro-Castilië welke na een oorlog en de dood van de koning van Léon in de slag van Tamarón, Fernando ook op de troon van Léon brengt.

Na de dood van Fernando wordt het grondgebied verdeeld onder zijn zonen, het zijn de koninkrijken van Léon, Galicia en Castillië.

Gedurende de volgende eeuwen, komen deze gebieden in de handen van de verschillende monarchen en hun opvolgers, zij vormen de kroon van Castillië.

De verschillenden gebieden behouden hun eigen karakter met verschillende juridische eigenaardigheden. Naast Léon komt er een nieuw gebied van groot belang, Portugal.

Een van de markante gebeurtenissen in de geschiedenis van de koningen Alfonso VI en Alfonso VII is de aanneming van de titel, keizer. De eerste als “keizer van de twee godsdiensten” en de tweede als “keizer van Spanje”.

De toekomst van de christelijke koninkrijken op het Iberisch Schiereiland zal in de volgende tientallen jaren afhangen van de grondwet van de 4 monarchieën: de kroon van Castilië, de kroon van Aragón, het koninkrijk van Navarra en het koninkrijk van Portugal.

In de XIII eeuw zal de kroon van Castilië, de sterkste van de 4, zijn grondgebied op het schiereiland vergroten met de koninkrijken Valencia en Mallorca met koning Jaime I de veroveraar en later volgden er nog andere gebieden zoals Sicilië.

Tegen het einde van die periode in 1402 en in concurrentie met Portugal begint Castilië de verovering van de Canarische Eilanden, tot dan enkel bewoond door de originele bewoners.

Ondertussen was er in Aragón een grote sterfte onder de bevolking door de uitbraak van de pest in 1348, evenals de mislukking van de opeenvolgende oogsten wat resulteerde in een grote instabiliteit, zowel op politiek en economisch als op sociaal vlak.

Bij de dood van de koning Martin I in 1410 kiezen de vertegenwoordigers van de koningen die de kroon van Aragón vormen, in het Compromis van Caspe, Fernando de Antequera als toekomstige koning, hij kan langs moeders zijde rechten op de troon laten gelden. Ondanks een revolte van de graaf van Urgel, werd Fernando I gekroond tot koning.

Aragón kwam in een diepe crisis door de problemen tussen Juan II, zoon van Fernando de Antequera en de meerderheid van de Raad van Honderd.

Dit kwam door het gevangen nemen van zijn zoon en erfgenaam Carlos van Viana. Ook lagen er sociale spanningen aan ten gronde en de revoltes van de landarbeiders welke zullen leiden tot de Catalaanse Burgeroorlog (1462 – 1472).

Met de bestijging van de troon door Fernando de Katholieke, tweede zoon en erfgenaam van Juan II, verminderden de spanningen door de ondertekening van het Arbitral de Guadelupe, wat een nieuwe structuur gaf aan de Catalaanse gebieden.

7. Moderne tijden

Op het einde van de Middeleeuwen, met het huwelijk van Isabel van Castilië en Fernando van Aragón, zijn de koninkrijken op het schiereiland verbonden. Zij veroveren het Moors koninkrijk met de val van Granada in 1492, en vervolgens dat van het koninkrijk van Navarra in 1512, wat een koninkrijk bleef, met een eigen munt en douane aan de rivier de Ebro, tot aan de Carlistische Oorlogen in de 19 eeuw.

De koningen van Navarra vluchtten naar hun bezittingen aan de andere kant van de Pyreneeën en zij werden later koningen van Frankrijk.

Zij gingen ook een politiek huwelijk aan met Portugal in 1580, wanneer Felipe II van Spanje de troon bestijgt, en voor de laatste maal het Iberisch schiereiland verenigd.

In 1492 beslissen zij over de uitwijzing van de joden, welke zich niet bekeerd hebben tot het christendom, daarmee Felipe IV van Frankrijk volgend.

Foto: Columbus land op een eiland bij de ontdekking van Amerika, de nieuwe wereld.

Cristobál Colon (of zoals wij hem kennen, Christoffel Columbus) gaat in naam van de Katholieke Koningen met zijn vloot voor de eerste maal naar Amerika. Daarmee begint de wedloop voor de exploitatie en de verovering van Amerika. Later kwamen er andere landen bij in de wedloop, landen zoals Portugal, Frankrijk en Engeland.

Zo begon de kolonisatie van Amerika, van de Caraïben tot Midden-Amerika, eerst door Francisco Hernández en later door Hernán Cortes. De Spaanse monarchie veranderde zich, in een proces dat begon aan het einde van de Reconquista, tot de machtigste en invloedrijkste natie van de wereld. Tijdens het koningschap van de Katholieke Koningen begon er ook een expansie naar Noord-Afrika, zij veroverden enkele steden, waaronder Melilla.

Na de dood van Isabel de Katholieke in 1504, kwam haar dochter Juana op de troon. Juana was gehuwd met Felipe I, of zoals men hem noemde Filips de Schone, zoon van de Aartshertog van Oostenrijk en keizer van het heilig Roomse rijk. Felipe stierf jong en Juana kon niet regeren door een mentale ziekte.

Hun zoon Carlos I van Spanje erfde de kroon van Castilla en Aragón en kreeg er de rechten op het Heilig Roomse Rijk en de bezittingen in Bourgondië bovenop.

Tijdens zijn regeerperiode besluit hij om aan het koningschap te verzaken en trekt zich terug in de Abdij van Yuste in 1556.

Zijn zoon Felipe II erft de Spaanse troon en zijn broer Fernando van Habsburg erft het Heilige Roomse Rijk.

In 1580 werd Felipe II van Spanje gekroond als koning van Portugal onder de naam van Felipe I van Portugal. Tijdens zijn koningschap kwam er de grote overwinning van Lepanto, wat een halt toeriep aan de Turkse expansie in de Middellandse Zee.

Aanleiding voor deze slag was de groeiende piraterij in de Middellandse Zee. Kust dorpen in Spanje en de Balearen werden regelmatig geplunderd door deze piraten uit Noord-Afrika en Turkije. De meest bekende was de Turk Barbarossa = Roodbaard.

Volgens een geschiedkundige Robert Davis werden er tussen de 1.000.000 en de 1.250.000 Europeanen verkocht als slaaf in Noord-Afrika en Turkije tussen de 16° en de 19° eeuw.

Aan de schaduwzijde was er dan nog het rampzalig avontuur van de Spaanse vloot in 1588.

Spanje en in sterkere mate Castilië, blijft groeien en bloeien binnen de Habsburgse dynastie, dankzij de handel met de Amerikaanse kolonies, maar heeft in dezelfde tijd ook met oorlogen tegen Frankrijk, Engeland en de Verenigde Provinciën te maken.

Toen de laatste koning van de Habsburgse dynastie, Carlos II van Spanje, stierf zonder troonopvolger, kwam Felipe van Bourgondië, neef van de kleinzoon van Carlos II en kleinzoon van de koning van Frankrijk op de troon met de naam Felipe V van Spanje, nadat hij geaccepteerd was in alle gebieden van Spanje. Nadat hij een paar jaar op de Spaanse troon zat begon de Spaanse Successieoorlog.

Tussen 1707 en 1716 met de decreten van de nieuwe installatie van Felipe V verminderde de macht van de koninkrijken en de gebieden die zich tegen hem hadden gekeerd in de successieoorlog.

Sommigen zagen in deze decreten een wettelijke eenwording van Spanje, maar aan de andere kant waren deze decreten verschillend voor Valencia en Aragón.

In 1713 heeft Spanje het Verdrag van Utrecht ondertekend waardoor zij hun Europese bezittingen verloren, maar zij werden ondertussen een wereldmacht.

De rest van de XVIII de eeuw, was de eeuw van de Verlichting. Fernando VI en Carlos III, kinderen en erfgenamen van Felipe V, voerden een beleid van vernieuwing, wat bekend werd als ‘Verlicht Despotisme”.

8. De huidige tijd

De huidige tijd begint niet goed voor Spanje, in 1805, in de Slag van Trafalgar, werd de Spaans-Franse vloot verslagen door Groot-Brittannië, het was tevens het einde van de Spaanse overheersing op de wereldzeeën ten voordele van Groot-Brittannië.

Ondertussen heeft Napoleon getriomfeerd na de Franse revolutie, gebruik gemaakt van de verschillen tussen Carlos IV en zijn zoon Fernando.

Napoleon stuurde zijn leger naar Spanje en plaatst achteraf zijn broer José I op de troon. Deze was in Madrid beter bekend als “Pepe Botellas” vanwege zijn enorme drankzucht.

Dat veroorzaakt de Onafhankelijkheids Oorlog welke 5 jaar zal duren. In deze tijd maakt men de eerste Spaanse Grondwet, een van de eerste in de wereld aan het hof van Cadiz. Deze grondwet werd afgekondigd op 19 maart 1812, feestdag van San José.

Na de nederlaag van de troepen van Napoleón in de slag van Vitoria in 1813, keert Fernando VII terug op de Spaanse troon.

Tijdens het bewind van Fernando VII wordt de grondwet van 1812 terug afgeschaft,komt er een vervolging van de liberale aanhangers van de grondwet en wordt er een absolutisme ingesteld.

Ondertussen kent de Onafhankelijkheidsoorlog in Latijns-Amerika zijn verdere verloop en weegt op de oorlogsinspanningen van de verdedigers van de monarchie. Aan het einde van het conflict blijven enkel de eilanden Cuba en Puerto Rico onderdeel van het Spaans nationaal territorium.

Aan het einde van dit afschuwelijk decennium en met de steun van de liberalen in de “Pragmatica Sanción” van 1830 wordt er opnieuw een parlementaire monarchie ingesteld.

Op het einde van het koningschap is de absolute monarchie verdwenen in de ganse Spaanse wereld.

De dood van Fernando VII brengt opnieuw een periode van grote instabiliteit met zich mee, zowel op politiek als op economisch vlak. Zijn broer Carlos Maria Isidro steunt op een aantal supporters, ze rebelleren tegen de benoeming van Isabel II, dochter van Fernando VII, erfgenaam van haar vader. Carlos Maria Isidro is tegen de afschaffing van de Salische wet van de Bourbon dynastie, welke normaal de kroning van een vrouw tot koningin verhinderd en de Eerste Carlistische Oorlog breekt uit.

De heerschappij van Isabel II kenmerkt zich door afwisseling van de macht aan de gematigden en de vooruitstrevenden, deze afwisseling wordt meer gemotiveerd door de militaire opstand.

De revolutie van 1868, genaamd “La Gloriosa” verplicht Isabel II Spanje te verlaten. Het grondwettelijk hof wordt bijeengeroepen en dat spreekt zich ten gunste van de monarchie uit en op initiatief van Generaal Prim, wordt de kroon aangeboden aan Amadeo van Savoye, zoon van de koning van Italië.

Zijn koningschap was kort door zijn afwijzing van de belangrijke sectoren van de maatschappij.

Daarop werd de 1° Republiek uitgeroepen, deze geniet een langere levensduur, alhoewel het een roerige tijd was. In 11 maanden waren er vier presidenten: Figueras, Pi y Margall, Salmerón en Castelar.

Tijdens deze tumultueuze periode kwamen er ernstige territoriale spanningen, soms ook met pittoreske fenomenen, de stad Cartagena riep zich uit tot “Onafhankelijk Kanton”.

Deze periode eindigde met een militaire opstand van de generaals Martinez Campos en Pavia, welke het parlement ontbonden.

De “Restauración” riep Alfonso XII tot koning uit. Spanje ondervind nu een grote politieke stabiliteit welke te danken is aan het toenmalige regeringssysteem. Dit systeem wordt voorgestaan door de conservatieve leider Antonio Cánovas del Castillo.

Het is een systeem dat de twee partijen, de conservatieve en de liberale om beurt in de regering brengt.

In 1885 sterft Alfonso XII en het regentschap gaat naar zijn weduwe Maria Cristina, tot de meerderjarigheid van zijn zoon Alfonso XIII, geboren na de dood van zijn vader.

De onafhankelijkheidsstrijd op Cuba in 1895 zet de Verenigde Staten er toe aan om tussen beide te komen in de strijd. De aanleiding was de ontploffing van het pantserschip Maine op 15 februari 1898 waarna de Verenigde Staten de oorlog verklaarden aan Spanje. Na de nederlaag van Spanje in Cuba gingen de laatste overzeese gebieden (Cuba, Filippijnen, Guam en Puerto Rico) verloren.

9. XXste eeuw

De 20ste eeuw begint met een grote economische crisis en de daarbij horende politieke crisis. Door de Spaanse neutraliteit tijdens de Eerste Wereldoorlog kwam er een heropleving van de welvaart.

De opeenvolging van de regeringscrisissen, het ongunstig verloop van de oorlog in het Rif-gebergte (Marokko), de sociale onrust en de onvrede binnen het leger mondde uit in de staatsgreep door generaal Primo de Rivera op 13 september 1923.

Het is het begin van een militaire dictatuur, maar die wel geaccepteerd wordt door een groot deel van de sociale krachten en door koning Alfonso XIII.

Tijdens deze dictatuur worden rechten en vrijheden afgeschaft. De moeilijke economische toestand en de opkomst van republikeinse partijen creëren een onhoudbare toestand. In 1930, geeft Primo de Rivera zijn ontslag aan de koning en gaat naar Parijs waar hij een weinig later overlijdt.

Hij wordt opgevolgd door de Directeur-Generaal, Dámaso Berenguer en later voor een korte tijd door admiraal Aznar. Deze periode noemt men in Spanje de “Dictablanda”.

Vastbesloten om een oplossing te vinden voor de politieke situatie en om een herstel van de grondwet mogelijk te maken kondigde de koning gemeentelijke verkiezingen aan op 12 april 1931.

Deze verkiezing geeft een overweldigende meerderheid aan de republikeinen-socialisten. Zij halen hun winst vooral in de grote steden en in de provinciale hoofdsteden maar de meerderheid van alle verkozenen is nog steeds monarchist.

Er komen manifestaties ten voordele van de republiek, welke leidden tot het vertrek van de koning naar het buitenland. Eenmaal de koning vertrokken werd de 2° republiek uitgeroepen op 14 april.

In de loop van de Republiek is er een grote politieke en sociale onrust, gekenmerkt door een sterke radicalisering van links en rechts. Tijdens de eerste twee jaar bestaat de regering uit republikeinen en socialisten. Tijdens de verkiezingen van 1933 wint het rechts blok en met de verkiezingen van 1936 wint het links blok.

Een toenemende golf van geweld trekt over het land, brandstichting in kerken en de moord op politieke rivalen zijn schering en inslag.

Foto. Francisco Franco
The Creative Commons CC0 1.0 Universal Public Domain Dedication (CC0)”

Op 17 juli komen de garnizoenen in Afrika in opstand en begint de Spaanse Burgeroorlog. Spanje is verdeeld in 2 zones: een onder de controle van de republikeinse regering en een onder de controle van de opstandelingen waar generaal Francisco Franco tot staatshoofd wordt benoemd.

Met Duitse en Italiaanse hulp aan de opstandelingen van Franco en door de voortdurende confrontaties tussen republikeinse fracties onderling geven de overwinning aan de opstandelingen. Zij behalen de overwinning op 1 april 1939.

Generaal Franco’s overwinning betekende de start van een autoritair regime. Er ontwikkelde zich een sterke repressie tegenover de overwonnen, wat velen van hen verplichtte om in ballingschap te gaan. Vele anderen werden veroordeeld tot de doodstraf of opgesloten in werk kampen.

Ondanks het feit dat Franco Spanje niet rechtstreeks meesleurde in de Tweede Wereldoorlog gaf hij toch een verkapte steun aan de Duitse troepen. De bevoorrading van Duitse schepen was steeds mogelijk en er vertrokken Spanjaarden naar het Oostfront om te gaan vechten tegen de communisten.

Na de oorlog kwam het land in een politiek en economisch isolement terecht.

Niettemin kwam de “koude oorlog” tussen de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie en hun wederzijdse geallieerden Franco goed uit. De Verenigde Staten heeft hem nodig om militaire basissen te bouwen in Spanje en de isolatie waarin Spanje was terecht gekomen verdween geleidelijk.

In 1956 verkrijgt Marokko zijn onafhankelijkheid van Spanje en Frankrijk.

In 1969 kiest Franco Juan Carlos van Bourbon, kleinzoon van Alfonso XIII, prins van Spanje uit als zijn opvolger met de titel van koning.

Ondanks de repressie en tirannie onder de dictatuur groeide de industriële ontwikkeling en de economische expansie zienderogen.

De dictator Franco stierf op 20 november 1975 en koning Juan Carlos I werd 2 dagen later benoemd. Dat begint een periode die in Spanje bekend staat als de “Transición” of de “Overgang”.

Deze periode vind zijn hoogtepunt met de inrichting van de parlementaire monarchie in 1978, na de afstand van zijn historische rechten door de vader van de koning, Juan de Bourbon.

Na de eerste democratische verkiezingen werd Adolfo Suarez van de Unión de Centro Democrático (centrum-rechts) verkozen tot Eerste-Minister. Hij doet belangrijke politieke hervormingen en begint de onderhandelingen om Spanje lid te laten worden van de Europese Economische Gemeenschap. Hij neemt ontslag in 1981.

Tijdens de stemming om een opvolger te verkiezen voor Adolfo Suarez op 23 februari 1981 was er een poging tot een militaire staatsgreep. Een aantal militairen onder leiding van kolonel Tejero stormde het parlement binnen. Deze militairen konden zwart op wit de goedkeuring van de bisschoppen tonen en hielden het parlement een ganse dag in gijzeling. Koning Juan Carlos weigerde mee te werken en de staatsgreep mislukte.

Foto: De Spaanse levende eerste ministers van links naar rechts
Aznar, Rajoy, koning Juan Carlos, González en Zapatero
Ministerio de la Presidencia. Gobierno de España

De opvolger van Rodolfo Suarez was Leopoldo Calvo Sotelo, dat is de man die Spanje in de NATO bracht.

In de volgende verkiezingen van 1982, kwamen de socialisten onder leiding van Felipe Gonzalez aan de macht. Hij bleef aan de macht voor de drie daarop volgende verkiezingen.

In 1986 kwam Spanje dan in de Europese Economische Gemeenschap, tijdens datzelfde werd er een referendum gehouden met de vraag of Spanje lid moest blijven van de NATO. De socialisten verdedigden de JA stem en Spanje bleef lid.

In 1992 kwam Spanje opvallend in het internationale nieuws met de Olympische Spelen in Barcelona, Madrid als Europese Culturele hoofdstad en met de Wereldtentoonstelling in Sevilla.

In die periode begint een grondige modernisering van de economie en de Spaanse samenleving. Dit werd vooral gekarakteriseerd door de industriële omschakeling en de vervanging van het economisch model van Franco door een meer liberaal model.

Ook de verandering in de Spaanse maatschappij (modernisering), de ontwikkeling van de Autonome Regio’s, de verandering van het leger en de ontwikkeling van civiele infrastructuren zoals bruggen, wegenwerken enz.

Op dat moment echter is er ook een hoge werkloosheid en kwam er stilstand aan de economische groei.

De verkiezingen van 1996 brachten de Partido Popular aan de macht en kwam José Maria Aznar aan het hoofd van de regering voor twee termijnen, de verkiezingen gaven hem zelfs een absolute meerderheid.

10. XXI eeuw

De 21ste eeuw begint met de effecten van 9 september 2001, dit betrekt Spanje in twee conflicten: de bezetting van Afghanistan en de invasie van Irak. Dat laatste conflict brengt een verwijdering met zich mee tussen de regering en een groot deel van de Spaanse bevolking. De afhandeling door de regering van de aanslag in Madrid op 11 maart 2004 vergroot de verwijdering nog.

Dit alles brengt de socialisten aan de macht na de verkiezingen van 14 maart 2004.

De Euro vervangt officieel de Peseta sinds 1 januari 2002.

Tussen 1993 en 2007 groeit de Spaanse economie enorm maar is voor het grote deel gebaseerd op de groei van de bouwsector. Een sector die momenteel in de problemen zit door de internationale crisis op de hypotheekmarkt.

Op het einde van de 20ste eeuw ontvangt Spanje grote aantallen immigranten uit de Latijns-Amerikaanse leden zoals: Ecuador, Colombia, Argentinië, Bolivia en Peru. Ook uit Afrikaanse en Europese landen kwamen er grote aantallen immigranten.

Door de sterke economische groei had Spanje veel arbeiders nodig. De president van de Spaanse nationale bank kondigde aan dat Spanje de zevende grootste economie ter wereld is.

De socialistische partij won de verkiezingen van 14 maart 2004 waardoor José Luis Rodriguez Zapatero de vijfde eerste minister werd sinds de dood van Franco.

Zapatero trekt de Spaanse troepen terug uit Irak wat een tijdelijke verkoeling in de diplomatieke relaties met de Verenigde Staten met zich meebrengt.

Hij ondertekend de Europese Grondwet, na goedkeuring door de Spaanse bevolking in een referendum.

Bovendien komt het homohuwelijk er.

Op woensdag 22 maart 2006 kondigt de ETA een wapenstilstand af, dat verbroken wordt op 30 december 2006 met de bomaanslag op de luchthaven van Madrid.

Met de verkiezingen van 9 maart 2008 winnen de socialisten van Zapatero 5 zetels, de Partido Popular wint 6 zetels en de verliezers zijn de nationalistische partijen.

Waar komt de naam Spanje vandaan?

España is een afgeleide van Hispania, een naam die de Romeinen gaven aan het ganse schiereiland Ibérica, wat op zijn beurt reeds een afleiding was van Iberia. Iberia genoot de voorkeur van de oude Griekse schrijvers om te verwijzen naar de zelfde plaats.

Niettemin, de term Hispania kan verschillende verklaringen hebben, sommige zijn eerder controversieel.

Een verklaring kan zijn dat Hispania afkomstig is van de Feniciërs, een term door hen gebruikt vanaf de 2° eeuw voor Christus.

De Feniciërs hebben van buitenaf de eerste beschaving gebracht, teneinde de handel uit te breiden. Zij zijn ook de stichters van de stad Gadir, het huidige Cadiz, en waarschijnlijk de oudste stad in West-Europa.

Foto: de Romeinse aquaduct in Segovia

De Romeinen namen de benaming over van de door hen overwonnen Carthageners, zij vertaalden het begin van het woord zoals in “kust”, “eiland” of “grond” in de betekenis van “regio”. De letters SPN van Hispania, kan in het Hebreeuws gelezen worden als saphan, wat ze uiteindelijk vertaalden als “konijnen”.

Daarom gaven de Romeinen Hispania de betekenis van “land met konijnen in overvloed”. Meerdere munten uit de tijd van de Romeinen hadden afbeeldingen van een dame met een konijn aan haar voeten.

Volgens de historicus Cándido Maria Trigueros is er een andere theorie welke hij verdedigde voor de Universiteit van Barcelona in 1767. Volgens hem is het alfabet van de Feniciërs (ongeveer gelijk aan het Hebreeuws) zonder klinkers.

Zo betekend spn “het noorden” dus volgens Trigueros gebruikten zij dit voor het Iberisch schiereiland.

Een andere wetenschapper Jesús Luis Cunchillos heeft in zijn boek “Gramática fenicia elemental” uit 2000 de naam Hispania opgedeeld in span en spy, wat betekende “smeden van metalen”. Daarom i-spn-ya betekende volgens hem dus “het land waar men metaal smeedde”.

Apart van de Fenicische oorsprong, heeft men in de moderne tijd nog een nieuwe theorie opgemaakt, Hispalis zou de betekenis hebben van “Westelijke Stad”, omdat Hispalis de grootste stad was op het Iberisch schiereiland zijn de Feniciërs en later de Romeinen deze naam gaan gebruiken voor het ganse schiereiland.

Nog een andere theorie is dat Hispalis is overgegaan in Hispania als afgeleide vorm van de legendarische koningen van Spanje, Hispalo en zijn zoon Hispano, zoon en kleinzoon van Hercules.

De Spaanse koning, Felipe VI

  1. Algemeen
  2. Biografie
  3. Opleiding
  4. Echtgenote en dochters
  5. Openbaar leven
  6. Reinado
  7. Het Koninklijk Huis
  8. Titels

1.Algemeen

Foto: Koning Felipe VI
Cristina Cifuentes

Felipe VI van Spanje is geboren in Madrid op 30 januari 1968 en is de huidige koning van Spanje en daardoor is hij het staatshoofd en de opperbevelhebber van de strijdkrachten.

Hij werd op 19 juni 2014, voor de Verenigde Kamers, na het aftreden van zijn vader, koning Juan Carlos I, na het akkoord van de organieke wet 3/2014 de nieuwe koning van Spanje. Het besluit verscheen in het staatsblad 19.

Hij is gehuwd met Letizia Ortiz, koningin gemalin van Spanje met wie hij twee dochters heeft, Leonor, prinses van Asturië en Sofía, prinses van Spanje.

2. Biografie

Felipe Juan Pablo Alfonso de Todos los Santos de Borbón y Grecia is het derde kind van Juan Carlos I de Borbón en Sofía van Griekenland.

Hij werd op 8 februari 1968 in het Zarzuela paleis door monseigneur Casimiro Morcillo, aartsbisschop van Madrid gedoopt. Hij ontving toen de namen Felipe Juan Pablo Alfonso de Todos los Santos de Borbón y Grecia: De naam Felipe kwam van Felipe V, de eerste Borbón die de troon van Spanje besteeg. Juan kwam van zijn grootvader langs vaderszijde; Juan de Borbón, graaf van Barcelona;. Pablo komt dan weer van zijn grootvader langs moederszijde, koning Pablo van Griekenland en Alfonso komt van zijn overgrootvader koning Alfonso XIII. Todos los Santos is een traditie binnen de Spaanse koninklijke familie.

Zijn peetouders zijn de graaf van Barcelona, Juan de Borbón en de koningin weduwe van Alfonso XIII, Victoria Eugenia van Spanje. Tijdens de doop was naast tal van andere openbare figuren ook generaal Francisco Franco aanwezig.

Op 30 januari 1986, toen hij 18 jaar was, zwoer Felipe in de kamer van volksvertegenwoordigers, getrouwheid aan de Grondwet van 1978 en aan de koning en daarmee ontving hij zijn aanstelling als troonopvolger.

Als kroonprins woonde hij met vrouw en kinderen in het Pabellón del Príncipe, een paleis uit 2002 dat op het terrein van Zarzuela paleis staat. Als koning bleef hij er wonen omdat hij zijn ouders in het koninklijk paleis liet wonen, hij gebruikt er enkel een kantoor in het Zarzuela paleis.

3. Opleiding

Felipe is een polyglot en hij spreekt vier talen, Spaans, Engels, Frans en Catalaans.

Na het behalen van een bachelor in 1993 en een postgraduaat in 1995 werd hij de eerste Spaanse koning die dergelijke studies volgde.

Hij kreeg zijn militaire opleiding achtereenvolgens aan de Militaire Academie van Zaragoza, de Marine school van Marín en de Luchtmacht school van San Javier.

Tot aan zijn aanstelling als koning hield hij zijn rang van luitenant-kolonel van de landmacht, fregatkapitein van de zeemacht en luitenant kolonel van de luchtmacht. In 1987, toen hij 18 jaar was, kreeg hij zijn aanstelling als adelborst op het schoolschip Juan Sebastián Elcano.

Na de voltooiing van zijn militaire studie begon hij aan zijn burgerlijke opleiding. Hij volgde rechten aan de Universidad Autónoma de Madrid en een master van twee jaar in internationale betrekkingen aan de Edmund Walsh School of Foreign Service aan de Universiteit van Georgetown, Washington DC.

Vanaf 19 juni 2014, na zijn aanstelling als koning werd hij opperbevelhebber van de Spaanse strijdkrachten.

4. Echtgenote en dochters

Foto: Spaanse koning en koningin
Holger Motzkau

Op 1 november 2003 kondigde hij zij verloving aan met de journaliste Letizia Ortiz Rocasolano. Het huwelijk werd gehouden op 22 mei 2004 in de kathedraal van Almudena in Madrid.

De bruiloft werd bijgewoond door staatshoofden van over de ganse wereld waaronder de koningen van Noorwegen, Zweden en Denemarken.

Verder waren prins Charles, prins van Wales, koningin Noor van Jordanië, prinses Carolina van Monaco, de operazanger Plácido Domingo, de astronaut Pedro Duque en de ex-president van Zuid-Afrika aanwezig op het huwelijk.

Op 31 oktober 2005 werd kroonprinses Leonor geboren en op 29 april 2007 werd het tweede kindje geboren, prinses Sofía.

5. Openbaar leven

Vanaf het begin van 1995 begon hij met een rondgang door de verschillende autonome regio’s van Spanje. Vanaf januari 1996 vertegenwoordigde hij Spanje op de inhuldiging van de presidenten in Latijns-Amerika.

Na de aanslagen in Madrid van 11 maart 2004 nam hij samen met zijn zusters, de prinsessen Elena en Cristina deel aan een manifestatie. Dit was voor de eerste maal in de geschiedenis dat leden van de koninklijke familie deelnamen aan een dergelijke gebeurtenis.

Naast zijn verbintenissen voor de staat is hij betrokken bij tal van verenigingen met een charitatief karakter. Twee van de verenigingen dragen zijn titel: Fundación Príncipe de Asturias y Fundación Príncipe de Girona.

Verder zijn er nog de Premios Príncipe de Asturias, prijzen die jaarlijks in Oviedo in acht verschillende categorieën worden uitgereikt.

6. Reinado

Na het beëindigen van de regeerperiode van koning Juan Carlos I werd Felipe op 19 juni 2014 uitgeroepen tot nieuwe koning. Het koningschap in Spanje is een representatief koningschap en behoort zoals de Spaanse grondwet uit 1978 bepaalt de nationale soevereiniteit toe aan het Spaanse volk.

Eenmaal Felipe tot koning was uitgeroepen nam Leonor de titel van prinses van Asturië over en zal zij in 2023 getrouwheid aan de grondwet zweren. Koning Juan Carlos blijft ere-koning en Felipe VI is titelvoerend koning. Felipe VI, als titelvoerend koning is de historische erfgenaam van achtentwintig koninkrijken, zes prinsdommen, drieëntwintig hertogdommen, acht markizaten en negenentwintig graafschappen.

De troonsbestijging werd afgekondigd voor de verenigde kamers, de kamer en de senaat. In zijn toespraak kondigde hij een hernieuwde monarchie in een nieuwe tijd aan in een veranderende wereld en maatschappij met een grotere transparantie.

Tijdens zijn eerste daden als koning maar samen met de koning betuigde hij zijn steun aan de slachtoffers van het terrorisme, had hij een ontmoeting met vertegenwoordigers van NGO’s en bevorderde hij de verwijdering van katholieke symbolen uit officiële handelingen.

Hij ging ook naar Vaticaanstad voor een ontmoeting met paus Francisco, hij ging op staatsbezoek naar Portugal, Marokko en Frankrijk.

7. Het Koninklijk Huis

Het koninklijk huis is een instelling die de organisatie en de werking van de residentie van de koninklijke familie, en hun institutionele activiteiten dient. De rijksbegroting overweegt een deel van de begroting voor de kosten die de koninklijke huishouding met zich meebrengt te voorzien.

Het koninklijk huis is vragende partij om opgenomen te worden in de toekomstige wet die de openbaarheid van bestuur wil bevorderen naast de rest van de openbare instellingen, de kamer van volksvertegenwoordigers, de senaat en de raad van state.

8. Titels

  • Koning van Spanje
  • Katholieke Majestad
  • Koning van Castilië, van León, van Aragón, van de Beide Siciliën, van Jeruzalem, van Portugal, van Navarra, van Granada, van Toledo, van Valencia, van Galicië, van Mallorca, van Sevilla, van Sardinië, van Córdoba, van Murcia, van Jaén, van de Algarve, van Algeciras, van Gibraltar, van de Canarische Eilanden.
  • Aartshertog van Oostenrijk.
  • Hertog van Bourgondië en Brabant, van Milaan, van Athene en van Neopatras.
  • Graaf van Habsburg, van Vlaanderen, van Tirol, van Barcelona, van Roussillon en van Cerdagne.
  • Markies van Oristano en Goceano.
  • Heer van Vizcaya en Molina.
  • Opperbevelhebber van de Spaanse strijdkrachten
  • Hoogste Grootmeester in de Orde van het Gulden Vlies
  • Grootmeester in de Orde van Carlos III
  • Grootmeester in de orde van Isabel de Katholieke
  • Grootmeester in de orde van de Damas Nobles de Maria-Luisa
  • Grootmeester in de orde van Alfonso X
  • Grootmeester in de militaire ordes van Montesa, Alcántara, Calatrava en Santiago
  • Ridder in de Orde van Javier, de Orde van Anunciada, de Orde van Jarretera en in de Orde van het Brits Imperium

Het Spaanse toerisme in het kort

  1. Allerlei
  2. Transport
  3. Spoorwegen
  4. Het Spaanse wegennet
  5. Zomervakantieoorden en stranden
  6. Cultureel toerisme
  7. Religie
  8. Festivals
  9. Het nachtleven
  10. Wintertoerisme
  11. Natuurtoerisme

1.Allerlei

Het toerisme in Spanje is tijdens de laatste jaren van Franco’s dictatuur tot ontwikkeling gekomen. Het land werd toen een populaire bestemming voor de zomervakantie van de toeristen uit noordelijk Europa. 

In 2007 was Spanje opgeklommen tot het tweede meest bezochte land door toeristen na Frankrijk. Dat jaar kwamen er volgens de World Tourism Organization meer dan 60 miljoen toeristen naar Spanje.

In 2010 was Spanje gedaald met 53 miljoen bezoekers tot de vierde plaats na Frankrijk, de Verenigde Staten en China. De omzet van de toeristische industrie bedroeg dat jaar € 62.1 miljard.

Maar denk er aan, Spanje is meer dan zon, zee en strand toerisme.

2. Transport

Transport in Spanje is gekenmerkt door een uitgebreid netwerk van wegen, spoorwegen, metro, luchthavens en havens. De geografische locatie van Spanje maakt het land tot een belangrijke verbinding tussen Europa, Afrika en de Amerika’s. Belangrijke verbindingen zijn er tussen de hoofdstad Madrid en de hoofdsteden van de autonome regio’s. 

Het personen transport is gekenmerkt door een hoge integratie van het lange afstandsspoorsysteem en het stedelijk metro vervoer. Deze integratie is beter geregeld dan de verbindingen met de buurlanden, aan de oorzaak ligt hier de historische gegroeide afwijking van de afmetingen van het spoor. Spanje werkt hard aan een verdere integratie van zijn spoorwegnet met Frankrijk en Portgal. Dat is inclusief een hoge snelheidslijn tussen Madrid e Lissabon.

Spanje bezit een goed ontwikkeld wegennet met gratis wegen en tolwegen.

In de luchtvaart zijn er verschillende internationale en meerdere regionale luchthavens, de grootste is Spaanse luchthaven is Barajas International Airport in Madrid.

Veerdiensten zijn er tussen het vasteland en de steden op de Balearen, de Canarische Eilanden, Ceuta en Melilla.

3. Spoorwegen

De Spaanse spoorwegen dateren van in 1848. De totale lengte van het spoorwegnet was in 2004 14.781 km waarvan er 8.791 km geëlektrificeerd.

  • Iberische spoorbreedte (1.668mm): 11.829 km waarvan er 6.950 km geëlektrificeerd is op 3 kV gelijkstroom).
  • Standaard spoorbreedte (1.435 mm: 998 km en alles is geëlektrificeerd op 25 kV wisselstroom)
  • Smalspoor (1.000 mm): 1,926 km waarvan er 815 km geëlektrificeerd is.
  • Smalspoor (914 mm): 28 km welke alle geëlektrificeerd zijn.

De meeste spoorlijnen zijn in handen van RENFE maar het smalspoor is vooral in sommige autonome regio’s in handen van FEVE. Er is nu een voorstel om nieuwe lijnen enkel nog in de standaard breedte aan te leggen en dan vooral die lijnen die naar het buitenland gaan. 

Een hogesnelheidslijn (AVE) is in 1992 in dienst gekomen tussen Madrid en Sevilla. In 2003 werd er tussen Madrid en Lleida een nieuwe hogesnelheidslijn ingehuldigd en die werd later (2008) doorgetrokken tot in Barcelona. Hetzelfde jaar kwamen er lijnen tussen Madrid en Valladolid en tussen Córdoba en Málaga in dienst.

Hogesnelheidslijnen

Foto: MJSmit
  • Córdoba–Málaga
  • Madrid–Barcelona
  • Madrid–Sevilla
  • Madrid–Valladolid
  • Madrid-Valencia

Steden met een metro

Foto: station Príncipe Pío
IngolfBLN

In Alicante, Barcelona, Bilbao, A Coruña (onder constructie), Madrid, Valencia, Málaga (onder constructie), Murcia (onder constructie maar opening in 2011, Granada (onder constructie), Jaén, Palma de Mallorca, Vitoria-Gasteiz, Sevilla, Parla, Vélez-Málaga, Vigo (onder constructie) en Santa Cruz de Tenerife zijn er metro’s in dienst.

4. Het Spaanse wegennet

Het Spaanse autosnelwegennet is het derde grootste in de wereld na de Verenigde Staten en China. In 2006 waren er ongeveer 13.872 km wegen met grote capaciteit in het land. Er zijn twee soorten van dergelijke wegen autopistas (snelwegen) en autovías (autowegen).

Het verschil tussen een een autopista en een autovía

Het verschil tussen beide is meestal een historisch verschil. Beide soorten bestaan uit minstens 2 maal 2 rijstroken die gescheiden worden door een middenberm Volgens de Spaanse wetgeving is de snel beperkt tussen de 60 en de 120 km/h. Er kunnen wel snelheidsverminderingen op voorkomen.

Op autopistas zijn meestal enkel wagens en moto’s toegelaten zodat alle voertuigen die geen 60 km/h kunnen rijden er verboden zijn. Zodoende kunnen deze wegen geen upgrade zijn van een oudere weg omdat de Spaanse wet een alternatieve weg voor deze voertuigen vereist.

Aan de andere hand zijn autovías meestal maar niet altijd een upgrade van een oudere weg en ze zijn nooit een tolweg. In het algemeen zijn trage voertuigen zoals fietsen en landbouw voertuigen ondere bepaalde omstandigheden toegelaten op deze wegen.

Waterwegen

Er zijn 1,045 km waterwegen in Spanje maar zij hebben geen groot economisch belang.

Havens

Spanje heeft een groot aantal havens en dat is logisch, Spanje is bijna helemaal omringd door of de Middellandse Zee of de Atlantische Oceaan. De belangrijkste havens zijn Algeciras, Barcelona, Valencia, Bilbao, Cádiz, Cartagena, Ceuta, Huelva, A Coruña, Las Palmas de Gran Canaria, Málaga, Melilla, Gijón, Palma de Mallorca, Saguntum, Santa Cruz de Tenerife, Los Cristianos (Tenerife), Santander, Tarragona, Vigo, Motril, Almería, Seville, Castellón de la Plana, Alicante, Pasaia, Avilés en Ferrol.

Lucht transport

Terminal T4 Luchthaven van Madrid Barajas. Inschepingszone en winkelplaats.

Er zijn 157 luchthavens in Spanje en de belangrijkste daarvan zijn: Madrid, Barcelona, Palma de Mallorca, Málaga, Gran Canaria, Alicante and Tenerife South.

De meeste luchthavens worden uitgebaat door Aeropuertos Españoles y Navegación Aérea (Aena).

5. Zomervakantieoorden en stranden

Foto: “Rodelar, Wikimedia Commons, Licencia CC-BY-SA 4.0

Dit soort toerisme kwam in als eerste tot ontwikkeling en zelfs vandaag nog brengt deze vakantievorm het meeste geld in het laatje van de Spaanse economie. Het zachte klimaat gedurende het ganse jaar en de zandstranden aan de Middellandse Zee of de Atlantische Oceaan aangevuld met de stranden van de Balearen en die van de Canarische Eilanden oefenen een grote aantrekking uit op de toeristen uit noordelijk Europa. De zomerse vakantieoorden aan de kust oefenen ook op de Spanjaarden een aantrekking uit.

De Spaanse stranden vinden we van noord naar zuid:

  • De Costa Brava, de Costa Daurada en de Costa del Maresme, alle drie in de autonome regio Catalonië zijn zeer populair bij Spaanse en Franse toeristen. Hier vinden we de bekende steden Salou en Barcelona.
  • De Costa del Azahar, de Costa de Valencia met de hoofdstad Valencia en de Costa Blanca die een van de meest ontwikkelde kustgebieden van Spanje is is zeer populair bij toeristen uit Groot-Brittannië en Duitsland. Benidorm is hier de populairste badstad en zij liggen in de autonome regio Valencia.
  • De Costa Calida in de regio Murcia.
  • De Costa de Almería, de Costa Tropical, de Costa del Sol en de Costa de la Luz liggen in de autonome regio Andalusië. Enkele van de steden die we hier vinden zijn wereldzijd bekend zoals Marbella, Sotogrande, Cádiz en Málaga.

Er zijn ook twee archipels in Spanje, de Canarische Eilanden in de Atlantische Oceaan en de Balearen in de Middellandse Zee. Beide zijn zij populaire vakantiebestemmingen voor Spanjaarden en buitenlanders.

In aanvulling op het zomers toerisme zijn er ook andere vormen van toerisme gevolgd en dat zijn cultureel toerisme, congressen en sport.

Het strand toerisme heeft ook het nachtleven tot grote bloei gebracht.

6. Cultureel toerisme

Liggend op een kruispunt van verschillende beschavingen heeft Spanje een aantal plaatsen van groot historisch belang. Belangrijke bestemmingen in Spanje zijn Madrid en Barcelona, beide hebben zij een aantal belangrijke plaatsen die men moet zien. Ook hebben beide steden niet alleen een historisch belang maar zijn zij ook belangrijk op handel, onderwijs, entertainment, media, mode, wetenschap en sport.

Op de lijst van het Werelderfgoed van de Unesco staat Spanje op de tweede plaats na Italië.

7. Religie

Spanje is een belangrijke plaats voor het katholicisme maar daarnaast is Spanje ook belangrijk voor het hindoeïsme, de islam en het judaïsme. In Spanje liggen enkele van de heiligst plaatsen van de katholieke kerk zoals Santiago de Compostela in Galicië dat de derde heiligste plaats is na Rome en Jeruzalem. Deze stad is het eindpunt van de pelgrimstocht naar Santiago. Santo Toribio de Liébana in Cantabrië is de vierde heiligste plaats en Caravaca de la Cruz in de regio Murcia staat op de vijfde plaats.

Deze plaatsen trekken pelgrims aan uit de ganse wereld. Religie kan men ook vinden in de processies tijdens de Heilige Week in tal van Spaanse steden.

8. Festivals

De meeste festivals draaien rond lokale tradities en folklore. Onder de meest bekende zijn de Feria de Abril in Sevilla, de Romería van El Rocío in Almonte, Huelva, de wereld bekende Ren van de Stieren in Pamplona, de Fallas in Valencia, de Tomatina in Buñol, Valencia en de Fiestas del Pilar in Zaragoza.

Carnaval is ook een populair feest maar het is het populairst op de Canarische Eilanden en in Cadiz.

Er zijn in Spanje ook een aantal film festivals en het bekendste is het Internationaal Filmfestival van San Sebastián, het Filmfestival van Málaga en het Filmfestival van Sitges, het beroemdste internationaal festival dat gespecialiseerd is in fantasy en horror films.

De bekendste muziek festivals zijn de FIB, de Festimad, de Primavera Sound, het Bilbao Festival BBK, het Monegros Desert Festival en het SOS 4.8.

9. Het nachtleven

Het Spaanse nachtleven is zeer attractief voor toeristen maar ook voor Spanjaarden en het wordt beschouwd als een van de beste ter wereld.. Grote steden zoals Madrid en Barcelona zijn favoriet voor de grote en populaire discotheken zo is Madrid bekend als de party stad voor clubs zoals de Pacha en de Kapital (zeven verdiepingen). Barcelona is beroemd voor zijn minder bekende clubs.

Discotheken zijn hier open tot 7 uur ’s ochtends. Sommige eilanden van de Balearen zoals Ibiza en Mallorca zijn bekend als belangrijke party bestemmingen.

10. Winter Toerisme

Spanje staat in Europa op de tweede plaats als land met de meeste bergen en er zijn hier een groot aantal goede en mooie skigebieden. De gebergtes die we hier vinden zijn de Pyreneeën, het Castiliaans Scheidingsgebergte, het Iberisch Randgebergte en de Sierra Nevada.

11. Natuurtoerisme

Foto: de nationale parken
Carlos Delgado

Spanje heeft een aantal Nationale parken en die vinden we door gans Spanje. Hierna volgt een opsomming van deze parken:

  • het Nationaal park Aigüestortes i Estany de Sant Maurici (Catalonië)
  • het Nationaal park Archipiélago de Cabrera (Balearen)
  • het Nationaal park Cabañeros (Castilië-La Mancha)
  • het Nationaal park Cabrera-archipel (Parque Nacional del Archipiélago de Cabrera)
  • het Nationaal park Caldera de Taburiente (Canarische Eilanden)
  • het Nationaal park Doñana (Andalusië)
  • het Nationaal park Garajonay (Canarische Eilanden)
  • het Nationaal park Islas Atlánticas de Galicia (Galicië)
  • het Nationaal park Monfraguë (Extremadura)
  • het Nationaal park Ordesa y Monte Perdido (Aragón)
  • het Nationaal park Picos de Europa (Asturië, Castilië en León en Cantabrië)
  • het Nationaal park Sierra Nevada (Andalusië)
  • het Nationaal park Tablas de Daimiel (Castilië-La Mancha)
  • het Nationaal park Teide, tevens werelderfgoed UNESCO (Tenerife – Canarische Eilanden)
  • het Nationaal park Timanfaya (Lanzarote – Canarische Eilanden).

In deze parken vinden we een groot aantal zeldzame en beschermde planten en dieren.

Waarom komen we naar Spanje?

Sedert 2003 zijn mijn echtgenote en ik woonachtig in Spanje. Totaal onverwacht zijn wij hier terecht gekomen, al onze vrienden en kennissen dachten dat wij naar Ierland zouden vertrekken.

Onze hond heeft er anders over beslist. Er was wel een versoepeling van de quarantaine voor de hond maar nog niet soepel genoeg. Dus we zouden een jaartje wachten, alle papieren in orde brengen en dan richting Ierland vertrekken.

We hebben dan de landkaart van Europa open gedaan, het westen was voorlopig niet mogelijk, het noorden en het oosten vonden we te koud dus bleef er enkel het zuiden over.

Daaruit hebben we dan Spanje gekozen, alhoewel geen van beiden hier ooit geweest was maar het was toch maar voor een jaartje, dus dat zouden we wel overleven.

Uiteindelijk is het jaartje Spanje er bijna 15 jaar geworden.

Spanje is een mooi land met overwegend vriendelijke mensen, waarom zouden we nog vertrekken.

We hopen dat door deze site er een aantal mensen ook eens hier een kijkje komen nemen, weg van de stranden en volop genieten van cultuur, natuur en lekker eten.