Spaanse feestdagen in 2022

Wij geven deze lijst hier omdat het altijd interessant is om weten wanneer de winkels, benzinestations en banken gesloten zijn.

De lijst met de officiële feestdagen wordt elk jaar opnieuw vastgelegd. Er mogen maximum 14 dagen aangewezen worden als feestdag en dat gebeurt door de nationale overheid, de regionale overheden en de gemeenten.

De nationale lijst met feestdagen voor gans Spanje is in 2022:

  • 1 januari = Nieuwjaar
  • 6 januari = Driekoningen
  • 15 april = Goede Vrijdag
  • 15 augustus = Onze Lieve Vrouw Hemelvaart
  • 12 oktober = Nationale feestdag
  • 1 november = Allerheiligen
  • 6 december = Dag van de Spaanse Grondwet
  • 8 december = Onbevlekte Ontvangenis

1 mei, Dag van de Arbeid, en 25 december, Kerstmis, vallen dit jaar op een zondag en worden in de meeste regio’s de dag daarna gevierd maar niet in allemaal.

De lijst van de autonome regio’s

  • Andalusië: 28 februari, 14 april, 2 mei, 26 december
  • Aragón: 14 april, 23 april, 2 mei, 26 december
  • Asturië: 14 april, 2 mei, 8 september, 26 december
  • Balearen: 1 maart, 14 april, 18 april, 26 december
  • Canarische Eilanden: 14 april, 15 april, 30 mei, 26 december
  • Cantabrië: 14 april, 28 juli, 15 september, 26 december
  • Castilla-la-Mancha: 14 april, 31 mei, 18 juni, 26 december
  • Castilla y Léon: 14 april, 23 april, 2 mei, 26 december
  • Catalonë: 18 april, 6 juni, 24 juni, 11 september, 28 december
  • Communiteit Valencia: 19 maart, 14 april, 18 april, 24 juni
  • Extramadura: 14 april, 2 mei, 8 september, 26 december
  • Galicia: 14 april, 17 mei, 24 juni, 25 juli,
  • Madrid: 14 april, 2 mei, 25 juli, 26 december
  • Murcia: 14 april, 2 mei, 9 juni, 26 december
  • Navarra: 14 april, 18 april, 25 juli, 26 december
  • Baskenland: 14 april, 18 april, 25 juli, 6 september
  • La Rioja: 14 april, 18 april, 9 juni, 26 december
  • Ceuta: 14 april, 9 juli, 5 augustus, 2 september
  • Melilla: 14 april, 3 mei, 11 juli, 26 december

Nationaal Museum van de Keramiek en de Collectie van González Martí

  1. Algemeen
  2. Het gebouw
  3. De collectie
  4. Patio met de rijtuigen
  5. Eerste verdieping
  6. Textiel
  7. Schilderijen
  8. Tweede verdieping
  9. Keramiek
  10. Website

1.Algemeen

Foto: Museum van de Keramiek

Felivet

Het Nationaal Museum van de Keramiek en de Collectie van González Martí vinden we in het Paleis van de Markies van de Dos Aguas in Valencia. Het werd opgericht op 7 februari 1947 met een donatie aan de staat van de collectie van Manuel González Martí en het museum werd ingehuldigd als museum op 18 juni 1954. Zeven jaar lang bleef de collectie in de woning van de stichter terwijl de restauratie aan het paleis liep van 1950 tot 1954 en vanaf dan werd het definitief het Nationaal Museum van de Keramiek.

2. Het gebouw

Het gebouw werd in 1941 benoemd tot artistiek geschiedkundig monument en het paleis werd in 1949 aangekocht door de staat om er de collectie keramiek te huisvesten. Na zijn eerste renovatie om de zalen aan te passen aan hun functie als museum volgden er nog tal van andere aanpassingen zoals het verbeteren van de infrastructuur, het verder aanpassen van het gebouw en de verbetering van de tentoonstellingszalen. In 1990 sloot het museum wederom zijn deuren voor een nieuwe restauratie die onder leiding stond van de architect Ginés Sánchez Hevia, het museum opende opnieuw zijn deuren voor het publiek in 1998.

3. De collectie

In 1969 nadat het museum zijn collectie had uitgebreid met meubilair, kleding, schilderijen enz waaruit een speciale interesse bleek voor de Valenciaanse traditie en zijn plaatselijke kunstenaars werd besloten dat het museum naast de keramiek ook luxe voorwerpen zou tentoonstellen en men veranderde de naam van het museum in “Nationaal Museum van de Keramiek en de Collectie van González Martí”.

4. Patio met de rijtuigen

Foto: Carroza de las Ninfas door
Nicolás Pérez

Op de benedenverdieping, na het doorlopen van de hal vinden we de “Patio met de rijtuigen”. Zoals de naam al aangeeft is dit de oude binnenplaats waar de rijtuigen gestald werden en waar de stallen van de trekdieren waren. Hier staat de “Karos van de Nimfen” die in 1753 gemaakt werd door Hipólito Rovira en Ignacio Vergara voor de markies van Llanera, deze karos is in empire stijl gemaakt. We vinden hier ook een draagstoel uit de achttiende eeuw in rococo stijl.

5. Eerste verdieping

Op deze verdieping vinden we de oude privékamers van de markiezen van Dos Aguas en ze zijn allen versierd met stucwerk en muurschilderingen. De kamers hebben voor een deel het originele meubilair zoals de balzaal, de rode zaal, het oosters zaaltje dat de naam droeg van het porseleinen zaaltje. Het meubilair in dit laatste zaaltje werd gemaakt in Dresden en het bevat ingelegd porselein. Daarnaast is er nog porselein uit Meissen. In de slaapkamer is er een groot bad van wit Carrara marmer en het plafond is versierd met schilderingen van Plácido Francés y Pascual.

De vloeren zijn gemaakt met ingelegd marmerwerk in verschillende kleuren en waarin men de initialen “MD” kan in terug vinden die staan voor de Markies van Dos Aguas. In al deze zalen kan men genieten van schilderijen en andere voorwerpen zoals klokken, vazen enz.

6. Textiel

Vanaf de oprichting van het museum ontving men hier grote aantallen schenkingen van waardevolle oude kledij en deze kledij wordt tentoongesteld op houten paspoppen in een natuurlijke kleur. Deze kleding wordt gepresenteerd met bijpassende benodigdheden zoals parasols, hoeden, hoofddoeken en waaiers. Deze manier van tentoonstellen heeft wel beschadigingen aan de kledij opgeleverd, licht en stof waren hier de oorzaak en daarom zijn een aantal stukken niet meer beschikbaar voor de permanente tentoonstelling. Enkel tijdens tijdelijke tentoonstellingen zijn ze nog beschikbaar.

Binnen de collectie textiel en kledij is er een verzameling van 12 decoratieve stukken van Koptisch textiel waaronder een “tabulae” dat versierd is met wijngaardbladeren en dat stamt uit 140-380 voor Christus. Een ander stuk textiel is versierd met polychrome banden en dat stamt uit 210-390 voor Christus. Deze collectie werd in 1964 aangekocht door González Martí op de Rastro de Madrid, een openluchtmarkt in Madrid.

7. Schilderijen

Tussen de gevarieerde collectie van Manuel González Martí zijn er een aantal schilderijen en het museum heeft een aantal werken waaronder een “Onbevlekte Ontvangenis” uit 1860 van de Valenciaanse schilder, José Vicente Pérez y Vela. Een ander stuk vinden we in de kapel van het museum en het is een afbeelding van Vincentius van Zaragoza. Deze schilderij kwam in 1917 in het museum maar de schilder is een anonieme kunstenaar uit het begin van de zeventiende eeuw. Voordien was het schilderij in de cisterciënzer abdij van Santa María de Benifassà.

Een groot aantal schilderijen kwamen door tussenkomst van zijn stichter in het museum terecht. In het begin van de Spaanse burgeroorlog werden er hier in het museum een aantal schilderijen in veiligheid gebracht.

Andere schilderijen zijn dan weer afkomstig uit diverse particuliere verzamelingen of van de schilders zelf, het merendeel van deze werken is uit de zestiende en de twintigste eeuw.

8. De tweede verdieping

De ganse tweede verdieping is gewijd aan de tentoonstelling van keramiek. De collectie in het museum bestaat uit christelijke middeleeuwse keramiek uit Manises en Paterna. Zo is er een verzameling keramiek uit de oudheid waaronder Griekse, Iberische en Romeinse keramiek en verder is een verzameling middeleeuwse tegels uit de Real Fábrica de Alcora aanwezig. Het begin van de collectie werd door de stichter, González Martí, geschonken en ze bestond uit ongeveer zesduizend stukken en zij dateerden vanaf de middeleeuwen tot in de veertiende eeuw.

9. Keramiek

De rondleiding is zodanig opgebouwd dat er een chronologische orde wordt gevolgd en zo beginnen we in een zaal met uitleg over de evolutie van de keramiek in het neolithicum, met de gebruikte materialen en een uitleg van de gebruikte technieken . We vinden hier ook stukken uit verschillende culturen zoals uit de Griekse, de Iberische en de Romeinse cultuur.

De Spaans Moorse keramiek is goed vertegenwoordigd in de collectie en dan speciaal de keramiek die afkomstig is uit de Moorse werkhuizen in de Valenciaanse regio. Het betreft vooral stukken uit de dertiende en de veertiende eeuw die versieringen hebben in groen en mangaan. Een hoogtepunt in de verzameling is een fontein uit de dertiende eeuw die in een Moorse tuin stond en zij is gemaakt met groene, witte en zwarte tegels die geometrische figuren vormen. Dit soort keramiek lag aan de basis van de christelijke Spaanse technieken om keramiek te vervaardigen. De collectie in het museum bevat belangrijke werken uit verschillende plaatsen en zij komen zowel uit het buitenland, Italië als uit het binnenland zoals uit Teruel, Catalonië en Paterna.

Tijdens de renaissance was Florence, dankzij de familie Della Robbia een belangrijke producent van polychrome geglazuurde keramiek met een devotioneel karakter. Door middel van zijn internationale handel kwamen deze stukken ook terecht op het Iberisch schiereiland. In het museum vinden we een werk met deze oorsprong en het is het eerste dat door de staat in 1943 voor het museum werd aangekocht. Het stuk is een Florentijnse tondo (een rond schilderij of reliëf ) uit de zestiende eeuw waarop een afbeelding van de Maagd met kind staat.

Na de verdrijving in de zeventiende eeuw van de overgebleven Moren werden de versieringen op de keramische werken soberder en de Moorse invloed werd stilletjes aan vervangen door de Italiaanse en de Chinese keramiek. Het centrum van de vernieuwing in de achttiende eeuw van het Valenciaans porselein was de Koninklijke Fabriek van Alcora (Real Fábrica de Alcora) die de Franse barokstijl en de rocaille (schelpmotief) imiteerden op servies en decoratieve voorwerpen. Het tegelwerk voor vloeren met een embleem op voor bedrijven of wapenschilden voor de adel waren populair.

Het museum heeft sinds 2012 een Napolitaanse kerststal uit de achttiende eeuw in zijn bezit en er staan 29 figuurtjes met een hoogte van 10 tot 40 cm in de stal.

De moderne tijd bracht de glanzende keramiek terug en die werd dan gebruikt voor versiering aan de binnen en de buitenzijde van gebouwen maar ook als gewone decoratieve voorwerpen. Samen met Oostenrijkse bustes die gemaakt werden in deze moderne stijl vinden we hier werk van de Valenciaanse beeldhouwer, Mariano Benlliure. Zijn werk vinden we samen met werken van andere artiesten in de laatste zaal op deze verdieping. Onder hen zijn er enkele stukken die door Pablo Picasso aan het museum geschonken werden.

Foto: Valenciaanse keuken ingericht in het museum

Pere López

In een speciaal hiervoor ingerichte kamer vinden we een weergave van een typische Valenciaanse keuken zoals Manuel González Martí voor ogen had. De keuken heeft tegelwerk met decoratieve panelen uit de achttiende en de negentiende eeuw. De inrichting van de keuken werd aangevuld met keramisch vaatwerk en koperwerk uit dezelfde periode.

10. Website

Het Nationaal Museum van de Keramiek en de Collectie van González Martí heeft een website in het Spaans, Valenciaans en Engels.

De Bedevaart van El Rocío

  1. Algemeen
  2. De bedevaart
  3. De oorsprong en de broederschappen
  4. Effect op het milieu
  5. Website

1.Algemeen

Foto: kluis van El Rocío van Diego Delso

La Romería de El Rocío, de Bedevaart van El Rocío, is een populaire religieuze manifestatie ter ere van de Maagd van El Rocío die doorgaat in de provincie Huelva in Andalusië. De bedevaart wordt gevierd op het einde van de week van Pinksterzondag. De Maagd vinden we in de kapel van El Rocío. De broederschap van Almonte is verantwoordelijk voor de organisatie van de eredienst tijdens de bedevaart.

2. De bedevaart

Na de reis te voet, op een paard, op een wagen of op een rijtuig, die doorheen het Nationaal Park van Doñana loopt komt een immense groep bedevaarders aan de poorten van de kapel waar de groep de nacht van zondag op maandag (Pinksteren) blijft. Verder wordt het beeld van de Maagd in processie op de schouders rond gedragen. De route loopt langs de verschillende broederschappen waar de priesters, samen met de inwoners van het dorp bidden.

De bedevaart van Rocío is een van de beroemdste en een van de drukst bijgewoonde bedevaarten die er momenteel bestaan. Er zijn meer dan 100 broederschappen en tussen de beroemde bezoekers die de bedevaart bijwoonden vinden we paus Johannes Paulus II die de bedevaart op 14 juni 1993 bezocht.

Foto: de Maagd van José Carrasco

De uittocht van de Maagd van Rocío op de ochtend van de maandag van Pinksteren gebeurt onder een baldakijn en na het beëindigen van het bidden van de Rozenkrans. Het beeld wordt rondgedragen door de mannen van Almonte. Het is een korte afstand maar het zal tot ’s morgens vroeg duren vooraleer de Maagd terug in de kerk is.

3. De oorsprong en de broederschappen

De eerste verwijzing naar een plaats met een Maria verering in dit gebied dateert uit de eerste helft van de veertiende eeuw en wij vinden ze in het Boek van de Jacht (Libro de la montería) van Alfonso XI, waarin er een verwijzing staat naar een Kapel van Sancta María de las Rocinas. In 1587 stichtte Baltasar Tercero Ruiz er een kapel.

De broederschap van Almonte werd in 1640 voor de eerste maal beschreven in een testament dat gemaakt werd door de griffier van Villa Almonteña, D. Juan Bautista Serrano voor Juan de Medina ” de Oude”. In 1653 werd de Maagd patrones van de stad Almonte en vanaf toen praten we over de Virgen del Rocío in plaats van het oude Santa María de las Rocinas.

Tussen de tweede helft van de zeventiende eeuw en het begin van de achttiende eeuw komen er een aantal nieuwe broederschappen bij in dorpen in de omgeving zoals Pilas, La Palma del Condado, Moguer en Sanlúcar de Barrameda. Later verdwenen de broederschappen van Rota en El Puerto de Santa María maar die werden later terug opgericht. Tijdens de negentiende eeuw kwamen er vier nieuwe broederschappen bij in Triana, Umbrete, Coria del Río en Huelva.

Tussen 1880 en 1913, een periode van grote onrust in Andalusië, werden er geen nieuwe broederschappen opgericht.

In 2008 waren er 107 bestaande broederschappen waaronder er 96 in Andalusië en 11 buiten de regio. Tussen de broederschappen die zich buiten Andalusië bevinden moeten we een onderscheid maken tussen die die gesticht werden in de aanliggende gebieden van Andalusië zoals Castilla-La Mancha, Extremadura, Ceuta en Murcia. Verder zijn er broederschappen in Catalonië, Valencia, de Balearen en Madrid en die werden opgericht door Andalusische immigranten naar die regio. Er is zelfs een buitenlandse broederschap opgericht door Andalusiërs in Brussel.

In 2018 bedroeg het aantal subsidiaire broederschappen 121, waarvan de laatste de Broederschap van El Viso del Alcor (Sevilla).

In 2020 zijn er al 125 broederschappen waarvan de laatste die van Linares.

Het aantal leden van de broederschappen is zeer verschillend, de grootste broederschappen zijn die uit Huelva, met ongeveer 14.000 pelgrims in 2010 en die uit Almonte met 10.000 pelgrims. Daarna volgen de broederschappen van Sanlúcar de Barrameda, met 5.500 pelgrims, de Hermandad de Emigrantes de Huelva (gesticht in Duitsland door Spaanse immigranten) met ongeveer 5.000 pelgrims, de broederschap van Villamanrique de la Condesa met 3.500 pelgrims en die van Moguer met 2.000 pelgrims.

4. Effect op het milieu

Tijdens de bedevaart komen er duizenden personen in het Nationaal Park van Doñana en daardoor heeft de bedevaart een grote impact op een uniek beschermd ecosysteem.

Volgens Seprona (Servicio de Protección de la Naturaleza), een onderdeel van de Guardia Civil, zijn er al tal van meldingen van een slechte behandeling van de dieren door de pelgrims geweest. In 2009 stierven er 23 paarden in El Rocío (in 2008 waren het er 25) van uitputting, honger en mishandeling.

De belangrijkste bedreiging voor het milieu is de ongecontroleerde groei van motorvoertuigen, vooral SUV’s, en die veroorzaken lawaai, dampen en schade aan de bodem tijdens het rijden.

Ook het verbranden van afval, het geluid van tal van motoren, het gebruik van versterkers en dat gedurende de ganse dag en nacht is een gevaar voor het milieu. Verder worden er op grote schaal vuurwerk en rotjes gebruikt en dat geeft allemaal een grote overlast voor omwonenden en dieren (vee en huisdieren). Er is ook een enorme impact op de beschermde gebieden waar grote aantallen broedvogels verblijven.

Toch lijkt de situatie elk jaar te verbeteren. Het ministerie van Milieu heeft de Rociero ( broederschappen en verenigingen) een geregulariseerde doorgang gegeven. De doorgang door het park is alleen mogelijk voor de motorvoertuigen van gilden en organisaties die aan bepaalde eisen voldoen. Om enkele gegevens te noemen, alleen in de provincie Sevilla is er een doorgang door Doñana nodig van 35.000 pelgrims, 3.000 tractoren en 2.200 SUV’s.

Sommige van de broederschappen gaan nu akkoord om een beperking op SUV’s in te voeren om zo grote milieuproblemen te voorkomen. Zij opteren meer voor een traditionele romería die te voet of per paard doorgaat.

De economische belangen die afhankelijk zijn van deze pelgrimstocht hebben gevaarlijke acties voor het behoud van de Doñana veroorzaakt. Dat is zeker het geval voor de illegale verharde landweg van Villamanrique naar El Rocío en die werd aan de kaak gesteld door de Europese Commissie voor het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschap. Volgens de Europese Commissie is die aanleg in strijd met de Richtlijn 92/43 / EEG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna ( Habitatrichtlijn ).

Deze weg werd geplaveid door het Ministerie van Landbouw, zonder de verplichte milieu-effectrapportage en zonder te letten op de Habitatrichtlijn .

5. Website

De bedevaart heeft een website op rocio.com. De site is in het Spaans, Engels, Frans, Italiaans, Duits, Portugees en Russisch.

Zeilen en varen in Spanje

Voor het verkrijgen van een vaarbewijs zijn er verschillende modaliteiten en titels.

  1. Carnet de Licencia de Navegación
  2. Patrón de Navegación Básica
  3. Patrón de Embarcación de Recreo
  4. Patrón de Yate(PdY)
  5. Carnet Capitán de Yate
  6. Het verkrijgen van een licentie
  7. Opleidingsscholen
  8. Buitenlandse Boten en de Spaanse Douane
  9. Een boot of een yacht registreren
  10. Verzekering
  11. Het verzenden van de documenten

Er zijn verschillende soorten nautische kwalificaties zoals recreatieve en professionele nautische titels. Sommige recreatieve, zoals PER, patrón de yate en capitán de yate, stellen je ook in staat om als professional te werken.

In deze sectie leggen we elke beschikbare recreatieve cursus uit en welke vereisten er zijn om je passie voor de zee en het plezier van zeilen te kunnen beleven.

1.Carnet de Licencia de Navegación

Deze kwalificatie is de meest elementaire en wordt gehaald in een cursus van 6 uur. Het wordt meestal gedaan door schippers die willen navigeren met een kleine vissersboot of een jetski.

  • stelt u in staat een motorboot te besturen zonder vermogenslimiet
  • met een maximale lengte van 6 meter
  • men kan overdag varen
  • het dient als jetski-licentie en je kunt gaan als schipper van een jetski
  • je kunt tot twee mijl uit de kust gaan
  • minimum leeftijd is 16 jaar

Vanaf 1-7-2019 kun je een jetski nemen zonder vermogensbeperking met de navigatielicentie (voor de aangegeven datum was deze beperkt tot 55 pk)

2. Patrón de Navegación Básica

De PNB-titel is een titel voor schippers die bijvoorbeeld ’s nachts willen gaan vissen of schippers die aan de slag willen in de zeilwereld.

  • stelt u in staat een motorboot te besturen zonder vermogenslimiet
  • de maximale lengte toegestaan met deze basis navigatievergunning is 8 meter
  • je kunt overdag zeilen
  • je kunt ‘s nachts varen
  • dient als licentie voor jetski’s
  • je kunt tot 5 mijl uit de kust gaan
  • je kunt de kwalificatie om te zeilen krijgen door een zeiloefening af te leggen
  • minimum leeftijd 16 jaar

3. Patrón de Embarcación de Recreo

De PER-vergunning is de meest voorkomende titel en hij is de basis voor de volgende titels. De PER-titel kan worden behaald door een intensieve zeilcursus van een week aan boord te volgen. Het is de eerste cursus waarin studenten kaartberekeningen maken en boten met een aanzienlijke lengte (tot 15 meter) kunnen besturen.

  • maakt het mogelijk om een motorboot te besturen zonder vermogenslimiet
  • de maximaal toegestane lengte is 15 meter
  • de maximale lengte kan worden verlengd tot 24 meter door de kwalificatie voor de Balearen
  • je mag dag en nacht varen
  • je kunt tot 12 mijl uit de kust gaan
  • je kunt de kwalificatie halen om te zeilen
  • met de extra autorisatie voor de Balearen kunt u vanaf elk punt van de Catalaanse kust naar de Balearen navigeren
  • minimum leeftijd 18 jaar

Met de PER-vergunning kun je ook als professional aan de slag door een Basisopleiding Maritieme Veiligheid te volgen. Na het volgen van deze cursus en het SCTW-certificaat, kun je als professionele PER-professional oefenen door deze taken uit te voeren:

  • leveringsdiensten verlenen tot een maximale afstand van 5 mijl van de vertrekhaven, jachthaven of strand, uitgevoerd door pleziervaartuigen en jetski’s die bestemd zijn voor andere pleziervaartuigen of vaartuigen.
  • afmeren, ankeren, slepen of verplaatsen van pleziervaartuigen in de wateren die overeenkomen met havens, jachthavens of stranden, evenals hun overbrenging naar een andere haven of plaats, op voorwaarde dat de navigatie niet plaatsvindt op een afstand van meer dan vijf zeemijlen uit de kust.
  • voer proefvaarten uit met pleziervaartuigen en jetski’s.
  • besturen van redding vaartuigen voor strandbewaking

4. Patrón de Yate(PdY)

De titel van Skipper Yacht (PdY) heeft als vereiste de PER-kaart.

  • maakt het mogelijk om een motorboot te besturen zonder vermogenslimiet
  • de maximaal toegestane lengte is 24 meter
  • je kunt dag en nacht varen
  • je kunt tot 150 mijl uit de kust gaan
  • je kunt de kwalificatie halen om te zeilen
  • minimum leeftijd 18 jaar

Met de patrón de yate-licentie kun je ook als professional aan de slag. Om als beroepsschipper aan de slag te kunnen moet je een Basisopleiding Maritieme Veiligheid hebben gevolgd. Na het volgen van deze cursus en het SCTW-certificaat, kun je als professionele schipper aan het werk door deze taken uit te voeren:

  • leveringsdiensten verlenen tot een maximale afstand van 5 mijl van de vertrekhaven, jachthaven of strand, uitgevoerd door pleziervaartuigen en jetski’s die bestemd zijn voor andere pleziervaartuigen of vaartuigen.
  • afmeren, ankeren, slepen of verplaatsen van pleziervaartuigen in de wateren die overeenkomen met havens, jachthavens of stranden, evenals hun overbrenging naar een andere haven of plaats, op voorwaarde dat de navigatie niet plaatsvindt op een afstand van meer dan vijf zeemijlen uit de kust.
  • proefvaarten uitvoeren met plezierboten en jetski’s
  • bestuur boten die bestemd zijn voor strandbewaking.
  • bestuur plezierboten die maximaal 6 passagiers vervoeren voor toeristische excursies en recreatief vissen tot 5 mijl van de vertrekhaven, jachthaven of strand.

5. Carnet Capitán de Yate

Om deze vergunning te kunnen behalen heeft u de Patrón de Yate vergunning nodig.

  • hiermee kunt u een motorboot besturen zonder vermogenslimiet en zonder lengtelimiet
  • je kunt dag en nacht varen
  • u kunt navigeren zonder beperking van de afstand vanaf de kust
  • minimum leeftijd 18 jaar

Met de Carnet Capitán de Yate kun je ook als professional aan de slag. Om als beroepsschipper aan de slag te kunnen moet je een Basisopleiding Maritieme Veiligheid hebben gevolgd. Na het volgen van deze cursus en het SCTW-certificaat, kun je als professional aan het werk door deze taken uit te voeren:

  • leveringsdiensten verlenen tot een maximale afstand van 5 mijl van de vertrekhaven, jachthaven of strand, uitgevoerd door pleziervaartuigen en jetski’s die bestemd zijn voor andere pleziervaartuigen of vaartuigen.
  • afmeren, ankeren, slepen of verplaatsen van pleziervaartuigen in de wateren die overeenkomen met havens, jachthavens of stranden, evenals hun overbrenging naar een andere haven of plaats, op voorwaarde dat de navigatie niet plaatsvindt op een afstand van meer dan vijf zeemijlen uit de kust.
  • voer proefvaarten uit met plezierboten en jetski’s
  • bestuur boten bestemd voor strandbewaking.
  • bestuur plezierboten die maximaal 6 passagiers vervoeren voor toeristische excursies en recreatief vissen tot 5 mijl van de vertrekhaven, jachthaven of strand.

6. Het verkrijgen van een licentie

De título de recreo wordt aangevraagd en afgeleverd door een school die erkend is door de Spaanse Dirección General de la Marina Mercante of door een van de Autonome Regio’s. Een medisch certificaat (certificado médico) is nodig en het examen omvat een reeks proeven over veiligheid, bevaarbaarheid en de basis principes van een boot. De título de recreo wordt afgeleverd nadat de kandidaat geslaagd is in een theoretisch en praktisch examen. Dit examen kan verschillend zijn afhankelijk van de grootte van de boot. Een goed niveau van de kennis van het Spaans is vereist.

Sommige buitenlandse vergunningen kunnen erkend worden in Spanje en daaronder vallen het US Coast Guard Licence, het RYA Yacht Master Certificaat en het International Certificate of Competence. Doe navraag in uw plaatselijke haven omdat de details kunnen wijzigen afhankelijk van de regio.

7. Opleidingsscholen

Er zijn scholen doorheen het gans land. De meeste geven de elementaire veiligheid- en navigatieprocedures, praktijklessen en de voorbereiding op de licentie título de recreo.

Sommige scholen kunnen buitenlandse vergunningen overzetten naar een Spaanse vergunningen.

Aanvullende cursussen omvatten:

  • Internationaal Reglement om Aanvaringen op Zee te Voorkomen (Reglamento Internacional para la Prevención de Abordajes en la Mar)
  • Middellandse Zee, de Winden (Mediterráneo. Cuaderno de Vientos)

Praktische lessen:

  • Elementaire Veiligheid en Navigatie Procedures – Navigatie gebied: Mar Minor en de Middellandse Zee (Prácticas Básicas de Seguridad y Navegación – Zona de Navegación Mar Menor y Mediterráneo)
  • Elementaire Veiligheid en Navigatie Procedures – andere navigatie gebieden (Prácticas Básicas de Seguridad y Navegación – otras zonas de Navegación)
  • Praktische Navigation Cursussen (Cursos de Navegación Práctica)

8. Buitenlandse Boten en de Spaanse Douane

Eigenaars van een boot moeten langs de douane gaan als zij Spanje voor de eerste maal binnenkomen. De volgende documenten zijn noodzakelijk:

  • registratie papieren
  • paspoorten van de bemanning
  • bewijs van bevoegdheid
  • bewijs dat de BTW op het schip betaald is
  • vergunning voor het gebruik van de radio
  • bewijs van verzekering

Kan men bewijzen dat de BTW betaald is of dat men een vrijstelling heeft dan kan een permiso aduanero aanvragen.

Met dit document kan de eigenaar van de boot onbeperkt in Spanje blijven. Boten die geregistreerd zijn buiten de EU en waar op nog geen BTW betaald is mogen maximum 6 maanden in de EU blijven. Deze periode kan verlengd worden door de plaatselijke douane.

Buitenlandse boten moeten hun eigen nationale maritieme vlag en de Spaanse dragen.

9. Een boot of een yacht registreren

Registratie (Matriculación) onder de Spaanse vlag is noodzakelijk indien de boot meer dan 182 dagen per jaar in Spaanse wateren blijft. De meerderheid van de Capitania Maritima (Maritieme Autoriteiten) zijn bevoegd om een vaartuig te registreren of om het terug te registreren. De Commandancia de Marina Mercante kan deze procedure ook uitvoeren. De prijs van de registratie omvat ook een belasting van 12 procent van de waarde van het vaartuig.

Er zijn ook regels in verband met de inventaris van een vaartuig. De plaatselijke capitania kan u voorzien van een lijst wat op een vaartuig moet aanwezig zijn.

10. Verzekering

Een verzekering voor derden is verplicht is verplicht voor alle motorboten, jet ski’s en alle zeilboten groter dan 6 meter. De verzekeringsdocumenten moeten aanwezig zijn op het vaartuig. Als de bevoegde autoriteiten aan boord komen en de eigenaar kan de documenten niet tonen dan krijgt hij vijf dagen om bewijs te leveren dat het vaartuig verzekerd is.

11. Het verzenden van de documenten

De documentatie wordt bij voorkeur aangeboden bij de Capitanía Marítima Maritieme Kapiteinschap of bij de Centrale Diensten van de Algemene Directie Koopvaardij (Madrid). Onder de documentatie die moet worden ingediend, de aanvraagformulieren en de betaling van vergoedingen, deze kunt u krijgen om ze op te nemen in het bijbehorende bestand:

Betreffende het standaard aanvraagdocument: het is alleen nodig voor het beheer van kwalificaties, niet om het examen af te leggen, en het kan als alternatief worden verkregen bij de: Capitanía Marítima Maritieme Kapiteinschap of bij de Centrale Diensten van de Algemene Directie Koopvaardij (Madrid). Download het aanvraagformulier, print het en vul het in met de hand.

Het formulier voor het betalen van de vergoedingen kan als alternatief worden verkregen: Bij het Capitanía Marítima Maritieme Kapiteinschap of bij de Centrale Diensten van de Algemene Directie Koopvaardij (Madrid). Vul het formulier voor het betalen van de vergoedingen in en druk het af van de website om het aan de bank te overhandigen. Voer de elektronische betaling uit voor vergoedingen aan de Schatkist (vereist digitale handtekening). In dit geval vermijdt u dat u de storting bij de bank moet doen, nadat de betaling is gedaan en de kopie is afgedrukt.

Tamborradas, drummen in Spanje

  1. Algemeen
  2. Kenmerken
  3. Locaties

1.Algemeen

Een tamborrada of tamborada is een grote concentratie van drummers, die allemaal tegelijkertijd, langdurig, intens en ritmisch spelen, zowel overdag als ’s nachts, in openbare ruimtes in steden en dorpen.

Het is een typische rituele viering en het is tevens toeristisch interessant voor een aantal Spaanse steden.

Veel tamboradas maken deel uit van de katholieke viering van de Heilige Week en ze hebben een speciale betekenis afhankelijk van de plaatsen, dagen en tijden waarop ze worden uitgevoerd, zoals het geval is bij de Tamborada de Semana Santa in Hellín.

Er is ook een militaire oorsprong, zoals in het geval van de Tamborada van San Sebastián.

In 2018 zijn de Tamboradas door UNESCO uitgeroepen tot immaterieel cultureel erfgoed van het Werelderfgoed.

2. Kenmerken

De vervaardiging van de instrumenten, evenals de kleding die in de tamboradas wordt gebruikt, is volledig handgemaakt, in verschillende maten, samenstelling en de manier waarop ze worden gebruikt. De drums zijn onderverdeeld in twee typen: de ton (barril) en de drum.

De vervaardiging van instrumenten en kleding stimuleert de ontwikkeling van een rijk lokaal ambacht waarin families in het algemeen, en meer specifiek vrouwen, een belangrijke rol spelen. Bovendien verstevigt de viering van gemeenschappelijke maaltijden in openbare ruimtes de co-existentie tussen de leden van de gemeenschappen die het hele jaar door deze rituele festiviteiten voorbereiden.

De meest ervaren leden van de groepen zijn verantwoordelijk voor het overdragen van de kunde en kennis aan de meest onervaren jongeren. Zij brengen aan de jongeren een sterk gevoel van het behoren tot de groep over en daarnaast brengen zij hen een diepe identificatie bij met dit collectieve ritueel.

De intergenerationele overdracht wordt ook uitgevoerd door de organisatie van nationale en kindertamboradas, verschillende wedstrijden en workshops om te kennis over te dragen of om traditionele kleding te maken en te borduren.

3. Locaties

Castilla-La Mancha

  • Caudete (Albacete)

Als onderdeel van de paasviering wordt de Tamborrada georganiseerd op de avond van de heilige dinsdag. Het is een jonge groep in deze gemeente, aangezien deze viering slechts sinds 2004 plaatsvindt, maar er is een grote deelname van de bevolking. Een groot deel van de nacht klinken de drums onophoudelijk in deze stad in Albacete.

  • Hellín (Albacete)
Foto: tamborada in Hellin met de drums en tunieken

Begoma

De tamboradas van de Heilige Week in Hellín brengen ongeveer 25.000 drummers samen, individueel en in groepen of peñas. Hij vond zijn oorsprong in de processies, aangezien de heilige, San Vicente Ferrer, de gewoonte had om zijn processies te leiden met twee drummers die de passage van de boetelingen aankondigden, zodat het publiek niet zou storen. Zo begon het gebruik van het drummen onder de Hellineros.

Dit muziekinstrument is zo belangrijk dat het een ambachtelijke activiteit heeft voortgebracht. Vóór deze datum wijden een aantal bewoners zich aan het bouwen of herstellen van de drums, waarvan de echo in die tijd essentieel zal zijn.

De trommels gaan tussen het onophoudelijke en oorverdovende “gebrul” van de duizenden trommels, en zij kunnen ook genieten van de tentoonstellingen en het bespelen van de trommels door de verenigingen om het publiek met hun spel te imponeren.

De tamboradas van Hellín hebben verschillende belangrijke momenten, een daarvan is de klim naar Golgotha tijdens de vroege uren van Goede Vrijdag. Nadat zij de hele nacht op de trommels hebben gespeeld, klimt men tijdens de processie naar boven.

Het andere geweldige moment is de stilte die plaatsvindt op Paaszondag, wanneer meer dan 30.000 mensen zwijgen, inclusief de drummers, om getuige te zijn van de ontmoeting tussen de beelden van Onze Lieve Vrouw van Smarten en de verrezen Christus. Eenmaal de ontmoeting heeft plaatsgevonden barst er een oorverdovend lawaai los als symbool van de vreugde door de wederopstanding.

  • Tobarra (Albacete)
Foto: monument voor de tamboer

Soniamonje23

Hier is de tamborada een onderdeel van hun Semana Santa. Deze gemeente is de plaats met de meeste speeluren in Spanje: 104 uur zonder onderbreking (dat is van 16.00 van de Heilige Woensdag tot 24.00 op Paaszondag. De drummers uit Tobarreño voeren hun typische spel individueel uit, tijdens massa-evenementen (de schooltrommel, bijeenkomsten georganiseerd door de Vereniging van Vrienden van de Trommel en de slotact) of in groep of vereniging. De trommel is de grote protagonist en het onderscheidende element van deze stad.

Aragon

Kenmerkend voor de Heilige Week in de provincie Teruel. De Rompidas de la hora de Calanda, Andorra en Hijar zijn zeer bekend en er is een grote deelname van deelnemers uit de regio. Tijdens de Heilige Uren is er een grote deelname van de plaatselijke bevolking. De Aragonese filmregisseur Carlos Saura vereeuwigde deze gebeurtenis die typerend is voor de geboorteplaats van de regisseur Luis Buñuel in de film Peppermint Frappé.

Murcia

Als onderdeel van de Semana Santa in de regio Murcia.

Baskenland

In het Baskisch (Euskera) is het een Danborrada.

  • Guipúzcoa

Guipúzcoa is het toneel van enkele van de beroemdste tamborrada’s in Spanje: de Tamborrada de San Sebastián (20 januari – San Sebastián). Ook opmerkelijk zijn de tamborrada van Éibar (23 juni – San Juan) en Azpeitia (San Sebastián, 20 januari).

De vertoningen van San Marcial in Irún (30 juni – San Marcial) en Fuenterrabía (8 september – Maagd van Guadalupe) zijn geen echte tamboradas, maar, zoals de naam al aangeeft, zijn het shows, waarin de drums, in een beperkt aantal aanwezig zijn, vergeleken met de rest van de deelnemers. Zij voeren enkel de begeleiding uit en dat is hier hun ware roeping.

  • Álava

Op 28 april, met het feest van de patroonheilige van Álava (San Prudencio), wordt de “Tamborrada” gehouden in Vitoria, waar de gastronomische verenigingen van de stad aan deelnemen.

Valenciaanse Gemeenschap

  • Alcira (Valencia)

In Alcora (Castellón) heet het Rompida de la Hora en vindt plaats op Goede Vrijdag om 12.00 uur, waarin na de stilte meer dan duizend trommels en bastrommels het geluid van de klokken in een groot percussiegeluid bedekken, gelijktijdig en ritmisch. De viering heeft hier een dubbele betekenis: ze is religieus van inslag en de viering symboliseert de catastrofe die de Bijbel vertelt na de dood van Christus. Sociaal, symboliseert het de diversiteit van de mensheid, door de verschillende gekleurde gewaden, verenigd en zonder vooroordelen. Daarnaast zijn de afgelopen jaren de fondsen die zijn ingezameld met promotieartikelen naar verschillende ngo’s gegaan.

Andalusië

In Zújar (Granada) is het een jubelende en buitengewone bijeenkomst van enkele honderden jonge mensen die, beginnend vanaf de Plaza Mayor, met hun trommels door Villa Zújar paraderen als voorspel naar de Fiestas de Morosy Cristianos en Diablos de la Villa die worden gevierd ter ere van de Virgen de la Cabeza tijdens het laatste weekend van april.

De Weg naar Santiago

  1. Het begin van de weg
  2. Ontdekking van het graf
  3. Het begin van de pelgrimstocht
  4. Consolidatie van de Weg naar Compostela
  5. De neergang van de Weg
  6. De wegen naar Santiago de Compostela in Frankrijk
  7. De wegen naar Santiago de Compostela op het schiereiland
  8. Andere routes in Europa
  9. Heiligen en voorrechten
  10. De schelp als symbool
  11. De weg vandaag
  12. Herbergen
  13. Het paspoort van de pelgrim
  14. De Compostela of Compostelana
  15. Finisterre

De Weg naar Santiago is een route die pelgrims uit Spanje en uit de rest van Europa gaan om de stad Santiago de Compostela te bereiken. Hier vereren zij de relikwieën van Santiago el Mayor. Tijdens de middeleeuwen was het hier erg druk om dan tijdens de volgende eeuwen langzamerhand in de vergetelheid te vervallen. Maar nu, tijdens de moderne tijd is er een hernieuwde populariteit waar te nemen.

De weg naar Santiago is door de Unesco op de lijst van het Werelderfgoed gezet en van de Raad van Europa kreeg de weg de eretitel “De langste Straat van Europa”.

1.Het begin van de weg

De vroege geschiedenis tijdens het Romeinse Spanje van de eredienst in Santiago zijn onbekend maar het lijkt er op dat in 814 zich er hier relikwieën bevonden van de apostel. Op het einde van de achtste eeuw strekte het christendom zich over gans Europa uit en tijdens de negende eeuw kwam de stroom pelgrims goed op gang door de culturele contacten tussen de Europese naties.

2. Ontdekking van het graf

De Castiliaanse naam “Santiago” is in het Gallego “Sant Iago” en in het latijn “Sanctus Iacobus”.

De oorsprong van de eredienst in Santiago blijft in de duisternis der tijden gehuld. Op het einde van de achtste eeuw verspreidde zich in het noordwesten van het Iberische schiereiland de legende van Santiago el Mayor. Hij zou in de streek begraven zijn na de evangelisatie die hij hier deed. Acht eeuwen na de dood van de apostel, in het jaar 813, zag de kluizenaar Pelayo of Paio een ster boven het bos van Libredón.

Hij zei dit tegen Teodomiro, bisschop van Iria Flavia. Beiden gingen zij naar het bos en in het dichte struikgewas ontdekten zij een oude kapel waar zich een begraafplaats uit de Romeinse periode bevond. De ontdekking van het graf viel samen met de vlucht van de christenen die naar het Asturisch koninkrijk kwamen om er verder hun geloof te kunnen belijden.

Alfonso II el Casto, Koning van Asturië, reisde met zijn hof naar deze plaats en hij werd daardoor de eerste pelgrim uit de geschiedenis. Hij liet er een kleine kerk bouwen en dit nieuws verspreidde zich snel, Daarna werd het graf van Santiago geopenbaard.

3. Het begin van de pelgrimstocht

Door de ontdekking van de relikwieën van de apostel in ongeveer 813 en met de goedkeuring van Karel de Grote die zijn grenzen verdedigde tegen de invasies van de Moren groeide Compostela uit tot een pelgrimsoord.

Vanaf het midden van de twaalfde eeuw begonnen er grote aantallen pelgrims naar dit oord te komen. Veel sneller verspreidde het nieuws zich over het ganse christelijke Europa en de pelgrims kwamen naar deze plaats die toen nog Campus Stellae noemde, een naam die later veranderd werd in Compostela.

Menéndez Pidal denkt dat in een zekere wijze de Moorse leider Al-Mansur met de groei van zijn internationale faam kan beschouwd worden als de grote aanstichter van de Weg.

Sterker nog, de herhaalde aanvallen van Al-Mansur op de Spaanse christelijke koninkrijken waren van die aard dat zij de monniken van de benedictijner abdij van Cluny zeer bezorgd maakten en die abdij was op dat moment het belangrijkste christelijke oord van het Europese christendom.

Religieuzen die met Cluny verbonden waren vervaardigden de Codex Calixtinus (Códice calixtino). De geschiedenis van de weg naar Compostela is onlosmakelijk verbonden met de Spaanse koningen die de weg zoveel mogelijk trachten te begunstigen door de bouw en de verdediging van een netwerk van abdijen in het noorden van Spanje en in de onmiddellijke nabijheid van de Weg. Deze politiek drukte ook de wens van de Spaanse koningen uit dat zij het christelijke isolement wilden doorbreken door middel van dynastieke, culturele en religieuze banden.

Veel van die eerste pelgrims kwamen uit Europese regio’s die men kon beschouwen als pioniers in het gebruik van nieuwe religieuze muziek. Onder hen waren er pelgrims uit het noorden en het centrale gedeelte van Frankrijk zoals Chartres en Tours. Zij konden al luisteren naar de muziek die men beschouwde als het echte legaat van paus Gregorius.

Eenmaal de pelgrims, met een verschillende achtergrond, het Spaanse grondgebied betraden en zij verenigd waren op dezelfde weg en zij tijdens een stop aan een abdij met elkaar spraken ontdekten zij, niet zonder nostalgie, er een liturgie die een samen brengend element was tegen de aanhangers van Allah die op dat moment een groot deel van het Spaanse grondgebied bezet hielden.

In deze abdijen keek men met achterdocht naar deze pelgrims die op weg waren naar Campus Stellae. Op de weg was de voornaamste vijand van de Spaanse ritus ingevoerd. Naar aanleiding van deze gebeurtenissen werd er volgens de wens van Alfonso VI, de plaatselijke ritus afgeschaft en hij werd vervangen door de romaanse liturgie.

4. Consolidatie van de weg naar Compostela

Het aantal pelgrims steeg enorm vanaf het begin van de tiende eeuw toen de Europese bevolking het isolement verbrak waarin zij gedurende eeuwen geleefd hadden. De eerste contacten gebeurden onder een religieuze achtergrond.

Rome, Jeruzalem en Santiago de Compostela waren de belangrijkste bestemmingen. De kruisvaarders en de maritieme steden openden de weg naar naar Jeruzalem. De koningen van Navarra, Aragón, Castilla en León maakten de reis naar Santiago gemakkelijker door de bouw van bruggen, het herstel van de wegen en de bouw van ziekenhuizen.

Jaren later, door het apostolische karakter van zijn kerk en door de verzamelde rijkdom dankzij de pelgrims liet de toenmalige bisschop Diego Gelmírez toe om zijn diocees om te vormen tot de zetel van een aartsbisschop.

5. De neergang van de Weg

Vanaf de veertiende eeuw kwamen er grote sociale omwentelingen in Europa en die hadden hun weerslag op het aantal pelgrims dat naar Compostela kwam.

Voor een ander deel had de “Herovering” van de rest van Spanje de volledige economische en bestuurlijke aandacht van de koningen en de Weg verloor zijn pracht van de voorbije eeuwen.

Het Chisma van 1378 verdeelde de christelijke wereld en ook tijdens de vijftiende eeuw verbeterde de toestand niet, het oude continent werd geplaagd door oorlogen, honger, pest, misoogsten, droogtes, …..

6. De Wegen naar Santiago de Compostela in Frankrijk

Hoewel de wegen naar Compostela zeer talrijk zijn is er een die de ultieme weg geworden is. Het is de Franse Weg, (camino francés). Alle wegen doorheen Frankrijk sloten aan bij deze vier oude wegen:

  • via Turonensis (vanaf Parijs via Tours)
  • via Lemovicensis (vanaf Vézelay via Limoges)
  • via Podiensis (vanaf Puy-en-Velay en daar komt hij samen met via Gebennensis die vertrekt in Genève)
  • via Tolosana (vanaf Arles via Toulouse)

In Spanje begint men in de havens van Somport (vía tolosana) of van Roncesvalles (Navarra). De reizigers richten zich op Puente la Reina (Navarra) en zij passeren in de eerste plaats via Jaca (Huesca), Sangüesa (Navarra) en Monreal (Navarra) en via Pamplona in de tweede plaats.

Verenigd in Puente la Reina vervolgen de pelgrims hun weg via Estella, Monjardín, Logroño (La Rioja), Nájera, Santo Domingo de la Calzada, Redecilla del Camino, Belorado, Villafranca Montes de Oca en Burgos. In deze laatste plaats komt hij samen met de kleinere weg vanaf Bayonne (Frankrijk) Tolosa (Guipúzcoa), Vitoria, Miranda de Ebro en Briviesca.

De etappes die vertrekken in Burgos gaan via Castrojeriz, Frómista, Carrión de los Condes, Sahagún en León. In León kiezen een aantal pelgrims voor de weg naar Oviedo (Asturië) om er de weg te vervolgen naar San Salvador. Langs de weg bouwde men kerken en ziekenhuizen die gewijd zijn aan Santiago.

Camino de Santiago Francés

  • Afkomstig: de aftakking via Navarro van San Juan de Pie de Puerto (Saint Jean Pie-de-Port, Frankrijk), de aftakking via Aragon van Urdos (Frankrijk)
  • Oorsprong: de aftakking van Navarro Roncesvalles; de aftakking Aragon Somport (Canfranc, Huesca)
  • Einde: Santiago de Compostela
  • Loop door de provincies: Navarra, La Rioja, Burgos, Palencia, León, Lugo en La Coruña.

7. De wegen naar Santiago de Compostela op het schiereiland

Doorheen de eeuwen zijn er een groot aantal wegen naar Santiago gekomen. Hierna volgen er een aantal die georganiseerd zijn volgens geografie, op historische gronden of op recent gebruik.

Ik ga hierna de namen van de routes in het Spaans meegeven, als men meer informatie nodig heeft zal dit volgens mij zo gemakkelijker terug te vinden zijn.

De wegen van Santiago in Galicië

Camino de Santiago Portugués del Interior

  • Oorsprong: Verín (Orense).
  • Einde: Santiago de Compostela (La Coruña).
  • Afstand tot Santiago: 143 km
  • Plaatsen op de weg: Orense, Silleda (Pontevedra).

Camino de Santiago Portugués de la Costa

  • Oorsprong: La Guardia (Pontevedra), Goyán (Pontevedra) en Tuy (Pontevedra)
  • Einde: Santiago de Compostela (La Coruña).
  • Afstand tot Santiago: vanaf La Guardia: 95 km; vanaf Goyán: 132 km; vanaf Tuy: 107 km
  • Plaatsen op de weg: Vigo (Pontevedra), Pontevedra, Padrón (La Coruña) .

Camino de Santiago de la Ría de Arosa

  • Oorsprong: Aguiño (La Coruña) en El Grove (Pontevedra).
  • Einde: Padrón (La Coruña),
  • Afstand tot Santiago: vanaf Aguiño: 72 km; vanaf El Grove: 86 km
  • Plaatsen op de weg: Rianjo, Cambados (Pontevedra), Villagarcía de Arosa (Pontevedra).

Camino de Santiago de los Ingleses

  • Oorsprong: Ferrol (La Coruña) y La Coruña.
  • Einde: Santiago de Compostela (La Coruña).
  • Afstand tot Santiago: vanaf Ferrol: 95 km; vanaf La Coruña: 81 km
  • Plaatsen op de weg: Betanzos (La Coruña), .

Camino de Santiago a Finisterre

  • Oorsprong: Santiago de Compostela (La Coruña).
  • Einde: Finisterre (La Coruña).
  • Afstand tot Santiago: 99 km
  • Plaatsen op de weg: Finisterre (La Coruña).

Caminos de Santiago uit Frankrijk

Camino de Santiago Francés

  • Oorsprong: Roncesvalles (Navarra).
  • Einde: Santiago de Compostela (La Coruña).
  • Afstand tot Santiago: 760 km.
  • Plaatsen op de weg: Pamplona, Puente la Reina , Estella, Logroño, Nájera, Santo Domingo de la Calzada, Belorado, Burgos, Castrojeriz, Frómista, Carrión de los Condes, Sahagún, León, Astorga, Villafranca del Bierzo, Ponferrada, Cebreiro, Triacastela, Sarria, Portomarín, Palas de Rey, Arzúa.

Camino de Santiago Aragonés

  • Oorsprong: Puerto de Somport (Huesca).
  • Einde: Puente la Reina (Navarra).
  • Afstand tot Santiago: 863 km.
  • Plaatsen op de weg: Jaca, Sangüesa, Monreal, Puente la Reina.

Caminos de Santiago van het Noorden

Camino de Santiago de la Costa

  • Oorsprong: Irún (Guipúzcoa)
  • Einde: Arzúa
  • Afstand tot Santiago: 839 km
  • Plaatsen op de weg: Mondoñedo (Lugo), Luarca (Asturias), Oviedo (Asturias), Gijón (Asturias), Ribadesella (Asturias), Llanes (Asturias), Santillana del Mar (Cantabria), Santander (Cantabria), Laredo (Cantabria), Sestao (Vizcaya), Baracaldo (Vizcaya), Bilbao (Vizcaya),Guernica (Vizcaya) , Zarauz (Guipúzcoa), San Sebastián (Guipúzcoa).

Camino de Santiago Primitivo

  • Oorsprong: Oviedo (Asturias)
  • Einde: Palas de Rey (Lugo).
  • Afstand tot Santiago: 336 km
  • Plaatsen op de weg: Lugo, Tineo (Asturias).

Camino de Santiago Real

  • Oorsprong: León.
  • Einde: Oviedo (Asturias).
  • Afstand tot Santiago: 460 km
  • Plaatsen op de weg: Arbas del Puerto (León), Pola de Lena (Asturias), Mieres (Asturias),

Camino de Santiago Vasco del Interior

  • Oorsprong: Irún (Guipúzcoa)
  • Einde: Burgos (via Miranda de Ebro (Burgos) en Santo Domingo de la Calzada (La Rioja) (via Haro (La Rioja))
  • Afstand tot Santiago: via Miranda de Ebro: 744 km; via Haro: 762 km
  • Plaatsen op de weg: Vitoria (Álava), Beasáin (Guipúzcoa), Tolosa (Guipúzcoa), Hernani (Guipúzcoa).

Camino de Santiago del Besaya

  • Oorsprong: Santander (Cantabria)
  • Einde: Carrión de los Condes (Palencia).
  • Afstand tot Santiago: 562 km
  • Plaatsen op de weg: Torrelavega (Cantabria), Los Corrales de Buelna (Cantabria), Reinosa (Cantabria), Aguilar de Campoo (Palencia)

Camino de Santiago Vadiniense

  • Oorsprong: San Vicente de la Barquera (Cantabria)
  • Einde: Mansilla de las Mulas (León)
  • Afstand tot Santiago: 471 km
  • Plaatsen op de weg: Potes (Cantabria), Riaño (León), Cistierna (León)

Caminos de Santiago van de Vía de la Plata

Camino de Santiago de la Plata

  • Oorsprong: Sevilla
  • Einde: Astorga (León)
  • Afstand tot Santiago: 956 km
  • Plaatsen op de weg: Zafra (Badajoz), Mérida (Badajoz), Cáceres, Plasencia (Cáceres), Béjar (Salamanca), Salamanca, Zamora, Benavente (Zamora).

Camino de Santiago Sanabrés

  • Oorsprong: Granja de Moreruela (Zamora).
  • Einde: Verín (Orense) of Orense (via Laza (Orense))
  • Afstand tot Santiago: via Verín: 368 km; via Laza: 383 km
  • Plaatsen op de weg: Puebla de Sanabria (Zamora)

Camino de Santiago desde Badajoz

  • Oorsprong: Badajoz
  • Einde: Mérida (Badajoz)
  • Afstand tot Santiago: 802 km
  • Plaatsen op de weg: Montijo (Badajoz) l

Camino de Santiago desde Huelva por la Sierra

  • Oorsprong: Huelva
  • Einde: Zafra (Badajoz)
  • Afstand tot Santiago: 1006 km
  • Plaatsen op de weg: Moguer (Huelva), Valverde del Camino (Huelva), Jabugo (Huelva), Fregenal de la Sierra (Badajoz)

Camino de Santiago desde Huelva por las Marismas

  • Oorsprong: Huelva
  • Einde: Sevilla
  • Afstand tot Santiago: 1074 km
  • Plaatsen op de weg: Palos de la Frontera (Huelva), Almonte (Huelva), Coria del Río (Sevilla)

Camino de Santiago desde Algeciras

  • Oorsprong: Cádiz
  • Einde: Sevilla
  • Afstand tot Santiago: 1088 km
  • Plaatsen op de weg: Puerto Real (Cádiz), El Puerto de Santa María (Cádiz), Jerez de la Frontera (Cádiz).

Camino de Santiago desde Antequera

  • Oorsprong: Antequera (Málaga)
  • Einde: Sevilla
  • Afstand tot Santiago: 1115 km
  • Plaatsen op de weg: Osuna (Sevilla), Dos Hermanas (Sevilla),

Caminos de Santiago van de Ebro

Camino de Santiago del Ebro

  • Oorsprong: Tortosa (Tarragona)
  • Einde: Logroño (La Rioja).
  • Afstand tot Santiago: 999 km
  • Plaatsen op de weg: Calahorra (La Rioja), Tudela (Navarra), Ribaforada (Navarra), Zaragoza, Caspe (Zaragoza), .

Camino de Santiago de Teruel

  • Oorsprong: Castellón de la Plana.
  • Einde: Zaragoza.
  • Afstand tot Santiago: 1117 km
  • Plaatsen op de weg: Teruel, Cariñena (Zaragoza),

Camino de Santiago del Maestrazgo

  • Oorsprong: Castellón de la Plana
  • Einde: Pina de Ebro (Zaragoza)
  • Afstand tot Santiago: 1082 km
  • Plaatsen op de weg: Morella (Castellón), Alcañiz (Teruel), .

Caminos de Santiago uit Castilla

Camino de Santiago de la Lana

  • Oorsprong: Valencia y desde Alicante (España)
  • Einde: Burgos
  • Afstand tot Santiago: 1100 km
  • Plaatsen op de weg: Manises (Valencia), Requena (Valencia), Cuenca, Santo Domingo de Silos (Burgos)

Camino de Santiago de Soria

  • Oorsprong: Gallur (Zaragoza).
  • Einde: Santo Domingo de Silos (Burgos).
  • Afstand tot Santiago: 754 km
  • Plaatsen op de weg: Tarazona (Zaragoza), Soria

Camino de Santiago de Madrid

  • Oorsprong: Madrid.
  • Einde: Sahagún (León), .
  • Afstand tot Santiago: 699 km
  • Plaatsen op de weg: Valladolid, Simancas (Valladolid), Coca (Segovia), Segovia, Colmenar Viejo (Madrid)

Caminos de Santiago Alcarreños

  • Oorsprong: Guadalajara.
  • Einde: Manzanares el Real (Madrid) of Riofrío del Llano (Guadalajara).
  • Afstand tot Santiago: 725 km
  • Plaatsen op de weg: Soto del Real (Madrid).

Caminos de Santiago uit Catalonië

Camino de Santiago Catalán: Ruta por Zaragoza

  • Oorsprong: Montserrat
  • Einde: Logroño
  • Afstand tot Santiago: 1083 km
  • Plaatsen op de weg: Montserrat, Igualada, La Panadella,Cervera, Tárrega, Lérida, Fraga, Bujaraloz, Zaragoza, Tudela, Alfaro, Calahorra, Logroño ]

Camino de Santiago Catalán: Ruta por Huesca

  • Oorsprong: Cervera (Lérida)
  • Einde: Santa Cruz de la Serós (Huesca)
  • Afstand tot Santiago: 1066 km
  • Plaatsen op de weg: Huesca, Monzón (Huesca), Balaguer (Lérida)

Camino de Santiago de Gerona

  • Oorsprong: La Junquera
  • Einde: Monasterio de Montserrat (Barcelona)
  • Afstand tot Santiago: 1252 km
  • Plaatsen op de weg: Figueras (Gerona), Gerona, Vic (Barcelona), Manresa (Barcelona)

Camino de Santiago vanaf Puigcerdá

  • Oorsprong: Puigcerdá
  • Einde: Lérida
  • Afstand tot Santiago: 1126 km
  • Plaatsen op de weg: Seo de Urgel, Balaguer (Lérida)

Camino de Santiago vanaf Viella

  • Oorsprong: Viella
  • Einde: Barbastro (Huesca)
  • Afstand tot Santiago: 1065 km

Camino de Santiago vanaf Tarragona

  • Oorsprong: Tarragona
  • Einde: Lérida
  • Afstand tot Santiago: 1038 km
  • Plaatsen op de weg: Valls (Tarragona)

Caminos de Santiago van het zuidoosten en de Levante

Camino vanaf Alicante.

  • Oorsprong: Alicante
  • Einde: Benavente (Zamora),
  • Afstand tot Santiago: 1051 km
  • Plaatsen op de weg: El Rebolledo (Alicante), Orito (Alicante), Monforte del Cid (Alicante), Novelda (Alicante), Elda (Alicante), Sax (Alicante), Villena (Alicante), , Yecla (Murcia), Albacete, San Clemente (Cuenca), Toledo

Camino de Santiago, Camino de la Lana vanaf Alicante

  • Oorsprong: Alicante
  • Einde: Burgos
  • Afstand tot Santiago: 1201 km
  • Plaatsen op de weg: Elda (Alicante), Villena (Alicante), Almansa (Albacete).

Camino de Santiago Levantino vanaf Valencia

  • Oorsprong: Valencia
  • Einde: Zamora
  • Afstand tot Santiago: 1118 km
  • Plaatsen op de weg: Alcira (Valencia), Játiva (Valencia), Almansa (Albacete), , Albacete, Mora (Toledo), Toledo, Ávila, Medina del Campo (Valladolid), , Toro (Zamora),

Camino de Santiago vanaf Cartagena: Ruta del Azahar

  • Oorsprong: Cartagena (Murcia)
  • Einde: Albacete 
  • Afstand tot Santiago: 1139 km
  • Plaatsen op de weg: Murcia, Cieza (Murcia), Hellín (Albacete)

Caminos de Santiago van de Mozárabische routes

Camino de Santiago Mozárabe

  • Oorsprong: Granada
  • Einde: Mérida (España)
  • Afstand tot Santiago: 1129 km
  • Plaatsen op de weg: Alcalá la Real (Jaén), Alcaudete (Jaén), Baena (Córdoba), Castro del Río (Córdoba), Córdoba, Hinojosa del Duque (Córdoba), Don Benito, Medellín (Badajoz)

Camino de Santiago Mozárabe via Toledo

  • Oorsprong: Córdoba en Alcaudete (Jaén).
  • Einde: Toledo
  • Afstand tot Santiago: Desde Córdoba: 1023 km; desde Alcaudete: 1092 km
  • Plaatsen op de weg: Jaén, Úbeda (Jaén), Baeza (Jaén), Puertollano (Ciudad Real)

Camino de Santiago vanaf Málaga

  • Oorsprong: Málaga
  • Einde: Baena (Córdoba)
  • Afstand tot Santiago: 1166 km
  • Plaatsen op de weg: Antequera (Málaga), Lucena (Córdoba), Cabra (Córdoba)

Camino de Santiago vanaf Almería

  • Oorsprong: Almería
  • Einde: Granada
  • Afstand tot Santiago: 1284 km
  • Plaatsen op de weg: Guadix (Granada)

8. Andere routes in Europa

Portugal

De pelgrims uit Portugal nemen de kustweg die loopt van het zuiden naar het noorden en die vertrekt in de Algarve.

Lagos, hoofdstad van de Algarve, is het beginpunt van de weg. Men kan de Arabische cultuur leren kennen in Alcácer do Sal en men vervolgt zijn weg door de vallei van de Taag, men gaat langs Setúbal, langs de hoofdstad van Portugal, Lissabon, de universiteitsstad Coímbra en langs Porto. Deze laatste stad is ook opgenomen op de lijst van het werelderfgoed. Op 50 km van de Spaanse grens vinden we Viana do Castelo, een van de meest interessante plaatsen op deze weg.

Het afscheid aan Portugal is in Valença do Miño. Daarna gaat het via Tuy, Pontevedra, Caldas de Reyes en Padrón verder voordat men Santiago de Compostela bereikt.

Deze loopt via de volgende plaatsen: in Portugal: Coimbra – Porto – Vilarinho – Barcelos – Ponte de Lima – Rubiães – Valença do Minho. – plaatsen in Spanje (vanaf Tuy, 116 km):

  • Tuy – Porriño (16 km).
  • Porriño – Redondela (14 km).
  • Redondela – Pontevedra (21 km).
  • Pontevedra – Caldas de Reyes (22 km).
  • Caldas de Reyes – Padrón (21 km).
  • Padrón – Santiago (22 km).

Groot-Brittannië

Al vanaf de elfde eeuw gingen er Britse pelgrims op avontuur en zij trokken naar Santiago de Compostela. Deze weg is redelijk speciaal, hij bevat een gedeelte over zee en de pelgrims kwamen aan in Ferrol, in de provincie La Coruña.

De zee en de valleien kenmerken deze weg en men komt vervolgens in de historische stad Pontedeume, San Martiño de Tiobre, Betanzos, La Coruña om ten laatste aan te komen in Santiago.

Duitsland en Oostenrijk

De Duitsers uit het noorden en de pelgrims uit het midden en het noorden van Europa komen Frankrijk binnen door middel van de “camino lemovicense”. De Duitsers uit het zuiden , de Zwitsers, de Oostenrijkers en de pelgrims uit het oosten van Europsa (Bohemen, Moravia, Hongarije, Croatië…) komen via Zwitserland. In het midden van Europa is de weg een complex geheel en men moet de weg aanleggen zoals in Frankrijk of Zwitserland.

9. Heiligen en voorrechten

De weg heeft nieuwe heiligen en legendes van wonderen gemaakt. Een voorbeeld is Santo Domingo de la Calzada die zijn leven gegeven heeft om de pelgrims te dienen.

Een voorrecht dat verleend werd door Alejandro III bestaat uit het feit dat tijdens een jaar waarin 25 juli, de feestdag van Santiago el Mayor, op een zondag valt, men in de kerk van Cmpostela dezelfde gunsten kan verkrijgen als in Rome tijdens de heilige jaren.

Het is hier de oudste bul, het is de Regis aeterni en hij dateert uit 1179.

10. De schelp als symbool

Gedurende eeuwen is de schelp, die men enkel kan vinden op de kust van Galicië, het symbool van de Weg naar Santiago en van de pelgrims geweest.

Vroeger toen de pelgrims terugkeerden naar hun thuisland namen zij, als bewijs dat zij in Santiago geweest waren, een schelp mee.

In Frankrijk en bij ons kent men nog altijd het gerecht Coquille Saint-Jacques, een verwijzing naar de weg naar Santiago.

11. De weg vandaag

Na de middeleeuwen verloor de weg zijn belangrijkheid. In het heilig jaar 1993 besloot de autonome regering van Galicië om de weg naast een religieus ook een toeristisch tintje te geven en deze campagne kreeg de naam Xacobeo 93.

Dankzij dit plan werden er werken langsheen de weg uitgevoerd en aan de infrastructuur voor de pelgrims werden ook de nodige verbeteringen aangebracht. Voor dit plan verkregen zij de medewerking van de andere autonome gebieden in Spanje waardoor de weg liep.

Vanaf dat moment werd de weg terug populairder en men deed de weg te voet, met de fiets of met het paard. Het was nu een religieuze, spirituele, sportieve, culturele en economische activiteit. De weg is aangegeven door middel van geschilderde gele pijlen, palen en andere signalen.

12. Herbergen

Tijdens de verschillende haltes in de dorpen langs de weg zijn er twee soorten herbergen:

  • Publieke: er zijn herbergen in elk dorp en in deze herbergen komen de pelgrims op de eerste plaats die alleen of in kleine groepen reizen en zij geven prioriteit aan minder validen, en vervolgens in deze volgorde aan voetgangers, ruiters, fietsers en ten laatste aan gebruikers van elk ander soort vervoer zoals auto’s, autobussen, enz. Het netwerk van de herbergen van de regering kost 3 euro per pelgrim per nacht. Tot enkele jaren geleden was een overnachting gratis.
  • Private. De uitbaters zijn particulieren of verenigingen die normaal werken zonder winstbejag.

13. Het paspoort van de pelgrim

Het is een boekje dat men kan verkrijgen in sommige herbergen of kerken en in dat boekje moet men enkele keren per dag een stempel laten zetten als bewijs dat men de weg volgt.

Voor de pelgrim is het belangrijk omdat men met dit boekje toegang krijgt tot de herbergen.

Het is de gewoonte om een donatie te geven bij het verkrijgen van het boekje maar als men moeilijk aan het boekje geraakt zijn een stapeltje papier met daarop de stempels ook geldig als bewijs dat men de route daadwerkelijk afgelegd heeft.

14. De compostela of Compostelana

De compostela is een certificaat dat uitgegeven wordt door de kerkelijke overheid aan de pelgrims die hun bestemming bereikt hebben. Om dit certificaat te verkrijgen moet er een minimum afstand afgelegd zijn en die is momenteel 100 km voor voetgangers en 200 km voor fietsers of ruiters.
Hierna volgt de tekst in het latijn:

CAPITULUM hujus Almae Apostolicae et Metropolitanae Ecclesiae Compostellanae sigilli Altaris Beati Jacobi Apostoli custos, ut omnibus Fidelibus et Perigrinis ex toto terrarum Orbe, devotionis affectu vel voti cosa, ad limina Apostoli Nostri Hispaniarum Patroni ac Tutelaris SANCTI JACOBI convenientibus, authenticas visitationis litteras expediat, omnibus et singulis praesentes inspecturis, notum facit: Dnum/Dnam____(Naam in het latijn van de pelgrim)

Hoc sacratissimum Templum pietatis causa devote visitasse. In quorum fidem praesentes litteras, sigillo ejusdem Sanctae Ecclesiae munitas, ei confero.
Datum Compostellae die____(dag) mensis____(maand) anno Dni____ (jaar)Canonicus Deputatus pro Peregrinis
Secretarius Capitularis _______ (handtekening van de overheid)

Het paspoort van de pelgrim zal zorgvuldig onderzocht vooraleer het certificaat zal afgeleverd worden. Als er een stempel ontbreekt of een missing in de datums kan genoeg zijn om het certificaat te weigeren.

De kerkelijke overheid van Santiago levert 100.000 certificaten per jaar af aan pelgrims uit 100 verschillende jaren.

15. Finisterre

Traditioneel gaan pelgrims die een grote afstand afgelegd hebben om in Santiago te komen nog enkele kilometers verder in westelijke richting om er het einde van de wereld te bereiken, een plaats die de Romeinen finis terrae noemden. Een aantal studies zeggen dat de “Weg naar Santiago” ook een christening was van de oude pre-romeinse volkeren van Ara Solis en dat dit in Finisterre ligt.

De oude bewoners van het schiereiland vereerden de zon en het wonder van de dood en de verrijzenis van Christus paste in dit plaatje. Tijdens de middeleeuwen gebruikte de christelijke ritus Christus als “het licht van de wereld”, “Ego sum lux mundi”. Vandaag de dag is Finisterre het einde van de weg.

Gedurende eeuwen ontwikkelden zich in Finisterre een aantal reinigingsrituelen “ritos de purificación”, die elk een grote symbolische waarde hadden. De meeste pelgrims deden drie rituelen:

  • Baden op het strand van Langosteira, aan de Costa de la Muerte. Dit is een symbolische reiniging van het lichaam. De pelgrim wast alle stof van zijn lichaam.
  • Verbranden van de kledij: met niets gaat men naar het nieuwe leven.
  • Zonsondergang: symbool voor de dood en de verrijzenis, de dood van de zon in de zee en de opkomst van de zon de volgende dag.

Tijdens de laatste tien jaar heeft Finisterre zijn rol terug opgenomen als het einde van de wereld en elk jaar komen er meer en meer pelgrims naar hier om de symbolische rituelen uit te voeren.

Nationaal Museum voor Decoratieve Kunsten

  1. Geschiedenis
  2. Collectie
  3. Website

Het Nationaal Museum voor Decoratieve Kunsten (MNAD) vinden we in de hoofdstad Madrid en het is een van de oudste musea in wat men noemt de Driehoek van de Kunst in Madrid. Het toont de evolutie van wat men de kunstnijverheid noemt zoals meubelen, aardewerk, glas, textiel enz. De collectie bevat vooral stukken uit de vijftiende tot de twintigste eeuw.

Foto: museum voor decoratie kunsten

Luis García

Er zijn hier 60 tentoonstellingszalen in een paleis dichtbij het parque del Retiro in de calle Montalbán 12 op een paar minuten van het Prado museum. Het museum bezit 40.000 stukken in zijn bezit en daarvan stelt het ongeveer 15.000 stukken tentoon.

1. Geschiedenis

Het Nationaal Museum voor Decoratieve Kunsten werd in 1912 met een koninklijk besluit opgericht en het kreeg toen de naam Museo Nacional de Artes Industriales.

In de eerste fase richtte het museum zich meer op een pedagogische taak eerder dan op een onderzoeks- of toeristische taak. Het was een opleidingsplaats voor ambachtslieden, fabrikanten en ontwerpers zoals in het Victoria and Albert Museum in Londen en in het Musée des Arts Décoratifs van Paríjs.

De eerste locatie van het museum was een appartement in de calle Sacramento en er waren hier zes zalen. In 1932 bracht men het museum over naar de calle Montalbán, een paleis dat in 1880 gebouwd werd door de hertogin van Santoña. Vanaf 1909 was het een normaalschool.

Het gebouw werd in 1941 gekocht door de staat. Het gebouw en de collectie werd in 1962 uitgeroepen tot Historisch-Artistiek Monument.

Het museum omvat momenteel 60 zalen verspreid over vijf verdiepingen. Een aantal onder hen zijn omgevormd door meubelen en originele stukken te gebruiken zoals in vorige eeuwen. We vinden hier bijvoorbeeld een keuken uit Valencia uit de achttiende eeuw, volledig met de typische tegels.

2. Collectie

De collectie in het Nationaal Museum voor Decoratieve Kunsten is een van de grootste en de rijkste collecties in Madrid. Er zijn hier collecties van groot belang, zowel etnografisch als artistiek worden deze verschillende technieken geïllustreerd. De collectie omvat 40.000 stukken maar het museum stelt er maar 15.000 van tentoon. Een deel van de collectie staat momenteel in andere musea zoals in het Centro Nacional del Vidrio van La Granja de San Ildefonso.

Het museum richt zich vooral op de Spaanse decoratieve kunsten maar er zijn ook voorbeelden uit andere landen te vinden zoals aardewerk en luxe producten uit vroegere tijden.

Foto: Duitse torenklok

Daderot

  • Meubels, vooral Spaans. Dat is zeer goed vertegenwoordigd vanaf de veertiende eeuw, een eeuw waarin de meubelen van slechte kwaliteit waren en die overblijven zijn dus dus zeer zeldzaam. De verzameling bevat vooral stukken uit de gotiek en de barok en het is de mooiste verzameling in een Spaans openbaar museum.
  • Collectie uit het oosten. Zij bevat porselein uit de Ming en de Qing dynastie. Sommige stukken zijn vervaardigt in China in opdracht van Spaanse families en zij dragen hun wapenschilden zoals: Gálvez, Álvarez de Toledo (Casa de Alba)… De oosterse collectie bevat bovendien keizerlijke kledij en kledij van hoffunctionarissen maar er zijn ook muziekinstrumenten, schilderijen en bronzen beelden.
  • Keramiek. Er bevinden zich hier ongeveer 4.000 stukken die gemaakt zijn van klei, aardewerk en porselein. Het oudste stuk is een kruik uit de elfde eeuw uit Toledo. Er zijn voorbeelden van de belangrijkste Spaanse producenten zoals: Manises, Talavera de la Reina, Puente del Arzobispo, Teruel, enz. Spaans porselein is afkomstig van Reales Fábricas de Alcora, Buen Retiro en van La Moncloa. Verder zijn er werken van de belangrijkste Europese fabrikanten: Meissen, Delft, Limoges, Capodimonte, Sèvres… Van deze laatste is een monumentale porseleinen vaas met een hoogte van 1,80 meter. Het is een uniek stuk van Louis-Pierre Schilt en het was een geschenk van Isabel II aan Napoleón III en Eugenia de Montijo.
  • Zilverwerk. De collectie omvat meer dan vijfhonderdvijftig stukken, waarvan bijna de helft gemaakt is tussen de tweede helft van de 14e eeuw en het eerste kwart van de 20 en meer dan 70% zijn van Spaanse oorsprong. Maar er zijn ook werken van Europese en Amerikaanse afkomst. Hoewel er enkele cultobjecten zijn, zoals kelken en processiekruisen, zijn de meeste stukken civiel zilverwerk. Hoogtepunten zijn onder meer een buffettafel uit omstreeks 1560, afkomstig uit een atelier in Neurenberg, of wellicht uit Antwerpen, twee kannen met schenktuit en handvat in de vorm van een zeven komt uit Valladolid uit de 16e eeuw. Verder zijn er een paar mancerinas, ook wel Gobelet of soucoupe enfoncé genoemd, het is een drinkkop en schotel waarbij de schotel een verhoogde houder heeft waarin de kop steviger zit dan in de normale stijl, toegeschreven aan de Madrileense werkplaats van Juan de Ortega. Het wordt beschouwd als het oudste exemplaar van dit type want het komt vaker voor in keramiek en porselein. Het is uitgevoerd door Spaanse zilversmeden.
  • Glas. De enorme collectie is zeer gevarieerd en zij gaat van Griekenland uit de vierde eeuw over het Romeinse keizerrijk tot de tijd van de Visigoten. Maar er zijn ook unieke stukken aanwezig van René Lalique.
  • Textiel. Bevat zowel doeken als kledij (civiel en religieus) en meubelen. De collectie begint in de tweede eeuw met stoffen van de Kopten en zij gaat verder tot in de hedendaagse tijd. Men kan er doeken van damast, fluweel, borduurwerk en kant bekijken. Er zijn tevens waaiers, portemonnees en tabakzakken te bekijken.
  • Klokken. De collectie omvat zak-, tafel- en wandmodellen. De eerste omvatten twee van de bekende José Rodríguez Losada, verworven in 2011, terwijl de tafelmodellen een Duitse torenklok (Türmchenuhr) uit de 17e eeuw bevat en de klok van de dragers, door de Fransman François-Louis Godon, horlogemaker voor koning Charles IV. Een kopie met varianten van een klok gemaakt in 1788 door Robert Robin voor koningin Marie Antoinette wordt momenteel bewaard in het Museum voor Decoratieve Kunsten in Parijs.
  • Tapijten. De tapijten van Cuenca en Alcaraz uit de vijftiende tot de zeventiende eeuw zijn zeer zeldzaam en de aanwezige stukken vormen het grootste deel dat in openbaar bezit is.

3. Website

Nationaal Museum voor Decoratieve Kunsten, de site is beschikbaar in het Spaans en het Engels.

De Begrafenis van de Sardine in Murcia

  1. Overzicht
  2. Geschiedenis
  3. Symboliek
  4. Handelingen
  5. Sardine Gala en Pitochronica
  6. Aankomst van de Sardine
  7. Optocht van het Testament van de Sardine
  8. Grote parade van de begrafenis van de sardine
  9. La Quema
  10. De katafalk van de Sardina
  11. Groeperingen van de Sardine
  12. Deelname van vrouwen
  13. Website

1.Overzicht

Foto: begrafenis van de sardine

Bertobarc90

De Begrafenis van de Sardine is een festival dat gevierd wordt in Murcia (Spanje) tijdens de Lentefeesten en waarvan het centrale gedeelte een grote parade van praalwagens is die uitmondt in het verbranden van de sardine op de zaterdag na de Goede Week. Het feest is uitgeroepen tot een festival van internationaal toeristisch belang.

2. Geschiedenis

De oorsprong van dit feest in Murcia gaat terug tot de 19e eeuw, maar deze traditie die oorspronkelijk werd gevierd als het hoogtepunt van carnaval op Aswoensdag, verspreidde zich vanuit het centrum van het schiereiland waar het al in de 17e eeuw bekend was. In Murcia was het echter in 1851 toen een groep studenten, die de maskerades wilden imiteren die ze in Madrid hadden gezien, begon met door de straten van de stad te paraderen en er een eenvoudige begrafenisstoet na te bootsen. Dit aanvankelijk impopulaire feest begon in de tweede helft van die eeuw vorm te krijgen totdat het het belangrijkste feest in de stad Murcia werd en tevens het feest met de grootste toestroom van de hele regio werd.

De journalist Martínez Tornél vertelt in een waardevol document de maskerade die aanleiding gaf tot de eerste begrafenis van de Sardine van Murcia:

Een paar Murcianen, toen nog jong, onder wie ik altijd Nolla, Carles, Ibáñez, Selgas, Gómez Carrasco, Marín Baldo, Ortiz, García-Esbry, Baquero en Peñafiel heb horen noemen, verrasten Murcia op de laatste carnavalsnacht door in de straten te verschijnen, onder het mom van discipelen, met individuele zwarte petten, windbijlen in hun handen en zij vormden een angstaanjagende processie die eindigde in een verwrongen kist, waarin, zoals later bekend werd, de stoffelijke resten lagen van een ongelukkige sardine. Met het geluid van een luguber masker gingen ze door de hoofdstraten en later, terwijl ze een brandstapel vormden met de bijlen, verbrandden ze de kist.

In 1854 wordt voor het eerst de Bando del Casino voorgelezen, die zal evolueren tot het huidige Testament van de Sardine. Door verschillende politieke en economische ups en downs, werd de parade in de loop van de eeuw enkele jaren opgeschort en in andere jaren dan weer hervat. In 1862 werd ter gelegenheid van het bezoek aan de stad van koningin Elizabeth II een voorstelling van de viering gemaakt voor genoemde persoonlijkheid en de aanwezigen.

In 1876 wordt het voor het eerst uit het testament voorgelezen, dat al als zodanig bekend is, een paar jaar later, rond 1888 wordt de viering, die al behoorlijke afmetingen had gekregen, beschuldigd van onnodig geldverspilling. Maar enkele verenigingen van kooplieden in de stad vroegen publiekelijk dat het feest terug wordt ingericht als een element van commerciële reactivering, maar het duurt tot 1899 voordat het feest terug wordt ingericht.

In de eerste helft van de 20e eeuw zal de viering van de parade afhangen van de turbulente politieke en economische situatie van dit moment maar daarnaast ziet de kerk de parade als een zondig wangedrag en publiceren verschillende kranten kritieken van morele aard waarin ze verwijzen naar de viering als:

“Een bacchanale orgie van alle losbandigheid, die het ene en het andere jaar de bescheidenheid van Murciaanse vrouwen heeft geboden, terwijl bordeelvlees triomfantelijk door onze straten slentert …”

Omdat het festival uiteindelijk werd opgericht aan het einde van de Lentefeesten van Murcia, verloor het zijn directe relatie met carnaval, hoewel niet helemaal zijn carnavalskarakter. Vanaf dat moment werd de viering opgevat als een allegorie aan het einde van de vastentijd, wanneer je stopt met vis eten na de juiste herinnering aan de Goede Week. Dit is hoe sommige kroniekschrijvers erop hebben gewezen en met deze populaire betekenis heeft het tot op de dag van vandaag overleefd. Op deze manier wijkt het Murciaanse festival af van zijn oorspronkelijke betekenis en van de  carnavalsvieringen die in andere delen van Spanje plaatsvinden.

Na de burgeroorlog werden de Lentefeesten in Murcia tussen 1942 en 1945 gereorganiseerd en dat was vanaf dat moment met steun van de gemeentelijke overheid. In de jaren 60 werden de junta General Sardinera en de Agrupación Sardinera opgericht en vanaf de jaren 80 zal de viering volledig verzekerd zijn en zal het een van de meest massale parades in het land worden, met een geschatte opkomst van meer dan een miljoen mensen tijdens de laatste jaren van de 20e eeuw.

Aan het begin van de 21e eeuw bereikt het festival een ontwikkeling die nog nooit eerder gezien was, de evenementen vermenigvuldigen zich gedurende de week van de Lentefeesten en zelfs daarbuiten, en ze worden steeds aantrekkelijker voor een buitenlands publiek en er komen deelnemers uit de vijf continenten. De financiële crisis van 2008 dwingt de inrichters echter om de acts te verminderen en in de moeilijkste jaren naar alternatieven te zoeken, zodat de acts hun essentie niet verliezen. Vanaf 2014 maken economische verbeteringen het weer mogelijk om de parades te verlengen tot de jaren twintig van de 21e eeuw. Echter, in het voorjaar van 2020 zal de wereldwijde uitbreiding van de COVID-19- pandemieën de afgelasting die door de autoriteiten is afgekondigd om besmetting te voorkomen, de feesten opnieuw opschorten vanwege het gevaar dat ontstaat door de opeenhoping van mensen op straat. Eerst wordt getracht het feest uit te stellen tot september of juni, maar dan wordt in dat jaar besloten tot volledige afgelasting.

3. Symboliek

De begrafenis van de Sardine in Murcia heeft een carnavalskarakter dat aansluit bij een sterke heidense traditie waarin de goden van verschillende oude mythologieën op een symbolische manier worden vereerd en dan zijn het vooral de Grieks-Romeinse goden. Volgens Antonio de Hoyos:

[…] Zo bereikt het feest het liturgische drama van de mysteriën van Eleusis. Het licht van de fakkels en het versnelde ritme van de pulsen, terwijl Dionysios regeert, het barsten van de huiden voorbereidt, en de wijn vloeit en men wordt gek.[…] Dit festival werd opgenomen in Murcia vanwege de natuurlijke toestand van het land, en het imiteerde het verleden zonder nauwelijks iets te veranderen aan dit heden dat de lentefestiviteiten afsluit met een fascinerend geroezemoes.

De vergelijking die Hoyos maakt met de mysteriën van Eleusis kan worden verklaard door het feit dat, net als in Murcia, de oude Atheense traditie een humoristische processie had die zou kunnen eindigen in de feestvreugde en losbandigheid die typerend zijn voor de viering.

De begrafenis herinnert ons aan oude heidense mythen, maar is tegelijkertijd een symbool van de overwinning van Don Carnal op Doña Cuaresma. Zo keert het carnaval terug om het gemis van de onlangs afgelopen Goede Week weg te jagen.

De symbolen van de evenementen die tijdens de festiviteiten worden gehouden, omvatten de volgende elementen:

Foto; hachonera in haar typische kledij

Bertobarc90

  • De vis: Het is het alomtegenwoordige element in het ganse festival, het vertegenwoordigt de onmogelijkheid om vlees te eten tijdens de vastentijd en wordt verbrand als een symbool van het einde van dit verbod.
  • Het vuur: Het is het sleutelelement, aanwezig in alle acts die deel uitmaken van dit feest. We vinden het in de fakkels van de fakkeldragers, in het vuurwerk en natuurlijk in de vlammen die de sardine verteren aan het einde van het feest. Het krijgt een zuiverend karakter en kleurt het feest met magie.
  • De heidense goden: Ze geven namen aan de verschillende groepen, ze maken deel uit van een processie die de onheilige traditie van de viering benadrukt en mystiek aan de handelingen toevoegt.
  • De sardineros en sardineras: Gekleed in felgekleurde kleding, zijn ze de echte organisatoren van de parade, ze dragen meestal helmen wanneer ze op de praalwagens staan en zij dragen elementen van hun verschillende groepen.
  • De hachoneros en hachoneras: Ze zijn, sinds het begin, traditionele elementen van de parade, gekleed in een lange gestreepte kleding en hoge kegelhoeden, ze beschermen zichzelf tegen de rook van hun eigen fakkels met zakdoeken op hun gezicht en zijn een onmisbaar onderdeel van de iconografie van de begrafenis en al zijn eerdere handelingen.
  • Het fluitje: Traditioneel staat het fluitje als zodanig bekend in Murcia, het is sinds het begin een zeer kenmerkend element van de hele begrafenis, het wordt verdeeld onder de assistenten en gedragen door de sardinero om een oorverdovend tumult te creëren dat alle groepen vergezelt.
  • De zakdoek: Traditioneel beschermde het de sardineros en hachoneros tegen rook, tegenwoordig is het ook een symbool van het festival omdat, als teken van de traditie die is aangewakkerd door de historische sardinemaker Pepe Carreres.

4. Handelingen

Het hele jaar door maken de zogenaamde sardinegroepen de voorbereidingen voor het festival. Binnen deze voorbereidende handelingen kiezen de sardinegroepen elk jaar een Grote Vis en, sinds 1988, een Doña Sardina, eretitels die symbolisch de vieringen voorzitten.

5. Sardine Gala en Pitochronica

Het is een van de eerste evenementen die verband houden met de begrafenis van de Sardine, het is een gala dat wordt bijgewoond door de verschillende Sardinegroepen waar een satirisch manifest wordt voorgelezen waarmee de sardineros de motoren beginnen op te warmen voor het begin van de festiviteiten.

6. Aankomst van de Sardine

Het regionale karakter van dit festival komt tot uiting in het feit dat elk jaar een stad in de regio Murcia wordt gekozen van waaruit de sardine naar de hoofdstad vertrekt. Meestal houden de sardineros in de gekozen stad een parade waarin ze speelgoed aan de buren geven en nodigen hen uit om deel uit te maken van het feest.

De aankomst van de sardine in de stad Murcia vindt plaats op donderdag, tijdens de week van het Lentefestival. Het is een van de meest verwachte evenementen omdat het de aftrap voor de festiviteiten markeert. Het is gebruikelijk dat de sardine elk jaar op een andere manier in de stad aankomt. Sommige jaren heeft deze aankomst per helikopter, tram of parachute plaatsgevonden. De act eindigt met een kleine parade door de straten van de stad waarbij fanfares, fluitjes en een kleine zilveren sardine de onbetwiste hoofdrolspelers zijn.

7. Optocht van het Testament van de Sardine

Het testament van de sardine is een parade die plaatsvindt op de vrijdag voorafgaand aan de begrafenis. Het is een parade met carnavalsgeluiden waarbij de fanfares en andere groepen de sardine vergezellen om zijn testament voor te lezen voor zijn crematie op de dag erna. In deze optocht is de entourage van rouwenden die de stoet met humor vergezellen zeer kenmerkend.

Eindelijk, na een korte toespraak van de burgemeester van de stad, eindigt de handeling met het voorlezen van het testament, waarbij mevrouw Sardina, zonder de humoristische toon te verliezen, verantwoordelijk is voor het achterlaten van haar bezittingen aan de burgers van de regio Murcia. Bij de lezing van het testament, dat begint met de traditionele: sardineros … eros, sardineras … eras, is er geen gebrek aan politieke kritiek, maar ook aan dubbele betekenis en humoristische taal. De act eindigt met het zingen van het sardinero-lied en het Murcia-lied zwaaiend met de zakdoeken waarmee de sardineros en hachoneros zich traditioneel tegen de rook beschermden.

8. Grote parade van de begrafenis van de sardine

De optocht van de begrafenis van de Sardine vindt plaats op de laatste zaterdagavond van het Murcia Lentefestival. Het is de meest bekende handeling van alles wat de begrafenis met zich meebrengt en het is het meest representatieve festival van de stad Murcia, samen met de traditionele Bando de la Huerta. Elk jaar worden honderdduizenden mensen in de stad verwacht op deze magische nacht van die zaterdag in april. In 2000 schatten de autoriteiten het aantal bezoekers aan de parade op ongeveer een miljoen mensen. De parade bestaat uit twee goed gedifferentieerde delen:

Eerste deel

Het eerste deel wordt voorgezeten door een delegatie van dragers van de vlaggen van de gemeenten van de regio Murcia, onmiddellijk daarna beginnen mensen in allerlei kostuums te paraderen, reuzen en grote hoofden, mythologische wezens, praalwagens, ballonnen en eindeloze personages die de optocht opvrolijken en jong en oud aan het lachen maken en ze worden begeleid door fanfares.

Hoewel de parade elk jaar wordt vernieuwd om nieuwe ervaringen en verrassende toeschouwers te bieden, zijn er enkele klassieke personages die vaak voorkomen:

  • Vlaggendragers: Zij openen de stoet en dragen als gasten alle vlaggen van de gemeenten die hebben meegedaan aan de Begrafenis.
  • De hoofdrolspeler, de sardine. Zij verschijnt in haar eigen praalwagen als mascotte van de optocht begeleid door een groep hachonero’s.
  • Grenadiers. Er is bewijs van hen in foto’s en opnamen uit de oudheid, ze lijken gekleed in een militair grenadiers pak, maar ze dragen geen artillerie maar eerder groot keukengerei waarmee ze vermoedelijk verantwoordelijk zijn voor de sardine.
  • Reuzen en grote hoofden. Zeer kenmerkend voor de hele Levante, ze zijn een ander klassiek element in de begrafenisparade die zo een lange traditie vervult in bijna alle parades die in Murcia worden gehouden.
  • De draak van Conte. Hij is ongetwijfeld een van de meest representatieve karakters van het Begrafeniskader. Het is een imposante figuur in papier-maché van een draak gearticuleerd met Europese drakenkenmerken maar met een Chinees geïnspireerde articulatie gemaakt door de historische Murciaanse kunstenaar González Conte die tot vandaag nog steeds verrast.

Kenmerkend was ook, vooral in de jaren 90, de aanwezigheid van Braziliaanse dansers, hoewel ze niet elk jaar in de parade verschijnen. Het internationale karakter van de parade vereist de aanwezigheid van groepen uit andere landen en het is gebruikelijk dat een of meer internationale groepen elk jaar van overal op de planeet paraderen, waardoor dit festival steeds meer open voor toeristen wordt. Over het algemeen vormen deze groepen een fundamenteel onderdeel van de Begrafenisparade en ze zijn over het algemeen gekozen vanwege hun spektakel en professionaliteit.

Tweede deel

Het tweede deel van de parade is misschien wel het meest verwachte, aangezien de praalwagens van de sardineros hun intrede doen, elk gewijd aan een mythologische god die met al zijn goddelijke attributen wordt getoond in grote sculpturen van papier-maché. Vanaf de praalwagens gooien de sardineros tonnen speelgoed, knuffels, ballen en allerlei plastic gebruiksvoorwerpen, waarvan vaak wordt gezegd dat het belangrijker is om ze te vangen dan dat hun werkelijke waarde is. De waarheid is echter dat de kwaliteit van veel van hen de afgelopen jaren aanzienlijk is toegenomen. Het gooien van het speelgoed wordt de centrale handeling van het feest, waarbij ouders, kinderen en jongeren zichzelf pushen om de geschenken te krijgen.

Voor velen is het plezier en wat de Begrafenis van de Sardine speciaal en uniek maakt in de wereld juist die kleine onschuldige strijd.

9. La Quema

La Quema is de vuurshow die een einde maakt aan de hele begrafenisviering, als een mystieke catharsis zijn de toeschouwers getuige van de afsluiting van de festiviteiten met de crematie van de katafalk die de sardine voorstelt. Muziek en buskruit zorgen voor een spannende sfeer waarmee Murcianen en toeristen elk jaar afscheid nemen van de sardine.

Foto: verbranding van de sardine

BlancaEu

Het evenement vindt plaats zodra de parade voorbij is, de sardineras, sardineros, hachoneras, hachoneros en toeschouwers verzamelen zich op de Plaza Martínez Tornel op de kruising van de Gran Vía en de Plano de San Francisco, naast de Puente de los Peligros waar enkele dagen eerder de grote stapel voor de sardine is geplaatst.

Rond één uur ’s nachts zal Doña Sardina de wiek aansteken waarmee de crematie van het gigantische monument zal beginnen. Het is traditie dat de sardineros rond de sardine-katafalk lopen wanneer deze brandt, zwaaiend met hun zakdoeken en hun hoeden naar het vreugdevuur gooiend.

Het verbranden van de sardine en het spectaculaire vuurwerk dat ermee gepaard gaat, zijn het eindpunt van de begrafenis en de festiviteiten in Murcia, maar ook het startpunt voor de voorbereiding van die van het volgende jaar.

10. De katafalk van de Sardina

De katafalk van de sardine is een van de belangrijkste punten van de begrafenis. Het is een stapel van grote afmetingen die de dagen voor de parade wordt geplaatst zodat deze door burgers en toeristen kan worden gezien. Het monument staat op de kruising tussen de Gran Vía en Plano de San Francisco, die in de nacht van de begrafenis aan het einde van de parade in brand wordt gestoken.

Foto. katafalk van de sardine

Bertobarc90

De structuur, bestaande uit verschillende brandgevaarlijke materialen, is ontworpen om gemakkelijk te ontbranden en zit boordevol pyrotechniek om het moment van de verbranding spannender te maken. Ondanks alles heeft de katafalk het enkele jaren moeilijker gehad om te verbranden, waardoor men niet alleen rekening moest houden met zijn esthetische schoonheid, maar ook met het gemak van de ontsteking. Naast de katafalk wordt meestal een veiligheidsperimeter opgezet waar brandweerlieden en lokale politie de veiligheid van de aanwezigen waarborgen.

11. Groeperingen van de Sardine

De groeperingen vormen de ziel van de begrafenis. Zonder hen, hun werk en hun financiële inspanningen zou een show van deze omvang niet naar voren kunnen komen.

Er zijn ongeveer 23 groepen en ze organiseren de parade, animeren de stad tijdens de voorgaande dagen met parades, fanfares, de aankomst van de Sardine-parade, de Testament-parade en natuurlijk lanceren ze de duizenden stuks speelgoed dat de stad op zaterdagavond van de begrafenis overstroomt.

12. Deelname van vrouwen

Ondanks het feit dat de Begrafenis van de Sardine een festival van heidense oorsprong is, zonder religieuze connotaties, bestonden de sardines oorspronkelijk uitsluitend uit mannen. In de loop der tijden is deze situatie overwonnen door de aanwezigheid van vrouwen bij de meeste evenementen die er deel van uitmaken, een aanwezigheid die elk jaar steeds groter wordt. Oorspronkelijk werd alleen de figuur van de Grote Vis genoemd, maar sinds 1988 met de verkiezing van Ana Romero, de figuur van Doña Sardina is het middelpunt geworden van de vertegenwoordiging van de sardineras. De vrouwen gaan dus actief deelnemen aan de begrafenis als sardineras, hachoneras of in een andere rol, hoewel hun aanwezigheid nog steeds een minderheid is in het gooien van speelgoed vanop praalwagens, ondanks het feit dat er geen regel is die dit verhindert.

13. Website

Er is een website van de Sardinera Vereniging van Murcia en die kan je vinden op Sardinera. Deze site is in het Spaans.

Fietsen in Spanje (wetgeving)

  1. Wat moet u weten voordat u fietst in Spanje?
  2. Blijf van de telefoon af , dus ook geen koptelefoon
  3. Waarschuw anderen als je gaat remmen
  4. Gebruik fietspaden waar dat kan
  5. Blijf bij sinaasappelsap
  6. Controleer uw inboedelverzekering
  7. Kinderen meenemen op de fiets
  8. Verlichting weerspiegelt veilig fietsen
  9. Voetgangers eerst
  10. Op een rotonde
  11. Kijk en geef aan voordat u afdraait
  12. Groen licht krijgen
  13. Fietsers hebben altijd gelijk
  14. Wat zijn de regels voor fietshelmen ook al weer?

1.Wat moet u weten voordat u fietst in Spanje?

Chauffeurs op Spaanse wegen zijn zich er nu allemaal van bewust, of zouden het moeten zijn, dat ze 1,5 meter afstand moeten houden bij het passeren van fietsers, en dat dit naar verwachting zal toenemen tot twee meter. Maar fietsers zijn zelf misschien niet helemaal op de hoogte van hun rechten en plichten bij het delen van de openbare weg met andere voertuigen of voetgangers.

Als je in Spanje woont of veel tijd op het platteland doorbrengt, en je overweegt serieus om op de fiets te stappen, dat gaat sneller dan lopen, brengt geen parkeerproblemen of brandstofkosten met zich mee, dan moet je eerst wat huiswerk maken over wat wel en niet mag.

Of lees gewoon verder en profiteer van het feit dat we een deel van dat huiswerk voor je hebben gedaan.

2. Blijf van de telefoon af , dus ook geen koptelefoon

De eerste hiervan lijkt misschien voor de hand liggend, geen mobieltje gebruiken tijdens het rijden, en in ieder geval is het niet gemakkelijk om te doen. Fietsen hebben de neiging om uit te wijken en om te vallen als je het stuur loslaat en als je een handbike gebruikt zal je tot stilstand komen.

Dus gebruik geen mobieltje tijdens het rijden want het betekent dat u niet kijkt naar wat er voor u gebeurt en je kan dus een ongeval veroorzaken.

Ook kost het je € 200 als je wordt gepakt en beboet.

Je zou kunnen vermoeden dat je een boete van € 200 zou kunnen krijgen voor het aannemen van een telefoongesprek in handenvrije-modus, maar de regel ‘geen koptelefoon’ is ook van toepassing op muziek, audio-boeken en podcasts, of wat er dan ook komt door de draden of de ether.

Je bent misschien opgegroeid met een walkman in je jaszak terwijl je door de straten van je jeugd fietste. De realiteit is echter dat je niet anders kunt dan je bezighouden met het luisteren naar de muziek, wat betekent dat je ‘geluidssignalen’ om je heen mist, en dit kan tot ongelukken leiden.

Je zou je kunnen afvragen waarom dit als een probleem wordt beschouwd, terwijl een dove fietser natuurlijk ook geen ‘geluidssignalen’ zou kunnen horen, maar het gaat niet zozeer om het horen maar om focus, wat inhoudt hoeveel je ziet en hoeveel je u concentreert op de weg of het pad voor u.

3. Waarschuw anderen als je gaat remmen

Om een aanrijding te voorkomen, als er fietsers, elektrische skateboarders of hardlopers achter je zijn, geef een handsignaal wanneer je moet stoppen of vertragen, en doe dit laatste zo geleidelijk als mogelijk.

Dit is slechts een aanbeveling van het Spaanse directoraat voor verkeer (DGT), geen vereiste, aangezien de autoriteiten zich ervan bewust zijn dat het niet altijd veilig is om een hand van het stuur te halen of je concentratie van de weg af te halen. Bovendien is het misschien niet veilig om zelfs maar de tijd te nemen om iemand te waarschuwen als je moet remmen om iets of iemand op je pad te ontwijken.

Maar waar het veilig is en er geen noodgeval is, is het sterk aan te raden om een fietswarboel en geschaafde knieën te voorkomen.

4. Gebruik fietspaden waar dat kan

Als deze er al zijn, gebruik dan te allen tijde fietspaden, omdat deze veiliger zijn dan wegen. Nogmaals, de DGT zegt dat het niet strafbaar is om op een weg te rijden als er een fietspad beschikbaar is, maar het fietspad wordt nogmaals sterk aangeraden om veiligheidsredenen.

U mag echter uw eigen oordeel gebruiken. Als een fietspad propvol is met Remco Evenepoels en Alejandro Valverdes terwijl de weg helemaal leeg is, zou je kunnen besluiten dat het comfortabeler en veiliger is om op de laatste te gaan rijden, en er is geen wet die je tegenhoudt.

Gebruik deze rijstroken echter alleen als ze duidelijk zijn gemarkeerd als fietspad. Ondanks het feit dat een aantal renners het lijkt te doen, is fietsen op de stoep of in voetgangersgebieden zonder borden die expliciet fietsen toelaten illegaal, en je kunt een boete van € 100 krijgen als je wordt betrapt.

Bovendien breng je natuurlijk voetgangers in gevaar.

Als je absoluut een hoofdweg moet gebruiken, rijd dan op de vluchtstrook zolang het veilig is om dat te doen, een andere ‘adviserende’ in plaats van ‘verplichte’ regel, die je niet per se zou beboeten.

Fietsen op snelwegen is niet toegestaan en zal uiteraard een boete opleveren.

Elektrische hoverboards of skateboards zijn verboden op alle soorten snelwegen en mogen alleen worden gebruikt op secundaire wegen, binnenwegen of in steden.

Voor degenen die van off-road rijden houden, controleer of er bordjes met ‘verboden fietsen’ zijn voordat je op pad gaat. Officieel beschermde natuurreservaten en niet-beschermde maar verder zeer lokaal gewaardeerde landelijke enclaves, kunnen een specifiek verbod hebben op transport op wielen om geen erosie te veroorzaken of dieren in het wild te verstoren. Als je van ruige paden houdt, is het een goed idee om contact op te nemen met je plaatselijke VVV-kantoor (bijna elke stad heeft er een) om te kijken of een van deze speciaal aanbevolen of uitdrukkelijk verboden terreinen aanwezig is.

5. Blijf bij sinaasappelsap

Rijden onder invloed, gedefinieerd als meer dan 0,25 mg alcohol per liter adem tijdens een test of 0,5 g per liter bloed, wordt bestraft met boetes tussen € 500 en € 1.000, en is niet alleen van toepassing op auto’s, bestelwagens, vrachtwagens en enzovoort. Fietsen ‘onder invloed’ heeft dezelfde strafmaat en de alcohollimieten zijn identiek.

Je zou kunnen denken dat het niet zo gevaarlijk kan zijn om ‘een beetje aangeschoten’ op een fiets te zitten op dezelfde manier als het zou zijn achter het stuur van een auto maar dat is een verkeerd gedacht.

Het is duidelijk dat je in het licht van dit alles ook forse boetes kunt krijgen voor fietsen onder invloed van drugs.

6. Controleer uw inboedelverzekering

Opstalverzekeringspolissen die uw inboedel omvatten, niet alleen uw gebouw, dekken soms fietsen als ze niet-gemotoriseerd zijn, maar ze moeten mogelijk worden ‘gespecificeerd’ met een afzonderlijke, vermelde waarde of een automatische dekkingslimiet, en kunnen een kleine extra premie kosten.

Zonder een specifieke vermelding is de dekking mogelijk niet automatisch.

Als uw polis uw fiets wel dekt, bent u niet alleen beschermd tegen brand, algemene schade, ongevallen, vandalisme, weersomstandigheden, maar niet tegen slijtage of standaardonderhoud en diefstal (meestal op voorwaarde dat de fiets op slot of anderszins beveiligd is wanneer hij niet gebruikt wordt), maar moet ook gedekt zijn voor openbare aansprakelijkheid.

De inboedelverzekering dekt normaal gesproken de aansprakelijkheid van de inzittenden en de opstalverzekering biedt de aansprakelijkheid van eigenaren van onroerend goed, maar burgerlijke aansprakelijkheid voor schade of letsel veroorzaakt door u en uw fiets is mogelijk niet aanwezig.

Praat met uw woonverzekeringsmaatschappij en vraag naar de dekking van de fiets zelf en of de wettelijke aansprakelijkheid (responsabilidad civil) is inbegrepen en onder welke omstandigheden dit niet het geval is.

Afhankelijk van de reactie moet u mogelijk een aanvullende verzekering voor uw fiets afsluiten die u dekt als u per ongeluk iemand verwondt of hun eigendommen beschadigt tijdens het gebruik ervan.

Dit is belangrijk, omdat letselschadeclaims enorm kunnen zijn, vooral als het gaat om particuliere medische behandeling en gederfde inkomsten.

7. Kinderen meenemen op de fiets

Je hebt misschien verre herinneringen aan het rijden in een kinderzitje achterop de fiets van een volwassene en om de een of andere reden heb je er waarschijnlijk nooit aan gedacht om hun niveau van controle en balans in twijfel te trekken of wat er zou gebeuren als ze zouden kapseizen.

Als je in Spanje was opgegroeid, zouden die herinneringen op zevenjarige leeftijd zijn gestopt, dat is de limiet voor het meenemen van kinderen voor een ritje op de fiets.

En je kunt alleen een kind ‘vervoeren’ als je zelf minimaal 18 jaar bent, in een goed passend, goedgekeurd ‘passagierszitje’.

Het kind moet een helm dragen die is ontworpen om op kleine hoofden te passen, zelfs op lokale wegen.

Elektrische skateboards of hoverboards kunnen geen passagiers vervoeren, alleen de bestuurder mag erop rijden.

Boetes beginnen bij € 100 voor het overtreden van de regels en, als uw kind er veel ouder uitziet dan hij of zij is, neem dan een bewijs van zijn leeftijd mee om te voorkomen dat u moet betalen als het in werkelijkheid zes is maar groot genoeg is om te worden aanzien voor acht of negen jaar.

Link naar een artikel met tweet van de Guardia Civil.

8. Verlichting weerspiegelt veilig fietsen

Je moet kunnen worden in het donker en in de schemering dus zorg ervoor dat je fietslampen allemaal goed werken en dat je weet hoe je ze moet inschakelen. Doe dit dan ’s nachts of in het halfduister, en op elk moment van de dag in tunnels, mist, hevige regen of andere situaties met slecht zicht.

Je hebt waarschijnlijk een schokkend aantal fietsers in je stad gezien die geen verlichting gebruikten, maar het gezond verstand zegt dat als een automobilist je niet kan zien, jullie twee waarschijnlijk een beetje een confrontatie zullen krijgen die je waarschijnlijk zult verliezen.

Als je uw fietsverlichting niet gebruikt en het is een politieagent die u betrapt ga je € 200 lichter naar huis dan toen je vertrok.

Lichten op zich zijn misschien niet altijd direct herkenbaar als fietser, maar fluorescerende kleding met reflecterende strips geeft automobilisten een veel duidelijker idee van wie je bent.

En ja, je hebt een verontrustend hoog aantal mensen ’s nachts zien fietsen in donkere kleding, maar dat betekent niet dat het legaal is, het betekent alleen dat ze nog niet zijn gepakt.

Als een van hen wordt gepakt, zegt de DGT dat ze een boete van 80 euro moeten betalen.

9. Voetgangers eerst

Voetgangers hebben altijd voorrang waar fietsers om hen heen zijn. Als je op de fiets zit, moet je stoppen voor zebrapaden en bij het inslaan van een zijstraat moet je wachten tot iedereen die deze straat oversteekt weer veilig op het voetpad staat. Je moet ook vertragen of stoppen als iemand een weg voor je oversteekt.

In verkeersvrije gebieden, zoals verharde of geplaveide pleinen of straten, zullen, als fietsers en hoverboards zijn toegestaan, duidelijke borden staan om dit te zeggen. Staan deze er niet of je kunt er geen zien, stap af en ga verder, en waar je door een voetgangersgebied mag rijden, moet je afstand houden van degenen die te voet zijn, ze laten passeren en een zeer lage snelheid aanhouden.

Hetzelfde geldt wanneer een voetpad of de in- of uitgang van een huis, winkel of ander gebouw een fietspad kruist, stop en laat ze eerst buiten. je zou dit eigenlijk moeten doen wanneer een wandelaar op een fietspad stapt, ongeacht of hij een specifiek gemarkeerde oversteekplaats heeft om te gebruiken.

Maar als een auto-uitgang het fietspad kruist, is de bestuurder wettelijk verplicht om voor je te stoppen.

Waar geen fietspad is en je een weg of vluchtstrook gebruikt, zijn auto’s verplicht om je een ruime plaats te geven, maar je bent verplicht om voorrang te geven tenzij ze heel duidelijk maken dat ze je doorlaten.

Van fietsers en elektrische skateboarders wordt bovendien verwacht dat ze afstappen en lopen bij het gebruik van zebrapaden.

Overtredingen van een van de bovenstaande punten kan leiden tot boetes van € 200.

10. Op een rotonde

Op rotondes heb je als fietser voorrang op motorvoertuigen, auto’s moeten voorrang geven.

Volgens de rotonderegels krijgt iedereen die zich al op de rotonde bevindt voorrang op degenen die de rotonde willen betreden, maar van degenen die de rotonde rondrijden, komen fietsers op de eerste plaats.

Een peloton wielrenners, een grote groep samen op pad, of een rij renners moeten altijd door voertuigbestuurders beschouwd worden als één geheel.

Dit betekent dat als de koploper de rotonde is opgegaan, de rest van de groep, zelfs als dat niet het geval is, moet worden toegestaan om te passeren in plaats van gedwongen te worden uit elkaar te gaan. Chauffeurs moeten doen alsof alle fietsers in het peloton aan elkaar zijn vastgeplakt .

Op wegen mogen fietsers met twee naast elkaar rijden, automobilisten moeten, zelfs dan, de minimumafstand van 1,5 meter toestaan, en het is legaal om een ononderbroken centrale witte lijn over te steken om dit te doen, maar als inhalen niet veilig is, moeten ze wachten tot het dat wel is voordat men de groep fietsers inhaalt.

Meer dan twee fietsers naast elkaar is niet toegestaan, behalve tijdens officiële wedstrijden of trainingen wanneer veiligheidshandhavers doorgaans dienst hebben en een of beide rijstroken vaak worden afgesloten voor auto’s.

Fietsers moeten terugkeren naar een enkele rij wanneer het zicht slecht is, hetzij door licht, weersomstandigheden, blinde bochten of zeer smalle wegen.

Rijden in dubbele rij waar het niet veilig is om dit te doen, of met meer dan twee naast elkaar rijden, wordt bestraft met een boete van € 100 per persoon.

Link met uitleg van de Guardia Civil.

11. Kijk en geef aan voordat u afdraait

Fietsers moeten bij het oprijden van een weg, het verlaten van een oprit, het verlaten van een trottoir, het verlaten van een vluchtstrook voor de hoofdrijbaan of het vanaf de zijkant invoegen in de verkeersstroom zeer voorzichtig te werk gaan en ze mogen de andere bestuurders daarbij niet hinderen.

Ze moeten een handgebaar geven om te laten zien dat ze invoegen op de weg, duidelijk en met voldoende tijd zodat bestuurders ze kunnen zien en zich bewust zijn van hun bedoelingen.

Dit geldt ook voor fietsers die een zijweg inslaan, een rotonde verlaten of op een kruispunt links of rechts afslaan, gebruik een duidelijk en onmiskenbaar handsignaal om bestuurders te laten zien welke kant u opgaat, en doe dit ruim op tijd zodat ze dienovereenkomstig kunnen handelen.

Voor een auto afdraaien waardoor bestuurders plotseling moeten remmen of uitwijken, of afslaan zonder het aan te geven, vooral als u linksaf slaat, is niet alleen gevaarlijk voor alle betrokkenen, maar ook duur, boetes beginnen bij € 200.

12. Groen licht krijgen

Het zou vanzelfsprekend moeten zijn dat fietsers zich moeten houden aan alle wegmarkeringen, borden en seinen, zoals stopborden, stoplijnen, voorrangsmarkeringen, eenrichtingsaanduidingen, enzovoort.

Hoe verleidelijk het ook is als er ‘niets aankomt’, rijdt nooit door een rood verkeerslicht en stop altijd voor oranje lichten als je tijd hebt om dat veilig te doen.

Als u niet wacht tot het licht op groen springt, kunt u een boete krijgen van tussen de € 150 en € 500, afhankelijk van het gevaar waarmee u uzelf en andere weggebruikers in gevaar brengt.

13. Fietsers hebben altijd gelijk

Iets anders dat misschien voor de hand liggend lijkt, hoewel je vrijwel zeker de vreemde dwalende fietser midden op de weg hebt zien rijden die auto’s achter hem dwong om in de eerste versnelling te schakelen is dit niet in orde want wanneer je op je fiets zit, moet je je aan de rechterkant van de weg houden, net als in een auto.

Laat altijd een opening tussen u en de stoeprand, voor het geval een voetganger struikelt of een hond aan de leiband van de stoeprand afdwaalt, en geef geparkeerde auto’s voldoende ruimte. Als iemand in een geparkeerde auto zit en ze niet kijken wat ze’ aan het doen zijn, kunnen ze een deur openen op het moment dat u passeert. Het feit dat het hun schuld is en niet de jouwe maakt het resultaat niet minder pijnlijk.

14. Wat zijn de regels voor fietshelmen ook al weer?

Beschermende hoofddeksels zijn vaak zo’n grijs gebied geweest dat sommige mensen, vooral expats en toeristen, zelfs helemaal niet meer gaan fietsen voor het geval ze het bij het verkeerde eind hebben. Dit geldt met name voor iedereen wiens laatste fietservaringen in hun thuisland waren tijdens hun kindertijd, tienerjaren of meer dan tien jaar geleden, en die er niet eerder aan hadden gedacht een helm op te zetten.

Gelukkig zijn we hier om het mysterie voor u op te helderen, hoewel u zich er altijd van bewust moet zijn dat de wet kan veranderen en als dat gebeurt, zal deze noodzakelijkerwijs strenger worden in plaats van soepeler.

Alle fietsers, evenals gebruikers van elektrische skateboards of hoverboards, bromfietsers, scooterrijders of iedereen op een elektrisch aangedreven fiets, moeten te allen tijde een helm dragen als ze 16 jaar of jonger zijn.

Ouders of wettelijke voogden riskeren een boete van minimaal € 200 als hun kinderen worden betrapt zonder een helm.

In sommige gemeenten in Spanje is iedereen wiens werk het gebruik van een fiets of hoverboard inhoudt, zoals degenen die lichtgewicht leveringen doen, verplicht om een beschermend hoofddeksel te dragen op stadswegen, ongeacht hun leeftijd, door middel van specifieke lokale, regionale overheidswetten. Als jij dit bent, neem dan contact op met je werkplek, gemeentehuis of met beide.

Anders zijn volwassen fietsers momenteel niet verplicht om een helm te dragen als ze door de stad fietsen.

Fietsers en gebruikers van elk van deze andere soorten voertuigen, waar ze op hoofdwegen zijn toegestaan, moeten een helm dragen wanneer ze op deze snelwegen rijden, inclusief volwassenen.

Motor-, scooter- en bromfietsers moeten overal een goede helm dragen, ongeacht hun leeftijd.

Bij het nemen van een fiets op landweggetjes, op speciale fietspaden of off-road tracks, is een helm niet wettelijk verplicht, maar wordt sterk aanbevolen. De laatste meer, omdat crosscountry-fietspaden doorgaans ruig en ongelijk zijn, waardoor vallen waarschijnlijker is en er vaak rotsen bij betrokken zijn.

Veel fietsers die een zwaar verkeersongeval hebben meegemaakt waarbij ze gewond zijn geraakt, hebben gezegd dat ze hun leven te danken hebben aan hun helm, dus bij twijfel, en gezien het feit dat ze niet duur zijn in vergelijking met de kosten van het kopen van een fiets, draag er sowieso overal een.

Maar zorg ervoor dat de jouwe goed is vastgemaakt en koop er een die goed bij je past, want een slecht afgestelde of te losse helm is bijna net zo riskant als er helemaal geen dragen.

Als u ooit valt en op uw hoofd terechtkomt, gooi uw helm dan weg en koop een nieuwe, tenzij u er absoluut zeker van bent dat er geen schade is die moeilijk te zien is.

Fietsers op snelwegen zonder helm, ongeacht de leeftijd, riskeren een boete van 200 euro als ze worden betrapt.

Over het algemeen zijn fietsers van 14 jaar en jonger helemaal niet toegestaan op grote snelwegen.

Baeza en Úbeda

Deze maal zijn het twee steden die samen opgenomen zijn op de lijst van het Werelderfgoed van de Unesco. We beginnen alfabetisch en dat is:

Baeza

De stad Baeza ligt in het centrum van de provincie Jaén en dat is in het oosten van de autonome regio Andalusië.

De stad staat bekend om haar monumentale erfgoed, voor haar opname op de lijst van het Werelderfgoed van de Unesco (samen met Úbeda) en als een van de drie zetels van de Internationale Universiteit van Andalusië.

Foto: zicht op Baeza

Falling Outside

“Nido Real de Gavilanes ” zoals de stad in de liedjesboeken genoemd werd was de sleutel in de verovering van Al-Andalus door de christelijke koningen. Men zijn uitzicht over de Guadalquivir verzekerde het bezit van de stad een controle en een bedreiging over de koninkrijken aan de linkerkant van de grote rivier.

De verovering van de stad in 1227 is zo belangrijk dat koning Fernando III besluit om vanaf dit moment de koninklijke vlag, die later de Spaanse vlag zal worden, te voorzien van het Andreaskruis, een symbool van de stad. Gedurende eeuwen, tot Carlos III, is het het onderscheidend symbool op de Spaanse vlag en zelfs tot op vandaag de dag heeft koning Juan Carlos het Andreaskruis op zijn wapenschild.

Geschiedenis

Prehistorie
We kunnen inderdaad spreken van een “prehistorie” omdat er rond het hedendaagse Baeza een aantal archeologische vindplaatsen zijn.

Hoewel er tot aan de kopertijd , in het midden van het derde millennium, geen overblijfselen gevonden zijn die een menselijke aanwezigheid aantonen is het zeker dat vanaf het vijfde millennium voor Christus menselijke overblijfselen gevonden zijn. Het gaat over een leefomgeving die karakteristiek is voor een samenleving van jagers en landbouwers.

Duizend jaar later, verschijnen er meer naar het zuiden gemeenschappen, meer bepaald in de grotten en schuilplaatsen van de Sierra Mágina.

Tijdens de kopertijd verschijnen er huttendorpen waarvan sommige ommuurd zijn en zij hebben een uitzicht over de Guadalquivir waar de gronden veel vruchtbaarder zijn.

Het gaat hier over een samenleving die vrijwel zeker een gediversifieerde economie had en waar men landbouw, bosbouw, veeteelt, visvangst en jacht had. Verder werden er een groot aantal werktuigen en gereedschappen aangetroffen.

Tijdens de bronstijd verschijnen er nieuwe dorpen, en de activiteiten in de dorpen blijven praktisch gezien dezelfde als tijdens de vorige periode.

In Cerro del Alcázar, meer naar het zuiden van Baeza was er een van dergelijke dorpen en dat bestond meer dan driehonderd jaar, het was ommuurd en binnen de muur lag de begraafplaats.

Middeleeuwen
In de achtste eeuw, met de komst van de Moren noemde men de stad Bayyasa. Het grondgebied werd herverdeeld tussen hispano-goten, de Arabische stammen, de Omejaden en de kerk.

De muwallads (bekeerd tot de islam) en de mozaraben (christenen die in Al- Andalus bleven) leefden samen in een samenleving en dat resulteerde in sociale structuren die niet verschilden van de bestaande structuren in gebieden met dezelfde godsdienst.

Na verschillende periodes van crisis kwam men tot de val van kalifaat en brak de periode van de taifa koninkrijken aan waar Bayyasa soms aan het ene en soms aan het andere koninkrijk behoorde.

Hierna volgt een overheersing van de stad door de Almoraviden en Almohaden, deze laatsten vernietigen in 1212 de stad bijna volledig toen zij tegenover de christelijke troepen onder leiding van Alfonso VIII stonden.

Foto: standbeeld van koning Fernando III

Zarateman

In een van de volgende taifas was Bayyasa de hoofdstad van een kortstondig koninkrijk dat een gebied bestreek gaande van Jaén tot Córdoba. Zijn emir, Allâh-al-Bayyâsi was een vazal van Fernando III en de emir gaf hem steun tegen de andere Arabische emirs. Deze emir werd door verraad vermoord in Almodóvar del Rio en op 30 november 1227 heroverde Fernando de stad Baeza.

De koning geeft aan Baeza de Conquense macht met de bedoeling om een christelijke bevolking aan te trekken uit de noordelijke gebieden. Enrique II gaf grote donaties aan zijn aanhangers in de regio om er zijn macht te versterken.

In deze tijd zijn er twee machtige families in de stad die tegenover elkaar staan, het zijn de families Benavides en de Carvajales en deze strijd krijgt de naam “burgeroorlog in Baeza, guerra civil baezana”. Deze oorlog werd gestopt door Isabel de Katholieke die als straf het kasteel liet afbreken dat op de gelijknamige heuvel stond.

De economie van de stad is sterk door de grote productie aan graan, meel, wijn en olijven. Er is een grote veeteelt en een daarbij horende wol- en leerlooiers industrie.

In het midden van de zestiende eeuw is de bevolking van Baeza verdubbeld ten opzichte van de vorige eeuw. Zijn rijkdom aan landbouw, veeteelt, industrie en handel maakt een aristocratie in de stad die verantwoordelijk is voor de talloze monumenten en gebouwen die ook vandaag de dag de pracht en praal van de stad uitmaken.

Moderne tijd
Tijdens de achttiende eeuw kwam de stad in een economische recessie terecht zoals de rest van het land en die recessie kwam door de onzinnige politiek van de opvolgers van Felipe II. De vele buitenlandse oorlogen hadden een zeer slechte invloed op de economie en op de bevolking.

De Bourbons gaven meer om het land en zij waren bezorgder voor het welzijn en de welvaart van de bevolking. Baeza was op dit moment reeds financieel uitgeput en het was te laat voor een spoedig herstel.

De grondrechten bleven voor het overgrote deel in handen van grootgrondbezitters en van de kerk en er bleef weinig land over voor de kleine boeren en de pachters.

Een andere ramp voor de stad was de aardbeving van Lissabon in 1755 die ook hier in de stad grote verwoestingen aanrichtte.

Hedendaagse tijd
De vele veranderingen tijdens de negentiende eeuw op politiek vlak, waaronder de ernstige gevolgen van de Franse bezetting, brachten voor Baeza een grote vermindering met zich mee wat de bevolking en de economie betreft.

Men moet wachten tot de tweede helft van deze eeuw voor er een licht herstel in de stad komt. Later ontwikkeld er zich op andere plaatsen de mijnbouw in de Sierra Morena welke opnieuw een negatief effect had op Baeza.

De sociale en politieke spanningen lopen in het begin van de twintigste eeuw op en de socialistische partij en de syndicale beweging werden geboren.

Na de dictatuur van Primo de Rivera, die geen welvaart naar de stad bracht, voerde de Tweede Republiek in 1932 landbouwhervormingen door maar de verwachtingen werden niet ingelost.

In 1936 werden vele gronden onteigend en zij kwamen onder het toezicht van de UGT en de CNT.

Tijdens de Franco jaren was er geen merkbare verbetering zichtbaar:

  • Tijdens de jaren 40 waren er de naweeën van de burgeroorlog met zijn zeer restrictief beleid en met tal van misoogsten.
  • Tijdens de jaren 50 was er geen verbetering in de levensomstandigheden door een gebrek aan interesse van het regime voor deze streek.
  • Tijdens de jaren 60, toen de situatie niet verbeterde kwam er een immigratiegolf op gang, niet alleen uit Baeza maar uit de ganse streek.

Men heeft in Baeza moeten wachten tot de democratie in voege kwam en op de toetreding van Spanje tot de Europese Unie. Er kwamen tal van subsidies die de levenskwaliteit van de bevolking en de economie verbeterden.

Monumenten en belangrijke plaatsen

Het gemeentehuis ligt in de calle del Cardenal Benavides, tegenover het huis waar Machado gewoond heeft. Het oude gebouw in plateresco stijl was de oude gevangenis of het justitiehuis. In het bovenste deel zijn er vier balkons die ondersteund worden door marmeren zuilen. De wapenschilden die we zien zijn die van de stad, van Felipe II en van de magistraat Juan de Borja. De plenaire zaal heeft een prachtig met vakken versierd plafond dat afkomstig is uit het klooster van San Antón.

Foto: voorgevel van het gemeentehuis door
Allie_Caulfield

Op het Plaza del Pópulo vinden we:
Het oud slachthuis (La Antigua Carnicería) dateert uit de zestiende eeuw. Het gebouw werd steen per steen verplaatst naar de Plaza de los Leones want vroeger stond het 100 meter verder. Op de bovenverdieping, waar vroeger de rechtbank zetelde is het embleem van keizer Karel te zien, de tweekoppige adelaar.

De burgerlijke rechtbank (Audiencia Civil y Escribanías Públicas), een gebouw in plateresco stijl waar momenteel het Bureau voor Toerisme is.

De zegeboog van Villalar (Arco de Villalar) werd opgericht ter herdenking van de Slag van Villalar ((Valladolid) in 1521. Dit was de triomf van de troepen van Carlos I over de Opstandelingen van Castilla.

Foto: leeuwenfontein

Zarateman

De Leeuwenfontein (Fuente de Los Leones), dit is een archeologisch monument dat vroeger in het vervallen Romeinse Cástulo stond. Het is een symbool voor Baeza waarin de trots tot uiting komt dat zij gekozen zijn als de erfgenaam van Cástulo met dezelfde functies zoals hoofdstad en als zetel van een bisdom.

Het draagt een standbeeld dat Himilce voorstelt, zij was de vrouw van Hannibal. Tijdens de burgeroorlog zagen de mensen er een figuur van de Heilige Maagd in en zij onthoofden het beeld. Nu staat er een exacte kopie van het vroegere hoofd op. Slechts twee van de dieren figuren zijn leeuwen, de andere twee zijn eenhoorns.

De voormalige universiteit (Instituto of antigua Universidad): de universiteit functioneerde meer dan drie eeuwen, tot in 1824. Hier was het College voor Menswetenschappen.

In 1875 werd het instituut dan een middelbare school waar onder andere Antonio Machado les heeft gegeven. In de voorgevel zien we de wapenschilden van kanunnik Fernández de Córdoba. Het aantal kwastjes dat het schild versiert is groter dan hij in de realiteit bezat maar meer kwastjes gaf meer waardigheid.

In 1540 werd Juan de Ávila benoemd tot beschermheer en hij kreeg de opdracht om de organisatie op zich te nemen van de lessen aan de universiteit. In 1542 bestudeerde men er menswetenschappen en men kon er een graad behalen van bachelor, licentiaat en doctor in de kunsten en de theologie.

Het zijn de eerste studenten die na hun afstuderen aan de universiteit verbonden bleven maar nu als professor. De nieuwe universiteit groeide uit tot de beste van Andalusië en zij zette zelfs de universiteit van Salamanca in de schaduw.

Helaas, de koortsachtige opwinding die er kwam over het begrip “menswetenschappen” en het feit dat de meeste professoren “nieuwe christenen” waren bracht de universiteit in het vaarwater van de inquisitie.

Deze inquisitie kwam tussenbeide in de werking van de school en zij beschuldigde een aantal van de professoren van ketterij en zelfs van demonische aanbidding.

Gelukkig voor de volgende generaties konden deze dwazen niet voldoende bewijs aanleveren tegen de professoren Hernán Núñez, Hernando de Herrera, Diego Pérez de Valdivia, Bernardo de Carleval en de universiteit hervatte zijn lessen.

Uiteindelijk zal deze dwazernij toch tot de ondergang van de universiteit leiden en beetje per beetje komt de sluiting dichterbij om uiteindelijk een middelbare school te worden.

Het Paleis Jabalquinto (El Palacio de Jabalquinto) is een van de symbolen van de stad. Dit voormalige paleis van Juan Alfonso de Benavides is een mooi voorbeeld van flamboyante gotiek.

De prachtige gevel is een werk van Juan Guas en Enrique Egas en illustreert de voorliefde van de toenmalige adel voor een overladen decoratie, pinakels, stenen kruisbloemen, bewerkte blazoenen enz. Er is een binnenplaats in renaissance stijl met een spectaculaire baroktrap.

De kerk van Santa Cruz (Iglesia de Santa Cruz) is gebouwd in romaanse stijl en dat is een rariteit in het oude Andalusië. Oorspronkelijk waren er in Baeza vijf van deze kerken maar nu is er maar een overgebleven.

De westelijke voorgevel is afkomstig uit de ruïnes van de kerk van San Juan. De kerk heeft drie beuken en een halfronde apsis. Aan de ene zijde is er nog een visigotische boog en aan de andere zijde is er een kapel waar ook de tweede toegangspoort is.

Deze kerk was van de orde van de Tempeliers.

Seminarie van San Felipe Neri (Seminario de San Felipe Neri) uit 1660 met een gevel in maniërische stijl, een halfronde toegangspoort en een fronton. Vroeger mochten afgestudeerde studenten hun naam op de muur schrijven met stierenbloed.

De gotische kanselarij of de gemeentehuizen (Cancillerías góticas of de Casas Consistoriales) waar de gemeenteraad bijeenkwam.

De kathedraal (Catedral de la Natividad de Nuestra Señora), werd gebouwd bovenop de oude moskee die op zijn beurt gebouwd was op een oudere heidense tempel.

De kathedraal is gebouwd tijdens de zestiende eeuw in renaissance stijl naar de plannen van de architect Andrés de Vandelvira.

Binnenin de kathedraal is er een grote luster die afkomstig is uit het Jabalquinto paleis. De gouden kapel werd gebouwd in opdracht van Pedro Muñez. De barokke monstrans is de op twee na de grootste van Spanje. Hij is 2,10 meter en  is gemaakt van verguld zilver. Het kostte de kunstenaar Gaspar Nuño de Castro veertien jaar om dit meesterwerk te maken.

De fontein van Santa Maria (Fuente de Santa María) ligt in het midden van het gelijknamige plein. Ze is gebouwd in 1564 door de architect Ginés Martínez als een eerbetoon aan de eerste waterleiding in de stad.

De toren van de Aliatares (Torre de los Aliatares), zijn benaming komt van de legende dat deze belangrijke Moorse familie de toren bezet hield tot aan de verovering van de stad. Hij heeft een hoogte van vijfentwintig meter met kantelen die vergelijkbaar zijn met die van de Boog van Villalar. De klok en de bel van de stad staan ook in deze toren.

De kapel van San Francisco (Capilla de San Francisco): Zij werd opgericht in 1538 onder het beschermheerschap van Diego de Valencia Benavides. De aardbeving van Lissabon in 1755 en andere omstandigheden hebben gemaakt dat dit prachtige voorbeeld van Andalusische renaissance tot een ruïne is vervallen..

De kerk van San Pablo (Iglesia de San Pablo) is gebouwd in gotische stijl maar zij heeft een renaissance gevel die de originele gevel heeft vervangen. Binnenin zijn er drie beuken en de kapellen zijn ook in gotische stijl behalve een die in renaissance stijl is. Het retabel is barok.

Hier zien we ook de “Triptiek van de Aanbidding”.

In deze kerk ligt Pablo de Olavide begraven, de stichter van een aantal dorpen in de Sierra Morena.

In de omgeving van Baeza, dichtbij de Brug van de Bisschop ligt de Hacienda de Laguna naast de Grote Lagune, een gebied van de olijven industrie dat werd uitgeroepen tot Belangrijk Cultureel Gebied.

Úbeda

Úbeda is een stad in de provincie Jaén (Andalusië) en zij heeft diepe wortels in het oude Andalusië. De stad is de hoofdstad van het vruchtbare gebied van La Loma.

Úbeda werd op 3 juli 2003 samen met Baeza opgenomen op de lijst van het Werelderfgoed van de Unesco omdat de kwaliteit en de bewaring van de renaissance gebouwen in de stad uitzonderlijk is.

De stad ligt op een heuvel en zij heeft een overzicht over de vallei van de Guadalquivir. Zij ligt tegenover de imposante Sierra Mágina in het centrum van de provincie.

Foto: Calle Real, de belangrijkste toegang tot het historisch centrum van de stad door
Michael Gaylard

Úbeda is een belangrijk centrum op het gebied van gezondheidszorg, onderwijs met zijn universiteiten (UNED en SAFA), diensten van de belastingen en sociale zekerheid en rechtbanken.

Volgens het jaarboek van de bank “La Caixa” is het een van de meest welvarende streken van Spanje.

Geschiedenis

Oorsprong
Volgens de legende is Úbeda gesticht door een afstammeling van Noah en de naam van de stad zou afkomstig zijn van de mythische toren van koning Ibiut.

Als we ons beperken tot de archeologie dan gaan de eerste sporen van Úbeda terug tot de Kopertijd in het huidige Cerro del Alcázar.

In feite heeft recent archeologische onderzoek aangetoond dat men zesduizend jaar kan teruggaan en dat maakt van Úbeda de oudste stad van west Europa.

Er zijn ook sporen gevonden van de Visigoten en de Romeinen. Aan de andere kant is er een oudere autochtone bevolkingskern gevonden van Iberiërs die afhankelijk waren van de Romeinse kolonie Salaria en het staat bekend als Úbeda la Vieja. Deze plaats lag tegenover de riviermonding van de Jandulilla in de Guadalquivir.

De stad kreeg een zekere belangrijkheid met de komst van de Moren en vooral met Abderramán II die aan de oorsprong lag van de naam Ubbada of Ubbadat Al-Arab (Úbeda “van de Arabieren”).

Grensgebied
Vanaf de twaalfde eeuw verhoogden de Castiliaanse koningen de druk op het gebied van de Quadalquivir en Úbeda werd slechts vermeld in schriftelijke bronnen van de oorlogshandelingen.

Een van deze handelingen waren de aanvallen van Alfonso VII van León waarvan de eerste in 1137 en de volgende in 1147 was en dat was het moment waarop hij zich meester maakte van Úbeda, Baeza en Almería.

Tijdens de volgende tien jaar bleef de stad in handen van de christenen tot op het moment dat een tegenoffensief van de Almohaden in 1157 hen verplichtte zich terug te trekken.

De herovering en de verwoesting door Alfonso VIII na de Slag van Tolosa, of de Slag van Úbeda was een weinig later. De stad werd meerdere malen verwoest en geplunderd.

In 1233 werd Úbeda definitief veroverd door Fernando III van Castilla en werd de stad een kroondomein en de zetel van een aartsbisschop.

Fernando III ging vanaf Toledo naar Úbeda waar Muhammad ibn Hûd en Muhammad ibn Yusuf ibn Nasr ibn al-Ahmar geen hulp kregen van de andere Moorse heersers.

Toen de verdedigers van de stad dit te weten kwamen capituleerden zij.

Het is opmerkelijk dat Úbeda zich overgaf door capitulatie en misschien lag het bestaan van de drie bevolkingsgroepen hiervan aan de oorzaak. In de stad woonden immers Moren, Joden en christenen.

Tijdens de volgende eeuwen nam de stad actief deel aan de strijd tegen de Moren en zij verkreeg hiervoor de nodige autonomie. Het was het gemeentebestuur dat de bevolking regeerde.

De beslissende factor in deze periode was de belangrijke strategische ligging van de stad.

Tijdens bijna drie eeuwen was de stad een grensstad, eerst lag de grens verder weg maar uiteindelijk was de grens tussen de koninkrijken van Granada en Castilië zeer nabij.

Daarom gaven de opeenvolgende koningen van Castilië een groot aantal voorrechten en privileges aan de stad. Dat was om de ongunstige leefomstandigheden van een grensstad te compenseren.

In 1368 werd de stad geteisterd door een burgeroorlog tussen Pedro I van Castilië en Enrique II van Trastámara. Maar ook hier, zoals in Baeza, werden in 1506 op koninklijk bevel de muren en de torens van het Alcázar verwoest.

Opkomst
Door een combinatie van factoren zoals de geografische ligging, de controle over de wegen, zijn uitgestrektheid waarover men controle had en de aanwezigheid van een adel die steeds rijker werd was dat de basis waarin de pracht en praal van Úbeda tijdens de zestiende eeuw tot uiting kwam.

Na de verovering van Granada kwam er een economische ontwikkeling van de stad die gebaseerd was op de landbouw, de bosbouw en de waarde van de nieuwe gebieden waarover men de controle had verkregen.

De vrede en de economische ontwikkeling hadden een weerslag op de demografische ontwikkeling van de stad, het inwonersaantal steeg tot 18.000 inwoners.

De opkomst van de stad begint echt met Ruy López Dávalos, Enrique III en met Beltrán de la Cueva, gunsteling van Enrique IV, die de bestuursfuncties in de stad uitoefenden. Vooral opmerkelijk is de rol van Francisco de los Cobos, secretaris van keizer Carlos I. Met hen begint de smaak voor kunst in Úbeda op te komen en met de werken van de architect Andrés de Vandelvira en zijn opvolgers werd de stad volgebouwd met paleizen.

Zijn neef, Juan Vázquez de Molina, staatssecretaris van Carlos I en van zijn zoon, Felipe II, ging verder met de bouw van paleizen.

In 1526 kwam keizer Karel naar de stad en hij verzekerde de plaatselijke adel dat de reeds verleende gunsten en voorrechten behouden zouden blijven.

Neergang
Tijdens de zeventiende en de achttiende eeuw begon het verval van de stad door de algemene crisis in gans Spanje.

Het gebrek aan een protectionistische politiek ten voordele van het ambachtswerk, de import van wol uit Burgos, de misoogsten, de stijgende prijzen van voedsel, de oneerlijke belastingdruk door de oorlogen, de corruptie, de macht van de kerk, de voortdurende rekrutering voor de oorlogen en de immigratie naar Amerika waren allemaal factoren die bijdroegen aan het verval van de stad.

Úbeda verloor de controle over het vervoer van hout aan kooplieden uit Sevilla.

Dit alles trekt kapitaal weg uit de stad en het maakt de sociale verschillen steeds groter. Het vergroot de miserie van de meerderheid van de bevolking.

Na al het voorgaande kwam er dan nog de pest bij in 1585 en 1681 en ten slotte was er de aardbeving van Lissabon in 1755 die tal van vernielingen aanrichtte in de stad.

Het grote verval manifesteert zich vooral aan het begin van de Spaanse Successieoorlog. De buren van Úbeda beleven deze oorlog met een groter wordende intensiteit. De doorlopende bijdrage aan paarden, wapens, munitie, geld en troepen werd steeds groter en honger en ziektes beginnen steeds voelbaarder te worden. De belastingdruk en de vrijstelling hiervan voor de rijkere klassen bracht de hongerige bevolking op 19 maart 1706 in opstand tegen de belastingambtenaren.

Na de oorlog was Úbeda zeer verarmd.

De gemeenteraad nam de beslissing om eigendommen van de gemeente te verkopen om dringende betalingen te kunnen doen aan zijn milities. De oorlog, de honger en de ziektes hadden hun invloed op de demografische samenstelling van de bevolking.

Later, tijdens de Spaanse Onafhankelijkheidsoorlog waren de Fransen in de stad aanwezig van 1810 tot en met 1813. De narigheid keerde terug en plunderingen waren aan de orde van de dag.

Deze situatie bracht Úbeda tot een staat van “economische ruïne”, er was geen vee meer om de velden te bewerken en er was geen zaaigoed om de velden in te zaaien.

Er was geen teken van economisch herstel tot op het einde van de negentiende eeuw toen men op kleine schaal aan de industriële revolutie begon.

Herstel
Men leed nog altijd onder de Carlistische oorlogen en zijn opeenvolgende revoluties die het leven in de stad verstoorden. De grondslagen van het liberalisme in Úbeda zijn gebaseerd op de dominantie in de politiek van de grootgrondbezitters, de invoering van het koningschap en bepaalde electorale verstoringen.

Aan het einde van de negentiende eeuw herleefd de activiteit in de stad door de landbouw en de industrie. Tijdens de jaren twintig van de twintigste eeuw begon er in de stad een nieuwe renaissance. Er kwamen talrijke projecten, verbouwingen en verbeteringen in de stad.

Tijdens en na de burgeroorlog die Franco aan de macht bracht geraakte Úbeda terug in een depressie door al dat geweld, repressie en wraak maar langzaam geraakte de stad terug op het goede spoor en werd de stad een belangrijk commercieel en industrieel centrum op regionaal gebied maar met belangrijke groeimogelijkheden.

Monumenten en belangrijke plaatsen

De stad heeft 48 monumenten en meer dan honderd andere belangrijke gebouwen en die zijn bijna allemaal in renaissance stijl gebouwd.

In Úbeda heeft men in de straten een mengeling van de pracht en de praal van de renaissance maar er is ook een zekere Moorse toets aanwezig. Deze vermenging maakte van Úbeda de tweede stad die de titel in 1955 kreeg van Historische-Culturele Plaats.

In 1975 kreeg Úbeda de titel van Renaissance Stad van de Raad van Europa en ten laatste werd Úbeda in 2003 opgenomen op de lijst van het Werelderfgoed van de Unesco. Dat gebeurde samen met Baeza.

In de stad zijn er negen gebouwen tot Nationaal Monument verklaard en dan nog eens negentien zijn van Cultureel Belang verklaard.

Alhoewel het patrimonium immens is moeten we zeggen dat zoals in veel andere historische steden niet alles bewaard is gebleven, er is ook veel verdwenen.

In ieder geval, er is in Úbeda nog voldoende overgebleven om er te kunnen genieten van de pracht en praal uit vervlogen tijden.

De Plaza Vázquez de Molina is het monumentale hart van Úbeda en dit is een model van stadsontwikkeling dat tot dan toe onbekend was in Spanje. Een aantal van de gebouwen bespreken we hierna:

Foto: kapel van de Verlosser en paleis van Deán Ortega

Rafael Merelo

De kapel van de Verlosser (Sacra Capilla del Salvador) is het symbool van Úbeda. Het is een renaissance kapel maar het is ook een grafkelder. Deze kapel is de meest ambitieuze onderneming van de private kerkelijke architectuur uit de Spaanse renaissance. Het is opgenomen op de lijst van de historisch-culturele monumenten in 1931.

Het is de grafkelder van het paleis van don Francisco de los Cobos en de kapel werd in 1536 gebouwd in zijn opdracht. Het is overduidelijk dat Cobos geloofde in de transcendentie en in het zich goed voelen in het algemeen. Deze kapel was een poging om zich te verheffen door zijn faam, rijn rijkdom en zijn persoonlijke glorie boven het gewone volk.

Don Francisco de los Cobos leefde van 1477 tot 1547 en hij had veel macht en veel geld. Hij was niet alleen de secretaris van keizer Carlos V, maar ook Groot Commandeur van León, Adelantado de Cazorla, Heer van de dorpen Sabiote, Torres, Canena, Heer van Santiago en tal van andere titels.

Het oorspronkelijke project is van Diego de Siloé, de grootste architect en beeldhouwer in Spanje voor een renaissance werk. Vanaf 1540 is het een realisatie van Andrés de Vandelvira.

De kapel werd ingewijd in 1559. De eerste kapelaan was Deán Ortega, voor wie het grote paleis gebouwd werd aan de linkerzijde van de voorgevel van de kapel.

Er is slechts een toren in centraal Europese stijl. De kapel, de universiteit en het hospitaal vormen een geheel. De stichter van de kapel heeft een brief geschreven naar Paulus III om toelating te vragen om samen met zijn kapel er een leerstoel in te richten die eenzelfde universitaire graad zou mogen afleveren zoals in Bologna, Parijs, Salamanca of Alcalá. Hij verkreeg de pauselijke toelating in 1541.

Op de voorgevel die ontworpen is door Diego de Siloë staan veel voorkomende thema’s uit de renaissance kunst en hij vertoont grote gelijkenissen met de Puerta del Perdón in de kathedraal van Granada.

Boven de deur, tussen de beelden van Petrus en Paulus is de Verheerlijking van Christus te zien. Links en rechts van het portaal staan twee grote reliëfs die sarcofagen voorstellen waarop twee strijders en twee vrouwen het blazoen van Francisco de Cobos en van zijn vrouw Maria de Mendoza flankeren. De twee torentjes zijn twee steunberen in de vorm van vlammen die het eeuwige leven symboliseren.

Het interieur bestaat uit een schip waarvan het gewelf versierd is met goud. Het koor van Vandelvira in een ronde ruimte met een zestiende eeuws retabel in de vorm van een baldakijn. De muurschilderingen dateren uit de achttiende eeuw.

De sacristie bereikt men via een een hoekdeur. In de decoratie vinden we duidelijke Italiaanse invloeden en er zijn medaillons met gebeeldhouwde hoofden die angst, waanzin, moed, pijn, liefde en het geduld uitbeelden. In de loop der eeuwen is er in de sacristie nooit iets veranderd.

Een eigenaardigheid aan deze kapel is dat er nergens een afbeelding staat van Christus aan het kruis. Cobos wou Christus enkel afbeelden in zijn volle eer en glorie en niet in pijn en smart.

De collegiale kerk van de Heilige Maria van de Koninklijke Paleizen (Real Colegiata de Santa María de los Reales alcázares) is gebouwd op de overblijfselen van de grote moskee na de verovering van de stad door Fernando III, de Heilige. Op 29 september 1233 kwam koning Fernando III samen met zijn hofhouding de grote moskee binnen om er de overwinning te vieren en om de moskee te veranderen in een kerk.

Vanaf 1259 droeg de de kerk de titel van Collegiale Grote Kerk en vanaf 1852 kreeg zij de titel van Grote Parochiekerk.

In deze kerk is er tijdens de bouw een gotische basis gelegd maar er zijn ook invloeden merkbaar uit de Moorse, de romaanse, de renaissance, de barok en de neoklassieke bouwstijl.

De uiteindelijke bouwstijl werd door de historicus Juan Pasquau omschreven als “ … niet te omschrijven artistieke vrijheid waarin alle stijlen strijden om er bovenuit te steken en er geen enkele de overhand krijgt…”.

Volgens José Ángel Montero bestaat er een mysterieuze legende die van generatie op generatie verder doorgegeven wordt. Volgens deze legende is de kerk het slachtoffer van een oude vloek die uitgesproken werd door een vreemdeling en magiër en is de vloek gebaseerd op het boze oog. Volgens de vloek geraakt de kerk nooit af en men werkt aan deze kerk sinds 1396.

De kerk werd zwaar beschadigd tijdens de Spaanse burgeroorlog hoewel de kerk haar originele uitzicht niet verloor tot aan de beschadiging in 1986 door de architect Isicio Ruiz Albusac. Tot op heden is de kerk gesloten voor restauratie.

Dit gebouw heeft een mengeling van verschillende stijlen (gotiek, mudejar, renaissance, barok en neogotiek) en dat is de vrucht van een bouwperiode die zich uitstrekt van de dertiende tot de negentiende eeuw.

Omstreeks 1510, ten tijde van de bisschop van Jaén don Alonso Suárez de la Fuente del Sauce begon men met de bouw van een voorgevel en daarvoor brak men een deel van de muur af tussen de twee grote torens. De werken werden in 1645 beëindigd en zij waren uitgevoerd volgens de plannen van Pedro de Vera, uitgezonderd de fries en het reliëf van de Aanbidding van de Herders dat van de hand is van Luis de Zayas.

Aan de buitenzijde heeft de kerk een uniforme architectuur alhoewel het een eclectisch en uniek werk is. De voorgevel werd gebouwd tijdens het eerste deel van zeventiende eeuw en is in feite het enige deel van het gebouw dat beantwoord aan het voorafgaand plan. In de gevel is het centrale motief de “Aanbidding van de Herders” De gevel heeft twee klokkentorens die gebouwd werden in de negentiende eeuw na de verwoesting van de gehavende toren van de oude moskee.

De kloostergang is een werk in gotische stijl uit het einde van de vijftiende eeuw en ligt op de plaats waar vroeger de binnenplaats van de moskee lag.

Onder een reeks kruisgewelven zijn er binnenin 16 kapellen, begraafplaatsen van bisschoppen en edelen uit de stad.

In de oostelijke gevel van de kerk is er de Poort van de Troost en die heeft een grote sentimentele waarde voor de meerderheid van de inwoners van de stad. Door deze poort komt de “Broederschap van Onze Vader Jezus van Nazareth” naar buiten op de vrijdag van de Goede Week.

De kerk werd gesloten in 1983 om verder te gaan met de restauratie omdat de buiging van de pilaren de kerk volledig zou kunnen vernielen.

Vandaag, meer dan 25 jaar na het begin van de werken is de kerk nog altijd gesloten en verloor hij een groot deel van zijn interieur.

De eerste architect, Isicio Ruiz Albusac begon met de verwijdering van de gipsen barokke gewelven omdat hij dacht dat daar de oorzaak lag. Het maakte de kerk nog meer onstabiel.

Tot op heden gaan de restauratiewerken door maar men heeft ondertussen de oorspronkelijke structuur en het uitzicht van de kerk volledig veranderd.

Het paleis Vázquez de Molina dat beter bekend is onder de naam Palacia de las Kettingen (Palacio Vázquez de Molina, ofwel Palacio de las Cadenas is een in het oog springend paleis en het is een van de meest luisterrijke paleizen van gans Spanje. Het is een burgerlijk paleis in renaissance stijl.

Foto: Paleis van de Kettingen

Enfo

Het is een Nationaal Monument en het is sinds 1850 de zetel van het gemeentebestuur. In het gebouw is ook een informatiecentrum ingericht over de renaissance en dan meer bepaald de renaissance in Úbeda.

De architect die de werken in het tweede deel van de zestiende eeuw begon was Andrés de Vandelvira. Hij bouwde dit paleis in opdracht van Juan Vázquez de Molina, neef van Francisco de los Cobos.

Na het overlijden van de eigenaar die geen nakomelingen had werd het gebouw een dominicanen klooster en het kreeg de naam van “Madre de Dios de las Cadenas”. Het gebouw werd verbouwd om aan zijn nieuwe functie te kunnen voldoen en men bracht een wonderbaarlijke wanddecoratie aan die men ook vandaag nog gedeeltelijk kan bekijken.

Het is een paleis in renaissance stijl en de naam “ketenen” is afkomstig van de kettingen tussen de zuilen van de hoofdingang.

Er zijn drie delen in de ruime gevel die een duidelijke Italiaanse invloed met zich meedragen. De gevel combineert de klassieke architectonische stijlen (ionisch en korintisch) met Andalusische elementen en we zien een duidelijke invloed van Esteban Jamete in de atlanten en kariatiden die de bovenverdieping meer allure geven. Aan de beide uiteinden vinden we twee elegante dak lantaarns.

De binnenplaats is in een klassieke mediterrane stijl met zijn interne verdeling van de bijgebouwen. In het achterste gedeelte is er in de twintigste eeuw een nieuwe toegang gemaakt die toegang geeft tot het gemeentehuis. De toegang wordt bewaakt door twee mooie stenen leeuwen Er is nog een zonne-uurwerk in 1604 in de muur aangebracht.

Het Paleis van Deken Ortega (Palacio del Deán Ortega) staat ook bekend onder de naam Palacio del Marques del Donadío. Het is een van de belangrijkste renaissance paleizen in de stad en het staat op de lijst van Cultureel Belang.

Momenteel is het een Parador, dat is een hotel in een historisch gebouw.

Het is een gebouw in renaissance stijl en het werd gebouwd door de architect Andrés de Vandelvira voor Francisco Ortega Salido, deken van de kathedraal in Málaga.

Vanaf 1929 is er in het gebouw een “Parador Nacional de Turismo” en het is daarmee een van de oudste van Spanje.

Het gebouw heeft een rechthoekig vloeroppervlak zoals de meeste van de paleizen in de stad.

De binnenplaats heeft een intieme sfeer, elegant en vierkant en er is een portiek met twee hoogtes. Hij herbergt enkele slanke kolommen van een grote schoonheid die een vermenging is van Nasriden en renaissance kunst.

De voorgevel is gericht op het zuiden en hij is horizontaal verdeeld in twee delen. De voornaamste toegang heeft trappen en is bewaakt door twee dorische zuilen die op voetstukken staan. Daar bovenop staan twee engelen die de wapens van deken Ortega dragen.

Verder zijn er hier op het plein het Paleis van de Marqués de Mancera dat ook op de lijst van Cultureel Belang staat. Het paleis heeft een renaissance gevel die bekroond is met een rechthoekige toren. Momenteel is het een klooster. Verder staat er een voormalige graansopslag (Antiguo Pósito) dat nu een politiekantoor is, het Huis van Juan de Medina, de Gevangenis van de Bisschop (Cárcel del Obispo) waar de kloosterlingen hun door de bisschop opgelegde straf moesten uitzitten en de Venetiaanse Fontein (Fuente veneciana) van Francisco de los Cobos.

Binnen de muren

Als we links naast de Kapel van de Verlosser gaan is er hier een uitkijkpunt waar we de Sierras de Cazorla, Mágina kunnen zien en bij helder weer zien we zelfs de Sierra Nevada.

De Plaza del Primero de Mayo (Plein van de Eerste Mei) of zoals het beter bekend is Plaza del Mercado (Marktplein) was tijdens de Middeleeuwen het voornaamste plein in de stad.

Vroeger werden er hier jaarmarkten, ketterverbrandingen, terechtstellingen enz gehouden.

Het plein werd heraangelegd tijdens de negentiende eeuw en men treft hier enkele belangrijke gebouwen aan.

De kerk van Sint Paul (Igelesia de San Pablo) is een van de oudste kerken van Úbeda. Zij werd gebouwd tijdens de Visigotische periode. Het werd tot Nationaal Monument verklaard in 1926. Don Alonso Suárez de la Fuente del Sauce leidde een programma van renovatie en verbetering. Het ganse gebouw is verrijkt met nieuwe renaissance.

De voorgevel is in romaanse stijl. De gevel aan de noordzijde met uitzicht op het plein heeft gotische spitsbogen en is zelf in gotische Isabellastijl.

De kerk heeft een toren en een fontein die aanleunt aan de voorgevel die ook in renaissance stijl uit de zestiende eeuw dateert. Er zijn hier twee kleurige tegels uit keramiek.

Binnenin zijn er drie beuken en een veelhoekige apsis met kruisgewelf in laat-gotische stijl. Er zijn twee interessante begrafenis kapellen met plateresk werk. Een van de kapellen heeft een hekwerk met een wonderlijke voorstelling van Eva die uit Adams rib komt.

Het oude gemeentehuis (Ayuntamiento Viejo) is vandaag de dag het conservatorium. Het gebouw werd gebouwd in de zeventiende eeuw. De benedenverdieping heeft een portiek met drie rondbogen en gekoppelde zuilen. De bovenverdieping heeft zes kleine rondbogen.

Het klooster van San Miguel (Convento de San Miguel) is opgenomen op de lijst van Cultureel Belang. Dit is een klooster van de Ongeschoeide Karmelietessen en het Oratorium San Juan de la Cruz, waar de mysticus aankwam op 27 september 1591 en er overleed op 14 december van hetzelfde jaar.

De Poort van Losal (Puerta de Losal) is een poort in mudejarstijl en heeft een dubbele hoefijzer-vormige boog. Zij dateert uit de veertiende eeuw.

Er zijn nog tal van andere monumenten in Úbeda te vinden die zich noordelijk van de Plaza Vázquez de Molina bevinden en dat zijn:

Het Paleis van Vela de los Cobos (Palacio de los Vela de los Cobos) is opgenomen op de lijst van het Cultureel Belang. Het gebouw is ontworpen door Andrés de Vandelvira. De gevel in renaissance stijl heeft een elegante zuilengalerij die verlengd is met hoekbalkons waarin twee witte marmeren zuilen zijn verwerkt.

Het Paleis van de Graaf van Guadiana (Palacio del conde de Guadiana) is opgenomen op de lijst van het Cultureel Belang en is gebouwd in maniëristische stijl. Er is een toren met vier verdiepingen waar hoekbalkons in zijn. Het gebouw is gerestaureerd en het is nu een eerste vijf sterren hotel van de provincie.

Het Huis van de Torens (La Casa de las Torres) is een nationaal monument. Het is een Middeleeuws paleis dat gebouwd werd voor opperbevelhebber Ruy Lope Dávalos. Het gebouw heeft een mooie platereske toegang die geflankeerd is door twee torens. Binnenin het gebouw is er een patio in hispano-renaissance stijl. Momenteel is er een kunstschool gevestigd..

Het Klooster van Santa Clara (Convento de Santa Clara) is een Nationaal Monument. Het is een van de oudste kloosters in de stad en het is bezet door de Clarissen. Het heeft een voorgevel in barokstijl en er is een mudejar interieur. Er zijn twee kloostergangen, de ene in mudejar stijl en de andere in renaissance stijl. Er is een kerk in gotische stijl met met barokke versieringen.

De Kerk van San Pedro (Iglesia de San Pedro) is opgenomen op de lijst van het Cultureel Belang. Deze kerk is van oorsprong gebouwd in romaanse stijl maar er zijn toevoegingen in renaissance stijl.

De Kerk van San Lorenzo (Iglesia de San Lorenzo) is opgenomen op de lijst van het Cultureel Belang.  Er is een opvallende klokkentoren de bestreken is met gips. De kerk is gesloten voor de eredienst en zij is in renaissance stijl gebouwd.

De Kerk van Santo Domingo (Iglesia de Santo Domingo). De kerk heeft een gevel in plateresco stijl. Het kerkschip is gesloten door een prachtig met vakken versierd plafond in mudejar stijl.

Het Paleis van Francisco de los Cobos (Palacio de Francisco de los Cobos) is opgenomen op de lijst van het Cultureel Belang. Dit paleis heeft een verrassend eenvoudige gevel en het maakt deel uit van het gedeelte van de stad dat op de Werelderfgoed lijst staat. Het paleis had te lijden onder plunderingen en een brand in de negentiende eeuw. Die twee gebeurtenissen maakten het paleis onbewoonbaar en het grootste deel van het interieur werd vernield of verdween. De binnenplaats en de tuin van het paleis liggen op een oude Hebreeuwse begraafplaats. Momenteel is men het gebouw aan het restaureren om er later de zetel van de UNED (universiteit) in onder te brengen.

Paleis van de Markies van Rambla is opgenomen op de lijst van het Cultureel Belang. De gevel is ontworpen door Andrés de Vandelvira en er staan twee krijgers op die het wapenschild van de vroegere eigenaars dragen. Er is een mooie binnenplaats en een mooie binnentuin. Momenteel is er een hotel in het gebouw gevestigd.

Foto: Paleis van de Marqués de la Rambla

Begavil84

Er zijn nog tal van andere monumenten in de oude stadskern zoals: de Joodse Huizen in de wijk van het Alcázar, Casa de los Carvajales, Casa de los Salvajes, Palacio de los Manueles, Casa del Blanquillo, Palacio de los Morales, Casa de la Luna y el Sol, Palacio de los Orozco, Palacio de los Torrente, Palacio de los Porceles, Casa de la Tercia en het Palacio del Marqués de Contadero.

De Vesting (El Alcázar) Na de vernietiging van het oude kasteel als straf tegen de adel van Úbeda bleef er een belangrijke archeologische vindplaats met overblijfselen uit de prehistorie.

De vesting vormde een tweede ommuurde ruimte en het was een wijk in de stad waarin de aristocratie en de militairen verbleven. De vesting herbergde voornamelijk de ridders met hun schildknapen die verantwoordelijk waren voor de verdediging van de stad.

Afgaande op de geschreven getuigenissen was deze vesting een echt fort waar een groot aantal torens in opgenomen waren. Een van die torens was in die tijd uitgegroeid tot iets mythisch, het was de Ibiut toren.

De muur van Úbeda is een Nationaal Monument. Typisch voor de strategisch-defensieve belangrijkheid van de muur is zijn indrukwekkend voorkomen, zelfs tot op vandaag de dag.

Hij is voor een groot gedeelte bewaard gebleven inclusief drie van de poorten en een aantal torens.

De voornaamste toegangspoorten die bewaard zijn gebleven zijn de poort van Losal die in mudejar stijl gebouwd is en die dateert uit de veertiende eeuw. Vervolgens hebben we dan nog de poort van Granada en de poort van Santa Lucia die vermoedelijk ook de poort van de Ibiut toren was.

Wat de torens betreft hebben we de Torre de las Arcas, een uitkijktoren met een achthoekige vorm waar de schatkamer van de gemeenteraad was. Dan is er nog de Torre del Reloj op de Plaza de Andalucía met een mooie overkapping. De toren is in renaissance en hij bevat de klokken van de stad.

Buiten de muren

Buiten de stadsmuren zijn er nog een aantal belangrijke monumenten.

De kerk van San Nicolas (Iglesia de San Nicolás) is een Nationaal Monument. Het is een mooie kerk en zij is gebouwd in Andalusische gotiek maar zij trekt weinig bezoekers aan buiten de gewone bezoekers.

Er zijn twee portalen, een gotisch en het andere in renaissance stijl dat een werk is van Andrés de Vandelvira. Binnenin is de kapel van de dekaan met een portaal in plateresco stijl.

Het Hospitaal van Santiago (Hospital de Santiago) is een Nationaal Monument en een symbool van de stad. Het gebouw is een hoogtepunt in het werk van Andrés de Vandelvira, hij bouwde dit in opdracht van Diego de los Cobos, de bisschop van Jaén. Momenteel is het een multifunctioneel centrum voor congressen en tentoonstellingen.

Geflankeerd door vier hoge torens is er de kapel met schilderijen van Pedro de Raxis en Gabriel Rosales. De trap, de sacristie, de consitoriekamer, de zijtuin en de grote binnenplaats hebben kolommen van wit marmer uit Carrara. In de achterste binnenplaats maakte men een tuin.

De Kerk en het Klooster van Trinidad (Iglesia y Convento de la Trinidad) is opgenomen op de lijst van het Cultureel Belang. Het is van de weinige gebouwen in barokstijl in de stad..

De Kerk van Isidoro (Iglesia de San Isidoro) is opgenomen op de lijst van het Cultureel Belang. Het was een Arabische vesting of een fort om de westelijk stadsmuur te verdedigen.

Er zijn gotische portalen en het interieur was een renaissance regeling van Alonso Barba, leerling van Vandelvira. We onderscheiden onmiddellijk het monumentale dwarsschip.

Op de plaats van de klokkentoren is er een toren die talloze malen gerestaureerd is. In 1755 heeft een aardbeving ernstige schade aan de toren aangebracht en in 1848, onder de dreiging van een volledige teloorgang werd er beslist om een nieuwe toren te bouwen.

Paleis van de Markies van Bussianos (Palacio del Marqués de Bussianos) is opgenomen op de lijst van het Cultureel Belang.. Dit is een majestueus paleis in maniëristische stijl. Er zijn Indiaanse motieven aangebracht en er is een grote binnenplaats.

Plein van de Stieren, de Arena van San Nicasio (Plaza de Toros, Coso de San Nicasio) is opgenomen op de lijst van het Cultureel Belang. Dit is een van de oudste arena’s van Spanje en hij dateert uit 1857. Zijn buitenzijde is niet helemaal rond omdat hij geïntegreerd is in de woonwijk. De arena draagt ook de naam van Arena van San Nicasio omdat er tijdens de bouw van de arena stenen gebruikt zijn uit het gelijknamige klooster.

Oud Convent van Victoria (Antiguo convento de la Victoria) met een prachtige binnenplaats. Momenteel is het de zetel van de belastingen.

Gemeentelijke Markt voor Levensmiddelen (Mercado Municipal de Abastos) is opgenomen op de lijst van het Cultureel Belang. Tijdens de jaren 30 werd het gebouwd door Luis Casanova naar een model van het rationalisme.

Het Postgebouw (Edificio de Correos) is opgenomen op de lijst van het Cultureel Belang. Het is gebouwd in 1964 door Alejandro de la Sota.

Andere monumenten buiten de muren zijn de Kerk van San Millán (in de middeleeuwse krottenwijk), het plateresco huis van de Calle Gradas, de gevel van het Huis van Caballerizo Ortega, het oude Casino en de kapel van Paje.

Buiten de stad

De Brug Ariza (Puente Ariza) is opgenomen op de lijst van het Cultureel Belang. De brug loopt over de rivier Guadalimar en zij is ontworpen door Andrés de Vandelvira. Momenteel is zij nog zichtbaar maar de mogelijkheid bestaat dat zij gedoemd is om te verdwijnen in het stuwmeer van Giribaile.

De Archeologische zone van Úbeda la Vieja is opgenomen op de lijst van het Cultureel Belang. Er zijn hier een groot aantal overblijfselen gevonden uit de Iberisch-Romeinse periode. Meer bepaald gaat het ook over een deel van de muur uit de vierde eeuw.

Zelfs zonder te graven weten we dat er hier al veel geplunderd is. Aan de voet van het oude Úbeda is er de oude brug, het is een middeleeuwse brug over de Guadalquivir, die gebouwd is over de de resten van de oude Romeinse brug. Dit was de oude Romeinse weg “Cástulo” die naar Granada en Baza ging.

Andere monumenten zijn de Kerk van San Bartolomé (Iglesia de San Bartolomé), de Toren van Garci Fernández (Torre de Garci Fernández), de dolmen van Encinarejo (Dolmen del Encinarejo) en het Heiligdom van Onze-Lieve-Vrouw van Guadalupe (Santuario de Nuestra Señora de Guadalupe).

Helaas zijn er tijdens de donkere decennia van de twintigste eeuw een aantal waardevolle monumenten vernietigd of zijn ze steen per steen overgebracht naar andere steden zoals het mooie Palacio de los Aranda” dat momenteel in Sevilla staat.